3-1315/1 | 3-1315/1 |
15 JULI 2005
1. Algemene inleiding
De jongste jaren is het bewustzijn over de invloed van snelheid op het aantal en de ernst van de verkeersongevallen sterk toegenomen. Het handhavingsbeleid speelt hierin een grote rol, maar ook de snelheidsbeperkingen. In ons land geldt op de zogenaamde secundaire wegen als algemene regel een snelheidsbeperking van 90 km/u. Maar de nieuwe inzichten inzake verkeersveiligheid hebben ertoe geleid dat op de meeste gewestwegen een snelheidsbeperking van 70 km/u werd ingevoerd, waardoor er talloze bijkomende verbodsborden geplaatst moesten worden. Deze situatie, waarbij de uitzondering feitelijk de regel is geworden, verwekt onduidelijkheid bij de bestuurders en de vele verkeersborden leiden de aandacht van de weggebruikers af.
Het is in deze aangelegenheid aan te bevelen de wet aan de feitelijke situatie aan te passen.
2. Snelheid en ongevallen op secundaire wegen
Een Britse studie uit 1994 toont aan dat een daling van de gemiddelde snelheid met 1 km/u het aantal ongevallen met 3 % vermindert en het aantal ernstig gewonden en doden met 5 %.
Uit een andere Britse studie, uit 2000, blijkt dat een vermindering van de gemiddelde snelheid een groter effect heeft op wegen in de bebouwde kom dan op verbindingswegen.
Een vermindering van de gemiddelde snelheid op de verbindingswegen heeft op haar beurt een groter effect dan een vermindering op snelwegen. Voorts wijst de studie aan dat het risico op een ongeval toeneemt met de snelheidsverschillen tussen de weggebruikers.
Uit de ongevallencijfers van 2001 van het NIS blijkt dat van het totaal van 47 444 letselongevallen op de Belgische wegen er 4 557 gebeurden op de autosnelwegen en verkeerswisselaars, 22 209 op de gewest- en provinciewegen en 20 678 op de gemeentewegen; meer dan 90 % van de letselongevallen gebeuren dus op secundaire wegen. Bij de dodelijke ongevallen zien we ongeveer dezelfde verhouding : 193 dodelijke slachtoffers op de autosnelwegen, 821 op de gewest- en provinciewegen en 472 op de gemeentewegen. Verdere analyse van de cijfers geeft te kennen dat het aantal doden per duizend letselongevallen exponentieel stijgt met de toegelaten maximumsnelheid :
| Snelheidslimiet | Aantal doden per 1 000 ongevallen |
| 70 km/u | 32 |
| 90 km/u | 47 |
| 120 km/u | 59 |
De aangehaalde resultaten van studies en onderzoeken mogen ons doen besluiten dat het ongemeen hoge aantal letselongevallen en dodelijke slachtoffers op de secundaire wegen mede een gevolg zijn van een te hoge toegelaten maximumsnelheid.
3. De noodzaak van een nieuwe aanpak : het principe van 70 km/u op de secundaire wegen
Een snelheidslimiet van 90 km/u op de secundaire wegen zou in België veeleer de uitzondering dan de regel moeten zijn. Argumenten voor die stelling zijn onder andere de zeer grote bevolkingsdichtheid, de densiteit van het wegennet, het typisch Belgische fenomeen van de lintbebouwing langs de verbindingswegen en — last but not least — de snel evoluerende feitelijke toestand, met snelheidsbeperkingen van 70 km/u op het merendeel van de gewestwegen en op vele gemeentewegen. Voor het invoeren van al die beperkingen van 70 km/u zijn massaal veel bijkomende verkeersborden nodig. Dat is duur en bovendien zijn overdadig veel borden niet bevorderlijk voor de veiligheid op de weg.
Een regeling waarbij 70 km/u de norm wordt laat toe dat op wegen waar nog geen aanpassingen gebeurden naar 70 km/u, maar waar wel de vraag of de intentie bestaat, geen borden geplaatst moeten worden.
Op wegen met een geringe bebouwing en een veilige weginfrastructuur kan 90 km/u toegelaten worden, aan te duiden met het bord C43/90 km.
De realiteit van de rem- en stopafstanden is een bijkomend argument voor de invoering van een limiet van 70 km/u als regel. In dichtbebouwde gebieden met veel oversteekbewegingen en andere maneuvers moet men daar extra rekening mee houden.
Met een reactiesnelheid van 1 seconde en op een droog wegdek :
| Snelheid | Reactieafstand | Remafstand | Stopafstand |
| 70 km/u | 19 m | 25 m | 44 m |
| 90 km/u | 25 m | 41 m | 66 m |
Op een nat wegdek is de remafstand de helft langer dan op een droog wegdek.
BIJLAGE
Snelheidslimieten op autosnelwegen en autowegen in 18 Europese landen
| « Gewone » wegen buiten de bebouwde kom | Autosnelwegen en autowegen | |
| Oostenrijk | 100 | 130 |
| België | 90 | 120 |
| Tsjechië | 90 | 130 |
| Denemarken | 80 | 130 |
| Frankrijk | 90 | 110/130 |
| Duitsland | 100 | 130 (*) |
| Griekenland | 90 | 120 |
| Hongarije | 90 | 130 |
| Ierland | 80/100 | 120 |
| Italië | 90 | 130 |
| Nederland | 80/100 | 120 |
| Noorwegen | 80/90 | 100 |
| Polen | 90 | 130 |
| Portugal | 90/100 | 120 |
| Slovakije | 90 | 130 |
| Spanje | 90 | 120 |
| Zweden | 70/90 | 110 |
| Ver. Koninkrijk | 95/110 | 110 |
| (*) Onbeperkt, tenzij anders aangeduid; 130 km/u is de aanbevolen maximumsnelheid. | ||
Zweden is in het bovenstaande lijstje het enige land waar een snelheidslimiet van 70 km/u de regel is op secundaire wegen buiten de bebouwde kom. Zweden is de Europese nummer 1 inzake verkeersveiligheid. Er zijn goede redenen waarom België het voorbeeld van Zweden zou volgen.
| Flor KONINCKX. |
| André VAN NIEUWKERKE. |
De Senaat,
A. gelet op de vaste wil van de regering om, conform de doelstellingen van het zogenaamde Witboek van de Europese Unie, het aantal verkeersslachtoffers tegen 2010 met de helft te verminderen;
B. gelet op de vaststelling dat 90 % van de letselongevallen en van de dodelijke ongevallen in België gebeurt op de zogenaamde secundaire wegen;
C. gelet op het duidelijk aantoonbare en aangetoonde verband tussen een lagere snelheidslimiet en een kleiner aantal dodelijke verkeersslachtoffers;
D. gelet op de evolutie van het beleid inzake snelheidsbeperkingen, waardoor een feitelijke toestand ontstaan is waarbij op de grote meerderheid van de zogenaamde secundaire wegen een limiet van 70 km/u geldt, als gevolg waarvan er massaal bijkomende verkeersborden C43/70 km moesten worden geplaatst,
vraagt de regering een snelheidslimiet van 70 km/u in te stellen als de algemene regel voor de zogenaamde secundaire wegen buiten de bebouwde kom.
30 juni 2005.
| Flor KONINCKX. |
| André VAN NIEUWKERKE. |