3-336/2 | 3-336/2 |
1 DECEMBER 2005
Nr. 1 VAN MEVROUW VAN de CASTEELE
Onder het opschrift « Hoofdstuk I. De vertegenwoordiging van verpleegkundigen in de thuiszorg in de overeenkomstencommissie verpleegkundigen — verzekeringsinstellingen. », artikel 2 vervangen als volgt :
« Art. 2. — Van de acht mandaten van de vertegenwoordigers van de verpleegkundigen in de thuiszorg in de overeenkomstencommissie verpleegkundigen — verzekeringsinstellingen worden enerzijds 4 mandaten toegekend aan de diensten thuisverpleging, zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 1º, b), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en anderzijds 4 mandaten aan de beroepsverenigingen van de zelfstandige verpleegkundigen. »
Verantwoording
Zie verantwoording van amendement nr. 4.
Nr. 2 VAN MEVROUW VAN de CASTEELE
Een hoofdstuk II (nieuw) toevoegen onder het opschrift « Hoofdstuk II. Aanduiding van de vertegenwoordiging van de zelfstandige verpleegkundigen », bestaande uit de artikelen 3 en 4 (nieuw), luidend als volgt :
« Art. 3. — Om de vier jaar worden overeenkomstig de door de Koning vast te stellen modaliteiten tellingen georganiseerd op basis waarvan de vertegenwoordiging van de representatieve beroepsverenigingen van de zelfstandige verpleegkundigen in de thuiszorg wordt geregeld in de overeenkomstencommissie verpleegkundigen — verzekeringsinstellingen.
Art. 4. — § 1. Wat betreft de aanduiding van de mandaten onder de vertegenwoordigers van de zelfstandige verpleegkundigen, wordt een telling georganiseerd bij de representatieve beroepsverenigingen.
§ 2. Om als representatieve beroepsvereniging van zelfstandige verpleegkundigen te worden erkend, moeten de beroepsverenigingen van de verpleegkundigen voldoen aan de volgende voorwaarden :
— rechtspersoonlijkheid hebben als VZW en de VZW-wetgeving naleven;
— statutair de verdediging van de beroepsbelangen van de zelfstandige verpleegkundigen tot doel hebben;
— zich statutair richten tot verpleegkundigen van tenminste twee gewesten, bedoeld in artikel 3 van de Grondwet;
— uitsluitend zelfstandige werkende leden in hoofdberoep tellen, die de titel van verpleegkundige dragen overeenkomstig de wet van 20 december 1974 op de uitoefening van de verpleegkunde, die een RIZIV-nummer hebben en die in het tweede jaar dat aan het jaar van de controle voorafgaat verstrekkingen hebben verleend in het kader van artikel 8 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen zoals omschreven in artikel 35 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Dit wordt gecontroleerd aan de hand van de gegevens verzameld in het kader van de profielen door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
— statutair van de aangesloten verpleegkundigen jaarbijdragen innen. Dit lidgeld dient geïnd te zijn in het jaar van de controle.
De beroepsvereniging bepaalt hoeveel het lidgeld voor haar organisatie bedraagt; de Koning legt minimum- en maximumgrenzen op.
De Koning bepaalt aan welke voorwaarde kartelvorming tussen de beroepsverenigingen moet voldoen.
§ 3. Elke beroepsvereniging van zelfstandige verpleegkundigen die beantwoordt aan de in §2 vastgestelde voorwaarden en die wil erkend worden als representatieve beroepsvereniging, dient bij de minister die Sociale Zaken in zijn bevoegdheden heeft een aanvraag tot erkenning in, samen met de naam waaronder ze aan de tellingen willen deelnemen.
§ 4. De beroepsvereniging van zelfstandige verpleegkundigen die als representatief wil erkend worden, moet een alfabetische lijst van haar leden opstellen.
Deze lijst bevat naam en adres van de verpleegkundige.
De Koning bepaalt de bijkomende inlichtingen die de lijst moet bevatten.
De lijst kan door de zelfstandige verpleegkundigen ingekeken worden. Vanaf de datum waarop de lijst ingekeken kan worden, mag elke verpleegkundige die zich ten onrechte op deze lijst bevindt, een bezwaarschrift indienen bij de minister die Sociale Zaken in zijn bevoegdheden heeft. Deze moet zich uitspreken binnen 15 dagen na indiening van het bezwaarschrift.
§ 5. De hoofdinspecteur van de Sociale Inspectie, bijgestaan door twee ambtenaren van verschillende taalrol van zijn dienst, zal op de administratieve zetel van de beroepsvereniging die als representatief wil erkend worden, nagaan of de in § 2 bepaalde voorwaarden zijn vervuld.
Deze controle-operatie wordt bijgewoond door een gerechtsdeurwaarder aangeduid door iedere beroepsvereniging die als representatief erkend wil worden. Het proces-verbaal van deze controle wordt opgesteld in beide landstalen door de hierboven bedoelde ambtenaar en wordt mee ondertekend door de aangeduide gerechtsdeurwaarders. Zij vermelden hierop hun eventuele opmerkingen.
Indien de zelfstandige verpleegkundige lid is van verschillende beroepsverenigingen en hiervoor zijn lidgeld betaald heeft in het jaar van de controle, wordt hij meegeteld in het totaal aantal leden van elke beroepsvereniging waarvan hij lid is.
De personen die deelnemen aan de controle- en tellingsoperatie mogen aan niemand de identiteit onthullen van de leden van de beroepsverenigingen.
De minister die Sociale Zaken in zijn bevoegdheden heeft, stelt voor elke beroepsvereniging vast of zij al dan niet aan de voorwaarden voldoet en geeft aan elke beroepsvereniging kennis van zijn beslissing inzake de erkenning.
Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld bij de minister die Sociale Zaken in zijn bevoegdheden heeft binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de betekening ervan.
§ 6. Opdat de continuïteit van de overeenkomstencommissie verpleegkundigen- verzekeringsinstellingen wordt gewaarborgd behouden de op grond van een telling als representatief erkende beroepsvereniging hun erkenning totdat de nieuwe mandaten op grond van de volgende telling worden toegekend.
§ 7. De praktische organisatie met betrekking tot de uitvoering van §§ 1 tot 5 wordt bepaald door de minister die Sociale Zaken in zijn bevoegdheden heeft.
§ 8. De verdeling van de vier mandaten voor de vertegenwoordigers van de zelfstandige verpleegkundigen gebeurt volgens het aantal leden van iedere beroepsvereniging.
Het aantal leden wordt vastgesteld door middel van een ledentelling.
Voorafgaandelijk aan de toewijzing van de vier mandaten, wordt het totale aantal leden van alle als representatief erkende beroepsverenigingen gedeeld door het aantal te begeven mandaten.
Van de vier mandaten wordt het eerste toegewezen aan de beroepsvereniging die het meeste aantal leden telt.
Na toewijzing van een mandaat aan een beroepsvereniging wordt telkens het getal, bedoeld in het derde lid, afgetrokken van het ledentotaal van de beroepsvereniging die het mandaat toegewezen kreeg. De volgende mandaten worden telkens toegewezen aan de beroepsvereniging die het meeste aantal leden telt of de grootste overblijvende rest aan leden heeft.
Indien bij de toewijzing van het laatste mandaat de overblijvende rest van een beroepsvereniging gelijk is aan het ledentotaal of overblijvende rest van een andere beroepsvereniging wordt het mandaat toegewezen aan de representatieve organisatie die het kleinste aantal leden heeft. »
Verantwoording
Zie verantwoording van amendement nr. 4.
Nr. 3 VAN MEVROUW VAN de CASTEELE
Een hoofdstuk III (nieuw) toevoegen onder het opschrift « Hoofdstuk III. De aanduiding van de vertegenwoordigers van de Diensten Thuisverpleging », bestaande uit artikel 5 (nieuw), luidend als volgt :
« Art. 5. — De vertegenwoordigers van de diensten thuisverpleging in de overeenkomstencommissie verpleegkundigen — verzekeringsinstellingen worden paritair aangeduid door de Vlaamse Federatie van Diensten voor Thuisverpleging en de Confédération des Centres de Coordination de Soins et Services à Domicile. De aangeduide vertegenwoordigers dragen de titel van verpleegkundige, overeenkomstig de wet van 20 december 1974 op de uitoefening van de verpleegkunde. »
Verantwoording
Zie verantwoording van amendement nr. 4.
Nr. 4 VAN MEVROUW VAN de CASTEELE
Een artikel 6 (nieuw) toevoegen, luidend als volgt :
« Deze wet treedt in werking op 1 januari 2006. »
Verantwoording
De overeenkomstencommissie verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen heeft 8 vertegenwoordigers van de verpleegkunde. De indieners voorzien 4 vertegenwoordigers voor de diensten thuisverpleging en vier vertegenwoordigers voor de beroepsverenigingen van de zelfstandige verpleegkundigen.
De indienster kiest voor een andere aanpak van aanduiding van vertegenwoordigers voor diensten voor de thuiszorg als die voor de zelfstandige verpleegkundigen.
Wat betreft de vertegenwoordiging van de zelfstandig werkende verpleegkundigen, wordt voorzien in een vertegenwoordiging van de erkende representatieve beroepsverenigingen van zelfstandig werkende thuisverpleegkundigen.
Het werken met erkende beroepsverenigingen impliceert dat eerst de voorwaarden moeten worden bepaald waaraan de beroepsverenigingen moeten voldoen om als representatief erkend te worden.
De indienster voorziet als voorwaarden, waaraan een beroepsvereniging moet voldoen om als representatief te worden erkend, voorwaarden die betrekking hebben op het juridisch statuut van de beroepsorganisatie, het statutair doel, het aantal gewesten waarnaar de beroepsvereniging zich moet richten en ten slotte het aantal aangeslotenen en het betalen van het lidgeld.
De VZW die erkend wordt telt uitsluitend zelfstandige verpleegkundigen in hoofdberoep. Concreet wil dit zeggen dat de vereniging die erkend wordt wel een dochtervereniging mag zijn van een organisatie die reeds bestaande is. Wel dient zij aparte rechtspersoonlijkheid te hebben. In haar werking en bestuursorganen kan zij ook perfect vertegenwoordigd worden door andere personen dan zelfstandige verpleegkundigen, maar de vereniging dient zich wel uitsluitend te richten tot zelfstandige verpleegkundigen. Het zijn enkel deze zelfstandige verpleegkundigen die dan ook meetellen als lid. De indienster stelt deze voorwaarde opdat de vereniging als daadwerkelijk representatief kan beschouwd worden.
Een beroepsvereniging die aan alle voorwaarden voldoet, richt een vraag tot erkenning aan de FOD Sociale Zaken. De Koning wordt gemachtigd te bepalen aan welke voorwaarden een kartelvorming tussen beroepsorganisaties moet voldoen. Op dat moment gebeurt een ledentelling die moet nagaan welke beroepsvereniging het meest aantal leden heeft.
De vertegenwoordiging zal gebeuren in functie van het aantal leden van elke erkende beroepsvereniging.
Het voorafgaandelijk delen van het totale aantal leden van alle erkende beroepsverenigingen door het aantal te verdelen mandaten, dus vier, is om vast te stellen hoeveel leden er voor één mandaat gelden. Deze berekening is belangrijk om te zien of een bepaalde vereniging groot genoeg om te beschikken over bijkomende mandaten, zo niet wordt het mandaat toegewezen aan de volgende grootste vereniging. Wanneer dit aantal leden voor één mandaat afgetrokken is van het de grootste vereniging, is het overblijvende aantal leden dus gelijk aan de overblijvende rest.
Een voorbeeld ter verduidelijking : het totale aantal leden van alle verenigingen is 2 000. Vereniging A heeft 1 200 leden, vereniging B heeft 600 leden, vereniging C heeft er 200. Per mandaat komt dit neer op 500 leden. Het eerste mandaat gaat naar A, als grootste vereniging. Vervolgens wordt er 500 afgetrokken van 1 500, wat 700 als overblijvende rest geeft. De overblijvende rest van A is nog steeds groter dan het totaal aantal leden van B of C, het tweede mandaat gaat ook naar A.
Vervolgens wordt er van A nogmaals 500 afgetrokken, wat 200 als overblijvende rest geeft. Het derde mandaat gaat bijgevolg naar B. Voor de toewijzing van het vierde mandaat, heeft A 200 en B 100 als overblijvende rest en gaat bijgevolg dit mandaat naar C. Zowel A en C hebben 200, maar in dit geval gaat het mandaat naar de kleinste, dus C.
Wat betreft de vertegenwoordiging van de diensten thuisverpleging in de overeenkomstencommissie tussen verpleegkundigen en de verzekeringsinstellingen, zullen de regionale Federaties van Diensten voor Thuisverpleging de vertegenwoordigers aanduiden. Deze manier van toewijzing is een weerspiegeling van de werkelijkheid zoals ze momenteel op het terrein bestaat.
| Annemie VAN de CASTEELE. |