3-1211/1

3-1211/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

27 MEI 2005


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 11 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, met betrekking tot de snelheidsbeperkingen

(Ingediend door de heer Flor Koninckx)


TOELICHTING


1. Algemene inleiding

De jongste jaren is het bewustzijn over de invloed van snelheid op het aantal en de ernst van de verkeersongevallen sterk toegenomen. Het handhavingsbeleid speelt hierin een grote rol, maar ook de snelheidsbeperkingen. In ons land geldt op de zogenaamde secundaire wegen als algemene regel een snelheidsbeperking van 90 km/u. Maar de nieuwe inzichten inzake verkeersveiligheid hebben ertoe geleid dat op de meeste gewestwegen een snelheidsbeperking van 70 km/u werd ingevoerd, waardoor er talloze bijkomende verbodsborden geplaatst moesten worden. Die situatie, waarbij de uitzondering feitelijk de regel is geworden, verwekt onduidelijkheid bij de bestuurders en de vele verkeersborden leiden de aandacht van de weggebruikers af.

Dit wetsvoorstel beoogt een vereenvoudiging door de aanpassing van de wet aan de bestaande situatie.

2. Snelheid en ongevallen op secundaire wegen

Een Britse studie uit 1994 toont aan dat een daling van de gemiddelde snelheid met 1 km/u het aantal ongevallen met 3 % vermindert en het aantal ernstig gewonden en doden met 5 %.

Een andere Britse studie, uit 2000, demonstreert dat een vermindering van de gemiddelde snelheid een groter effect heeft op wegen in de bebouwde kom dan op verbindingswegen.

Een vermindering van de gemiddelde snelheid op de verbindingswegen heeft op haar beurt een grotere uitwerking dan een vermindering op snelwegen. Voorts wijst de studie aan dat het risico op een ongeval toeneemt met de snelheidsverschillen tussen de weggebruikers.

Uit de ongevallencijfers 2001 van het NIS blijkt dat van het totaal van 47 444 letselongevallen op de Belgische wegen er 4 557 gebeurden op de autosnelwegen en verkeerswisselaars, 22 209 op de gewest- en provinciewegen en 20 678 op de gemeentewegen; meer dan 90 % van de letselongevallen vallen dus op secundaire wegen te betreuren. Bij de dodelijke ongevallen zien we ongeveer dezelfde verhouding : 193 dodelijke slachtoffers op de autosnelwegen, 821 op de gewest- en provinciewegen en 472 op de gemeentewegen. Verdere analyse van de cijfers geeft te kennen dat het aantal doden per duizend letselongevallen exponentieel stijgt met de toegelaten maximumsnelheid :

Snelheidslimiet Aantal doden per 1 000 ongevallen
70 km/u 32
90 km/u 47
120 km/u 59

De aangehaalde resultaten van studies en onderzoeken mogen ons doen besluiten dat het ongemeen hoge aantal letselongevallen en dodelijke slachtoffers op de secundaire wegen mede een gevolg zijn van een te hoge toegelaten maximumsnelheid.

3. De noodzaak van een nieuwe aanpak : het principe van 70 km/u op de secundaire wegen

Een snelheidslimiet van 90 km/u op de secundaire wegen zou in België veeleer de uitzondering dan de regel moeten zijn. Argumenten voor die stelling zijn onder andere de zeer grote bevolkingsdichtheid, de densiteit van het wegennet, het typisch Belgische fenomeen van de lintbebouwing langs de verbindingswegen en — last but not least — de snel evoluerende feitelijke toestand, met snelheidsbeperkingen van 70 km/u op het merendeel van de gewestwegen en op vele gemeentewegen. Voor het invoeren van al die beperkingen van 70 km/u zijn massaal veel bijkomende verkeersborden nodig. Dat is duur en bovendien zijn overdadig veel borden niet bevorderlijk voor de veiligheid op de weg.

Dit voorstel maakt van 70 km/u de regel; 90 km/u, op wegen die daarvoor geschikt zijn, wordt de uitzondering. De algemene regel voor de snelheidsbeperkingen wordt dan :

* op autosnelwegen en op de openbare wegen verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er ten minste twee bestemd zijn voor iedere rijrichting, voorzover de rijrichtingen anders dan door wegmarkeringen gescheiden zijn : 120 km/u;

* op wegen met minstens 2 × 2 rijstroken zonder middenberm : 90 km/u;

* op alle andere wegen : 70 km/u;

* in de bebouwde kom : 50 km/u;

* in een « zone 30 » : 30 km/u;

* in een woonerf : 20 km/u.

Die regeling laat toe dat op wegen waar nog geen aanpassingen gebeurden naar 70 km/u, maar waar wel de vraag of de intentie bestaat, geen borden moeten worden geplaatst.

Op wegen met een geringe bebouwing en een veilige weginfrastructuur kan 90 km/u toegelaten worden, aan te duiden met het bord C43/90 km.

De keuze voor 70 km/u als algemene regel wordt mede ingegeven door de realiteit van de rem- en stopafstanden. In dichtbebouwde gebieden met veel oversteekbewegingen en andere maneuvers moet men daar extra rekening mee houden.

Met een reactiesnelheid van 1 seconde en op een droog wegdek :

Snelheid Reactieafstand Remafstand Stopafstand
70 km/u 19 m 25 m 44 m
90 km/u 25 m 41 m 66 m

Op een nat wegdek is de remafstand de helft langer dan op een droog wegdek.

Bijlage : Snelheidslimieten op autosnelwegen en autowegen in 18 Europese landen

« Gewone » wegen buiten de bebouwde kom Autosnelwegen en autowegen
Oostenrijk 100 130
België 90 120
Tsjechië 90 130
Denemarken 80 130
Frankrijk 90 110/130
Duitsland 100 130 (*)
Griekenland 90 120
Hongarije 90 130
Ierland 80/100 120
Italië 90 130
Nederland 80/100 120
Noorwegen 80/90 100
Polen 90 130
Portugal 90/100 120
Slovakije 90 130
Spanje 90 120
Zweden 70/90 110
Ver. Koninkrijk 95/110 110
(*) Onbeperkt, tenzij anders aangeduid; 130 km/u is de aanbevolen maximumsnelheid.

Met dit wetsvoorstel wordt de Belgische situatie op de secundaire wegen dezelfde als die in Zweden, de Europese nummer 1 inzake verkeersveiligheid.

Flor KONINCKX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 11 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 september 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in punt 11.2.2º, wordt de onderverdeling in a) en b) geschrapt en het bepaalde onder b) opgeheven;

B) punt 11.2 wordt aangevuld met de volgende bepalingen :

« 3º tot 70 km/u : op de andere openbare wegen.

De lagere snelheidsbeperkingen voortvloeiend uit artikel 11.3 blijven van toepassing.

Op openbare voorrangswegen kan evenwel een lagere of hogere snelheidsbeperking opgelegd of toegestaan worden door het verkeersbord C43. De hogere snelheidsbeperking bedraagt maximaal 90 km/u. »;

B) in punt 11.3.1º, wordt het cijfer « 75 » vervangen door het cijfer « 70 » en wordt in fine de letter « , a) » geschrapt;

D) in punt 11.3.2º, wordt de letter « a) » geschrapt.

Art. 3

Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

21 april 2005.

Flor KONINCKX.