(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
In het overzicht van de Vlaamse speerpunttechnologie staat biotechnologie al geruime tijd op een prominente plaats. Biotechnologie gebruikt kennis uit de genetica, moleculaire biologie, biochemie en informatica om doelgericht de eigenschappen van organismen te wijzigen. Het is een hoogtechnologische activiteit met een enorm potentieel.
De eerste vruchten zijn reeds zichtbaar in de diagnostische sector en de therapeutica.
De technologie vindt tevens toepassing in de aanmaak van industriële enzymen, plantverdeling, de kweek van ziekteresistente planten en bioremediatie (biologische afbraak, of het gebruik van genetisch gemanipuleerde stammen om bijvoorbeeld water of grond te zuiveren van zware metalen of olie). Het wordt door velen beschouwd als de technologie van de 21e eeuw. Je kan haast geen activiteit opnoemen of de biotechnologie kan toepassingen aanbieden. In waspoeders zitten bijvoorbeeld enzymen die worden gemaakt met behulp van genetisch gemanipuleerde stammen, die de productie hebben opgedreven. Het vaccin voor hepatitis B wordt gemaakt door een genetisch gemanipuleerde stam, een gistcel. Ook humane insuline voor diabetespatiënten, wordt voornamelijk gemaakt door een gistcel. De medicijnen tegen psoriasis en Crohn's ziekte vloeien eveneens voort uit deze technologie.
België heeft op dit vlak een hoog aantal patenten.
De onderzoekers worden echter geconfronteerd met belangrijke wettelijke beperkingen en dit zowel op het Vlaamse als op het federale niveau.
Het probleem is dat de regelgeving verspreid is over verschillende beleidsniveaus en verschillende ministeries (regelgeving onderzoek in laboratoria, regelgeving rond leefmilieu en veldproeven, etc.). Er is te weinig lijn te vinden in de wetgeving terzake. Soms worden stimulansen van het ene ministerie tenietgedaan door beperkingen van een ander. Het is vooral van belang dat de Europese richtlijnen zo letterlijk mogelijk worden overgenomen en dat er niet aan « goldplating » wordt gedaan. Zo wordt er soms druk uitgeoefend om naar aanleiding van de omzetting van deze Europese richtlijnen extra beperkingen in te lassen. Dergelijke kleine wijzigingen maken de regelgeving soms zeer complex.
De wetgeving moet ondersteunen en mag niet negatief werken. Een concreet voorbeeld van overregulering is de recente wetgeving van de Europese Unie (EU) over genetisch gewijzigde voeding en de strenge eisen voor traceerbaarheid en etikettering.
De regelgeving behoeft een evaluatie in samenspraak met de betrokken sector en dit zowel voor de bestaande regels als voor de ontwerpen van wetgeving en de ontwerpen van richtlijnen. De samenwerking moet proactief zijn.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. In hoeverre is er overleg tussen de federale overheid en de sector van de biotechnologie inzake de regelgeving betreffende het biotechnologisch onderzoek ?
Geschiedt dit overleg op systematische wijze en zo ja, kan de geachte minister aangeven hoe dit overleg verloopt ? Acht hij het wenselijk om dit overleg op te voeren ?
2. In hoeverre anticipeert de geachte minister op biotechnologische ontwikkelingen ?
3. Kan hij aangeven welke regelgeving inzake biotechnologische ontwikkelingen op til staat en wanneer er hieromtrent overleg is voorzien met de betrokken sector ?