(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
In 1986 werd een verlaagd BTW-tarief voor de renovatie van privé-woningen ingevoerd. Oorspronkelijk moest een woning 20 jaar oud zijn om in aanmerking te komen; eind 1996 werd die termijn verlaagd tot 15 jaar.
Deze regeling werd verder uitgebreid in 2000. Sinds 1 januari 2000 moeten woningen in België slechts 5 jaar oud zijn om in aanmerking te komen voor het verlaagde BTW-tarief van 6 % voor het uitvoeren van herstellings- en renovatiewerken. Zo vulde ons land de door de richtlijn geboden mogelijkheid in om een verlaagde BTW voor arbeidsintensieve diensten toe te passen. Enkel aan de ouderdomsvoorwaarde werd gesleuteld; aan de andere voorwaarden (soorten werken, formaliteiten) werd niets gewijzigd.
Oorspronkelijk werd dit experiment ingevoerd voor een periode van 2 jaar (2000-2002). Er werd evenwel een eerste verlenging toegestaan voor 2003 en een tweede voor de jaren 2004-2005.
Bij niet-verlenging geldt vanaf 1 januari 2006 in principe terug de oude regeling : een BTW-tarief van 6 % voor woningen ouder dan 15 jaar.
Deze maatregel heeft 7 500 extra banen opgeleverd. Ongeveer 4 250 van die nieuwe werknemers worden rechtstreeks in de bouwbedrijven tewerkgesteld, en ongeveer de helft door rechtstreekse en onrechtstreekse leveranciers van de sector : in totaal 6 500 directe en indirecte jobs. Door hun eigen verbruik van goederen en diensten scheppen deze 6 500 werknemers nog 1 000 banen.
In de vijf landen die een verlaagde BTW voor het uitvoeren van renovatiewerken invoerden (België, Frankrijk, Spanje, Italië en Portugal), werden in globo 170 000 nieuwe banen gecreëerd. De BTW-verlaging zorgde voor een extra werkenvolume van 400 miljoen euro in 2004 (900 euro per woning).
Uit deze cijfers blijkt het succes van deze maatregel. Hij stimuleert de vraag en tevens blijkt dat, in tegenstelling tot sommige vooroordelen, er ook aan « jonge woningen » werken worden uitgevoerd.
Ik meen dan ook, samen met de betrokken confederaties, dat het bestaande tarief van 6 % voor renovatie van woningen van 5 tot 15 jaar moet worden verlengd.
Die verlenging staat op de agenda van één van de volgende vergaderingen van de Europese Raad van de ministers van Financiën.
Ik weet dat de geachte minister al meermaals zijn voorkeur heeft uitgesproken voor de verlenging van deze maatregel op Europees vlak.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Kan hij meedelen of hij tegenstand verwacht op het Europese niveau wat betreft het verlenging van het verlaagde BTW-tarief van 6 % voor het uitvoeren van herstellings- en renovatiewerken voor woningen die minimum 5 jaar oud zijn ? Zo ja, kan hij dit toelichten ?
2. Kan hij aangeven in hoeverre hij overleg heeft gehad met de andere landen van de EU waar er een verlaagd tarief geldt, omtrent de verlenging van het verlaagde BTW-tarief voor herstellings- en renovatiewerken ?
3. Kan hij meedelen tegen wanneer er een beslissing zal worden genomen op Europees niveau omtrent de verlenging van het verlaagde BTW-tarief van 6 % voor het uitvoeren van herstellings- en renovatiewerken ?
4. Kan hij bevestigen dat, indien de Europese Unie het eens wordt omtrent de verlenging van het verlaagd BTW-tarief van 6 % voor het uitvoeren van herstellings- en renovatiewerken, de Belgische regering deze maatregel effectief zal verlengen en voor hoelang ?
Antwoord : Het dossier van de BTW-tarieven werd door het Luxemburgse voorzitterschap op de agenda geplaatst van de ECOFIN-Raad van 7 juni 2005.
Bij de bespreking van dit dossier in de raad heb ik nogmaals nadrukkelijk gepleit voor een verruimde toepassing van het verlaagde BTW-tarief in de sector van het werk in onroerende staat, voor de mogelijkheid om een verlaagd BTW-tarief toe te passen op de restaurantdiensten en de voortzetting van de toepassing van het verlaagd BTW-tarief op de arbeidsintensieve diensten (tijdelijk experiment dat in principe — behoudens verlenging — op het einde van dit jaar afloopt).
Niettemin bleek het momenteel nog niet mogelijk om hierover reeds een definitief akkoord te bereiken tussen de ministers van financiën van de onderscheiden lidstaten van de Europese Unie, omdat een beperkt aantal lidstaten zich om principiële redenen nog steeds blijft verzetten tegen de uitbreiding van het toepassingsgebied van de verlaagde BTW-tarieven en het voortzetten van het experiment inzake de arbeidsintensieve diensten.
Nochtans heb ik de indruk dat er in dit dossier onder het toekomstige Britse voorzitterschap van de Europese Unie toch een vorm van consensus tot stand kan worden gebracht. Van mijn kant zal ik in ieder geval alles in het werk stellen om verder te ijveren voor een verruiming van de mogelijkheid om een verlaagd BTW-tarief toe te passen, in de sector van het werk in onroerende staat en de restaurants.