3-104

3-104

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 MAART 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Luc Van den Brande aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het gebrek aan inspanningen van de federale regering inzake onderzoek en ontwikkeling» (nr. 3-643)

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Teneinde de concurrentiekracht van ons land te vrijwaren, moeten we extra inspanningen doen om ons economisch weefsel te versterken en om onderzoek en ontwikkeling te bevorderen. We beschikken slechts over twee troeven, namelijk het werk van onze handen en de ontwikkeling van onze kennis. Kennis moet uiteindelijk leiden tot jobcreatie.

Tijdens de Lentetop van deze week heeft de eerste minister het belang van de doelstellingen van Lissabon bevestigd. We hebben vanmorgen in het Federaal Adviescomité voor de Europese aangelegenheden van gedachten gewisseld over de aanpassingen van die doelstellingen.

De verklaringen van de eerste minister en van de federale regering zijn helaas niets meer dan mooie woorden.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen heeft erop gewezen dat de inspanningen van de federale regering het derde jaar op rij naar beneden gaan op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Er kunnen verscheidene voorbeelden worden aangehaald. Bij de lineaire besparingen die aan de departementen werden opgelegd, heeft de POD Wetenschapsbeleid verhoudingsgewijs het meest ingeleverd van alle departementen, namelijk 10%. De uitgaven voor het Europees Ruimtevaartprogramma werden verschoven naar 2006 tot 2009, wat bovendien intrestlasten meebrengt. De aangekondigde halvering van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers in de ondernemingen, die vorig jaar reeds had moeten ingaan, werd uitgesteld tot 1 oktober 2005. Mevrouw Moerman, de vorige minister van Economie, had nochtans gezworen dat de regeling op 1 januari 2005 zou ingaan.

Hoe rijmt de minister de verdediging van de doelstellingen met het uitblijven van daden? In plaats van de Vlaamse inspanningen na te volgen, doet de federale regering precies het tegenovergestelde. Het is onverantwoord om op Vlaanderen te teren teneinde de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Ik begrijp dat deze vraag rijst in het licht van de Lissabondoelstellingen en de lentetop van gisteren, maar het gaat in wezen om de begroting 2005. Het debat over de uitvoering daarvan werd reeds herhaaldelijk gevoerd in Kamer en Senaat, onder meer in de commissie Ruimtevaart.

Ik had liever gehad dat de maatregel om 50% vrijstelling te geven aan degenen die in de privé-sector aan de slag zijn maar met de universiteiten samenwerken, in werking was getreden op 1 januari 2005 in plaats van op 1 oktober. Hetzelfde geldt voor de ESA-problematiek. Daarvoor is voor de komende jaren, met dezelfde enveloppe, een afbetalingsplan overeengekomen. Die twee maatregelen komen niet ten goede aan de koers die wij willen volgen om de 3%-norm van Lissabon te respecteren. In een begroting moet altijd worden gewikt en gewogen. Op dat vlak werd geen genoegdoening bekomen.

Inmiddels werd beslist een high level-werkgroep onder leiding van professor Soete op te richten. Die zal tegen het einde van de paasvakantie een verslag en aanbevelingen bezorgen. Daarin zullen ongetwijfeld een aantal maatregelen staan en op zijn minst een stappenplan met een fondsenverwerving, dat weliswaar niet meer tot 2010 zal reiken.

Misschien kon het inderdaad beter, maar in vergelijking met andere Europese lidstaten zitten we boven het gemiddelde. Is dat vooral de verdienste van Vlaanderen? Ik zou dat willen nuanceren. Vlaanderen doet bijzonder grote inspanningen. Alle niveaus moeten echter inspanningen doen om de 3%-norm te halen, zeker als men weet dat 1% van de publieke sector moet komen. Er is dus nog een resem maatregelen nodig.

Ik hoop dat de begroting 2006 voor de minister van Begroting aanleiding zal zijn om uit te voeren wat hij heeft aangekondigd. De kenniseconomie waar België deel van moet uitmaken en de bijdrage die we moeten leveren om de Lissabondoelstellingen te halen vergt meerdere inspanningen. Ik zal hem daaraan herinneren.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mijn kritiek is een steun in de rug om tijdens de begroting meer te kunnen binnenhalen.

Deze vraag is inderdaad gekoppeld aan de lentetop.

Het is een gevaarlijk argument om te zeggen dat de anderen het minder goed doen waardoor het Europees gemiddelde gezakt is en wij het beter doen.

Met ministers van Begroting moet men altijd opletten. In de periode 1985-1987 was de heer Verhofstadt federaal minister van Begroting en minister van Wetenschapsbeleid. Precies in die periode werden de kredieten voor wetenschapsbeleid het meest teruggeschroefd in de jongste 20 jaar. Men moet dus opletten met voorbeelden die niet te stichtend zijn.