Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-49

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Werk

Vraag nr. 3-3086 van mevrouw Van de Casteele d.d. 20 juli 2005 (N.) :
Dienstencheques. — Gebruik in de strijksector. — Convenant met de Federatie van Belgische Textielverzorging en de strijkateliers.

In haar antwoord op de vraag om uitleg van senator Luc Willems (nr. 3-970, Voorlopig Verslag, Senaat nr. 3-125 van 15 juli 2005, blz. 83) verwees de geachte minister naar een convenant dat werd afgesloten tussen haar voorganger de heer Vandenbroucke, enerzijds, en de Federatie van Belgische Textielverzorging en de vertegenwoordigers van de strijkateliers in de sociale-economiesector, anderzijds.

1. Kan de geachte minister meedelen wat de inhoud is van die overeenkomst ?

2. Welke bedrijven kunnen gebruik maken van dienstencheques ?

3. Hoeveel bedrijven maken gebruik van dienstencheques ?

Antwoord : 1. Met toepassing van artikel 2 quater, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques werd er inderdaad een convenant gesloten tussen de vorige minister van Werk, enerzijds, en de vertegenwoordigers fan de Federatie van de Belgische Textielverzorging en de vertegenwoordigers van de strijkateliers in de sociale economie-sector, anderzijds.

Een convenant biedt de mogelijkheid om af te wijken van de verbintenis van een onderneming om alleen vanaf haar erkenning, bijkomend arbeidsvolume van de activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard te laten betalen met dienstencheques. Er moet wel een concrete doelstelling inzake bijkomende tewerkstelling geformuleerd worden.

In het voormelde convenant is bepaald dat de toename van het aantal arbeidsuren in een bepaalde periode minstens even groot moet zijn als drie vierden van het aantal dienstencheques dat binnen dezelfde periode in de strijksector werd gevaloriseerd. Bij de beoordeling van de resultaten wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande strijkateliers en ondernemingen die een aparte strijkdienst opstarten. Voor deze laatste groep is substitutie niet aanvaardbaar, behoudens bijzondere redenen die door het bedrijf worden verantwoordt.

Het convenant bepaalt wat verstaan wordt onder strijken buiten de woning van de particulier : de ontvangst van het te strijken linnen, het strijken zelf en het toezicht houden in het atelier, het inpakken en het bestellen van het gestreken linnen. Dit wil zeggen dat de activiteit van deze werknemers met dienstencheques kan gefinancierd worden. De mogelijkheid bestaat om voor transport en andere niet-personeelskosten een extra-rekening te maken; deze rekening kan dus niet betaald worden met dienstencheques.

2. Alle ondernemingen die erkend zijn voor de activiteit strijken buiten het huis van de gebruiker kunnen deze activiteit laten betalen met dienstencheques. Deze ondernemingen kunnen commerciële strijkateliers zijn, maar ook sociale-economie-bedrijven, VZW's, PWA's, OCMW's en zelfs natuurlijke personen.

3.

Erkend voor meerdere activiteiten (waaronder strijken buitenshuis)Enkel erkend voor strijken buitenshuis
Aantal actieve ondernemingen33475