3-1167/2 | 3-1167/2 |
31 MEI 2005
I. INLEIDING
Dit wetsontwerp maakt deel uit van een geheel van 5 wetsontwerpen die in de Senaat werden ingediend op 28 april 2005. Het betreft :
— het wetsontwerp nr. 3-1167/1 houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan, tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot de Nederlandse Antillen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2004 en te Den Haag op 27 augustus 2004.
— het wetsontwerp nr. 3-1168/1 houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan, tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot Aruba, ondertekend te Brussel op 18 mei 2004 en te Den Haag op 9 november 2004.
— het wetsontwerp nr. 3-1169/1 houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan, tussen het Koninkrijk België en het eiland Man, ondertekend te Brussel op 18 mei 2004 en te Douglas op 19 november 2004.
— het wetsontwerp nr. 3-1170/1 houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan, tussen het Koninkrijk België en Guernsey, ondertekend te Brussel op 18 mei 2004 en te Saint Peter Port op 19 november 2004.
— het wetsontwerp nr. 3-1171/1 houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan, tussen het Koninkrijk België en Jersey, ondertekend te Brussel op 18 mei 2004 en te Saint-Helier op 19 november 2004.
De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft deze wetsontwerpen besproken tijdens haar vergadering van 31 mei 2005.
In werkelijkheid gaat het om tien gelijkaardige overeenkomsten. Naast de reeds ingediende wetsontwerpen, dienen er nog vijf nieuwe wetsontwerpen bij de Senaat eerstdaags te worden ingediend voor de overeenkomsten met Anguilla, de Britse Maagdeneilanden, Monserrat, de Turks en Caicos eilanden en de Cayman-eilanden.
Per brief van 17 mei 2005 heeft de vice eerste minister en minister van financiën aan de Senaat de tekst van de tien overeenkomsten ter kennisgeving overgezonden. De informele mededeling gebeurde in plenaire vergadering op 19 mei 2005. Sommige van de nog in te dienen overeenkomsten werden pas zeer recent ondertekend. De laatste dateren van 5 en 12 april 2005.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE MINISTERS DE GUCHT EN REYNDERS
De vertegenwoordiger van de heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat deze Overeenkomst de uitvoering betreft van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingsheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen. Uit de voorwaarden van deze richtlijn vloeit voort dat er nog een aantal overeenkomsten dienen afgesloten te worden met een aantal gebieden, met name de Nederlandse Antillen, Aruba, het eiland Man, Jersey en Guernesey.
De vertegenwoordiger van de heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën, merkt op dat de vijf wetsontwerpen gelijkaardig zijn. De eerste vijf Overeenkomsten betreffende de Nederlandse Antillen, Aruba, het eiland Man, Guernsey en Jersey, worden voorgelegd aan het Parlement, en de vijf andere, betreffende de Britse Maagdeneilanden, Anguilla, Monserrat, de Turks- en Caicoseilanden en de Cayman-eilanden komen ook aan de beurt, overeenkomstig de artikelen 75 en 77 van de Grondwet.
De Nederlandse Antillen, Guernsey, het eiland Man en Jersey zullen net zoals in België een bronbelasting invoeren, namelijk 15 % de eerste drie jaren, 20 % de drie volgende jaren, en 35 % de drie daaropvolgende jaren. Zij zouden 75 % aan de woonstaat overdragen. Wat Aruba betreft, zal België een bronbelasting heffen, terwijl die Staat ons land informatie zal verstrekken over de Belgische inwoners die fondsen en intresten in Aruba belegd hebben.
De vertegenwoordiger van de heer Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën, meldt dat de uitvoering van richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003, thans goed opschiet. Van de 25 Europese lidstaten zullen er 22 informatie uitwisselen, terwijl drie Staten, waaronder België, Luxemburg en Oostenrijk, gekozen hebben voor een voorlopige bronbelasting, waarbij de belastingbetaler natuurlijk steeds kan vragen om de informatie uit te wisselen.
Vijf derdelanden, namelijk Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland, hebben ook voor de bronbelasting gekozen. De Europese Unie heeft met die vijf landen verdragen gesloten. De Europese Unie kan echter geen akkoorden sluiten met tien derdelanden die afhangen van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De 25 lidstaten van de Unie moeten dus elk tien afzonderlijke verdragen sluiten, of 250 bilaterale overeenkomsten.
De vertegenwoordiger van de vice-eerste minister en minister van Financiën legt uit dat de tien internationale overeenkomsten onder de bevoegdheid van de Senaat vallen. De laatste vijf overeenkomsten zijn nog niet bij de Senaat ingediend.
België heeft zich ertoe verbonden richtlijn 2003/48 EG in werking te laten treden vanaf 1 juli 2005. De laatste vijf kunnen onmogelijk omgezet en door het Parlement aangenomen worden binnen de door de Europese Unie vooropgezette termijn.
Om dat te verhelpen heeft de regering op 18 mei 2005 in de Kamer van volksvertegenwoordigers op grond van artikel 78 van de Grondwet een wetsontwerp ingediend houdende bepalingen die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen waarin, wat België betreft, is voorzien in de overeenkomsten betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden, die werden gesloten tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot de Nederlandse Antillen enerzijds en Aruba anderzijds, en tussen het Koninkrijk België en respectievelijk Guernesey, het eiland Man, Jersey, Anguilla, de Britse Maagdeneilanden, Montserrat en de Turks en Caicos Eilanden (stuk Kamer, nr. 51 1791/001). Dat ontwerp is op 25 mei 2005 door de commissie Financiën en Begroting van de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen, en op 26 mei 2005 door de plenaire vergadering van de Kamer. Op 27 mei is het overgezonden naar de Senaat (stuk Senaat, nr. 3-1209/1).
Dat ontwerp voorziet in de tijdelijke uitvoering van de tien overeenkomsten betreffende de spaargelden en zal ten einde lopen wanneer die overeenkomsten in werking treden. De wet zou vóór 20 juni 2005 in het Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, zodat het in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van de spaarrichtlijn op 1 juli 2005 vaststelt, vastgesteld kan worden.
De Europese Raad van de ministers van Economie en Financiën (ECOFIN) moet in juni beslissen of de richtlijn in werking treedt, als de 25 lidstaten al op tijd klaar zijn.
III. ALGEMENE BESPREKING
Mevrouw Van de Casteele is van oordeel dat het wetsontwerp nr. 3-1209/1 eerst in de Senaat had moeten ingediend worden omdat overeenkomstig artikel 75 van de Grondwet wetsontwerpen houdende instemming met internationale akkoorden eerst in de Senaat moeten neergelegd worden. Men had op deze wijze een aantal praktische moeilijkheden kunnen voorkomen.
De heer Cornil meent dat aan de prerogatieven van de Senaat in deze niet getornd mag worden. Hij herinnert eraan dat de Senaat primeert op de Kamer van volksvertegenwoordigers wat alle internationale aangelegenheden betreft.
Spreker wenst te weten wanneer de overgangsperiode ten einde loopt en welke regeling daarna toegepast wordt. De gemeenschappelijke regels van de Europese Unie inzake de belastingen op spaargelden ? Zal de nationale wetgeving worden toegepast op de inkomsten van medeburgers die in een andere, al dan niet Europese Staat wonen ?
De vertegenwoordiger van de vice-eerste minister en minister van Financiën antwoordt dat de Europese ECOFIN-Raad besloten heeft twee regelingen in te voeren, namelijk een bronbelasting en een terugstorting van 75 %, en voor de Staten die dat wensen een informatie-uitwisseling. Overeengekomen is dat de 25 lidstaten in 2008 zullen evalueren of de informatie-uitwisseling goed werkt. In sommige Staten van de Europese Unie lijkt dat momenteel niet het geval te zijn.
Op grond van de 35 % die op 1 juli 2011 toegepast zullen worden, zal België een beslissing nemen omtrent de informatie-uitwisseling.
Als er een akkoord is tussen Oostenrijk, Luxemburg, België en de derdelanden, zal België overgaan tot het systeem van de informatie-uitwisseling. Zwitserland is bereid hetzelfde systeem te aanvaarden zolang het bankgeheim niet wordt opgeheven. België zou die beslissing ook alleen kunnen nemen op voorwaarde dat de uitwisseling werkt.
De heer Wille wijst erop dat er een vorm van fraude bestaat die niet wordt gedekt door deze akkoorden. Hij verwijst naar de Comoren-eilanden die geen inlichtingen willen geven over middelen, commissies en overfactureringen, waardoor veel « off shore companies » zich daar gaan vestigen.
Spreker wenst dat de commissie bij gelegenheid zou worden geïnformeerd over de initiatieven die ons land zou nemen, hetzij individuele hetzij gemeenschappelijke, om deze vorm van fraudegevoelige transacties te bestrijden. Deze overeenkomsten dekken maar een kleine niche van alle fraude.
De heer Galand stelt het feit aan de kaak dat de Senaat zonder enige bespreking akkoord moet gaan met een wet over een internationale overeenkomst die de Kamer voordien heeft aangenomen. Elke bespreking over de andere overeenkomsten is onmogelijk geworden. Zo kunnen de parlementsleden hun taak niet meer naar behoren vervullen.
Spreker wijst erop dat de Belgische houding « we zien wel weer » samen met die van Luxemburg en Oostenrijk, al enige tijd door de OESO veroordeeld wordt en dat die instelling die drie landen en ook Zwitserland als belastingparadijzen beschouwt.
Hij verwijst naar de wet van 3 maart 2005 houdende instemming met het Protocol opgesteld op grond van artikel 43, lid 1, van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst), tot wijziging van artikel 2 en de bijlage bij die Overeenkomst, gedaan te Brussel, dat sommige controlemaatregelen tegen witwaspraktijken mogelijk maakt. België wacht af om te zien of de informatie-uitwisseling werkt. Ons land moet zich echter voegen bij de Europese regelingen inzake informatie-uitwisseling.
De heer Cornil stelt vast dat er momenteel geen bronbelasting is.
De vertegenwoordiger van de vice-eerste minister en minister van Financiën antwoordt dat de overeenkomsten een hele grote stap vooruit zijn, aangezien het de eerste maal is dat België internationale overeenkomsten sluit met « belastingsparadijzen » om een heffing op de inkomsten of een informatie-uitwisseling te verkrijgen. Het wetsontwerp voert een stelsel van fiscale herverdeling in, en zorgt dus voor meer fiscale rechtvaardigheid.
IV. STEMMINGEN
Wetsontwerp nr. 3-1167/1
De artikelen 1 tot en met 4 alsook het wetsontwerp nr. 3-1167/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1168/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1168/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1169/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1169/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1170/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1170/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1171/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1171/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Pierre GALAND. | François ROELANTS du VIVIER. |
Wetsontwerp nr. 3-1167/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1167/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1168/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1168/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1169/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1169/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1170/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1170/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1171/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1171/1 - 2004/2005)