3-366/5 | 3-366/5 |
20 APRIL 2005
Aanbeveling nr. 2
In deze aanbeveling tussen de woorden « een » en « onderzoek » het woord « gerechtelijk » invoegen.
Verantwoording
De feiten die aanleiding kunnen geven tot uitsluiting van een sportieve competitie moeten voldoende zwaar zijn. Het feit dat een gerechtelijk onderzoek wordt geopend, bewijst dat er een meer dan reële kans is dat er sprake is van dopinggebruik. Het vermijdt ook de situatie waarbij een sportbeoefenaar zo maar zonder een gegronde reden uit de competitie zou worden gezet.
Aanbeveling nr. 2
Deze aanbeveling aanvullen als volgt:
« De Senaat roept de organisatoren van sportieve manifestaties eveneens op erover te waken dat de sportieve competities rekening houden met de fysieke vermogens van een sportbeoefenaar. »
Verantwoording
Topsport is niet gezond. Het vereist bovenmenselijke prestaties in extreme omstandigheden en dit vaak gedurende een lange periode. De wedstrijden nemen in aantal toe, net als de topprestaties die onder druk van media, publiek en sponsors moeten worden geleverd. De Senaat verzoekt dan ook de organisatoren de sportbeoefenaars niet in extreme mate te overbelasten, zodat het gebruik van prestatieverbeterende of -onderhoudende producten geen absolute noodzaak zou worden.
Aanbeveling nr. 3
In deze aanbeveling de voorlaatste zin vervangen als volgt :
« In zoverre sponsors blind zijn voor doping, kan niet worden aanvaard dat de bestede reclamebudgetten in aanmerking worden genomen als beroepskosten en zo fiscaal in mindering gebracht kunnen worden. Het sponsorgeld dat besteed wordt aan een sporter die disciplinair geschorst of gerechtelijk veroordeeld werd voor bezit of gebruik van dopingproducten — of aan het team of de club waarmee deze sporter contractueel verbonden is — dient dan ook als verworpen uitgave beschouwd te worden. De maatregel mag geenszins een retroactief karakter vertonen en kan enkel gelden met ingang van de periode waarop de schorsing van toepassing is. »
Verantwoording
Dit amendement verduidelijkt in de derde aanbeveling dat verwijzing van sponsorgelden aan sporters die veroordeeld worden voor doping gebruik naar verworpen — en dus niet langer fiscaal aftrekbare — uitgaven, dient te gebeuren ex nunc. Een mogelijke terugwerkende kracht zou bedrijven afschrikken om nog in sport te investeren, omdat zo het rechtszekerheidsbeginsel geschonden wordt.
Wanneer een sporter in een lopend jaar betrapt wordt op het gebruik van doping, waar de sponsor veelal geen vat op kan hebben, wil de sponsor ook niet het risico lopen dat zijn sponsorgeld dat hij dat jaar reeds in de sporter of zijn ploeg geïnvesteerd heeft, plots niet langer fiscaal in mindering gebracht kan worden.
Wel moet het de bedoeling zijn dat het sponsorgeld dat aan de sporter gegeven wordt, van zodra hij een schorsing heeft opgelopen, voor een periode vanaf ingang van schorsing niet langer fiscaal in mindering gebracht kan worden. Op deze manier wordt de rechtsonzekerheid vermeden en kan de sponsor zelf de situatie inschatten en er de gevolgen van dragen als hij een geschorste sporter verder wil sponsoren.
| Annemie VAN de CASTEELE Jacques GERMEAUX Jean CORNIL Mia DE SCHAMPHELAERE Marc WILMOTS. |