3-1216/1

3-1216/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

1 JUNI 2005


Voorstel van resolutie betreffende de onderhandelingen over de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten binnen de Wereldhandelsorganisatie

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux c.s.)


TOELICHTING


Er zijn momenteel binnen de Wereldhandelsorganisatie (hierna ook WTO genoemd) onderhandelingen aan de gang over de algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten.

In dit voorstel van resolutie wordt de regering gevraagd om zich, in het kader van de Europese Unie, tegen de verzoeken om liberalisering te kanten op gebieden die grondrechten aanbelangen, om te eisen dat het op bepaalde gebieden mogelijk blijft om doortastende overheidsmaatregelen te treffen en dat deze onderhandelingen worden gekoppeld aan de toekomstige onderhandelingen over investeringen.

Philippe MAHOUX.
Jean CORNIL.
Pierre GALAND.
Olga ZRIHEN.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Rekening houdend met de aan de gang zijnde onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie;

B. Overwegende dat de GATS op de politieke agenda staat van de Europese Unie en dat de nieuwe fase voor de aanbiedingen eind mei 2005 wordt afgesloten;

C. Overwegende dat de inzet en de doelstellingen van een liberalisering van de handel in diensten duidelijk moeten worden omschreven, begrepen en afgewogen, en dat iedereen zich erin moet kunnen vinden;

D. Wijzend op het belang van de openbare diensten ter bevordering van de samenhang op economisch, sociaal, territoriaal en milieuvlak en als instrument ter bevordering van de democratie;

E. Overwegende dat het van fundamenteel belang is dat de overheid een beleid kan voeren ter bevordering van de culturele diversiteit;

F. Gelet op de bedreiging van de sociale samenhang, het milieu en de werkgelegenheid die een liberalisering van de openbare diensten meebrengt, alsmede op de onrust die een dergelijke dreiging teweegbrengt in zowel politieke kringen, bij de vakbonden als in het verenigingsleven;

G. Overwegende dat het incoherent en de Europese Unie onwaardig zou zijn mocht zij de liberalisering eisen van de openbare diensten van de landen uit het Zuiden terwijl in haar midden pogingen worden gedaan om het evenwicht te herstellen en, bijvoorbeeld in afwijking van de mededingingsregels, een beleid te ontwikkelen ter bevordering van dergelijke diensten met behulp van openbare financiering zodat de opdrachten van openbare dienst kunnen worden vervuld;

H. Overwegende dat de WTO een instelling blijft die onvoldoende transparant en democratisch is;

I. Overwegende dat over de multilaterale onderhandelingen over de handel in diensten hetzelfde kan worden gezegd;

J. Gelet op de aanzienlijke toename van het democratisch deficit met betrekking tot de parlementaire controle op de aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid is overgedragen aan internationale instellingen met een normatieve bevoegdheid die rechtstreeks van toepassing is op de lidstaten, zowel op hun nationale als op hun lokale instellingen;

K. Wijzend op het belang van de universaliteit en het behoud van de evolutieve openbare diensten en van het begrip kwaliteit als essentieel instrument ter bevordering van de democratie en de modernisering en ter bestrijding van de armoede;

L. Overwegende dat iedere vorm van liberalisering van de openbare diensten, door invoering van een handelslogica, bij gebrek aan een bindende regeling ertoe zal leiden dat die diensten tegen twee snelheden worden verricht, wat ten koste gaat van de armsten van het Noorden en het Zuiden;

Vraagt de regering :

1. Zich te verzetten tegen de nieuwe verzoeken en aanbiedingen, die namens de Europese Unie zouden worden gedaan met het oog op een liberalisering op het vlak van waterhuishouding, huisvesting, gezondheid, onderwijs, beroepsopleiding of cultuur, met andere woorden in sectoren die grondrechten concretiseren en waarvan de emancipatie van de mens afhangt;

2. Erop toe te zien dat een eventueel liberaliseringsproces op het vlak van transport, postdiensten, telecommunicatie en energie voor de Staten samengaat met doortastende overheidsreglementeringen en met de mogelijkheid dat de openbare verleners van soortgelijke diensten met overheidsgeld worden gefinancierd;

3. De onderhandelingen van de WTO over de diensten te koppelen aan de toekomstige onderhandelingen met betrekking tot de investeringen zodat de regels ter bevordering van de openbare diensten niet opnieuw ter discussie kunnen worden gesteld door regels die uitsluitend het belang van de buitenlandse investeerders vooropstellen;

4. De Senaat maandelijks te informeren over de voortgang van de onderhandelingen binnen de WTO, opdat de politieke controle en de follow-up in de beste omstandigheden kunnen plaatsvinden.

27 april 2005.

Philippe MAHOUX.
Jean CORNIL.
Pierre GALAND.
Olga ZRIHEN.