Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-31

ZITTING 2004-2005

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (Sociale Zaken)

Vraag nr. 3-1740 van mevrouw Van de Casteele d.d. 22 november 2004 (N.) :
RSZ. — Gedetacheerde werknemers bij vakbonden. — Aanvullende vergoeding. — Vrijstelling van de RSZ-bijdrage.

De RSZ-wetgeving bepaalt dat, voor een ambtenaar die wordt gedetacheerd naar een ministerieel kabinet, de aanvullende vergoeding die hij van het kabinet ontvangt vrijgesteld is van RSZ.

Ambtenaren kunnen ook gedetacheerd worden naar bijvoorbeeld vakbonden. Blijkbaar zouden ook in die gevallen geen bijdragen worden betaald op de aanvullende vergoedingen die aan de werknemers worden betaald.

Het feit dat een vakbond een « feitelijke vereniging » is, dat er geen werkgever kan worden aangeduid en dus dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen vakbond en gedetacheerde, zou daarvan aan de basis liggen.

Van dit soort praktijken zijn zowel de werknemers als de overheid de dupe. De gedetacheerde werknemers hebben door het ontbreken van bijdragen op de aanvullende vergoeding een onvolledige pensioenopbouw.

Ook de sociale zekerheid loopt vele euro's mis.

Mijns inziens moet men van de vakbonden, die toch de grote verdedigers van de sociale zekerheid zijn en die nauwlettend toekijken of bedrijven geen sociale bijdragen ontlopen, een ethischer houding verwachten.

1. Is het effectief zo dat vakbonden geen RSZ-bijdrage betalen op de aanvullende vergoedingen van hun gedetacheerden ?

2. Welke wettelijke bepalingen vormen hiervan de grondslag ?

3. Kan de geachte minister een raming geven van de totale loonmassa aan aanvullende vergoedingen voor gedetacheerd overheidspersoneel waarop geen RSZ-bijdragen worden betaald ?

4. Zouden vakbonden niet beter omgevormd worden tot rechtspersonen zodat meer transparantie mogelijk is, ook in de relatie met hun « werknemers »?