3-97

3-97

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 17 FÉVRIER 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karim Van Overmeire au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur «la visite de travail du ministre de l'Intérieur au Danemark et les conséquences de celle-ci en ce qui concerne la politique des étrangers de la Belgique» (nº 3-573)

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - In de media was heel wat te doen over het werkbezoek dat de vice-eerste minister aan Denemarken heeft gebracht.

Zoals bekend is Denemarken een van de voortrekkerslanden in Europa als het om een strikt vreemdelingenbeleid gaat. Het Deens beleid wordt gevoerd door een minderheidskabinet van liberalen en conservatieven, met de steun van de Volkspartij. Dat is een unieke coalitie in Europa en misschien was dat ook gedeeltelijk een doel van de studiereis. Een vreemdelingenbeleid van de Deense regering vindt steun bij de bevolking en wordt beloond door de kiezers. Zelfs de oppositie laat horen dat ze, indien ze na de jongste verkiezingen aan de macht was gekomen, dat beleid zou hebben voortgezet.

In ons land ligt het anders. In de kranten konden we de reacties van de coalitiegenoten lezen. De heer Di Rupo was verbaasd; hij wou zelfs in het verzet gaan tegen de reis van de minister; de PS tikte de minister op de vingers; de heer Di Rupo was verbolgen en hij sprak over cynische chantage. Senator Dedecker vond dat de schoolreis van de minister wel eens heel leerrijk kon zijn.

De vice-eerste minister zei dat hij zou overleggen met zijn collega's-ministers over de koppeling van het asielbeleid aan het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, een verhoging van het budget voor ontwikkelingshulp en een uniform asielbeleid in de EU met opvang aan de buitengrenzen van de EU. Dat verhaal is overigens niet nieuw; we hebben dat al eerder van hem gehoord.

Maar van al die straffe verklaringen in de pers wordt later bijzonder weinig in praktijk gebracht. Nochtans kan de vice-eerste minister de maatregelen waarvan hij zegt voorstander te zijn, niet uitvoeren zonder de steun van de hele regering en zelfs van de Europese Raad van ministers.

Met welke voorstellen is de vice-eerste minister uit Denemarken teruggekeerd? In welke mate is zijn schoolreis, zoals collega Dedecker de uitstap noemt, leerrijk geweest?

Hoe concreet zijn die voorstellen? Heeft hij daarover al overleg gepleegd met zijn collega-ministers en worden zijn voorstellen door de hele regering gesteund?

Binnen welke termijn mogen we verwachten dat die voorstellen in beleid worden omgezet?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik heb gisteren aan kamerlid Tastenhoye ook al gezegd dat ik toch wat sta te kijken van de emotie die mijn bezoek aan Denemarken bij sommigen heeft teweeggebracht. Daarom wil ik het even in de juiste context plaatsen.

In het programma van Den Haag wordt zeer veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van een Europees extern asielbeleid. Op de formele ontmoeting van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van januari in Luxemburg heeft de Deense minister van Binnenlandse Zaken een bijzonder interessante presentatie gegeven van het Deense beleid op dat vlak. Met het oog op de discussies in de Raad van ministers van de Europese Unie leek het me dan ook nuttig om met deze Deense invulling van een Europees extern asielbeleid nader kennis te maken. Ik benadruk dat ik niet naar Denemarken ben gegaan om het vreemdelingenbeleid as such te bestuderen, want voor dat beleidsdomein leveren de diverse Europese richtlijnen het kader waarbinnen ik zal werken. Alle lidstaten hebben meer en meer richtlijnen hieromtrent in hun eigen recht omgezet zodat we stap voor stap komen tot een harmonisering van het migratiebeleid in de hele Europese Unie, althans voor zover het om het interne aspect daarvan gaat.

Er wordt over het Deense migratiebeleid van alles en nog wat verteld. Daarom wil ik een paar punten preciseren.

Denemarken is het land met het hoogste budget voor ontwikkelingssamenwerking binnen de Europese Unie. Denemarken heeft zijn asiel- en immigratiebeleid ten volle geïntegreerd in zijn buitenlands beleid. Het land heeft zich geëngageerd in tal van projecten, overigens in samenwerking met het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen van de VN, onder meer in Kenia, Uganda en Tanzania.

Vooral voor dit punt wil ik lessen trekken uit mijn bezoek. We mogen namelijk niet berusten in de onwil van sommige landen om eigen onderdanen terug op te nemen. Er bestaat trouwens een internationale verplichting voor ieder land om eigen onderdanen terug op te nemen. En van landen waarmee we handelsakkoorden sluiten of ontwikkelingssamenwerking organiseren, mogen we toch verwachten dat ze meewerken aan de terugname van onderdanen die zich illegaal in ons land bevinden. Voorts wil ik de strijd aangaan tegen misbruiken met migratie, zoals in het regeerakkoord staat vermeld. Ik kan namelijk niet aanvaarden dat mensen gebruik of misbruik maken van de onwil van het land van oorsprong om hen terug op te nemen.

Er wordt nogal eens beweerd dat ik vind dat landen die niet meewerken, geen of minder ontwikkelingshulp zullen ontvangen. Daarmee zouden we echter de bevolking van dat land treffen. Dat is zeker niet mijn bedoeling en ik hoop van de heer Van Overmeire hetzelfde. Dat heb ik voldoende duidelijk gemaakt vóór, tijdens en na mijn bezoek. Ik wil wel dat andere departementen, zoals Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking of Defensie, aandacht krijgen voor de internationale aspecten van mijn departement.

Die departementen moeten de problemen in het Belgische uitwijzingsbeleid in verband met de terugname van eigen onderdanen aansnijden in hun buitenlandse relaties. Een goed migratiebeleid moet niet alleen achteraf reageren, maar vooral proactief reageren. Dat is bij uitstek een bevoegdheid van mijn collega van Ontwikkelingssamenwerking.

Binnenkort zal ik vergaderen met collega's De Gucht en De Decker om het beleid nog meer op elkaar af te stemmen. Ik verwijs ook naar het regeerakkoord. Er was immers nogal veel te doen om niets. Ik citeer het regeerakkoord: "Grotere aandacht zal gaan naar regio's waar de problemen van armoede en ongelijkheid aanleiding geven tot een grote migratiedruk, zoals de landen van Noord-Afrika en ook bepaalde Balkanlanden die vandaag geen uitzicht hebben op een toetreding tot de Europese Unie." Dat staat in het onderdeel ontwikkelingssamenwerking van het regeerakkoord. Ik heb dat verband dus niet verzonnen; het is een opdracht uit het regeerakkoord.

Andere lidstaten hebben een gelijkaardige aanpak. Ik denk onder meer aan Nederland en aan het Verenigd Koninkrijk. Ik heb een bezoek gepland aan Londen, waar ik de voorstellen van Labour wil gaan bekijken. Labour heeft nieuwe initiatieven aangekondigd die zeer nuttig kunnen zijn voor het huidige beleid.

Ook de Europese Unie zelf wil werk maken van een betere samenwerking tussen Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Binnenlandse Zaken inzake asiel- en migratiebeleid. Dat staat in de beleidsnota's van de commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking, de heer Michel.

Oplossingen op het vlak van het asiel- en migratiebeleid moeten steeds meer gevonden worden in een Europese context. Ik denk aan readmissieakkoorden, het opzetten van een fonds voor terugkeer en ook projecten in transitlanden. Die voorstellen komen vanuit de Europese Unie, meer in het bijzonder vanuit de Europese Commissie.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Toen sommigen destijds een strakker en ander asielbeleid voorstelden, werd dat als onmogelijk en onmenselijk voorgesteld en als in strijd met de internationale akkoorden. Vandaag zien we dat in Denemarken en ook in andere landen een strakker, maar rechtvaardig asielbeleid binnen het kader van internationale afspraken wel mogelijk is. Ik ben blij dat de vice-eerste minister daaruit conclusies trekt. Ik hoop dat een streng, maar rechtvaardig asielbeleid, dat echte asielzoekers de kans geeft om bij ons asiel te vinden, steeds meer ingang zal vinden. Terzelfder tijd kan voor een aantal problemen in de derde wereld een grotere inspanning vanuit onze landen worden verwacht.

Zo'n beleid zal steun krijgen bij grote lagen van de bevolking. Ik hoop dat de vice-eerste minister erin zal slagen de coalitiepartners ter linkerzijde te overtuigen.