3-96

3-96

Sťnat de Belgique

Annales

JEUDI 3 F…VRIER 2005 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Proposition de loi instituant un fonds de compensation pour la TVA auprŤs du service public fťdťral Finances (de Mme Sabine de Bethune et consorts, Doc. 3-702)

Discussion gťnťrale

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG), rapporteur. - In de commissie was er blijkbaar een probleem bij het goedkeuren van het verslag en daarom vind ik het belangrijk hier een samenvatting te geven van dit door de diensten nochtans zeer goed geschreven document.

Dit wetvoorstel wil, zoals de heer Schouppe in de commissie uiteenzette, in de eerste plaats een oplossing bieden voor de derving door de gemeenten van energiedividenden ingevolge de vrijmaking van de elektriciteit- en gasmarkt. Vooral in Vlaanderen, waar deze liberalisering eerder is ingezet, is dat van belang.

De eerste minister heeft duidelijk verklaard dat de gemeenten ten minste gedeeltelijk zouden worden gecompenseerd voor de derving van de energiedividenden door de invoering van de Elia-heffing, waarvan de opbrengst volgens een te bepalen verdeelsleutel naar de gemeenten zou gaan. Hoewel het principe van de Elia-heffing politiek verworven is, laat de uitvoering ervan op zich wachten. Over de verdeelsleutel is er nog geen akkoord. De verwachte opbrengst zal helemaal niet volstaan om het verwachte verlies aan energiedividenden te compenseren. Daarnaast is de Elia-heffing een zoveelste bijkomende heffing op de elektriciteit die bijdraagt tot het fiasco van de vrijmaking van de markt, die niet tot de verwachte daling van de energieprijzen heeft geleid.

Bijgevolg stelde de heer Schouppe in de commissie voor een BTW-compensatiefonds op te richten dat een veel concretere methode biedt om de gemeenten te compenseren voor het verlies aan dividenden. Niet alleen zou de opbrengst van het fonds overeenkomen met het verlies aan dividenden, waardoor de Elia-heffing kan worden afgeschaft en het probleem van de verdeling ervan wegvalt, maar bovendien leidt het BTW-compensatiefonds tot een veel correctere situatie tegenover de gemeentebesturen.

Daarnaast beoogt het voorstel meer transparantie in het beheer van de gemeentefinanciŽn en geeft het de gemeentebesturen de mogelijkheid zich efficiŽnter te organiseren omdat ze objectief kunnen kiezen tussen inbesteden en uitbesteden. Uitbesteden is momenteel duurder, omdat de gemeenten de hen aangerekende BTW niet kunnen recupereren. Met voorliggend wetsvoorstel zal dit wel kunnen en hebben de gemeenten dus een grotere keuzevrijheid.

Het BTW-compensatiefonds heeft volgens de heer Schouppe bovendien vijf belangrijke positieve neveneffecten.

In de toelichting bij het wetsvoorstel werd de BTW op de werkingskosten en de investeringsuitgaven geraamd op ruim 400 miljoen, die de Vlaamse gemeenten zouden kunnen recupereren als compensatie voor het wegvallen van de energiedividenden. Dat bedrag dekt ruim het verlies aan dividenden van ongeveer 350 miljoen. Bij de berekening werd ervan uitgegaan dat de BTW voor uitgaven voor onder meer onderwijs, musea en bibliotheken niet kan worden gerecupereerd.

De vertegenwoordiger van de minister van FinanciŽn wijst er allereerst op dat voorliggend wetsvoorstel vooral budgettair van aard is en dat de BTW-problematiek hier weinig terzake doet.

Hij wijst er ook op dat in het voorstel verschillende cijfers worden gehanteerd. Enerzijds wordt ervan uitgegaan dat de gemeenten 350 miljoen euro aan dividenden verloren en anderzijds wordt de opbrengst van de Elia-heffing geraamd op 172 miljoen euro. Men schat dat de gemeenten in 2000 op hun algemene onkosten en investeringen afgerond 412 miljoen euro aan BTW betaalden, enkel aan Vlaamse kant. Aangepast naar 2004 en uitgebreid tot alle gemeenten van BelgiŽ is dat afgerond 1 miljard euro.

Volgens de vertegenwoordiger van de minister gaat het onderdeel van het voorstel in verband met de BTW verder dan wat nu geldt voor de traditionele BTW-plichtige. Het voorstel geeft de gemeenten de mogelijkheid ook BTW te recupereren die ze in andere lidstaten en in de Europese vrijhandelsassociatie, bijvoorbeeld in Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, hebben betaald. Een gewone BTW-plichtige moet daarvoor een beroep doen op de achtste richtlijn via procedure van teruggave. Bovendien bepaalt het voorstel dat indien de overheid in gebreke blijft om binnen een bepaalde termijn de teruggave te doen, er van rechtswege nalatigheidsintresten verschuldigd zijn.

Welnu, artikel 91, paragraaf 3, van het BTW-Wetboek voorziet alleen in dergelijke intresten op het einde en niet in de loop van het kalenderjaar.

Het wetsvoorstel is volgens hem zeker niet budgettair neutraal. Hij meent echter te weten dat in WalloniŽ en in Brussel-Hoofdstad al een dergelijk wettelijk instrument bestaat, met name de wegenisheffing.

Hij stelt ook vast dat dit wetsvoorstel vooral de rijke gemeenten bevoordeelt, aangezien die meer uitgeven en meer investeren.

Ten slotte rijst ook de vraag waarom de compensatie alleen zou moeten gelden voor de gemeenten en niet voor andere overheden zoals de provincies, de agglomeraties enzovoort.

Bijgevolg kan volgens de vertegenwoordiger van de minister, de minister van FinanciŽn dit wetsvoorstel niet aanvaarden.

De heer Van Nieuwkerke begrijpt niet goed het verband tussen het BTW-compensatiefonds en het inkomstenverlies van de gemeenten door de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Niet alle Belgische gemeenten zijn in dezelfde mate door de liberalisering getroffen. De Brusselse en Waalse gemeenten worden later dan de Vlaamse met deze liberalisering geconfronteerd.

Hij vindt ook dat het wetsvoorstel de bevoegdheid van de gewesten inzake de financiering van de gemeenten doorkruist.

Volgens de heer Schouppe gaan de tegenstanders van het voorstel voorbij aan ťťn van de essentiŽle doelstellingen van het wetsvoorstel. Het betreft een meer concrete manier van werken op het niveau van de gemeenten, waardoor eindelijk deugdelijk bestuur mogelijk zou zijn.

De heer Schouppe wijst erop dat de minister heeft verklaard dat zowel in het Brussels Hoofdstedelijk Gebied, als in WalloniŽ, in tegenstelling tot in Vlaanderen, de liberalisering nog niet is ingevoerd, deze gewesten wel al hun voorzorgen hebben genomen door de wegenisheffing in te voeren in anticipatie op het verlies aan energiedividenden. Vlaanderen kan uiteraard ook snel een wegenisheffing invoeren, maar probeert dit te vermijden. Alleen moet niet worden vergeten dat de liberalisering er langs Waalse en Brusselse kant ook komt. Met andere woorden, ook zij zullen met de meerkost van elektriciteit worden geconfronteerd.

De heer Schouppe sluit zich aan bij de vaststellingen van de heren Collas en Dedecker dat sinds het wegvallen van de energiedividenden, die inderdaad een verkapte belastingheffing waren, de elektriciteitsprijzen niet zijn gezakt, wel integendeel. De holding boven de elektriciteitsmaatschappij doet hiermee haar voordeel. Onrechtstreeks profiteert natuurlijk ook de Schatkist via de vennootschapsbelasting.

Er is dus een verschuiving van inkomsten van de gemeenten naar Electrabel en Suez. De slachtoffers zijn de Belgische elektriciteitsverbruikers.

Volgens mevrouw Annane wil de toelichting van het wetsvoorstel de administratieve circulaires wijzigen opdat de intercommunales kunnen afwijken van de toepassing van het klassieke BTW-tarief. Al hun handelingen zouden dan belastbaar worden.

Een tweede opmerking van mevrouw Annane heeft betrekking op de berekeningswijze van de kosten van het compensatiefonds.

De heer Collas verklaart begrip op te brengen voor de herfinanciering van de gemeenten, wat een werkelijk probleem vormt. Volgens hem staat dit evenwel los van de liberalisering van de energiemarkt.

Op uitdrukkelijk verzoek van de heer Collas bevestigt de heer Schouppe dat het uitsluitend de bedoeling is de Elia-heffing door het compensatiefonds te vervangen.

De heer Brotcorne wijst erop dat de Elia-heffing weliswaar voordelig kan lijken, doch dan in hoofdzaak voor Vlaamse gemeenten en niet voor de gemeenten in het Franstalige landsgedeelte.

Waals gewestminister Antoine heeft onlangs over het wetsvoorstel gezegd dat hij overweegt een decreet in te dienen om de Walen vrij te stellen van de heffing, omdat WalloniŽ op een andere wijze met dat probleem wordt geconfronteerd dan Vlaanderen.

Volgens de heer Collas is dit verschil toe te schrijven aan het feit dat WalloniŽ reeds een wegenisheffing heeft. De gewestminister wil gewoon een dubbele belasting vermijden.

De heer Brotcorne wijst erop dat dit niet overeenstemt met de oogmerken van de Vlaamse regering inzake de liberalisering van de energiemarkt. De Waalse regering heeft immers geen interesse voor een dergelijk voorstel.

De heer Schouppe waarschuwt op zijn beurt de Waalse collega's ervoor dat men niet zowel de Elia-heffing kan tegenhouden, die de Vlaamse gemeenten dringend nodig hebben om hun budget in evenwicht te krijgen, en tegelijkertijd alternatieven blokkeren die alle gemeenten op voet van gelijkheid zouden behandelen, zonder dat dit tot een onhoudbare situatie voor de Vlamingen leidt.

Artikel 1 wordt verworpen met 9 tegen 3 stemmen, bij 1 onthouding, hetgeen de verwerping van het wetsvoorstel tot gevolg heeft.

De heer Etienne Schouppe (CD&V). - Het verslag van de rapporteur is heel correct en volledig, zodat ik daar niets aan hoef toe te voegen. Ik wil alleen een paar essentiŽle zaken van het voorstel dat de CD&V-fractie heeft ingediend, in herinnering brengen en wijzen op het belang ervan voor de gemeentebesturen.

De liberalisering van de energiemarkt in ons land is ver onder de verwachtingen gebleven. De klanten kregen niet de tariefvermindering waarop ze hadden gerekend. De gemeentebesturen kregen meer lasten en minder ontvangsten: ze moesten namelijk meer betalen voor de openbare verlichting en moesten dividenden van de distributiemaatschappijen derven.

De Elia-heffing waarmee de regering het verlies van dividenden beloofde te compenseren, is geen goede oplossing en zal zeker niet de omvang krijgen - als ze er al ooit komt - die nodig is om het dividendenverlies te compenseren. Bovendien werkt de Elia-heffing prijsverhogend. Vandaar trouwens het groot aantal klachten, zowel van de bedrijfswereld als van particulieren. De Elia-heffing is immers al de negende of tiende verhoging van de energieprijs. Van de beloofde vrijstellingen kan worden gezegd dat ze een bron zijn van onrechtvaardigheden onder de burgers.

In feite heeft maar ťťn partij veel voordeel gehaald uit de Elia-heffing, namelijk de federale overheid die via de vennootschapsbelasting en de nieuwe BTW-regeling een grote meerontvangst realiseert. Wellicht was die vaststelling voor minister Verwilghen de aanleiding om een BTW-verlaging op elektriciteit in te voeren.

Het BTW-compensatiefonds dat wij voorstellen, kan het dividendenverlies dekken en heeft als groot voordeel dat de opbrengst niet op een arbitraire manier onder de gemeenten moet worden verdeeld. Als er BTW kan worden gerecupereerd, zal dat immers gebeuren a rato van de omvang van de gemeente en de investeringen die ze verricht.

Ik zal de positieve neveneffecten van het BTW-compensatiefonds niet herhalen. Ze staan voldoende beschreven in het verslag van de rapporteur. Ik wil er alleen nog op wijzen dat, in tegenstelling met de Elia-heffing die maar de helft van het dividendenverlies kan goedmaken, het fonds een percentage kan halen dat helemaal overeenstemt met het effectief door de gemeenten geleden verlies. Dat verlies is gemakkelijk te berekenen aan de hand van de uitgaven voor werkingskosten en investeringen van de betrokken gemeenten.

Ik vraag de minister van FinanciŽn niet te veel stil te staan bij mogelijke BTW-problemen. Wij kennen allemaal de benarde situatie van de gemeente inzake hun BTW-betalingen en BTW-inningen. Tal van besturen, vooral van grote gemeenten, zoeken achterpoortjes zoals de oprichting van autonome gemeentebedrijven, om het BTW-verschil tussen inbestedingen en uitbestedingen zo laag mogelijk te houden om nog marktconform te kunnen werken.

Van de gemeentebesturen kreeg ons voorstel weinig aandacht. Toch zou het adequate mechanisme van het BTW-compensatiefonds hen financieel kunnen helpen en de achterpoortjes van de autonome gemeentebedrijven kunnen sluiten.

Het wetsvoorstel werd verworpen in de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden. Ik roep de Senaat op het voorstel in de plenaire vergadering goed te keuren. Ter attentie van degenen die verantwoordelijkheid dragen in gemeenten in Brussel en WalloniŽ wil ik nogmaals benadrukken dat een BTW-compensatiefonds de gemeentelijke financiŽle mogelijkheden sterk uitbreidt. De gemeenten zullen eindelijk op een economisch en maatschappelijk verantwoorde manier kunnen werken. Ze zullen marktconform kunnen werken in de plaats van via allerlei kanalen te moeten proberen de reŽle lasten van prestaties te onderdrukken.

Ik vraag de Senaat de commissie niet de volgen en dit voorstel goed te keuren dat een BTW-compensatiefonds invoert in het belang van de ondergeschikte besturen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG), rapporteur. - Dit voorstel is het echt waard dat ik het nog eens verdedig.

In 2001, vůůr de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in BelgiŽ, schommelde de elektriciteitsprijs vůůr belastingen voor een gemiddeld industrieel verbruiker rond het Europese gemiddelde. Hoewel de grootste producent in BelgiŽ op dat ogenblik meer dan 90% van de productie in handen had, betaalde de verbruiker niet beduidend meer dan in andere Europese landen. Omdat tengevolge van de liberalisering grote prijsdalingen werden verwacht, hebben de Vlaamse en federale regering allerlei heffingen opgelegd en ook verplichtingen op ecologisch en sociaal vlak. Er zijn genoeg voorbeelden: warmtekrachtkoppelingcertificaten, groene stroomcertificaten, budgetmeters, bijdragen voor het Kyoto-fonds, bijdragen voor het nucleair passief enzovoort. Op een ondernemingsconferentie van vorig jaar en in het Vlaams regeerakkoord werd verklaard dat onze energiekosten vergeleken zouden kunnen worden met die van onze belangrijkste handelspartners. Bovendien werd overeengekomen, zoals afgesproken in Gembloux, om de meerkost voor energie af te toppen. Die afspraken werden tot nu niet uitgevoerd.

In overeenstemming met Europese afspraken moet de paarse regering de energiemarkt vrijmaken. Een lagere energieprijs zou inderdaad een goede zaak zijn voor de consument. De andere kant van de medaille is dat de vrijmaking een inkomstenderving betekent voor de gemeenten die tot nu toe via de gemengde intercommunales dividenden konden putten uit de gemonopoliseerde elektriciteitslevering. Door de liberalisering van de energiemarkt verliezen de Vlaamse gemeenten als eersten die dividenden.

Een onderzoek van de verbruikersvereniging Test-Aankoop in april 2004 bond de kat de bel aan. Het maakte duidelijk dat de liberalisering van de elektriciteitsmarkt op een bittere mislukking voor de consumenten dreigde uit te lopen. Van de te verwachten daling van de energieprijzen door liberalisering zou de consument niets ondervinden, wel integendeel! Niettemin werd vorig jaar tijdens de laatste vergadering van de Kamer vůůr het zomerreces de wet op de Elia-heffing goedgekeurd, meerderheid tegen oppositie, ťťn maand na de goedkeuring in de Senaat.

De Elia-heffing, genoemd naar de beheerder van het transmissienet, is een nieuwe heffing op het stroomverbruik. Via de Elia-heffing betalen de Vlaamse particulieren en de kleine ondernemingen 170 miljoen aan de gemeenten om de geleden inkomensderving gedeeltelijk goed te maken. De fiscale administratie heeft aan de gemeenten meegedeeld dat de Elia-maatregel een heffing is en er dus BTW op is verschuldigd, alweer een meerprijs voor de eindconsument.

De CD&V-senaatsfractie heeft getracht via voorliggend wetsvoorstel een alternatief te bieden voor de Elia-wet en dat is lovenswaardig. Het BTW-compensatiefonds waarin dit wetsvoorstel voorziet, zal bepaalde BTW-uitgaven compenseren die de gemeenten op bepaalde investeringen hebben betaald in het kader van hun handelingen als overheid, de zogenaamde voorbelastingen. Het voorstel zou niet de negatieve uitwerking hebben van de Elia-regeling waarbij de belastingbetaler geld uitkeert aan het ministerie van FinanciŽn om de inkomensderving van de gemeenten gedeeltelijk goed te maken.

Het voorstel heeft bovendien nog enkele positieve neveneffecten. De gemeenten zullen de meest adequate keuze kunnen maken en zo een beter bestuur verzekeren omdat de keuze tussen in- en uitbestedingen niet langer zal steunen op het vermijden van BTW-kosten inherent aan een uitbesteding. Aangezien de gemeenten meer zullen uitbesteden zullen particuliere ondernemingen hiervan natuurlijk mee genieten.

Een BTW-compensatiefonds zal ook leiden tot hogere investeringsinspanningen vanwege de gemeenten en bijgevolg tot meer en betere dienstverlening aan de bevolking. De belastingbetaler zal gespaard blijven van een hogere gemeentebelasting en een Elia-heffing.

Het wetsvoorstel beperkt de compensatie wel tot eigen Belgische BTW-middelen, naar het voorbeeld van de Scandinavische landen, terwijl in Nederland bijvoorbeeld wel een compensatie wordt verleend voor lasten waarop in het buitenland BTW werd betaald.

Onze fractie is van mening dat de interregionale verschillen in de elektriciteitsprijzen te groot zijn, omdat elke intercommunale een andere prijs voor stroomdistributie vraagt. De gratis stroom die de Vlaamse regering aanbiedt, wordt betaald door de intercommunales die de prijs ervan doorrekenen aan de gemiddelde verbruiker. Er is dus niets gratis, want alles wordt betaald door de consument tot op de laatste eurocent. Bovendien dreigt de consument door de Elia-heffing tweemaal voor hetzelfde te betalen. De federale regering is dan ook de grote winnaar van de vrijmaking van de energiemarkt. De vennootschapsbelasting die door de energieleveranciers moet worden betaald, vormt een belangrijke nieuwe bron van inkomsten.

Ik ben dan ook van mening dat het vennootschapsbelastingsurplus moet worden doorgestort aan de gemeentebesturen. In vergelijking met de oude regeling via de gemengde intercommunales of via gemeentelijke of intercommunale elektriciteitsbedrijven vermindert de liberalisering - met of zonder Elia-heffing, met of zonder het CD&V-compensatiefonds - de gemeentelijke autonomie door de nieuwe tussenschakel en de bijkomende wetgeving.

Hoewel het Vlaams Belang het voorstel zal steunen, wil ik toch doen opmerken dat de auteurs ervan een opening maken voor de uitbreiding van de compensatieregeling naar de provincies en de gewesten, waarmee wij niet zo gelukkig zijn. In geval van uitbreiding naar niet-Vlaamse gemeenten, volgens provincies of gewesten, dreigt immers het gevaar van het herverdeeleffect van de compensatieregeling. De traditionele spanningen tussen Vlaanderen en WalloniŽ krijgen dan weer vat op die compensatieregeling gezien de oppervlakte van WalloniŽ groter is en de Vlaamse bevolking talrijker en dus meer energie verbruikt. In Vlaanderen zijn er bovendien verhoudingsgewijs meer kleine en middelgrote ondernemingen. En wat indien het ene gewest wel en het andere gewest geen gebruik maakt van de compensatieregeling?

Tevens is het wenselijk dat het compensatiefonds geen uitdovend statuut krijgt, zoals de Elia-heffing. De federale regering kondigde al aan de Elia-heffing in 2007, dus ťťn jaar na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, te zullen halveren en ze in 2010 te zullen afschaffen. Nadien moeten de gemeentebesturen wellicht hun plan trekken om geld te vinden. Vanaf 2010 zijn ze budgettair vogelvrij!

Daarnaast moet worden voorkomen dat de overheid de voordelen die de gemeenten halen uit het BTW-compensatiefonds, recupereert door een vermindering van de middelen uit het gemeentefonds. Die verleiding kan groot worden voor de overheid.

In het voorliggende wetsvoorstel schuilt het latente gevaar dat de federale overheid via de federale BTW-pot opnieuw meer vat krijgt op de gemeenten, die pas recentelijk onder gewestelijk toezicht werden geplaatst.

Het wetsvoorstel werd in de commissie weggestemd. Het Vlaams Belang zal de conclusie van de commissie verwerpen, aangezien wij voorstanders zijn van de invoering van een BTW-compensatiefonds.

-La discussion gťnťrale est close.

-Il sera procťdť ultťrieurement au vote sur les conclusions de la commission.