3-98

3-98

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 FEBRUARI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven over «de besparingen inzake het gezondheidsbeleid» (nr. 3-592)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Hoewel de VLD altijd heeft aangedrongen op een strikt begrotingsbeleid, hebben we toch vragen bij de manier waarop de minister van Begroting zijn bevoegdheid gebruikt om zijn collega van Volksgezondheid, alle overlegstructuren in de gezondheidssector en ook het Parlement buiten spel te zetten.

De minister is uiteraard bevoegd voor de begroting. Dat betekent echter geenszins dat alle andere ministers voor elke concrete maatregel onder zijn toezicht staan.

Ons gezondheidsbeleid is al jaren een puur budgettair beleid. De minister kan misschien zijn licht opsteken bij minister Vandenbroucke, die jarenlang het gezondheidsbudget heeft beheerd, maar ook bij zijn partijvoorzitter, die plots alle problemen in deze sector heeft ontdekt. Vandaag nog lezen we dat uit een RIZIV-studie blijkt dat zeker wat de geneesmiddelen betreft, alle maatregelen tot nog toe geen besparingen hebben opgeleverd. Een louter budgettair beleid is dus geen oplossing: gezondheids- en kwaliteitsdoelstellingen moeten voorop staan, uiteraard rekening houdend met de middelen die de samenleving in de gezondheidszorg wil investeren.

Wat de geneesmiddelen betreft, willen we bijvoorbeeld dat de Commissie Terugbetaling Geneesmiddelen (CTG) meer geprofessionaliseerd en geresponsabiliseerd wordt. Sinds enkele jaren worden via de clawback budgettaire ontsporingen grotendeels verhaald op de farmaceutische industrie. Met de blokkering van een aantal dossiers gaat de minister in tegen eerdere engagementen van de regering.

De minister treft deze sector ook via andere wegen. Zo wordt de toestand binnen het Directoraat-generaal Geneesmiddelen (DGG) steeds schrijnender omdat hij op de centen blijft zitten. De opgelegde termijnen kunnen daardoor niet worden gerespecteerd. Ook het klinisch onderzoek dreigt naar buitenlandse centra en universiteiten uit te wijken ondanks een recente wet die kortere termijnen oplegt net om concurrentieel te zijn. Wegens de onderbemanning van de betrokken dienst, slaagt men er echter niet in die termijnen te respecteren, met veel rechtsonzekerheid tot gevolg zodat de farmaceutische industrie voor haar onderzoek naar het buitenland trekt, waar de termijnen misschien iets langer zijn, maar tenminste vastliggen.

Wat is de bedoeling van de hakbijlpolitiek van de minister van Begroting en hoelang wil hij daarmee doorgaan?

Is die gebaseerd op een verwachte overschrijding van de begroting 2005? Is de overschrijding voor 2004 zo alarmerend? Over welk bedrag gaat het?

Hoe ver moet de achterstand in het DGG oplopen vooraleer de minister bereid is middelen uit het Geneesmiddelenfonds die afkomstig zijn uit de sector, vrij te maken?

Remt de minister met zijn beleid de innovatie, die hij zelf zo belangrijk achtte, niet af?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Laat me beginnen met een rechtzetting. Bepaalde regeringsleden zich hebben ingezet voor een stijging van 4,5% in de ziektezorg, ofschoon anderen dit als een te grote stijging beschouwden. De uitgaven voor geneesmiddelen zijn in 2003 met bijna 9% gestegen en in 2004 volgens de jongste cijfers met 9,5%. Ik heb aan de vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie gevraagd of ze dachten dat een dergelijke stijging gedurende vijf tot zes jaar houdbaar zou zijn. Hun antwoord was negatief. Tot zover is iedereen het eens, maar niemand neemt de verantwoordelijkheid op zich om er iets aan te doen.

Innovatie is enkel mogelijk als oudere geneesmiddelen goedkoper worden. Dankzij de nieuwe gezondheidswet, die collega Demotte heeft ingediend, kan worden ingegrepen. Er zal met referentieterugbetalingen kunnen worden gewerkt; voorwaarde is wel dat meer vrijheid wordt gelaten. Ook moet de industrie afstappen van de praktijk om oude geneesmiddelen onder een nieuwe verpakking terug op de markt te lanceren. Dat is geen innovatie.

De regering heeft dan ook bewarende maatregelen genomen. In maart en april zullen fundamentele hervormingen worden doorgevoerd. Tot dan zullen vernieuwingen die geld kosten zoveel mogelijk worden afgeremd. Om die reden zullen de honoraria van de geneesheren tot einde maart zeker niet worden geïndexeerd. Ook voor andere posten wordt steeds nagegaan hoe nieuwe uitgaven kunnen worden vermeden. Het is immers veel beter nieuwe uitgaven te vermijden dan ze te moeten terugschroeven.

De regering probeert redelijk te handelen. Daarom hebben we een akkoord gesloten met de apothekers waarbij een garantie wordt gegeven in ruil voor een besparing. Als we de ziekteverzekering willen vrijwaren, dan zijn dergelijke stijgingen niet houdbaar. Het is mijn taak als minister van Begroting dit in het oog te houden en om die reden zitten in een aantal instellingen regeringscommissarissen, die hun toestemming moeten geven. Als men mij iets ter goedkeuring voorlegt, dan moet ik durven te weigeren in geval van overschrijdingen.

Mevrouw Van de Casteele stelt wat al te makkelijk dat we het Geneesmiddelenfonds afremmen. In uitvoering van het hervormingsplan mag het Geneesmiddelenfonds 3,3 miljoen euro putten uit de reserves. In het derde kwartaal van 2004 werd 920.000 euro geput en in het laatste kwartaal van 2004 1.662.000. Voor 2005 gelden de volgende cijfers: 2.375.000, 2.959.000 en 3.328.000 euro.

Het uitgavenplafond voor de werking van het fonds zelf wordt verhoogd mits respect voor het saldo, dit wil zeggen naargelang de inkomsten stijgen. In het eerste trimester 2005 wordt het fonds gemachtigd om 258.000 euro uit te geven, in het tweede trimester 621.000 en in het derde 920.000 euro.

Voorafgaand aan de vierde verhoging zal worden nagegaan of de meeruitgaven ook zijn gevolgd door meerinkomsten, zoals is vooropgesteld. Er zal een systeem worden uitgewerkt waarbij voor latere verhogingen erop toegezien wordt dat het spanningsveld tussen ontvangsten en uitgaven blijft behouden, enerzijds, en de vraag tot verhogingen van het plafond snel wordt behandeld, anderzijds.

Er is dus een aanzet gegeven om zowel de reserves uit te putten, als de mogelijkheid tot vernieuwing te bieden. In maart-april plant de regering structurele aanpassingen en tot dan is ze zo voorzichtig mogelijk. Het is veel moeilijker iets wat gegeven is, te moeten terugnemen, dan een tijdje te wachten met geven.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord, waaruit ik inderdaad bijkomende informatie kan putten. We zijn het er allemaal over eens dat het belangrijk is de kwaliteit en de innovatie in onze gezondheidszorg te bewaren en dat daartoe structurele maatregelen nodig zijn. We waren ook allemaal vragende partij voor de stijging met 4,5% van het budget van Gezondheidszorg en hebben de minister daarin ook gesteund. Al wie vertrouwd is met de gezondheidssector weet dat die inhaalbeweging nodig was om onze gezondheidszorg overeind te houden in een vergrijzende samenleving.

Nieuw voor mij is dat u stelt dat het hier gaat om bewarende maatregelen die op beslissing van de regering zouden zijn genomen. De minister vergelijkt met het niet-indexeren van de artsenhonoraria. Dat werd tijdens de begrotingsbespreking echter duidelijk naar voren geschoven. De artsen wisten dat deze maatregel hen om budgettaire redenen zou worden opgelegd. De maatregelen van de minister in de geneesmiddelensector werden echter absoluut niet aangekondigd. Integendeel, want er was met de sector overlegd over de manier waarop overschrijdingen van het budget zouden worden gerecupereerd. Dat is toch fundamenteel verschillend.

In verband met het geneesmiddelenfonds heb ik een vraag om uitleg aan minister Demotte ingediend. Het is goed dat minister Vande Lanotte me zijn cijfers daarover heeft gegeven. Op basis daarvan zal ik met minister Demotte nagaan wat het probleem is, want mensen op het terrein signaleren me echt wel problemen door personeelsgebrek. Het gaat zelfs zover dat allerlei sporen worden onderzocht om bijkomende mensen in te schakelen met een financiering buiten de overheid om. Dat kan echt niet.

Ik dring erop aan dat beide ministers samen voor die sector snel naar een oplossing zoeken. De bedrijven gaan intussen naar het buitenland, zeker voor fase 1-studies, en dan weten we dat ook de andere studies op termijn zullen verdwijnen. Nochtans hadden we met de wet die we goedkeurden, net de bedoeling zoveel mogelijk onderzoek hier te houden.