Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-43

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën

Vraag nr. 3-2760 van mevrouw Anseeuw d.d. 26 mei 2005 (N.) :
Nucleair materieel. — Leveringen aan Iran. — Adviezen en besluitvorming. — Exportvergunningen.

Er heerst reeds enige tijd een controverse omtrent de levering van een Belgisch bedrijf van materieel voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) aan Iran. Het gaat in casu om isostatische nucleaire persen.

Naar verluidt heeft de Belgische douane op 22 december 2004 een fax ontvangen met het verzoek om het materieel in beslag te nemen.

Desondanks werden de isostatische nucleaire pers in januari 2005 naar Teheran gestuurd zonder exportvergunning.

Volgens een krantenbericht van 11 mei 2005 hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigd dat ze de Belgische autoriteiten vanaf de zomer van 2004 hebben gewaarschuwd voor een mogelijke export van dit materieel voor dubbel gebruik.

Ook de Belgische Commissie van Advies voor de Niet-verspreiding van Kernwapens (Canvek) werd ter zake op 6 september 2004 gewaarschuwd door iemand van de Belgische Staatsveiligheid. Op 28 september gaf Canvek een negatief advies voor de toekenning van een exportlicentie voor een andere pers met bestemming Iran, afkomstig van dezelfde Belgische firma. Canvek bracht eveneens de douane op de hoogte; het duurde meer dan drie maanden voor de douane die waarschuwing kreeg.

De FOD Financiën stelde onlangs een onderzoek in naar de export van materieel « voor dubbel gebruik » naar Iran.

Graag had ik hieromtrent de volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister :

1. Hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten de Belgische autoriteiten vanaf de zomer van 2004 gewaarschuwd voor de export van dergelijke persen ? Zo ja, welke instanties werden geïnformeerd en op welke datum ?

2. Hoe luidde het advies van de Amerikaanse inlichtingendiensten ?

3. Graag had ik vernomen hoeveel aanvragen voor export van materieel voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) werden ingediend in respectievelijk 2003, 2004 en de eerste drie maanden van dit jaar ?

4. Kan de geachte minister aangeven hoe de besluitvorming verloopt bij het al of niet toekennen van exportlicenties voor burgermaterieel voor dubbel gebruik (burgerlijk en nucleair) ?

5. Hoeveel exportlicenties werden in 2004 toegekend aan Belgische firma's voor de export van isostatische persen of onderdelen ervan naar landen buiten de Europese Unie ? Kan de geachte minister een opsomming geven van de landen naar welke er dergelijke producten werden geëxporteerd ?

6. Kan de geachte minister meedelen welke maatregelen zullen worden getroffen om te voorkomen dat dergelijk materieel voor dubbel gebruik nog zonder exportlicentie kan worden geëxporteerd ?

7. Kan hij een chronologisch overzicht geven van de diverse brieven en mededelingen die omtrent de levering van deze isostatische nucleaire pers aan Iran vanuit diverse overheidsinstanties werden rondgestuurd ? Welke diensten verstuurden informatie of adviezen en wie waren de geadresseerden ?

8. Kan hij aangeven welke de conclusies zijn van het onderzoek naar de export van de persen naar Iran ?

Antwoord : 1. De Nationale Opsporingsdirectie van administratie der Douane en Accijnzen ontving op 28 oktober 2004 informatie die werd verschaft in het kader van de bilaterale samenwerkingsovereenkomst op het vlak van douane USA en België.

2. De informatie die de Nationale Opsporingsdirectie ontving, handelde over een uitvoer die op 28 oktober 2004 moest plaatshebben. Een uitdrukkelijk advies werd niet gegeven. Het is evenwel vanzelfsprekend dat het de bedoeling was dat de uitvoer nauwkeurig zou worden gecontroleerd.

3 tot 5. Deze vragen ressorteren niet onder mijn bevoegdheid.

6. Zie vraag 8.

7. De ambtenaren van de uitvoerkantoren in aanmerking komende voor regelmatige uitvoer van deze goederen, werden tot waakzaamheid aangezet op 28 oktober 2004. Na een voorlopig onderzoek werden op 22 december 2004 alle Belgische douanekantoren aangemaand tot waakzaamheid.

8. Uit het onderzoek van de douane blijkt dat op 28 oktober 2004 geen uitvoer heeft plaats gehad zoals in de info werd gesuggereerd. Een controle a posteriori heeft doen bevinden dat een isostatische pers naar Iran werd uitgevoerd op 3 november 2004 via het douanekantoor Eynatten. De bestemmeling was een Iraanse firma doch niet deze vermeld op de info. Een doorgedreven controle heeft laten vaststellen dat de uitgevoerde pers van het type was waarvoor geen uitvoervergunning vereist is. Ook werd geen enkele aanwijzing gevonden dat de uitvoerder gepoogd heeft om zich te onttrekken aan de reglementering inzake uitvoervergunning voor goederen voor tweeërlei gebruik.