3-1224/1

3-1224/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

3 JUNI 2005


Wetsvoorstel tot wijziging van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, wat de salariscomplementen betreft van Vlaamse ambtenaren die naar een kabinet worden gedetacheerd

(Ingediend door de heer Luc Van den Brande)


TOELICHTING


Het besluit van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse regering bepaalt dat de naar een kabinet gedetacheerde personeelsleden van het ministerie verder worden gesalarieerd door hun departement van herkomst en dat dit salaris door het departement voor de duur van de detachering aangerekend wordt op de kabinetsbegroting. Verder bepaalt het besluit dat de desbetreffende personeelsleden een salariscomplement ontvangen ten belope van het verschil tussen het salaris in het departement van herkomst en het salaris dat zij op het kabinet toegekend krijgen.

De wedde van de ambtenaar vormt het uitgangspunt voor de berekening van het pensioen. De wedde die in aanmerking komt voor de vaststelling van het pensioen bestaat niet alleen uit de eigenlijke wedde maar ook uit de weddesupplementen die inherent zijn aan het ambt.

Nu blijkt evenwel dat er FOP-bijdragen (Fonds voor Overlevingspensioenen) dienen betaald te worden op het salariscomplement dat gedetacheerde ambtenaren bij een Vlaams kabinet ontvangen. Het betalen van bijdragen hierop is een federale wettelijke verplichting aangezien het salariscomplement in het loonbegrip valt.

Bij de omschakeling van de zogenaamde kabinetstoelage naar het salariscomplement was het de bedoeling van de Vlaamse regering om zowel de gedetacheerde als de aangestelde personeelsleden gelijk te schakelen naar verloning toe, met alle eraan verbonden verplichte bijdragen, inhoudingen en rechten; met in begrip van de pensioenrechten.

Aangezien het salariscomplement dus ten volle gekwalificeerd wordt als loon, worden hierop alle RSZ-bijdragen en FOP ingehouden. Die salariscomplementen van de aldus gedetacheerde ambtenaren komen evenwel niet in aanmerking voor de pensioenen « openbare sector », aangezien ze niet voorkomen in de desbetreffende federale lijst die terug te vinden is in artikel 8 van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen bij de wet van 21 mei 1991. Deze lijst is limitatief.

De FOP-bijdragen vertegenwoordigen 7,5 % van het brutobedrag van het maandelijks salariscomplement. Het bedrag is variabel, naargelang de hoogte van elk individueel salariscomplement.

De indieners achten het onaanvaardbaar dat deze FOP-bijdragen wel dienen betaald te worden, maar dat ze achteraf niet in aanmerking komen voor de pensioenrechten van betrokkenen. Het is niet meer dan billijk dat bijdragen die moeten betaald worden in rekening gebracht worden bij latere pensioenberekeningen. Dit wetsvoorstel beoogt dan ook de opname van het salariscomplement in de limitatieve lijst van in aanmerking komende bijdragen. Het besluit van de Vlaamse regering dat de toekenning van dergelijk salariscomplement regelt, trad in werking op 1 augustus 2001. Het is dan ook de bedoeling van de indieners van dit wetsvoorstel om de bijdragen die sedert de inwerkingtreding van dit besluit betaald werden in rekening te laten brengen voor de latere pensioenrechten.

Luc VAN DEN BRANDE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 8, § 2, eerste lid, van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen bij de wet van 21 mei 1991 en laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 mei 2004, wordt aangevuld met een 44º luidende :

« 44º het salariscomplement toegekend met toepassing van artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 september 2001 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse regering. »

Art. 3

Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2001.

22 april 2005.

Luc VAN DEN BRANDE.