3-116

3-116

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 9 JUIN 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Karim Van Overmeire au ministre des Affaires étrangères sur «l'indépendance du Monténégro» (nº 3-868)

Mme la présidente. - Mme Els Van Weert, secrétaire d'État au Développement durable et à l'Économie sociale, adjointe au ministre du Budget et des Entreprises publiques répond au nom de M. Karel De Gucht, ministre des Affaires étrangères.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Er is heel wat te doen rond Kosovo en over het uiteindelijke statuut voor Kosovo. Belgrado aanvaardt meer dan autonomie, maar minder dan onafhankelijkheid. Kosovo zelf wil onafhankelijkheid. Alles wat er rond Kosovo gebeurt, is het gevolg van een bijzonder gewelddadig conflict met interventie van de NAVO, vredesmacht en aanzienlijke verdrijvingen.

Montenegro is een ander verhaal. Het is wat minder in het nieuws, misschien omdat daar de vreedzame weg werd gekozen. Montenegro is de enige van de zes deelrepublieken van het voormalige Joegoslavië die nog altijd in een unie met Servië zit. In Montenegro werd gekozen voor een referendum, de vreedzame weg. Slechts wanneer het referendum er een meerderheid haalt, wil men naar onafhankelijkheid gaan.

Montenegro heeft die plannen al een tijd, maar onder druk van de Europese Unie werd in maart 2002 de bestaande federale republiek Joegoslavië omgevormd tot wat we nu kennen als een minder strakke unie Servië en Montenegro. Een clausule verbiedt de Montenegrijnen om vóór 2005 een referendum te houden over onafhankelijkheid. Montenegro heeft aangekondigd dat referendum in februari 2006 te zullen organiseren.

De unie met Servië werkt niet. Op het ogenblik zijn er twee munten in omloop. Er zijn twee centrale banken. Er zijn twee douanesystemen. Er is nog steeds geen gemeenschappelijke vlag en geen volkslied. De Montenegrijnen voelen zich geblokkeerd door de problemen van Servië met de EU. Ze gaan ervan uit dat onafhankelijkheid ze gemakkelijker naar de EU zouden doen toegroeien en toekomstig lidmaatschap vergemakkelijken. Nu worden ze geblokkeerd door het oorlogsverleden van Servië en door het feit dat de rechterlijke, politiële en economische hervormingen niet zo snel gaan als door de EU wordt verwacht.

Montenegro is dan ook niet langer bereid de gevolgen van de gebrekkige politiek uit Belgrado te aanvaarden en streeft naar onafhankelijkheid. In een recente brief aan de Servische premier werd dan ook voorgesteld de unie om te vormen tot een gemeenschap van twee onafhankelijke staten, waarbij beide staten op voet van gelijkheid zouden worden behandeld. De Servische premier verwees het voorstel meteen naar de prullenmand.

De Europese Unie is nog steeds niet overtuigd van het slecht functioneren van de huidige unie Servië en Montenegro. Dat betreur ik een beetje omdat er enerzijds een situatie van feitelijke onafhankelijkheid van Kosovo zou ontstaan doordat de Kosovaren geweld hebben gebruikt en anderzijds de onafhankelijkheid van Montenegro zou uitblijven omdat de Montenegrijnen de vreedzame weg van het referendum zouden volgen.

1. Wat is de houding van de Belgische regering ten aanzien van het onafhankelijkheidsstreven van Montenegro? Welk standpunt zal België verdedigen in de Europese Unie?

2. Hoe staat de regering tegenover de plannen van de Montenegrijnse regering om in februari 2006 hierover een volksraadpleging te organiseren? Werd deze problematiek besproken op recente Europese ministerraden of internationale overlegorganen en zo ja, wat is het resultaat hiervan?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Zoals de overige staten van de Westelijke Balkan hebben Servië en Montenegro een roeping om tot de Europese Unie toe te treden. Hiervoor moet aan de gebruikelijke voorwaarden van het EU-stabilisatie en associatieproces worden voldaan. Een volledige samenwerking met het Internationaal Tribunaal voor voormalig Joegoslavië (ICTY) is een van de belangrijke elementen hiervan.

Servië en Montenegro hebben een ingewikkeld grondwettelijk en economisch kader. De Joegoslavische federatie moest tot een moderne en coherente staat hervormd worden om beide republieken in staat te kunnen stellen hun politieke en economische hervormingen door te voeren. Ook hun economische markten liepen helemaal uiteen met twee munten, twee douanesystemen enzovoort. Daarom besliste de EU de onderhandelingen van een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst door de publicatie van een haalbaarheidsstudie te laten voorafgaan.

Die publicatie was afhankelijk van:

1.de inwerkingtreding van een nieuw grondwettelijk handvest, dat het politiek akkoord van Belgrado van maart 2002 zou uitvoeren en

2.het aannemen van een actieplan om beide republikeinse markten te harmoniseren (één douanetarief, één douaneprocedure, één douanekantoor, enzovoort).

Beide republieken dragen verantwoordelijkheid voor het herhaaldelijk uitstellen van die publicatie. De Montenegrijnse regering heeft meermaals de harmonisering van douanetarieven voor een zestigtal landbouwproducten geweigerd. De Europese Commissie wou ook geen negatief advies geven voor de gebrekkige samenwerking van Belgrado met het ICTY.

Een doorbraak werd bereikt toen de EU in september 2004 besliste de twin-track-benadering op Servië en Montenegro toe te passen. Daardoor zou de EU één Stabilisatie- en Associatieakkoord met Servië en Montenegro sluiten met twee aparte protocollen voor de materies waarvoor de republieken bevoegd zijn. Belgrado zou voortaan geen gebruik meer kunnen maken van het dwarsliggen van Podgorica met betrekking tot de harmonisatie om niets te ondernemen in de samenwerking met het ICTY. Het gevolg hiervan was dat twaalf Servische beklaagden zich enkele weken later `spontaan' aan het tribunaal overgaven. Die laatste ontwikkeling maakte de publicatie door de Europese Commissie van een positieve haalbaarheidsstudie mogelijk op 12 april 2005.

Na deze lange inleiding komt nu het antwoord op de twee vragen.

1.Zoals andere EU-lidstaten streeft België naar een strikte toepassing van het akkoord van Belgrado van april 2002. Aan Montenegro wordt het recht erkend een onafhankelijkheidsreferendum te houden vanaf februari 2006. Voordien heeft Montenegro de plicht tot de harmonieuze werking van de staatsunie bij te dragen.

2.België zal de stembusuitslag erkennen indien het referendum aan de Europese democratische criteria voldoet. Een recente lichte aanpassing aan het grondwettelijk handvest voor de rechtstreekse verkiezing van de parlementsleden van de staatsunie, onder bemiddeling van hoge vertegenwoordiger Solana, erkent een speciale rol voor de EU om te garanderen dat het kiesproces effectief de Europese standaarden zal respecteren.

België en de overige EU-lidstaten pleiten ervoor dat de regering en de minderheid in Podgorica een akkoord sluiten over de parameters (percentage van deelname, bijzondere meerderheid en zo meer) om de uitslag van het referendum te kunnen bekrachtigen. Dat lijkt inderdaad broodnodig om de destabilisatie van de hele regio te vermijden, rekening houdend met de etnische samenstelling van Montenegro.

Niettemin is België ervan overtuigd dat de staatsunie het goedkoopste en het efficiëntste instrument is voor de Europese integratie van Montenegro. De haalbaarheidsstudie heeft inderdaad aangetoond dat de kleine republiek met ernstige administratieve capaciteitsproblemen te kampen had. Die problemen liggen onder meer aan de basis van de teleurstellende resultaten in haar strijd tegen de corruptie en de georganiseerde misdaad.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Het antwoord bevat een belangrijk element. Waar tot nog toe de kaart van de Balkan werd hertekend op basis van militaire conflicten en geweld, merken we nu dat een gebied in 2006 een referendum over onafhankelijkheid wil organiseren en de internationale gemeenschap en ook de EU de uitslag ervan zal erkennen.

Indien een dergelijke beslissing eerder was genomen, waren misschien een aantal conflicten vermeden. Wanneer een gebied ervoor kiest om op vreedzame wijze naar onafhankelijkheid te streven, moet dat proces worden aangemoedigd. Onafhankelijkheid mag niet alleen via geweld worden afgedwongen. We zullen de resultaten van het referendum van februari 2006 afwachten. Het volk van Montenegro zal zich dan voor of tegen de onafhankelijkheid kunnen uitspreken.