3-1365/1 | 3-1365/1 |
3 OKTOBER 2005
De regering onderwerpt vandaag aan uw goedkeuring de Algemene Overeenkomst voor Bilaterale Ontwikkelingssamenwerking ondertekend te Addis Ababa op 09 april 2001, betreffende de internationale samenwerking tussen België en Ethiopië.
Deze Algemene Overeenkomst voor Bilaterale Ontwikkelingssamenwerking betreft exclusief de ontwikkelingssamenwerking en is dus exclusief een federale Overeenkomst.
1. Achtergrond en ontstaan van de Algemene Overeenkomst
Ethiopië werd in 2000 weerhouden als één van de bilaterale partnerlanden voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Onmiddellijk daarna werden onderhandelingen gestart over de Algemene Overeenkomst. Op 9 april 2001 werd de Algemene Overeenkomst door beide landen ondertekend.
Geschiedenis van de coöperatie van Ethiopië met België
In de jaren 90 bestond de Belgische samenwerking met Ethiopië bijna uitsluitend uit schuldverlichting-operaties.
Naar aanleiding van het conflict met Eritrea schortten de meeste donoren, waaronder ook België, hun hulp op. De sociale en economische ontwikkeling van Ethiopië, die reeds zwak was, heeft onder deze situatie fel geleden.
In het jaar 2000 tekenden Eritrea en Ethiopië een vredesakkoord, wat de herneming van de samenwerking toeliet.
Bij ministerieel besluit van 26 juni 2000 beslist België om Ethiopië op te nemen als een van de partnerlanden.
Ethiopië kent sinds het jaar 2001 een periode van relatieve vrede en stabiliteit.
De regering, in samenwerking met het IMF, de WB en de belangrijkste donors, doet zeer veel inspanningen om het land te ontwikkelen.
De Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
Met deze wet over het ontwikkelingsbeleid gaf België een wettelijk kader aan zijn internationaal samenwerkingsbeleid. De wet werd op 25 mei 1999 door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd en verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1999. Onder meer beperkt de wet de bilaterale samenwerking tot maximum 25 landen of regionale organisaties van landen, geselecteerd op basis van de zeven criteria die de wet voorschrijft.
Ethiopië maakte deel uit van deze 25 partners maar werd niet langer weerhouden in het koninklijk besluit van 26 januari 2004, waarin het aantal landen teruggebracht werd tot 18.
De Ethiopische regering ontwierp strategieën voor sociaal-economische ontwikkeling en armoedebestrijding. Ethiopië integreerde de beste ervaringen van de afgelopen jaren in nationale sectorale ontwikkelingsstrategieën. Daarin worden sociale basisnoden en de verbetering van het overheidsbestuur benadrukt.
Donoren beoordelen deze politiek op een positieve wijze en menen dat het nuttig is het beleid van de regering rechtstreeks te steunen.
België sloot zich aan bij dat standpunt dat weerspiegeld werd in het ISP, goedgekeurd door de Gemengde Commissie van 24 mart 2003.
Nu Ethiopië geen partnerland meer is, zal evenwel slechts een deel van het ISP effectief uitgevoerd worden.
Het ISP werd goedgekeurd door de Gemengde Commissie van 24 maart 2003.
De projecten en programma's zullen in essentie door BTC worden uitgevoerd.
2. Doel en inhoud van de Algemene Overeenkomst
Het doel van deze kaderovereenkomst is onze samenwerkingsrelatie met Ethiopië op een juridische en verdragsrechterlijke basis te gronden.
Hierbij worden een aantal fundamentele beginselen centraal gesteld :
— het respect van de mensenrechten,
— de ontwikkeling en de versterking van de democratie,
— de gelijke behandeling van man en vrouw,
— de bescherming en de vrijwaring van het leefmilieu,
— het naleven van de algemene principes en de fundamentele rechten in de werksfeer.
De inhoud van deze kaderovereenkomst bepaalt de essentiële kenmerken die de bilaterale samenwerking tussen België en Ethiopië zal hebben :
— betreffende de sectoren waarin de Belgische hulp kan gebruikt worden :
— de basisgezondheidszorg, inclusief de reproductieve gezondheidszorg,
— het onderwijs en vorming,
— de landbouw en de voedselzekerheid,
— de basisinfrastructuur,
— en de conflictpreventie en maatschappij-opbouw;
— betreffende de thema's die de Belgische hulp transsectoraal zal benadrukken :
— de gelijkheid van rechten en kansen voor mannen en vrouwen,
— de zorg voor het leefmilieu,
— en de sociale economie.
Ten slotte schept deze Overeenkomst het kader dat de concretisering van de samenwerkingsrelaties tussen België en Ethiopië mogelijk maakt. Die concretisering zal gebeuren via het afsluiten van Bijzondere Overeenkomsten die de tenuitvoerlegging van projecten en programma's organiseren.
Om redenen van doeltreffendheid, geloofwaardigheid en juridische zekerheid is het nuttig, zoals gebeurd is bij de goedkeuring van het « Memorandum of Understanding » met Zuid-Afrika, in artikel 3 van het ontwerp van wet te stellen dat de getekende Bijzondere Overeenkomsten
— na hun ondertekening aan het Parlement zullen medegedeeld worden;
— volkomen gevolg zullen hebben op de datum die zij zullen bepalen.
Zij zullen dus geen afzonderlijk voorwerp uitmaken van een parlementaire goedkeuring. Aangezien het Parlement zal ingelicht zijn zal het zijn bevoegdheden kunnen laten gelden.
Het afsluiten van die Bijzondere Overeenkomsten is toevertrouwd aan de minister die de Internationale Samenwerking onder zijn bevoegdheid heeft.
Op 28 juli 2005 heeft de Raad van State zijn advies gegeven met betrekking tot het voorontwerp van wet houdende instemming met de Algemene Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking, ondertekend te Addis Ababa op 9 april 2001 (Advies nr. 38.744/2/V).
Ten gevolge van het advies van de Raad van State werd het ontwerp van wet aangevuld met een artikel 3, dat als volgt luidt :
« Art. 3. — De bijzondere overeenkomsten gesloten op basis van artikel 5 van deze Overeenkomst zullen de uitvoeringsmodaliteiten bepalen van de interventies voorzien door haar artikel 2.
Deze bijzondere overeenkomsten zullen gesloten worden door de minister van Ontwikkelingssamenwerking of door een andere persoon die te dien einde werd gemachtigd; zij zullen medegedeeld worden aan het Parlement meteen na hun ondertekening en zij zullen volkomen gevolg hebben op de datum die zij zullen bepalen. »
De bijzondere overeenkomsten worden niet noodzakelijk door de minister van Ontwikkelingssamenwerking ondertekend.
De minister van Buitenlandse Zaken,
Karel DE GUCHT.
De minister van Ontwikkelingssamenwerking,
Armand DE DECKER.
Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
Onze Groet.
Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken en van Onze minister van Ontwikkelingssamenwerking,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Onze minister van Buitenlandse Zaken en Onze minister van Ontwikkelingssamenwerking zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Algemene Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking, ondertekend te Addis Ababa op 9 april 2001, zal volkomen gevolg hebben.
Art. 3
De bijzondere overeenkomsten gesloten op basis van artikel 5 van deze Overeenkomst zullen de uitvoeringsmodaliteiten bepalen van de interventies voorzien door haar artikel 2.
Deze bijzondere overeenkomsten zullen gesloten worden door de minister van Ontwikkelingssamenwerking of door een andere persoon die te dien einde werd gemachtigd; zij zullen medegedeeld worden aan het Parlement meteen na hun ondertekening en zij zullen volkomen gevolg hebben op de datum die zij zullen bepalen.
Gegeven te Brussel, 27 september 2005.
Van Koningswege :
De minister van Buitenlandse Zaken,
Karel DE GUCHT.
De minister van Ontwikkelingssamenwerking,
Armand DE DECKER.
VERTALING
ALGEMENE OVEREENKOMST
tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking.
De regering van het Koninkrijk België (hierna « België » genoemd) en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië (hierna « Ethiopië » genoemd), hierna gezamenlijk « de Partijen » genoemd en afzonderlijk de « Partij »;
Zijn vastbesloten om hun partnerschaps- en samenwerkingsrelaties intensiever te maken en wensen deze relaties te ontwikkelen op basis van wederzijds respect, van de soevereiniteit en van de gelijkheid van de beide naties, van het streven naar een ontwikkeling die duurzaam en harmonieus is en waar alle geledingen van hun bevolkingen, inzonderheid de minst gegoeden baat bij hebben;
Beslissen het politieke, institutionele en juridische kader vast te leggen voor de directe bilaterale samenwerking tussen de beide Partijen;
ZIJN OVEREENGEKOMEN WAT VOLGT :
Artikel 1
Doelstellingen
Het hoofddoel van deze samenwerking tussen de Partijen is prioritair de duurzame menselijke ontwikkeling bevorderen. Daartoe beogen de Partijen de armoede te bestrijden, het partnerschap tussen de bevolkingen van de Partijen te bevorderen, de democratie, de rechtstaat, de rol van de burgerlijke maatschappij en van goed bestuur te promoten, het respect voor de menselijke waardigheid, de vrijheden en rechten van de Mens te bevorderen en alle vormen van discriminatie te bestrijden.
a) De Partijen, binnen het kader van hun respectieve wetgeving en reglementering en in aanmerking genomen hun respectieve Internationale verplichtingen, evenals de akkoorden tussen de Europese Unie en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië, stellen alles in het werk ter bevordering van een duurzame menselijke, sociale, culturele en economische ontwikkeling.
b) Het doel van deze Overeenkomst is de capaciteit voor ontwikkeling van de burgers te verhogen en in hun basisnoden te voorzien. Prioriteit is gegeven aan een duurzame ontwikkeling waarin de persoon centraal staat en aangepast is aan de noden en de capaciteiten van de begunstigden, rekening houdende met de gender gerelateerde kwesties.
c) De Partijen geloven dat hun samenwerking tot stand komt door de publieke autoriteiten, de burgerlijke gemeenschap en de private sector, elk van hen belast met een essentiële en onmisbare rol binnen het proces.
d) De Partijen streven naar een coherentie van de programma's en hun complementariteit, rekening houdend met de ontwikkelingspolitiek, programma's en activiteiten van de Regering van Ethiopië en zijn ontwikkelingspartners. Coördinatie en deelneming van al de beheerders in ontwikkeling worden als essentieel beschouwd voor een duurzame ontwikkeling.
e) De Partijen hebben het voornemen om tot een nauwe samenwerking te komen om een transparant, verantwoord en integer aanwenden van de publieke inkomsten te verzekeren en alle mogelijkheden tot corruptie binnen de ontwikkelingssamenwerking te elimineren.
Artikel 2
Prioritaire sectoren en thema's
De ontwikkelingsstrategieën die deze Samenwerkingsovereenkomst zullen leiden, zullen gedefinieerd worden in gezamenlijk overleg tijdens regelmatige economische, politieke, technische en sociale ontmoetingen. Deze strategieën zullen de problemen van armoede, gezondheid, opvoeding en emancipatie, gebonden als die zijn aan bevolkingsaangroei, beschikbaarheid en toegankelijkheid van hulpbronnen en de kwaliteit van het leefmilieu, aanpakken.
De samenwerking tussen de Partijen zal worden geconcentreerd op één of meerdere van de volgende sectoren :
a) onderwijs en opleiding;
b) de gezondheidszorg, met een bijzondere aandacht voor de reproductieve gezondheid en familieplanning;
c) voedselveiligheid en landbouw;
d) basisinfrastructuur;
e) conflictpreventie en maatschappijopbouw door capaciteitsopbouw van publieke diensten en de burgerlijke maatschappij in het algemeen;
en op de volgende sectoroverschrijdende thema's :
— geslachtsgebonden kwesties;
— het respect voor het leefmilieu en de strijd tegen woestijnvorming;
— de economische en sociale samenwerking die de basis van de bevolking ten goede komt.
Artikel 3
Indicatieve programma's
De samenwerking zal concreet vorm krijgen door de indicatieve samenwerkingsprogramma's die in gemeenschappelijk akkoord door de in artikel 4 bedoelde gemengde Commissie worden gevalideerd of gedefinieerd.
De doelstellingen van die programma's zullen in overeenstemming zijn met de ontwikkelingsplannen van Ethiopië en met de in artikel 1 vermelde doelstellingen.
De indicatieve samenwerkingsprogramma's zullen zich situeren binnen de in artikel 2 genoemde sectoren en thema's en zullen bovendien letten op :
— het versterken van de institutionele en beheerscapaciteiten, waarbij een groeiende rol aan lokaal beheer en uitvoering wordt toegekend;
— het verzekeren van de technische en financiële leefbaarheid na de stopzetting van de Belgische inbreng;
— een doeltreffende en efficiënte uitvoeringswijze, waarbij de doelgroepen zo nauw mogelijk bij de besluitvorming worden betrokken.
Artikel 4
Gemengde Commissie
1 Een gemengde Commissie met vertegenwoordigers van de beide Partijen zal de vooruitgang in het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst bekijken, en eventueel aanbevelingen formuleren. De gemengde Commissie zal de in artikel 3 bedoelde indicatieve samenwerkingsprogramma's valideren of definiëren en zal de uitvoering van het programma opvolgen en evalueren, om het eventueel waar nodig bij te sturen.
2 De Gemengde Commissie zal ten minste éénmaal om de drie jaar op ministerieel niveau samenkomen. Een technische werkgroep waarvan de leden worden aangeduid door elke Partij, op een gepast niveau van vertegenwoordiging komt jaarlijks samen, afwisselend in België en in Ethiopië.
Artikel 5
Samenwerkingsprestaties
1. De indicatieve samenwerkingprogramma's zullen concreet vorm krijgen door specifieke samenwerkingsprestaties. Binnen elke samenwerkings-prestatie kan de Belgische bijdrage uit een of meer van volgende samenwerkingsvormen bestaan : technische samenwerking, opleidings- of studieactiviteit, schenkingen in natura of in geld, waaronder meer bepaald begrotingssteun, leningen, het nemen van participaties, schuldverlichtingen, onderworpen aan de Ethiopische wetten en regels.
2. De identificatie van elke samenwerkingsprestatie zal het resultaat zijn van een overlegprocedure tussen de Partijen.
3. Teneinde te waarborgen dat elke samenwerkings-prestatie aan de capaciteiten en aan de behoeften van de begunstigden aangepast is, zal er een participatieve benadering worden gehanteerd. Daartoe kunnen er plaatselijke overlegstructuren worden opgezet.
4. Een Bijzondere Overeenkomst die de beide Partijen vóór de start van de uitvoeringsfase zullen sluiten, zal de juridische basis van elke samenwerkingsprestatie vormen. Die Overeenkomst zal naargelang de gekozen samenwerkingswijze inzonderheid de volgende elementen bevatten :
— de doelstellingen;
— de mechanismen en termijnen voor de uitvoering;
— indien toepasselijk, de regels voor de verwerving en de overdracht van uitrusting;
— eventueel de regels voor de aanwending en de overdracht van fondsen;
— de rechten, de verantwoordelijkheden en de verplichtingen van alle betrokken Partijen;
— de modaliteiten voor het opstellen van verslagen, de opvolging en de controle;
de kenmerken en referentietermen van de lokale overlegstructuur voor die bepaalde samenwerkingsprestatie
Artikel 6
Uitvoeringsorganen
1. Het ministerie van Economische Ontwikkeling en samenwerking voor Ethiopië, en voor België het Directoraat-generaal voor de Internationale samenwerking, zijn de hoogste overheden om te besluiten welke projecten gefinancierd worden en om besprekingen te ondernemen op basis van deze Algemene Overeenkomst.
2. Voor de algemene uitvoering van de onderhavige Overeenkomst wordt de Partij België vertegenwoordigd door de Ambassade van België in Addis Ababa. Binnen deze Ambassade wordt de Attaché voor Internationale Samenwerking in het bijzonder belast met de kwesties over de ontwikkelingssamenwerking.
3. In principe zal de Partij België de uitvoering van haar verplichtingen in de formulerings- en de uitvoeringsfase, bedoeld in artikel 5, exclusief toevertrouwen aan de « Belgische Technische Coöperatie » (BTC), een naamloze vennootschap van Belgisch publiek recht met een sociaal oogmerk. De Partij België zal met de BTC overeenkomsten afsluiten waarin de BTC zich ertoe verbindt om de in artikel 5 § 4 bedoelde bijzondere akkoorden na te leven.
4. Als de aard van de samenwerkingsprestaties het vereist, kan de uitvoering ervan door de minister die voor samenwerking bevoegd is of door de BTC aan gespecialiseerde instellingen worden toevertrouwd.
5. In bepaalde gevallen en mits kennisgeving van de Attaché voor Internationale Samenwerking aan Ethiopië, zal men de BTC met de identificatie van een samenwerkingsprestatie kunnen belasten.
Artikel 7
Vestiging van een kantoor
De Partijen komen overeen dat het kantoor van de Belgische Technische Coöperatie (BTC) gevestigd wordt te Addis Ababa. De Partijen komen verder overeen dat de vestiging in Ethiopië zal bevestigd worden in een uitwisseling van brieven tussen beide Partijen.
Artikel 8
Financiele steun
1. België zal fondsen toewijzen voor projecten in Ethiopië in overeenstemming met deze Overeenkomst. Elk van deze fondsen zal vrij zijn van taksen, accijnzen, inhoudingen of kosten, andere dan normale bankkosten.
2. Bankrekeningen geopend in Ethiopië voor zulke bronnen zullen uitsluitend gebruikt worden voor samenwerkingstoepassingen zoals overeen-gekomen. Indien een saldo op deze rekeningen naar België gerepatrieerd moet worden, zullen deze rekeningen vrij transfereerbaar en omzetbaar naar een omzetbare munt zijn.
3. Alle uitrusting lokaal aangekocht of ingevoerd in het kader van deze Overeenkomst of onder een Bijzondere Overeenkomst die hieruit voortvloeit, zal vrij zijn van alle taksen of accijnzen, of ten laste zijn van de Ethiopische begunstigden.
Artikel 9
Voorrechten
1. De salarissen en emolumenten uitgekeerd aan niet-Ethiopische experten voor de uitvoering van de onderhavige Overeenkomst of van een Bijzondere Overeenkomst hieruit voortvloeiende, zal vrijgesteld worden van elke inkomstenbelasting of welke belasting ook op het grondgebied van Ethiopië. Zonodig zal hij echter wel aan de sociale zekerheid onderworpen zijn overeenkomstig de wetgeving van België of van Ethiopië. Hij zal meer bepaald het recht hebben om binnen de zes maanden na zijn eerste aankomst in Ethiopië met vrijstelling van rechten, een voertuig, meubelen en artikelen voor zijn persoonlijk gebruik en voor de bij hem inwonende familieleden te kopen of in te voeren. Persoonlijke goederen, inbegrepen een motorvoertuig, mogen vrij van exporttaksen en accijnzen en andere lasten heruitgevoerd worden, of zullen onderworpen worden aan algemene douaneformaliteiten indien lokaal overgedragen aan personen niet onder gelijkaardige uitzonderingen vallende.
2. De onroerende goederen van de BTC alsook de uitrustingen, meubelen of motorvoertuigen voor gebruik door het kantoor die in het kader van de onderhavige Overeenkomst of van een daaruit voortvloeiende Bijzondere Overeenkomst ingevoerd of plaatselijk aangekocht worden, zullen van alle belastingen of taksen vrijgesteld worden.
3. De Ethiopische Partij verbindt zich tegenover het geëxpatrieerde personeel tot :
— Vergemakkelijken van de uitgifte van in- en uitgangsvisa, identiteitskaarten voor het personeel en zijn familie, evenals voor de reis- en werkvergun-ningen (alleen voor de expert), en dit gratis;
— Toestemming geven tot het openen van een niet-resident transferabele Birr rekening;
— Voorzieningen treffen voor de registratie van voertuigen ingevoerd in Ethiopië voor het persoonlijk gebruik van de expert en zijn familie, de uitgifte van een nationaal rijbewijs voor hen en uitgifte van immatriculatieplaten voor de voertuigen in overeenstemming met de geldende regelingen in Ethiopië voor projecten uitgevoerd onder technische assistentie programma's;
— Kennisgeving van de Belgische regering in geval van arrestatie of opsluiting of criminele vervolging tegen de expert of zijn/haar familie;
— Vergemakkelijken van repatriëring van de expert of zijn familie zonder tijdverlies, vooral in omstandigheden van nationale of internationale crisis, of niet te voorziene of onoverkomelijke omstandigheden.
Artikel 10
Controle en evaluatie
De Partijen zullen alle nodige administratieve en budgettaire maatregelen treffen om de doelstellingen van de Bijzondere Overeenkomsten die uit de onderhavige Algemene Overeenkomst voortvloeien, te bereiken.
Daartoe zullen de Partijen, samen of apart, zowel intern als extern de controles, audits en evaluaties uitvoeren die ze nodig achten. Elk van de Partijen zal de Andere echter wel op de hoogte brengen van de controles, audits en evaluaties die ze apart zou willen voeren.
Artikel 11
Wijzigingen
Dit akkoord kan op elk ogenblik gewijzigd worden door een gezamenlijke schriftelijke goedkeuring tussen de Partijen.
Artikel 12
Geschillen
De geschillen die ontstaan uit de interpretatie of toepassing van deze Algemene Overeenkomst en uit haar uitvoeringsmaatregelen zullen via ad hoc overleg, binnen het raam van de Gemengde Commissie, of door vriendschappelijke onderhandelingen, via diplomatieke kanalen worden opgelost om tot een succesvolle uitvoering van deze Overeenkomst te komen. De geschillen waarvoor de Partijen niet tot een oplossing komen zullen op die manier, met een derde partij, aan een laatste en bindende arbitrage in overeenstemming met de door het Permanent Hof voor Arbitrage in Geschillen tussen twee Staten voorziene procedures worden onderworpen.
Artikel 13
Inwerkingtreding — duur — opzegging
1. De onderhavige Overeenkomst zal voorlopig in werking treden op de datum van ondertekening en definitief op de dag waarop de grondwettelijke formaliteiten van de Partijen voltooid zijn.
2. De onderhavige Overeenkomst wordt voor een onbepaalde duur afgesloten.
3. Elk van de beide Partijen kan deze Algemene Overeenkomst op elk moment per schriftelijke kennisgeving aan de Andere opzeggen; de opzegging gaat zes maanden later in. De opzegging leidt niet tot de opzegging van de Bijzondere Overeenkomsten of van de andere door deze Algemene Overeenkomst beheerste bilaterale akten. Daarvoor zal een specifieke opzegging moeten worden gegeven.
Artikel 14
Kennisgevingen
Elke kennisgeving met betrekking tot deze Algemene Overeenkomst en de Bijzondere Overeenkomsten die eruit volgen, zal — behoudens bijzondere bepaling — worden meegedeeld op de onderstaande adressen. Elke wijziging daaromtrent zal langs diplomatieke weg worden meegedeeld.
— Voor Ethiopië : Ministerie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking
P.O. Box 1037
Addis Ababa — Ethiopië
— Voor België : Belgische Ambassade
P.O. Box 1239
Addis Ababa — Ethiopië
TEN BLIJKE WAARVAN de beide Partijen de onderhavige Algemene Overeenkomst hebben getekend en gezegeld, in twee originele exemplaren, elke in het Engels, waarbij beide versies evenwaardig zijn.
GEDAAN te Addis Ababa op 9 april 2001.
Voorontwerp van wet houdende instemming met de Algemene Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking, ondertekend te Addis Ababa op 9 april 2001.
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Algemene Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking, ondertekend te Addis Ababa op 9 april 2001, zal volkomen gevolg hebben.
38.744/2/V
De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, tweede vakantiekamer, op 8 juli 2005 door de Minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de Algemene Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking, ondertekend te Addis Ababa op 9 april 2001 », heeft op 28 juli 2005 het volgende advies gegeven :
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Bevoegdheid van de federale overheid
Artikel 6ter, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen schrijft voor :
« Onderdelen van de ontwikkelingssamenwerking worden vanaf 1 januari 2004 overgeheveld in zoverre ze betrekking hebben op de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden. »,
maar zoals de Raad van State heeft opgemerkt in zijn advies 35.915/VR, dat op 23 oktober 2003 is verstrekt, volgt uit het tweede lid van de voornoemde bepaling, alsmede uit de parlementaire voorbereiding ervan dat ze slechts een beginselverklaring inhoudt zodat de federale overheid, bij gebrek aan een bijzondere wet die de bevoegdheidsoverdracht nader concretiseert, haar huidige bevoegdheid terzake ook na 1 januari 2004 behoudt (1) .
Bijgevolg komt de exclusieve bevoegdheid om het thans onderzochte verdrag te sluiten nog steeds toe aan de Koning en aan de federale wetgevende vergaderingen (Grondwet, artikel 167, § 2).
Voorafgaande instemming met de specifieke akkoorden bepaald in de Algemene Overeenkomst
1. Artikel 5, § 4, van de Algemene Overeenkomst luidt als volgt :
« Een specifieke Overeenkomst die de beide Partijen vóór de start van de uitvoeringsfase zullen sluiten, zal de juridische basis van elke samenwerkingsprestatie vormen.
Die Overeenkomst zal naargelang de gekozen samenwerkingswijze inzonderheid de volgende elementen bevatten :
— de doelstellingen;
— de mechanismen en termijnen voor de uitvoering;
— indien toepasselijk de regels voor de aanwending en de overdracht van fondsen;
— eventueel de regels voor de verwerving en de overdracht van uitrustingen;
— de rechten, de verantwoordelijkheden en de verplichtingen van alle actoren;
— de modaliteiten voor het opstellen van de opvolgings- en controleverslagen;
— de kenmerken en referentietermen van de lokale gemengde overlegstructuur voor die bepaalde samenwerkingsprestatie. »
In de memorie van toelichting gevoegd bij de aan de Raad van State gerichte adviesaanvraag staat te lezen :
« Om redenen van doeltreffendheid, geloofwaardigheid en juridische zekerheid is het nuttig, zoals gebeurd is bij de goedkeuring van het « Memorandum of Understanding » met Zuid-Afrika, in artikel 3 van het ontwerp van wet te stellen dat de getekende Bijzondere Overeenkomsten
— na hun ondertekening aan het Parlement zullen medegedeeld worden;
— volkomen gevolg zullen hebben op de datum die zij zullen bepalen.
Zij zullen dus geen afzonderlijk voorwerp uitmaken van een parlementaire goedkeuring. Aangezien het Parlement zal ingelicht zijn zal het zijn bevoegdheden kunnen laten gelden.
Het afsluiten van die Bijzondere Overeenkomsten is toevertrouwd aan de minister die de Internationale Samenwerking onder zijn bevoegdheid heeft. »
Het aan de Raad van State voorgelegde voorontwerp van wet bevat geen artikel 3 dat, zoals hierboven is aangegeven, volgens de stellers van het voorontwerp zou zijn ingegeven door het precedent dat bepaaldelijk wordt gevormd door de wet van 11 april 1999 houdende instemming met het Memorandum van Overeenkomst over de ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika, ondertekend te Brussel op 16 maart 1995, waarvan artikel 3 als volgt luidt :
« De bijzondere vergelijken gesloten op basis van artikel 6 van dit Memorandum zullen de uitvoeringsmodaliteiten bepalen van de interventies voorzien door zijn artikel 3, en dit binnen de budgettaire beperkingen bepaald door zijn artikel 7.
Deze bijzondere vergelijken zullen gesloten worden door de minister die de Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheden heeft; zij zullen medegedeeld worden aan het Parlement meteen na hun ondertekening en zij zullen volkomen gevolg hebben op de datum die zij zullen bepalen. »
2. Er kan worden aanvaard dat de wetgevende kamers onder sommige voorwaarden voorafgaandelijk instemmen met een verdrag; wil een zodanige voorafgaande instemming bestaanbaar zijn met artikel 167, § 2, van de Grondwet, dan moeten de wetgevende kamers nochtans de grenzen kennen waarbinnen die instemming wordt verleend (2) .
In het onderhavige geval is de strekking van de specifieke overeenkomsten voldoende afgebakend in de Algemene Overeenkomst.
Teneinde de vergaderingen in staat te stellen een standpunt in te nemen ter zake van de inhoud van de specifieke overeenkomsten, moet evenwel een tekst analoog met die van artikel 3, tweede lid, van de voornoemde wet van 11 april 1999 worden ingevoegd in het dispositief van het voorontwerp van wet (3) , wat overigens conform het voornemen geuit in de memorie van toelichting zou zijn.
De tekst moet dienovereenkomstig worden aangevuld.
3. Artikel 190 van de Grondwet bepaalt dat alleen de wetgever bevoegd is om de vorm te bepalen waarin wetten en verordeningen moeten worden bekendgemaakt willen ze verbindend zijn. Volgens het Hof van Cassatie is die grondwetsbepaling naar analogie toepasselijk op internationale akten. Het Hof heeft immers beschikt dat bepaalde verdragen niet aan particulieren konden worden tegengeworpen zolang ze niet integraal in het Belgisch Staatsblad waren bekendgemaakt.
De voorafgaande instemming met specifieke overeenkomsten die zou voortvloeien uit de ontworpen wet levert geen afwijking op van de verplichting die volgt uit artikel 190 van de Grondwet en uit artikel 8 van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, te weten dat die specifieke overeenkomsten in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt willen ze aan particulieren kunnen worden tegengeworpen (4) .
Slotopmerkingen
1. In het opschrift en in artikel 2 schrijve men overeenkomstig de in het verdrag gebruikte terminologie « gedaan te ... » in plaats van « ondertekend te ... ».
2. Het goed te keuren verdrag is naar luid van het opschrift ervan een Algemene Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Federale Democratische Republiek Ethiopië over bilaterale ontwikkelingssamenwerking.
Ofschoon in het opschrift en in artikel 2 van het voorontwerp het opschrift van de Overeenkomst letterlijk moet worden overgenomen, wordt nogmaals erop gewezen dat verdragen weliswaar worden gesloten door de bevoegde regeringen, maar dat zij dat doen namens de rechtspersonen waarvan zij de uitvoerende macht zijn of voor wie zij optreden. De verdragsluitende partijen zijn hier dan ook het Koninkrijk België en de Federale Democratische Republiek Ethiopië.
De kamer was samengesteld uit
De heer Y. KREINS, kamervoorzitter,
De heer P. LIÉNARDY en mevrouw M. BAGUET, staatsraden,
Mevrouw A.-C. VAN GEERSDAELE, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer J. REGNIER, eerste auditeur-afdelingshoofd.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. JAUMOTTE, staatsraad.
| De griffier, | De voorzitter, |
| A.-C. VAN GEERSDAELE. | Y. KREINS. |
(1) Advies 35.915/VR, op 23 oktober 2003 verstrekt over het voorontwerp van decreet « inzake ontwikkelingseducatie » (Vl. parl., zitting 2003-2004, nr. 2044/1, blz. 33 tot 41).
(2) Zie inzonderheid advies 26.355/9, op 2 juli 1997 verstrekt over het voorontwerp dat de wet van 11 april 1999 is geworden, alsmede de geciteerde jurisprudentie (Stuk Senaat, zitting 1998-1999, 1-1168/1, blz. 13-14); advies 37.900/VR, op 25 januari 2005 verstrekt over een voorontwerp van wet houdende instemming met de wijzigingen aan de Overeenkomst inzake de Internationale Organisatie voor Satellietcommunicatie « INTELSAT », aangenomen te Washington op 17 november 2000 (Stuk Senaat, zitting 2004-2005, 3-1259/1, blz. 23-35); advies 37 954-37 970-37 977-37.978/AV,op 15 februari 2005 verstrekt over een voorontwerp van decreet « houdende instemming met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en de Slotakte, ondertekend in Rome op 29 oktober 2004 » (37.954/AV); een voorontwerp van ordonnantie « houdende instemming met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, en met de Slotakte, gedaan te Rome op 29 oktober 2004 » (37.970/AV); een voorontwerp van ordonnantie « houdende instemming met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, en met de Slotakte, gedaan te Rome op 29 oktober 2004 » (37.977/AV); een voorontwerp van wet « houdende instemming met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, en met de Slotakte, gedaan te Rome op 29 oktober 2004 » (37.978/AV) (Stuk Senaat, zitting 2004-2005, 3-1091/1, blz. 526-546).
(3) Dit was reeds de teneur van het voornoemde advies 26.355/9 en van tal van latere adviezen (zie bijvoorbeeld het voornoemde advies 37.900/VR).
(4) Zie in die zin bijvoorbeeld het voornoemde advies 37.900/VR en de geciteerde jurisprudentie.