3-104

3-104

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 MAART 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over źde diversiteit binnen Justitie naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Racisme van 21 maart╗ (nr. 3-633)

De voorzitter. - Mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Werk, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik had vorige week een vraag geformuleerd met het oog op de Internationale Dag tegen racisme, maandag 21 maart. Aangezien de strijd tegen racisme en voor diversiteit een strijd en een betrachting is van elke dag, ben ik blij dat ik deze vraag vandaag mag stellen.

De Internationale Dag tegen racisme biedt ook de gelegenheid om te wijzen op de achterstand en de achterstelling van allochtonen op het gebied van werkgelegenheid. Allochtone jongeren hebben immers meer te kampen met werkloosheid. Daarvoor worden allerlei oorzaken aangehaald, zoals een gebrek aan opleiding en diploma's, maar ook het voorbehoud van werkgevers om mensen van bepaalde origine in dienst te nemen. De laatste tijd wordt opnieuw gesproken over streefcijfers en quota voor indienstnemingen in de particuliere sector, maar misschien moet de overheid zelf ook in eigen boezem kijken. De overheid heeft als grootste werkgever van het land immers een voorbeeldfunctie op dat gebied.

In de FOD Justitie is het percentage allochtone werknemers zeer klein. Tien jaar geleden waren er misschien niet voldoende studenten van allochtone origine afgestudeerd in de rechten en aanverwante richtingen. Nu studeren echter heel wat allochtone jongeren af in de rechten. Toch stellen we nog steeds vast dat Vrouwe Justitia een zeer wit aangezicht heeft.

Uit een studie onder leiding van Marie-Claire Foblets van de KULeuven en Marco Martiniello van de ULg blijkt ook dat allochtonen zeer negatieve ervaringen hebben met Justitie. De studie concludeert dan ook dat de overheid er alles aan moet doen om nodeloze ontgoochelingen bij allochtonen te vermijden over de wijze waarop de administratie, de rechterlijke macht of ook bepaalde beroepsgroepen, zoals advocaten, omgaan met rechtsregels en de toepassing daarvan in individuele dossiers. Dat is des te belangrijker omdat de slaagkansen van de pluralistische samenleving daar mee van afhangen. De schade die daar wordt aangericht, reikt veel verder dan de indruk die iemand aan de negatieve ervaring overhoudt. Wanneer vreemdelingen en allochtonen door de wijze waarop in de praktijk met hun rechten wordt omgesprongen, ertoe worden gebracht zich van het recht af te wenden of niet langer krediet geven aan hen die er toezicht op moeten houden, verliezen inspanningen om aan de inhoud van de regels zelf te timmeren of om het legislatieve proces te optimaliseren, onder andere door een verdere democratisering, veel van hun betekenis.

We hebben nog geen precieze cijfers, maar blijkbaar is het heel slecht gesteld met de tewerkstelling van allochtonen in de FOD Justitie. Ik verwijs ook specifiek naar het ambt van griffier, van parketmagistraat en van zittende magistraat.

Minister Dupont, die belast is met het gelijkekansenbeleid, denkt thans na over imago, communicatie en rekruteringscampagnes voor allochtone groepen in het openbaar bestuur.

Denkt de minister, in navolging van haar collega-minister van Ambtenarenzaken, aan eventuele imago-, communicatie- en rekruteringscampagnes bij allochtone groepen?

Is de minister bereid samen met haar collega jongeren ervaring te laten opdoen in het parket of bij de zittende magistratuur, onder andere door stages voor laatstejaarsstudenten van de universiteiten?

Er zouden bepaalde mechanismen die ervoor zorgen dat via de aanwervingsprocedures van SELOR allochtonen minder doorstoten tot betrekkingen met een vaste benoeming? Heeft de minister weet van deze `blokkeringen'. Zo ja, heeft zij oplossingen om hierin een ommekeer teweeg te brengen?

Mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Werk. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De strategische en operationele doelstellingen inzake diversiteit staan in het managementplan van de voorzitter van de FOD Justitie, meer bepaald in operationele doelstelling nr. 40, `Een welzijns- en preventiebeleid voeren'. Deze doelstelling wordt geconcretiseerd in een project met betrekking tot het beheer van de diversiteit.

Twee personen van de FOD Justitie zijn aangewezen als verantwoordelijken inzake diversiteit en hebben regelmatig contact met de cel Diversiteit van de FOD Personeel en Organisatie. Verder zullen nog twee personen worden aangeworven die eveneens verantwoordelijk zullen zijn voor Gelijke Kansen. De omkaderingsdienst Personeel en Organisatie beschikt over een directie Organisatie en Kwaliteit en daarin werd een cel Welzijn opgericht. Er zal dus een echt beleid worden gevoerd op het vlak van gelijke kansen en diversiteit via een netwerk dat bestaat uit vertegenwoordigers van de omkaderingsdienst Personeel en Organisatie, de dienst Selectie, de dienst Opleiding, de cel Welzijn, de Sociale Dienst, de cel Interne Communicatie, de interne dienst Preventie en Veiligheid op het werk, de dienst Logistiek en psychosociale adviseurs.

De FOD Justitie heeft ook concrete acties ondernomen om de aanwerving van personen van vreemde origine te stimuleren. Ik denk aan het concept `De 1001 gezichten van Justitie', dat opgenomen is in de brochure met dezelfde naam van de FOD Justitie.

De FOD Justitie zal verder de nadruk leggen op gelijke kansen bij de aanwerving van nieuwe ambtenaren. Toegang tot werk moet geboden worden aan elke persoon die de wettelijke voorwaarden vervult. Het gelijkekansennetwerk onderzoekt momenteel de ontwikkeling van wervingscampagnes bij allochtone groepen. De nadruk wordt gelegd op aanwerving, opleiding en communicatie.

Ik ben uiteraard bereid om met mijn collega andere voorstellen te onderzoeken, zoals het organiseren van stages.

Klachten over eventuele discriminerende praktijken zullen natuurlijk behandeld worden, indien mocht blijken dat die zich in de FOD voordoen. Voor zover ik weet, is dat echter niet het geval. Het zou onaanvaardbaar zijn dat een persoon een baan wordt geweigerd om reden van zijn echte of veronderstelde etnische origine.

De `blokkering' waarnaar mevrouw Talhaoui verwijst is louter van wettelijke aard. Om toegang te krijgen tot een statutaire betrekking moet men de Belgische nationaliteit hebben of die van een land van de Europese Economische Ruimte. De Belgische nationaliteit is vereist wanneer de betrekking te maken heeft met een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan het uitoefenen van de openbare macht en activiteiten behelst die de bescherming beogen van de algemene belangen van de Staat.

Het gelijkekansennetwerk zal ook voorstellen doen inzake de nationaliteitsvereiste, de transparantie en de definitie van `het uitoefenen van de openbare macht' en de `algemene belangen van de Staat'.

Nogmaals, eender welke discriminatie bij tewerkstelling moet en zal krachtig worden bestreden.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik begrijp dat zowel de FOD Justitie als minister Dupont campagnes opzetten. Ik ben benieuwd naar het resultaat daarvan. Op dit moment zijn er wel allochtone advocaten, maar ik heb nog niet veel allochtone magistraten gezien. Nochtans zijn die nodig om het vertouwen van de allochtonen in het gerecht te verhogen en dus om allochtone delinquentie, zowel van jongeren als van volwassenen, aan te pakken.