3-82

3-82

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 OCTOBRE 2004 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karim Van Overmeire au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur «les points de vue du gouvernement belge concernant une politique d'asile unifiée au niveau européen» (nº 3-435)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de M. Patrick Dewael, vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - De problematiek van het asiel, de illegale immigratie en de repatriëring van illegalen is meer dan ooit actueel. Op 25 en 26 oktober vergaderden de Europese ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie in Luxemburg over een eengemaakt Europees asiel- en immigratiebeleid.

Op die vergadering werden volgens de ontwerpagenda volgende punten besproken: de vestiging van een gemeenschappelijk asielbeleid, de toepassingsbepalingen van dit gemeenschappelijk asielbeleid, de gemeenschappelijke bewaking van de buitengrenzen van de Unie, de toepassing van stemming bij meerderheid voor het asielprobleem, het medebeslissingsrecht van het Europees Parlement, uitwisseling van informatie, terrorismebestrijding.

Welke aspecten van het asielbeleid wil België doorschuiven naar het Europese niveau? Pleit de regering voor een Europese procedure en een spreiding van het contingent asielzoekers over de Europese landen? Steunde België het Nederlandse voorstel om tegen 1 april 2005 af te stappen van de regel dat beslissingen omtrent het Europese asielbeleid unaniem moeten worden genomen? Wordt de idee om opvangcentra voor kandidaat-asielzoekers op te richten aan de buitengrenzen van de EU, vooral in Noord-Afrika, verder uitgewerkt? Wat was het standpunt van België?

Staat België het tot stand komen van een eengemaakt asielbeleid niet in de weg door te pleiten voor twee aparte statuten en procedures, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen asielzoekers die vluchten voor repressie door hun regering, en slachtoffers van natuurrampen en burgeroorlogen? Heeft de minister op de top van Luxemburg gewezen op de moeilijkheden bij de repatriëring van opgepakte illegalen door het ontbreken van terugnameakkoorden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat was de uitkomst van deze discussie?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Er moet een correct evenwicht worden gezocht tussen het respect voor de internationale verplichtingen die voortvloeien uit de Conventie van Genève, en de toepassing van dwingende, zelfs repressieve maatregelen op het vlak van uitwijzing. Op het Europese vlak gaat het om de toepassing van dezelfde logica.

In het asielbeleid moeten de volgende elementen worden onderstreept. We willen ons geweten niet sussen door alsmaar te herhalen dat we de Conventie van Genève respecteren. Ons engagement gaat veel verder. We hebben dat reeds aangetoond door de aanvaarding van het geheel van asielmaatregelen en in het bijzonder van de twee laatste richtlijnen van april 2004.

We moeten thans overgaan tot het omzetten, in werking stellen en evalueren van de maatregelen. 2007 lijkt een redelijke termijn om die drievoudige missie tot een goed einde te brengen. De regering is in principe klaar voor de invoering van de zogenaamde tweede fase in 2010.

Ik pleit voor een grotere bescherming en duurzame oplossingen in de regio. Ik pleit niet enkel voor meer samenwerking tussen de politiek en het buitenlands beleid van de Europese Unie, maar ook voor meer medewerking tussen de veldwerkers uit deze twee pijlers van het Europees beleid.

Het partnerschap met de landen van oorsprong en de transitlanden moet in een gemeenschappelijke actie worden vertaald op het vlak van een preventieve diplomatie, de reïntegratiemogelijkheden en het versterken van de capaciteit van de lokale structuren. Het recente proefproject van de Europese Commissie met het oog op de versterking van de Noord- Afrikaanse regio ligt geheel in deze lijn.

Wat de opportuniteit van het bestuderen van een gemeenschappelijk onderzoek van de asielaanvragen buiten het grondgebied betreft, moeten we elke dubbelzinnigheid vermijden. Hoewel ik het idee om alle asielaanvragen gezamenlijk buiten het Europees grondgebied te behandelen niet wil uitsluiten, ben ik wel terughoudend tegenover het oprichten van onthaalcentra, vooral in landen die de Conventie van Genève niet hebben geratificeerd. Hoe kan men immers een Europees model dat enkel op papier bestaat, in het buitenland toepassen? We moeten ons eerst concentreren op de uitvoering van ons eigen Europees asielbeleid en pas daarna kunnen we bekijken of ons model buiten onze grenzen kan worden toegepast.

Wat het idee van het evenwicht betreft, mag het asieldebat de andere dimensies van de JAI-politiek niet uitsluiten. In het licht van de grote uitdagingen waarvoor de ministers van Binnenlandse Zaken staan, denk ik aan de noodzaak van een meer dynamisch en aangepast terugkeerbeleid. Dat is een domein waar de Europese actie pertinent en waardevol kan zijn. Europa moet zich buigen over thema's als akkoorden over terugkeer, onderhandelingen om een doorvoer te verkrijgen en het versoepelen van de doorvoer tussen Europese landen.

België steunt ten volle het Nederlandse voorstel om tegen 1 april 2005 af te stappen van de regel dat beslissingen omtrent het Europese asielbeleid unaniem moeten worden genomen. In de nabije toekomst zullen er besluiten met het oog op het aannemen van één enkele procedure voor de begunstigden van de statuten van vluchteling of begunstigden van subsidiaire bescherming worden aangenomen.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - De bekommernissen van de regering over de opvangcentra voor kandidaat-asielzoekers aan de buitengrenzen zijn terecht. Bij de oprichting van zulke centra moeten we er op toezien dat alle criteria strikt worden toegepast en er geen wantoestanden heersen. We moeten wel de vergelijking durven te trekken met de situatie zoals die vandaag bestaat. De situatie in Noord-Afrika is ook vandaag verre van ideaal. Mensen worden er slachtoffer van mensenhandelaars en trachten op gevaar voor eigen leven de Middellandse Zee over te steken. De regering moet een keuze durven te maken. Ik vind het dan ook jammer dat ze terughoudend staat tegenover de idee om snel tot opvangcentra aan de buitengrenzen te komen. De Noord-Afrikaanse landen kunnen er met enig overleg worden toe aangezet om de Conventie van Genève te ratificeren en mee te stappen in dat project. Ik ben teleurgesteld dat dit interessante idee wordt verlaten.