3-130

3-130

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 20 OCTOBRE 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Proposition de modification de l'article 84 du règlement du Sénat (de M. Paul Wille et consorts ; Doc. 3-1393)

Discussion générale

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD), rapporteur. - Dit voorstel tot wijziging van het reglement van de Senaat betreft de samenstelling van de commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten, hierna gemakshalve de begeleidingscommissie genoemd. Deze commissie wordt ingesteld door artikel 86bis van het reglement van de Senaat.

De regels betreffende de samenstelling ervan wijken op verschillende punten af van de regels die gelden voor de gewone vaste commissies. Ze bestaat uit 5 leden, onder wie de voorzitter van de Senaat; de regel van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties geldt niet; op de voorzitter na worden de leden door de Senaat benoemd bij stemming op een lijst en leden worden in principe benoemd voor de hele duur van de zittingsperiode.

De regel van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties geldt dus niet voor de begeleidingscommissie. Toch is het duidelijk dat de Senaat bij een stemming op een lijst niet alleen rekening houdt met de persoon van de kandidaten, maar ook met de evenwichten binnen de lijst en binnen het betrokken orgaan, waaronder de politieke evenwichten. Wanneer die evenwichten in de loop van de zittingsperiode worden verstoord, moet de Senaat kunnen optreden. Met de huidige tekst van het reglement is dat niet mogelijk. Vandaar voorliggend voorstel.

Een van de leden van het bureau merkte op dat het probleem niet gerezen zou zijn als indertijd voor de begeleidingscommissie niet willens en wetens was afgeweken van de gewone regeling van de evenredige samenstelling van de commissies. We dragen nu de gevolgen van de keuze. Het probleem moet volgens het betrokken lid dan ook worden opgelost door de samenstelling van de begeleidingscommissie voortaan op dezelfde wijze te regelen als die van de vaste commissies, met inbegrip van de evenredige vertegenwoordiging van de fracties.

De heren Van Hauthem en Ceder dienden daarop een amendement met die strekking in. Het werd verworpen met 9 tegen 2 stemmen.

De meerderheid van het bureau is voorstander van het behoud van de bestaande regeling voor de samenstelling van de betrokken begeleidingscommissie, zoals die nu vervat is in artikel 86bis van het reglement. Het bureau wenst ook geen oplossing die zou inhouden dat de voltallige begeleidingscommissie wordt ontbonden en opnieuw benoemd.

Daarom opteert het bureau ervoor artikel 84.4 van het reglement, dat handelt over de wijzigingen in de samenstelling van de fracties, aan te vullen met een bepaling die de gevolgen van een dergelijke wijziging regelt wanneer ze betrekking hebben op een lid van de commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten. De betrokken senator verliest zijn hoedanigheid van lid van de begeleidingscommissie.

Dat is de strekking van het voorstel, dat door het bureau met 9 tegen 2 stemmen werd aangenomen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik dank mevrouw Leduc voor het verslag dat correct de bespreking weergeeft. Ons standpunt over deze reglementswijziging is dat ze er gekomen is omdat één fractie een probleem heeft met één senator.

De heer Coveliers is lid van de parlementaire begeleidingscommissie van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten. Hij behoort niet langer tot de VLD-fractie. Dus gaat de meerderheid het reglement wijzigen. In het bureau, dat zetelt als commissie voor het reglement, heb ik al gezegd dat de Senaat door zijn eigen luizen gebeten wordt.

Toen men immers in 1999 - Armand De Decker was toen voorzitter van deze assemblee - de samenstelling van de begeleidingscommissie geregeld heeft, is men zeer bewust afgestapt van het principe van de evenredige vertegenwoordiging om onze fractie uit de begeleidingscommissie te houden. Het ging immers over de begeleidingscommissie van het comité dat toezicht moet houden op de veiligheids- en inlichtingendiensten. Men wilde daar geen pottenkijkers van wat intussen de grootste partij van het land is. Men vreesde ook dat wij lekken zouden organiseren. Welnu, wij zitten niet in die begeleidingscommissie en er wordt gelekt. Het is aan de Senaat en zijn voorzitter om uit te maken van waar die lekken komen.

Het gaat hier dus in essentie over de wijze waarop die begeleidingscommissie wordt samengesteld. Ze is niet volgens de regels van de proportionaliteit samengesteld, maar wel volgens de verkiezing op een lijst, waar naast de Senaatsvoorzitter vier leden worden verkozen. In tegenstelling tot de andere vaste commissies worden de leden van de begeleidingscommissie niet aangewezen door de fracties en zetelen ze dus ook niet namens de fracties, maar namens de plenaire vergadering van de Senaat.

Als men die weg kiest, moet men consequent zijn. Daarom kan er op dit ogenblik naar mijn mening geen sprake van zijn dat het mandaat van een lid - in dit geval van de heer Coveliers, maar morgen misschien van iemand anders - door een reglementswijziging vervalt. Dat is een aberratie.

Dat is ook de strekking van ons amendement. Indien men ervoor geopteerd had om de begeleidingscommissie proportioneel samen te stellen, dan vertegenwoordigde de heer Coveliers inderdaad de VLD in de commissie. Als hij niet meer tot die fractie behoort, komt het die fractie toe iemand anders aan te wijzen. We hebben een logisch amendement ingediend dat de problemen van nu en van de toekomst eventueel kan oplossen.

De memorie van toelichting is een lachertje. `De procedure van stemming op een lijst houdt in dat de Senaat bij de stemming niet alleen rekening houdt met de persoon van de individuele kandidaten, maar ook met de evenwichten binnen de lijst.' Welke evenwichten? Evenwicht is in dit geval de afspraak tussen een aantal fracties om vier bepaalde leden van de Senaat te benoemen. Dat noem ik geen evenwicht, dit is een bekentenis van formaat: niet de Senaat wijst aan, maar wel de partijen.

Alleen wil men hieruit niet de consequenties trekken.

Het reglement zegt overigens heel duidelijk dat bij elke vernieuwing van de Senaat de begeleidingscommissie opnieuw moet worden samengesteld. Na de verkiezingen van 2003 is dat niet gebeurd. De Senaat heeft toen wel de andere vaste commissies opnieuw samengesteld. In haar huidige vorm is de begeleidingscommissie bijgevolg niet reglementair samengesteld.

Vorige week werd in het bureau gezegd dat, aangezien de heer Coveliers geen deel meer uitmaakt van de fractie, ook zijn mandaat in de begeleidingscommissie vervalt. Nochtans bestaat er geen verband tussen het lidmaatschap van een fractie en het lidmaatschap van de begeleidingscommissie. Ik heb toen gevraagd of de heer Coveliers volgende week, wanneer wellicht in een geheime stemming een nieuw lid voor de begeleidingscommissie wordt gekozen, kandidaat kan zijn. Men heeft toen bevestigd dat theoretisch de heer Coveliers zich zeker kandidaat kan stellen. Wat echter als hij de meerderheid van de stemmen behaalt? Deze reglementswijziging luidt als volgt: `Wanneer de samenstelling van de fracties een wijziging ondergaat die betrekking heeft op een lid van de in artikel 86bis bedoelde vaste commissie, dan verliest dat lid zijn hoedanigheid van lid van die commissie.' De heer Coveliers kan zich dus kandidaat stellen. Als hij echter verkozen wordt, kan hij niet zetelen.

Ik spreek me niet uit over het feit dat een fractie een oplossing zoekt voor een probleem met een ex-lid. Wat men nu echter doet, is de kwadratuur van de cirkel. Als de begeleidingscommissie evenredig was samengesteld, had men kunnen vaststellen dat de heer Coveliers geen deel meer uitmaakte van de VLD-fractie en had de fractie een ander lid kunnen aanstellen.

We zullen deze reglementswijziging niet goedkeuren. We vinden het bijzonder gevaarlijk dat het reglement van een parlementaire assemblee ad hominem wordt aangepast. Dat is een aanfluiting van de democratie.

De heer Hugo Coveliers (Onafhankelijke). - Al bij al heeft het nog lang geduurd. Op 8 februari werd ik uit de VLD gezet na een procedure die de toetsing met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in de verste verte niet kan doorstaan. Toch heeft men nog 8 maanden nodig gehad om een documentje op te stellen dat zo lachwekkend is dat ik het binnenkort zal publiceren.

Na de verkiezingen van 2003 heeft de Senaat nominatim de leden van de Commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aangewezen. Het was me toen opgevallen dat de vier kandidaten op de lijst een verschillend aantal stemmen kregen. Er werd dus per individuele persoon gestemd en niet voor de lijst. Met het voorbeeld van ex-collega Ward Beysen voor ogen had ik me wel aan dergelijke pesterijen verwacht.

Ik vind wel dat dergelijke pesterijen moeten worden gemotiveerd. In de tekst staat inderdaad dat bij de samenstelling van een lijst rekening wordt gehouden met de persoon van de individuele kandidaten, evenals met de evenwichten binnen de lijst. Ik vraag me af welke evenwichten hier worden bedoeld. Van een genderevenwicht is er bijvoorbeeld in de commissie geen sprake. Hoe is het in een moderne democratie mogelijk dat een commissielid, die trouwens met het grootste aantal stemmen is verkozen, uit de commissie wordt gezet op basis van een motivering die niemand verder kan of wil toelichten? Er wordt enkel verwezen naar het zogenaamde evenwicht.

Mocht mij worden gezegd dat ik de vergaderingen nooit heb bijgewoond en dat mijn opvolger, de heer Wille, minder op reis zal gaan en de vergaderingen altijd zal bijwonen, dan zou ik mij daarbij kunnen neerleggen. Mocht mij worden verweten dat ik op de vergaderingen weliswaar aanwezig was, maar er niets heb gezegd, dan zou ik dat ook nog aanvaarden. Wie een vergadering bijwoont, moet immers zijn mond opendoen. Mochten mijn vroegere fractiecollega's mij voor de voeten hebben geworpen dat ik de liberale standpunten onvoldoende heb verdedigd, dan zou ik dat aanvaarden, al kunnen dan wel alle liberale ministers uit de partij worden gezet. Ik heb me in de commissie echter verzet tegen een heersende trend inzake de inlichtingendiensten en het probleem van de privatisering van die diensten. Dergelijke argumenten heb ik echter niet gehoord. Er wordt enkel verwezen naar `de lijst' en `de evenwichten'. Ik weet alleen niet welk evenwicht.

Ik kan het recent verschenen boek `de anatomie van het fascisme' aanraden. Hierin staat dat Hitler en Mussolini eerst socialist waren vooraleer ze zich tot het fascisme bekeerden. Bovendien schrijft de auteur dat het wijzigen van de spelregels in de loop van de procedure zonder hiervoor een motivering te geven eigenlijk een kenmerk van het fascisme is. Zo telde Hitler de stemmen van de communisten niet mee om zodoende aan een tweederde meerderheid te raken.

Ten slotte verbaast het me dat mevrouw de Bethune en de heer Brotcorne dit voorstel mee hebben ondertekend. Ze moeten maar eens nagaan hoe de betrokken commissie is samengesteld en wat de overtuiging van de vijf senatoren en de drie leden van de commissie is. Ze moeten zich maar eens afvragen hoe het komt dat een bepaalde filosofische overtuiging zo veel belangstelling heeft voor de inlichtingendiensten. Mochten ze hierover diep hebben nagedacht, dan hadden ze de achterliggende gedachte bij dat manoeuvre wellicht wel begrepen.

Mijn interesse voor de inlichtingendiensten zal blijven bestaan. Alleen zal ik mijn informatie voortaan met veel meer mensen kunnen delen. Tot op heden heb ik immers de stelregel gehandhaafd geen informatie daaromtrent bekend te maken, ook niet over wat ik buiten die commissie om vernam.

Het ontgoochelt me dat men deze beslissing niet beter heeft kunnen motiveren en niet meer de schijn van enige democratische inslag heeft kunnen wekken. Blijkbaar is zelfs dat te veel gevraagd.

(Applaudissements sur les bancs du Vlaams Belang)

-La discussion générale est close.