3-104 | 3-104 |
De voorzitter. - De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen, antwoordt namens de heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Drie weken geleden stelde ik minister Demotte een vraag over deze problematiek en werd zijn antwoord voorgelezen door minister De Decker; vandaag zal minister Dupont het antwoord voorlezen. Ik betreur dat. Het was na het antwoord van enkele weken immers nog niet helemaal duidelijke welke gevolgen de beslissingen van de minister op het terrein zouden hebben. Het was de bedoeling daar vandaag met de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid verder op in te gaan, maar dat is dus onmogelijk. Ik heb opgemerkt dat zowel in Kamer als Senaat al veel aandacht werd besteed aan de onrust bij de studenten kinesitherapie, maar ik vind het toch belangrijk om daarop nog even terug te komen.
Minister De Decker antwoordde drie weken geleden dat SELOR vanaf 2005 de kennis, bekwaamheid en houding zal testen met het oog op de selectie van de kinesisten die in aanmerking komen voor de terugbetaling van nomenclatuurprestaties.
In het academiejaar 2004-2005 zullen ongeveer 395 Nederlandstalige en 216 Franstalige kinesisten afstuderen. Volgens de koninklijke besluiten van 1999 en 2000 kunnen maar 270 Nederlandstalige en 180 Franstalige kinesisten een RIZIV-erkenning krijgen.
We hadden destijds al heel wat vragen bij de wijze waarop de kinesisten zouden worden geselecteerd. Op een bepaald ogenblik was er zelfs sprake van een loting. Dat is inmiddels uitgeklaard. Wij staan achter een aanbodbeperking voor kinesitherapeuten, naar het voorbeeld van de regeling voor artsen en tandartsen. Wij betreuren echter dat de selectie voor de kinesitherapeuten, in tegenstelling tot de tandartsen en artsen, na de studie zal gebeuren door het gebrek aan instroombeperkingen door de gemeenschappen en wij betreuren de late publicatie van het koninklijk besluit dat de criteria en modaliteiten voor de selectie vastlegt.
Op welke datum zal het examen voor de lichting 2004-2005 plaatshebben? Als dat pas in het najaar kan worden georganiseerd, rijst de vraag wat de studenten moeten doen die volgende zomer afstuderen? Moeten ze tot in de herfst wachten om aan de slag te kunnen? Velen zouden onmiddellijk kunnen beginnen als zelfstandige kinesist, in een groepspraktijk of met een tijdelijk contract, maar dat zal niet mogelijk zijn omdat ze het examen nog niet hebben afgelegd. Ze worden als het ware door de minister gegijzeld. We pleiten bijgevolg voor een constructieve oplossing. Ik denk aan een overgangsmaatregel om die studenten te sparen.
De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - De contingentering in de kinesitherapie is een essentieel gegeven in de planning van het aanbod en de beheersing van de uitgaven. De regering heeft in dit dossier haar verantwoordelijkheid genomen. Iedereen is het er ongetwijfeld mee eens dat een regeling van de instroom bij het begin van de studies een betere beslissing zou zijn geweest. Het is evenwel onmogelijk te beslissen op basis van ingangsexamens. De invoering van een examen voor het verkrijgen van een RIZIV-nummer is de enige mogelijke oplossing voor deze kwestie.
Ik zou het probleem willen relativeren van de tijdspanne tussen het examen aan het einde van de studies en het andere examen, waarvan het resultaat binnen een week na het examen moet bekend zijn. Hoeveel kinesisten beginnen enkele dagen na het beëindigen van hun studies hun beroep uit te oefenen? Hoeveel gediplomeerden die in juni afstuderen, beginnen op 1 juli te werken? Bovendien zal de lange tijdspanne enkel dit jaar een probleem zijn.
Ik begrijp uiteraard de bezorgdheid van de studenten. Het ontwerp van koninklijk besluit geeft de regering de mogelijkheid het examen 2005 pas tot de maand december te organiseren. Het spreekt vanzelf dat die datum een limiet is en dat alle menselijke en materiële middelen zullen worden ingezet om de periode tussen het examen en de zittijd van de maand juni maximaal te beperken.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik ben verbijsterd over het antwoord van de minister. Terwijl er aanvankelijk sprake was van oktober of november, heeft hij het nu al over december. Ik geef toe dat niet alle studenten in juli beginnen te werken, maar heel wat studenten zijn om materiële redenen verplicht zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Niet iedereen heeft de kans nog maanden op kosten van zijn ouders te blijven leven. Ik blijf aandringen op een billijke oplossing voor de studenten die in juni aanstaande afstuderen. Desnoods moet er in een overgangsmaatregel worden voorzien, waarbij een voorlopige vergunning wordt gegeven. Het is onaanvaardbaar driehonderd Nederlandstalige en tweehonderd Franstalige jong afgestudeerden te gijzelen in de werkloosheid.
De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - December is de uiterste limiet. Alle menselijke en materiële middelen zullen worden ingezet om het examen vroeger te organiseren.