3-1473/1

3-1473/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

7 DECEMBER 2005


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, om de wachttijd voor de vaststelling van een handicap in te korten

(Ingediend door mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s.)


TOELICHTING


1. Inleiding

Mensen die hun handicap officieel door de overheid willen laten vaststellen, dienen zich te richten tot de Federale Dienst voor personen met een handicap.

De tegemoetkomingen vanwege de overheid worden enkel toegekend op aanvraag. De Federale Dienst voor personen met een handicap controleert de aanvragen en verleent de invaliditeitsattesten. Daarmee kan de betrokkene een uitkering of een speciale parkeerkaart krijgen.

De maximale termijn voor het afhandelen van de aanvragen, bepaald in het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap, is acht maanden. Het overschrijden van die termijn brengt van rechtswege verwijlintresten op.

Voor de betrokkene zijn de documenten levensnoodzakelijk. Enkel met die documenten kan de betrokkene een uitkering krijgen of de speciale parkeerkaarten aanvragen.

De werking van de Federale Dienst was in het verleden een bron van ergernis. Zo diende een gehandicapte in 2002 gemiddeld 11,4 maanden te wachten op een antwoord. In 2003 was dat zelfs 12,4 maanden.

Door de modernisering van de werking en de uitbouw van een call center werd de wachttijd in 2004 teruggedrongen tot 7,9 maanden. Ook in 2005 bleek dat de wachttijd verder kon worden teruggebracht. Vandaag bedraagt hij nog gemiddeld zeven maanden. Op twee jaar tijd werd zo een winst in de afhandelingstermijn van 4,5 maanden gerealiseerd.

Dat is goed nieuws zowel voor de gehandicapten als voor de begroting. Immers, door efficiënter te werken moeten er minder verwijlintresten worden betaald. Dat leverde in 2004 een besparing op van ruim 25 miljoen euro.

Ondertussen hebben in België 253 000 mensen -één Belg op veertig- recht op een federale tegemoetkoming voor gehandicapten.

2. Hoe verloopt de procedure voor de aanvraag tot officiële vaststelling van een handicap ?

De wetgeving inzake de tegemoetkoming voor de personen met een handicap van wie het inkomen beperkt is, is een ingewikkelde materie.

Het aanvraagformulier verschilt naargelang dat men jonger of ouder dan 65 jaar is :

— wie jonger dan 65 jaar is, dient een aanvraag in voor een inkomensvervangende tegemoetkoming (= IVT) en een integratietegemoetkoming (= IT);

— wie ouder dan 65 jaar is, dient een aanvraag in voor de tegemoetkoming hulp aan bejaarden (= THAB).

De burger wendt zich in de eerste plaats met een aanvraagformulier tot de gemeente. Dat formulier moet worden ingevuld en vergezeld gaan van de nodige documenten (identiteitskaart; volmacht als de aanvrager niet zelf komt; indien de aanvrager bewindvoerder is, moet daarvan een bewijs worden meegebracht; rekeningnummer van de aanvrager). Het aanvraagformulier en de door de aanvrager toegevoegde documenten worden verzonden naar de dienst van de federale administratie (federale overheidsdienst Sociale Zekerheid, bestuursdirectie van de Uitkeringen aan personen met een handicap, Zwarte Lievevrouwstraat 3c, 1000 Brussel).

Om de tegemoetkoming voor personen met een handicap te kunnen genieten moet een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid vastgesteld zijn.

Dan vangt een ware papierslag aan :

a) medische formulieren :

— formulier 3 + formulier 4 : in te vullen door huisarts of specialist;

— formulier 5 : getuigschrift van gezichtsonderzoek (in te vullen door oogarts);

— formulier 6 : getuigschrift van gehooronderzoek (in te vullen door oorarts);

b) administratieve formulieren (zelf in te vullen en te ondertekenen) :

— formulier 1;

— formulier 100 : vragenlijst inkomensvervangende tegemoetkoming — integratietegemoetkoming;

— formulier 100 A;

— formulier 101 : vragenlijst tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;

— formulier 101 A;

— formulier 102 : getuigschrift van verblijf;

— formulier 103 : loonbewijs van de aanvrager;

— formulier 104 : loonbewijs van de persoon waarmee de aanvrager een huishouden vormt;

— formulier 105 : bewijs van vervangingsinkomen van de aanvrager;

— formulier 106 : bewijs van vervangingsinkomen van de persoon waarmee de aanvrager een huishouden vormt;

— volmacht.

De federale administratie vraagt zelf de uitblijvende inlichtingen op bij de aanvrager van een tegemoetkoming. De gemiddelde afhandelingstermijn bedraagt heden nog zeven maanden.

3. De wettelijke termijn

Krachtens artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap, mag de termijn tussen de datum van ontvangst van de aanvraag of de datum van de kennisname van het feit dat aanleiding geeft tot een ambtshalve onderzoek en de eerste dag van de maand waarin de betaling van de eerste maandelijkse termijn van de tegemoetkoming wordt verricht, niet langer zijn dan acht maanden.

De eerste maandelijkse uitbetaling geschiedt rond de vijfentwintigste van de maand volgend op de maand van de kennisgeving van de beslissing.

4. De traagheid van de tegemoetkoming : nood aan hervorming

Gehandicapte personen, die vaak niet over andere bestaansmiddelen beschikken, moeten vele maanden wachten op hun integratietegemoetkoming, inkomensvervangende tegemoetkoming of tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.

Het tijdsverloop tussen de aanvraag en de betekening van de beslissing is veel te lang. Vandaar dat het nodig is dat de wachttijd tussen de aanvraag en de beslissing korter wordt (1) . Die kwestie werd overigens in de rechtsleer reeds in 1989 aangekaart !

Het probleem wordt soms opgelost door de bijstandsverlening van het OCMW. Dat kan financiële steun verlenen in de vorm van een voorschot op een socialezekerheidsuitkering aan personen die een integratietegemoetkoming of een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden hebben aangevraagd, maar nog niet hebben gekregen. Aan de betalende dienst wordt dan een subrogatierecht verleend. De tussenkomst van het OCMW kan aldus in sommige gevallen soelaas brengen.

De indieners menen dat de overheid sneller moet kunnen oordelen of een aanvraag voor de erkenning van een handicap al dan niet wordt goedgekeurd. De jongste twee jaar werd een bijzondere inspanning geleverd door de Federale Dienst voor personen met een handicap. De gemiddelde wachttijd werd in twee jaar tijd met meer dan vier maanden gereduceerd, dankzij goed management en een investering in de modernisering van de apparatuur en de oprichting van een call center.

Dit wetsvoorstel wil de wettelijke maximumtermijn geleidelijk terugdringen. Zoals eerder aangegeven bedraagt die heden acht maanden. Dit wetsvoorstel reduceert die termijn elk jaar met een maand tot hij uiteindelijk vanaf 2008 nog vijf maanden bedraagt.

Het terugdringen van de wachttijd getuigt van goed beheer. Mensen die worden geconfronteerd met een invaliditeit verliezen dikwijls hun inkomen. Voor die mensen is het belangrijk dat zij vanwege de overheid snel duidelijkheid krijgen over hun statuut en de eventuele toekenning van een uitkering.

Het snelle onderkennen door de overheid van de realiteit van de menselijke schade is de noodzakelijke eerste stap naar een modern schadeloosstellingsbeleid. Het is belangrijk dat de burger die met een handicap wordt geconfronteerd weet dat de overheid snel duidelijkheid brengt omtrent het financiële plaatje; kortom : de gehandicapten moeten op korte termijn weten welke daadwerkelijke steun ze van de overheid zullen krijgen bij hun moeizaam streven naar integratie en het heropbouwen van hun leven. Gemiddeld meer dan zeven maanden wachten op uitsluitsel vanwege de overheid over de erkenning van een handicap is echt wel te lang.

5. Toelichting bij het voorgestelde artikel

Artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap bepaalt dat de Koning de termijn vaststelt binnen dewelke de aanvragen om tegemoetkomingen worden onderzocht. Dat is ook daadwerkelijk gebeurd met het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Daarin wordt bepaald dat de termijn tussen de datum van ontvangst van de aanvraag en de eerste dag van de maand waarin de betaling van de eerste maandelijkse termijn van de tegemoetkoming wordt verricht, niet langer mag zijn dan acht maanden. Dit wetsvoorstel reduceert die termijn geleidelijk tot 5 maanden in 2008.

De termijn wordt volgens dit voorstel jaarlijks met een maand ingekort. Aldus geeft het de tijd aan de desbetreffende dienst en de bevoegde minister voor de nodige investeringen in informatica en de nodige aanpassingen in het personeelsbeleid en management. De voorbije twee jaar is er daadwerkelijk een trendbreuk geweest wat betreft de wachttijden voor de erkenning van een handicap. Het is dan ook meer dan logisch dat de wetgever volgt en die trend verder aanmoedigt. Door een verdere modernisering van de Federale Dienst voor personen met een handicap impliciet aan te moedigen, moet het mogelijk zijn om die termijn zonder problemen te halen.

Door deze wettelijke bepaling zal het uitvoeringsbesluit eveneens moeten worden aangepast aan de nieuwe maximumtermijnen voor het behandelen van een aanvraag.

De kwaliteit van een samenleving kan afgelezen worden van wat die samenleving haar zwakste medeburgers, waaronder de andersvaliden, aanbiedt.

Stéphanie ANSEEUW
Annemie VAN de CASTEELE
Olga ZRIHEN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 8bis, 3º, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002 en vervangen bij de wet van 9 juli 2004, wordt aangevuld als volgt :

« met dien verstande dat die termijn vanaf 1 januari 2006 niet meer dan zeven maanden mag bedragen, vanaf 1 januari 2007 niet meer dan zes maanden en vanaf 1 januari 2008 niet meer dan vijf maanden. »

18 oktober 2005.

Stéphanie ANSEEUW
Annemie VAN de CASTEELE
Olga ZRIHEN.

(1) J. Huys, « Wanneer komen de gehandicapten ons tegemoet ? Een kritische commentaar bij de nieuwe wetgeving op de tegemoetkomingen voor gehandicapten », Soc. Kron. J 1989, 294.