3-684/2 | 3-684/2 |
15 DECEMBER 2004
De commissie heeft dit wetsvoorstel besproken tijdens haar vergaderingen van 24 november 2004 en 15 december 2004.
Dit wetsvoorstel voorziet in een preventiecampagne die ertoe strekt om enerzijds het parkeren op verboden parkeerplaatsen te ontraden en anderzijds om de weerspannige weggebruiker duidelijk te maken wanneer hij zich in overtreding bevindt. Om niet onmiddellijk repressief op te treden, zou dit in eerste instantie gebeuren door het aanbrengen van een zeer goed hechtende sticker op de voorruit van de auto.
De heer Collas vraagt zich af of de voorgestelde wijziging, doordat ze verwijst naar de overtreding van de artikelen 24 en 25 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 op het wegverkeer, niet verder gaat dan het louter aanpakken van verkeerd geparkeerde voertuigen.
De heer Galand meent dat het aanbrengen van dergelijke stickers ook risico's met zich brengt. Er hebben zich reeds verkeersongevallen voorgedaan doordat dergelijke sticker de zichtbaarheid van de chauffeur belemmerde. Trouwens, wie is er bevoegd om de stickers te plaatsen ? Verder mag er ook niet worden vergeten dat het plaatsen van de stickers geld zal kosten. Is het dan niet eenvoudiger een boete uit te schrijven ?
De heer Willems weet dat verschillende universiteiten dit systeem reeds gebruiken. Hij werpt enkele juridische vragen op in verband met het voorstel. In de eerste plaats een legistieke opmerking : de techniek om bij wet een KB te wijzigen wordt afgeraden door de Raad van State. Verder rijzen er ook vragen omtrent de aansprakelijkheid bij beschadiging van het voertuig door het aanbrengen van een sticker, of bij een ongeval dat daarmee te maken heeft. Ten slotte vraagt hij zich af wie de bevoegde persoon zal zijn om de sticker aan te brengen. Behoort dit wel tot de politionele taken van de politie ?
Voor de heer Brotcorne is het duidelijk dat de politie bevoegd zal worden voor het aanbrengen van de stickers.
Volgens de heer Koninckx is het duidelijk dat dergelijk voorstel niet in de verkeerswetgeving thuishoort, maar veeleer deel zou kunnen uitmaken van een bewustmakingscampagne.
Artikel 1 van het wetsvoorstel wordt verworpen met 7 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding, hetgeen de verwerping van het voorstel in zijn geheel inhoudt.
Dit verslag is eenparig goedgekend door de 9 aanwezige leden.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Pierre GALAND. | Jean-Marie DEDECKER. |