3-1125/1 | 3-1125/1 |
15 APRIL 2005
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat de heren Ansoms en Van den Bergh in de Kamer hebben ingediend (doc. 51-1454/1). De indiener wil een zinloze en gevaarlijke uitzondering op de voorrangsregel schrappen om de regelgeving te vereenvoudigen en te verduidelijken, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede zal komen.
De « voorrang van rechts » is reeds sinds decennia in ons land ingevoerd, net zoals in de andere Europese landen. Dit is gebeurd in het kader van het verdrag van Wenen van 8 november 1968 over het wegverkeer. Ons land heeft deze regel wel zeer eigenzinnig ingevoerd : diegene die van rechts komt en stopt heeft daarmee zijn voorrang afgegeven. Het verkeersreglement formuleert het in artikel 12.3.2 als volgt :
« De bestuurder die voorrang heeft, verliest deze voorrang wanneer hij zijn voertuig opnieuw in beweging brengt na gestopt te hebben. ».
Deze regel leidt tot onzekerheid bij de bestuurders en rechtsonzekerheid bij ongevallen : is de bestuurder nu werkelijk gestopt of heeft hij alleen maar erg vertraagd ?
Geen enkel van de ons omringende landen, noch Nederland, noch Frankrijk, noch Duitsland, noch Luxemburg kennen deze uitzondering op de regel van voorrang van rechts. Dat is een reden te meer om deze uitzondering in ons land te laten vallen. Zeker in de grensregio's is het vanuit het oogpunt « verkeersveiligheid » belangrijk dat zoveel mogelijk dezelfde regels gelden in de buurlanden. Dat blijkt uit een onderzoek van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, uitgevoerd in samenwerking met het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland : samen werden een 700-tal « grensongevallen » onderzocht die zich tussen 1987 en 2001 hebben voorgedaan.
Onze landgenoten, aldus het BIVV naar aanleiding van dit onderzoek, raken vaak in een ongeval betrokken omdat zij het verkeersreglement of de verkeersorganisatie van onze Noorderburen niet goed kennen. Zo doen zich bijvoorbeeld heel wat kop-staartaanrijdingen voor omdat onze landgenoten die aan lichten links willen afslaan voorrang denken te moeten geven aan het rechtdoorgaande verkeer uit de tegenovergestelde richting, terwijl dat meestal niet hoeft omdat de verkeerslichten er veelal anders geregeld zijn. Maar tevens brengt het verschil in reglementering inzake voorrang (naast andere verschillen in de reglementering) vele landgenoten in Nederland en veel Nederlanders in ons land in verwarring en dat schept onveilige situaties.
Harmonisering van de regelgeving met het ene buurland brengt soms een nieuw gebrek aan harmonie inzake regelgeving mee met een ander buurland. Maar dat is, zoals hierboven gezegd, niet het geval met de « voorrang van rechts », omdat geen enkel van de ons omringende landen de uitzondering kent die geldt in ons land. Dat betekent dat het wegvallen van de uitzondering die België maakt op de regel van de voorrang, deze regel niet alleen met Nederland maar ook met de andere ons omringende landen zou harmoniseren.
Het wegwerken van de uitzondering schept niet alleen meer duidelijk en rechtszekerheid, het schept in de grensregio's van ons land ook meer verkeersveiligheid.
| Flor KONINCKX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 12.3.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg wordt opgeheven.
Art. 3
Artikel 12.4, derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld als volgt :
« zijn voertuig opnieuw in beweging brengen wanneer men voorrang heeft ».
24 maart 2005.
| Flor KONINCKX. |