3-1466/1

3-1466/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

2 DECEMBER 2005


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 757 van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende het sluiten der deuren in familiezaken

(Ingediend door mevrouw Christine Defraigne)


TOELICHTING


Vandaag de dag zijn de procedures die betrekking hebben op het privéleven, zoals nagenoeg alle andere procedures, in principe openbaar.

Nu zijn de magistraten zich vaak bewust van de moeilijkheden die dit kan veroorzaken, in het kader van de echtscheiding van sommige notabelen bijvoorbeeld. Daarom beslissen zij soms de zitting achter gesloten deuren te laten verlopen.

In het Gerechtelijk Wetboek is thans bepaald dat de procedure achter gesloten deuren plaatsvindt voor alles wat betrekking heeft op de wederzijdse rechten en verplichtingen van de echtgenoten en wat verband houdt met hun huwelijksvermogensstelsel (1) .

Het gaat hier bijvoorbeeld om de procedure voor de toepassing van de artikelen 221 en 223 van het Burgerlijk Wetboek, die handelen over de voorlopige scheiding tussen echtgenoten voor de vrederechter, waarin deze laatste kan gaan tot het voorlopig bepalen van een gescheiden verblijfplaats voor de echtgenoten.

Het is dan ook verrassend vast te stellen dat met betrekking tot een voorlopige scheiding, waarvan alle aspecten door de vrederechter worden geregeld, de procedure zich afspeelt in de raadkamer, terwijl voor een echtscheiding de procedure openbaar is.

Ook wanneer ouders na een echtscheiding elkaar voor de vrederechter verscheuren over de bewaring van een kind, bepaalt de wet niet dat dit « buitenhangen van de vuile was » achter gesloten deuren moet plaatsvinden. Nu is deze openbaarheid niet noodzakelijk op zijn plaats in dit soort geschil. Zij berokkent schade aan de ouders, maar ook aan de kinderen, die het reeds vaak moeilijk hebben met de situatie van hun ouders.

Bijgevolg is het wenselijk alle procedures die betrekking hebben op het strikt persoonlijke leven, te weten die welke handelen over familiebetrekkingen in de ruime zin, niet toegankelijk te maken voor derden. Vele rechtspractici, magistraten, advocaten, ... hebben reeds de wens geuit dat deze verschillende procedures afgeschermd zouden worden voor de oren en ogen van mensen die er niet bij betrokken zijn.

Dit voorstel voert dus het sluiten der deuren in voor alle aangelegenheden die handelen over echtscheidingen, vorderingen inzake afstamming, het ouderlijk gezag, procedures die worden behandeld door de jeugdrechter, ...

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

De huidige tekst van artikel 757 van het Gerechtelijk Wetboek stelt dat de pleidooien, de verslagen en de vonnissen openbaar zijn, behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen.

Teneinde te voorkomen dat de verschillende artikelen van het Gerechtelijk Wetboek, alsook de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming moeten worden gewijzigd, leek het duidelijker en handiger artikel 757 aan te vullen met de verduidelijking dat de procedures die handelen over de familierechten sensu lato, in de raadkamer plaatsvinden.

De hoofdstukken XI, XIbis, XII en XIIbis van het Gerechtelijk Wetboek hebben respectievelijk betrekking op de verschillende procedures inzake echtscheiding, de veranderlijkheid van huwelijksvoorwaarden, de uitkeringen tot levensonderhoud en de verzoeken betreffende de bescherming van het grensoverschrijdend hoederecht en bezoekrecht.

De wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming moet daaraan worden toegevoegd.

Christine DEFRAIGNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 757 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een tweede lid, luidend :

« In elk geval verlopen de procedures bedoeld in de hoofdstukken XI, XIbis, XII en XIIbis van Boek IV van dit Wetboek, alsook die bedoeld in de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, achter gesloten deuren. »

15 september 2005.

Christine DEFRAIGNE.

(1) Artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek.