(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Luidens een mededeling van het Nationaal Instituut voor de statistiek (NIS) kunnen sommige statistieken niet meer op tijd worden gepubliceerd wegens een gebrek aan middelen. Aldus dateren de jongste cijfers van sommige economische indicatoren van juli vorig jaar.
Zo worden al maanden geen cijfers meer gepubliceerd die zijn gebaseerd op de BTW-aangiften.
De laatste cijfers over de omzet en de investeringen dateren van juli vorig jaar. Een woordvoerder van de FOD Economie gaf te kennen dat het om een technisch probleem gaat, maar dat er gezien de huidige personeelsbezetting bij het NIS niet onmiddellijk een oplossing in zicht is.
De heer Jacques de Pover, econoom bij Dexia Bank, stelt dat het ontbreken van sommige statistieken de evaluatie van de conjunctuur bemoeilijkt en prognoses onmogelijk maakt. Hij publiceert daarom groeivooruitzichten voor België in een vork.
Ook economen van andere banken gaven aan dat zij liever zouden werken met up-to-date statistieken. Zij moeten zich nu noodzakelijkerwijs baseren op betrouwbare indicatoren, zoals de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank.
Om een goed beleid te voeren is het cruciaal dat men beschikt over alle indicatoren. Alleen op een goede basis bouwt men een stevig huis.
Ik ben mij ervan bewust dat het NIS er veel nieuwe taken bij heeft gekregen sinds 2000, onder meer wat statistieken voor Europa en de landbouwstatistieken betreft. De personeelsbezetting is eveneens sinds 2000 afgenomen met 120 voltijdse equivalenten. Er werken heden nog 600 mensen bij het NIS.
Ik meen dan ook dat er een bijkomende inspanning moet worden gedaan om de statistieken en indicatoren tijdig te publiceren. Ik heb het dan in eerste instantie niet zozeer over de uitbreiding van de personeelsformatie, doch veeleer over een verdere investering in de vernieuwing van de hardware en de informatica.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Kan de geachte minister een uitvoerig overzicht geven van alle statistieken die niet tijdig zijn gepubliceerd door het NIS ?
2. Tegen wanneer zal de achterstand inzake de publicatie van de statistieken en de indicatoren van het NIS is weggewerkt ?
3. Welke zijn de oorzaken zijn van de aangehaalde achterstand in de publicatie van diverse indicatoren en statistieken ? Welke concrete maatregelen zal de geachte minister nemen onder meer op het vlak van bijkomende investeringen ?
4. Moet het takenpakket van het NIS niet moet worden bijgesteld, daar sommige van deze indicatoren naar verluidt niet meer relevant zijn ? Zo ja, om welke statistieken en indicatoren gaat het ? Zo neen, kan de geachte minister dit uitvoerig toelichten ?
Antwoord : In antwoord op de vraag van het geachte lid betreffende « laattijdige publicatie » bij de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie, zou ik graag enkele nuances willen aanbrengen.
De aangehaalde problematiek en waarmee sommige kranten werd gehaald, vloeit voort uit een situatie die bekend is en waaraan gewerkt wordt. De discussie verengen tot een louter budgettair aspect, is een stap te ver, want er is niet één reden, maar een aantal redenen die complex op elkaar inwerken.
Eerst en vooral is er geen echte achterstand, maar lopen een aantal publicaties vertraging op door keuzes die moeten gemaakt worden. Het heeft veel te maken met het leggen van prioriteiten in de werking aan de hand van de bestaande menselijke en financiële middelen en erfenissen uit het verleden.
Één van de voornaamste oorzaken is dat er een structureel probleem ontstaan is bij het personeelsbestand van de algemene directie Statistiek en Economische Informatie en deze is nauw verbonden met de geschiedenis van het Nationaal Instituut voor de statistiek.
En, waar in het verleden de nadruk lag op manueel, repetitief werk (ponsen, ...), met uiteraard een aanwervingpolitiek naar die noden, verschoof het echte statistiekwerk meer en meer naar een hoger wetenschappelijk niveau, met behoeften aan hoger gekwalificeerd personeel.
De kloof tussen wat nodig is en wat voorhanden is, is groot. Het is in de optiek van upgraden van de functies en het aanpassen van de personeelsplannen, dat er budgettaire ruimte vrij zal moeten komen om de kloof te dichten.
Tevens wordt er, zoals het geachte lid zelf suggereert, om de statistiekafdeling performant te houden, ook voortdurend geïnvesteerd in technologie en innovatie.
Hier wordt werk gemaakt van de nodige duurzame bijsturing via de nieuwe managementplannen en het lopende verbeteringsproject of BPR (Business Process Re-engineering) van de FOD Economie. Hierbij wordt ook werk gemaakt van een globale statistiekplanning, wat, beter dan nu het geval is, zal toelaten pro-actieve inschattingen te maken over de optimale werkmethodiek en tevens de relevantie van sommige statistieken te achterhalen.
En om volledig te zijn wil ik eraan toevoegen dat ik voor de algemene directie Statistiek en Economische Informatie bijkomende kredieten voorzien in 2006 om een aantal punctuele dossiers aan te pakken.
De budgettaire impact van de aan gang zijnde verbeteringsprojecten (BPR) kan nu nog niet ingeschat worden, maar zal zich vooral situeren, zoals reeds hoger aangehaald, op het vlak van de upgrading van het personeel.
Hierbij wil ik nogmaals met klem onderstrepen dat de aanwezige statistici en hun medewerkers hun taken naar behoren vervullen. Gezien het feit dat 90 % van de statistische verplichtingen zijn opgelegd door de Europese Unie, is er nu met de beperkte menselijke middelen echter nog maar weinig ruimte over voor bijkomende taken.
Ten slotte zou ik nog willen toevoegen dat de algemene directie Statistiek en Economische Informatie, ondanks de geschetste problematiek qua middelen, nog altijd garant staat voor een gedegen wetenschappelijke aanpak. Haar opdracht bestaat er in betrouwbare statistieken te verzamelen, te bewerken en te verspreiden en de privacy en confidentialiteit van haar data te bewaken. En als zij soms vertraging oploopt bij het uitbrengen van de gegevens, ligt het ook aan het feit dat ze enerzijds ertoe gehouden is haar bronnen na te gaan op betrouwbaarheid en anderzijds afhankelijk is aan de input van derden die ook wel eens laattijdig wordt aangeleverd. Want snelle statistieken zijn nodig, maar deze moeten kwaliteitsvol en wetenschappelijk onderbouwd zijn.