(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Er heerst reeds enige tijd een controverse omtrent de levering door een Belgisch bedrijf van materiaal voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) aan Iran. Het gaat in casu om isostatische nucleaire persen.
Naar verluidt heeft de Belgische douane op 22 december 2004 een fax ontvangen met het verzoek om het materiaal in beslag te nemen.
Desondanks werden de isostatische nucleaire pers in januari 2005 naar Teheran gestuurd zonder exportvergunning.
Volgens een krantenbericht van 11 mei 2005 hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigd dat ze de Belgische autoriteiten vanaf de zomer van 2004 hebben gewaarschuwd voor een mogelijke export van dit materiaal voor dubbel gebruik.
Ook de Belgische Commissie van advies voor de niet-verspreiding van kernwapens (Canvek) werd ter zake op 6 september 2004 gewaarschuwd door iemand van de Belgische Staatsveiligheid. Op 28 september gaf Canvek een negatief advies voor de toekenning van een exportlicentie voor een andere pers met bestemming Iran, afkomstig van dezelfde Belgische firma. Canvek bracht eveneens de douane op de hoogte; het duurde meer dan drie maanden voor de douane die waarschuwing kreeg.
Het ministerie van Financiën stelde onlangs een onderzoek in naar de export van materiaal « voor dubbel gebruik » naar Iran.
Graag had ik hieromtrent de volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister.
1. Hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten de Belgische autoriteiten vanaf de zomer van 2004 gewaarschuwd voor de export van dergelijke persen ? Zo ja, welke instanties werden geïnformeerd en op welke datum ?
2. Hoe luidde het advies van de Amerikaanse inlichtingendiensten ?
3. Graag had ik vernomen hoeveel aanvragen voor export van materiaal voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) werden ingediend in respectievelijk 2003, 2004 en de eerste drie maanden van dit jaar ?
4. Kan de geachte minister aangeven hoe de besluitvorming verloopt bij het al of niet toekennen van exportlicenties voor burgermateriaal voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) ?
5. Hoeveel exportlicenties werden in 2004 toegekend aan Belgische firma's voor de export van isostatische persen of onderdelen ervan naar landen Buiten de Europese Unie ? Kan de geachte minister een opsomming geven van de landen naar welke er dergelijke producten werden geëxporteerd ?
6. Kan de geachte minister meedelen welke maatregelen zullen worden getroffen om te voorkomen dat dergelijk materiaal voor dubbel gebruik nog zonder exportlicentie kan worden geëxporteerd ?
7. Kan hij een chronologisch overzicht geven van de diverse brieven en mededelingen die omtrent de levering van deze isostatische nucleaire pers aan Iran vanuit diverse overheidsinstanties werden rondgestuurd ? Welke diensten verstuurden informatie of adviezen en wie waren de geadresseerden ?
8. Kan hij aangeven welke de conclusies zijn van het onderzoek naar de export van de persen naar Iran ?
Antwoord : 1 en 2. De federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie werd niet benaderd door de Amerikaanse inlichtingendiensten. Andere federale overheidsdiensten werden wel benaderd, maar de precieze inhoud van de mededeling van de Amerikaanse inlichtingendiensten werd niet aan mijn diensten overgemaakt.
3. De algemene directie Energie heeft in 2003 en in 2004 respectievelijk 80 en 36 dossiers voor de uitvoer van nucleaire goederen, nucleaire uitrusting en technologie en nucleaire goederen voor tweeërlei gebruik (nucleaire en niet-nucleair) behandeld.
4. Voor de uitvoer van zuiver nucleaire en nucleaire dubbele gebruiksgoederen en technologieën (hierna nucleaire uitvoer genoemd), die zowel vallen onder de Europese uitvoerverordening als onder de Belgische nucleaire uitvoerwet van 9 februari 1981, dient de exporteur een vergunningsaanvraag in bij de vergunningsautoriteit van het gewest waar zijn hoofdzetel gevestigd is, die de aanvraag overmaakt aan de algemene directie Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.
De algemene directie Energie onderzoekt de aanvraag en roept de Commissie van advies voor de niet-verspreiding van kernwapens (Canvek) binnen de veertien dagen voor advies bijeen. De Canvek is opgericht door de wet van 9 februari 1981 houdende de voorwaarden voor export van kernmaterialen en kernuitrustingen, alsmede van technologische gegevens.
Het al dan niet gunstig advies van de Canvek wordt voorgelegd aan de minister van Economie en vervolgens aan de minister van Buitenlandse Zaken, krachtens het koninklijk besluit van 19 oktober 1999. Op basis van het advies beslissen de ministers de uitvoer al dan niet te machtigen. De ministers geven alleszins geen machtiging bij een negatief advies van de Canvek. Zowel de regionale vergunningsautoriteit als de exporteur worden op de hoogte gebracht van de beslissing. De regionale vergunningsautoriteit levert daarna de uitvoervergunning af of weigert ze.
Als een nucleaire uitvoer onderworpen is aan de Europese verordening, maar niet aan de wet van 9 februari 1981, dan geeft algemene directie Energie advies aan de regionale vergunningsautoriteit.
5. In 2004 werden er 4 machtigingen verleend voor de uitvoer van isostatische persen : twee naar Zuid-Afrika, één naar Zuid-Korea, en één naar Turkije.
Tevens bracht de algemene directie Energie in 2004 positief advies uit voor het verlenen van een uitvoervergunning voor twee isostatische persen naar de Volksrepubliek China en één naar de Russische Federatie
6. Isostatische persen vallen onder de nucleaire exportcontrole indien het gaat om apparatuur geschikt voor het onder druk brengen van een gesloten holte door middel van een bepaalde stof (een gas, een vloeistof, vaste deeltjes, enz.) teneinde te bereiken dat binnen de holte op een werkstuk of materiaal gelijke druk in alle richtingen wordt uitgeoefend en op voorwaarde dat ze tegelijk beide kenmerken heeft :
— geschikt voor een maximale werkdruk van 69 MPa of meer, en
— met een drukkamerholte met een binnendiameter van meer dan 152 mm.
Deze technische criteria zijn opgenomen in de Belgische wetgeving krachtens het koninklijk besluit van 16 juli 1993 en in de controlelijst van de Europese verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik. Zij worden vastgesteld in internationale fora, zoals de Nuclear Suppliers' Group. Enkel als de persen aan de vastgestelde technische normen voldoen, kunnen zij gebruikt worden voor het compacteren van splijtbaar materiaal. Is dat niet het geval, dan zijn er geen nucleaire toepassingen mogelijk en is er geen gevaar voor nucleaire proliferatie.
Isostatische persen worden doorgaans niet gebruikt in de nucleaire sector. Zij hebben veeleer niet-nucleaire toepassingen, zoals de voedingsindustrie, de automobielsector, de staalindustrie, keramische nijverheid, pijpleidingen, vliegtuigbouw, enz.
De karakteristieken van de pers waarvan sprake in de vraag van het geachte lid waren zodanig dat zij niet onder de nucleaire exportcontrole valt en bijgevolg niet onderworpen is aan een machtiging of een uitvoervergunning.
7. Op haar vergadering van 6 september 2004 werd aan de Commissie van advies voor de niet-verspreiding van kernwapens (Canvek) informatie verstrekt die als geheim werd geclassificeerd. Het secretariaat heeft daarop, eerst via een telefonisch contact, nadien via elektronische post op 28 september 2004, de Belgische douanediensten verzocht de waakzaamheid te verhogen voor uitvoer van isostatische persen naar Iran.
Op 22 december 2004 ontving het secretariaat van de Canvek ter informatie een omzendbrief van de administratie der Douane en Accijnzen die voor interne verspreiding naar alle douanekantoren werd verstuurd. Deze omzendbrief werd ook naar de leden van de Canvek verstuurd. Op uitnodiging van het secretariaat van de Canvek bracht een afgevaardigde van de administratie der Douane en Accijnzen op 1 maart 2005 verslag uit van de stand van zaken met betrekking tot de uitvoer van isostatische persen naar Iran. Hij meldde dat de douanediensten een onderzoek hebben opgestart, dat nog lopende was.
8. Zowel de administratie van Douane en Accijnzen als de exporteur bevestigen dat de betrokken pers op 3 november 2004 naar Iran werd uitgevoerd en in januari 2005 bij de eindgebruiker (Iran Aircraft Industries te Teheran) in dienst werd genomen.
Het gaat om een isostatische pers met een binnendiameter van 150 mm en een maximale werkdruk van 200 MPa. Gezien de wettelijke criteria niet werden overschreden, was de aanvraag van een uitvoervergunning niet vereist. De exporteur heeft inderdaad geen uitvoervergunning ingediend.
Aangezien een isostatische pers met karakteristieken onder de vastgestelde grenzen geen nucleaire capaciteiten heeft, was het niet nodig de catch-all-clausule, zoals voorzien in artikel 4 van de Europese verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in te roepen.
Een voorstel om de communicatie tussen Canvek en de douanediensten te verbeteren wordt bestudeerd.