3-82

3-82

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 OCTOBRE 2004 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Karim Van Overmeire au ministre des Affaires étrangères sur «la position de la Belgique au sujet des élections en Biélorussie» (nº 3-406)

Mme la présidente. - M. Armand De Decker, ministre de la Coopération au développement, répondra au nom de M. Karel De Gucht, ministre des Affaires étrangères.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - Wit-Rusland is op de kaart van Europa een anachronisme. Terwijl alle andere landen de stap hebben gedaan naar een parlementaire democratie en naar een vrijemarkteconomie, worden we in Wit-Rusland geconfronteerd met een regime dat nog altijd zweert bij een planeconomie, bij vaste prijzen, bij kolchozen en bij de zogenaamde socialistische democratie, met gemanipuleerde verkiezingen. De recente parlementsverkiezingen en het referendum in Wit-Rusland hebben immers bijzonder merkwaardige resultaten opgeleverd. Van de 110 te verdelen parlementszetels is er geen enkele naar de oppositie gegaan.

De uitslag van het referendum dat door president Loekasjenko werd uitgeschreven om een derde ambtstermijn als president te mogen aanvatten en de grondwet daartoe te wijzigen, kreeg volgens de verkiezingscommissie in Minsk de goedkeuring van zowat 77 procent van de uitgebrachte stemmen.

Zowat alle waarnemers en zeker de OVSE zijn het erover eens dat deze verkiezingen niet volgens democratische maatstaven zijn verlopen. Zo blijkt onder meer uit een exit poll van Gallup/Baltic Surveys dat in het referendum slechts 48 procent van de kiezers zou hebben ingestemd met een derde ambtstermijn in plaats van de officiële 77 procent.

Deze schertsverkiezingen zijn zoals bekend geen alleenstaand geval. Wit-Rusland heeft de laatste tien jaar een lange weg afgelegd in de richting van een dictatuur. Wij wijzen, om slechts één van de meer recente voorbeelden aan te halen, naar de zogenaamde wet betreffende de vrijheid van geweten en godsdienst, die toelaat om elke oppositie de kop in te drukken en om verschillende kerken en godsdiensten te beknotten.

Het is ons bekend dat de Europese Unie reeds meermaals haar bezorgdheid heeft geuit over de toestand in Wit-Rusland, onder meer in de verklaring van 16 oktober 2002 omtrent het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en media in dat land. Ook na de jongste verkiezingen is opnieuw een verklaring over de situatie in Wit-Rusland afgelegd.

1.Wat is het standpunt van België ten aanzien van de jongste gebeurtenissen in Wit-Rusland? Kan het eigenlijk dat een dergelijk regime blijft voortbestaan op het Europese continent?

2.Is de minister niet van mening dat de strategie die ten aanzien van Wit-Rusland tot op heden werd gevolgd in een of andere zin moet worden herzien ingevolge de laatste ontwikkelingen in dat land?

3.Overweegt de minister, in samenspraak met de EU, de sancties ten aanzien van Wit-Rusland al dan niet uit te breiden? Zo zou er bijvoorbeeld sprake zijn van een verstrenging van de visumregeling voor de Wit-Russische leiders.

4.Overweegt de minister de Wit-Russische problematiek op het Europese niveau aan te kaarten?

De heer Armand De Decker, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De minister van Buitenlandse zaken antwoordt het volgende:

De vraagsteller heeft gelijk aanzienlijke vraagtekens te plaatsen bij de resultaten van de verkiezingen en het referendum in Wit-Rusland. De parlementsverkiezingen leverden geen zetels op voor de echte oppositie. Voor de 110 zetels in het parlement waren er slechts 403 geregistreerde kandidaten. Een aantal kandidaten werd trouwens door het regime van de lijsten geschrapt. Het registratieproces van de kandidaten liet ruimte voor willekeurige beslissingen en het uitoefenen van ongeoorloofde druk. De partijen en groepen die niet tot het regeringskamp behoren slaagden er slechts in tussen 35 en 52 procent van hun kandidaten te laten registreren.

Wat het referendum betreft, sprak volgens officiële cijfers 77 procent van de kiezers zich uit voor een derde ambtstermijn van hun president, ook al zou dat percentage volgens een Gallup-bevraging slechts 48 procent bedragen en dus minder dan de vereiste 50 procent.

In haar verklaring van 17 oktober spreekt de EU haar grote bezorgdheid uit over de parlementsverkiezingen en het referendum die niet voldoen aan de internationale normen voor democratische verkiezingen. Ze deelt ten volle de door de internationale waarnemers van de OVSE vastgestelde onregelmatigheden die ernstige twijfels doen rijzen of de resultaten wel degelijk de wil van de kiezer weergeven. Ze is bovendien bezorgd over het gebruik van geweld door de overheid tegen de oppositie, met name tijdens een vreedzame betoging. Ze vreest dat de uitslag het zelfisolement van Wit-Rusland nog zal versterken en het land nog verder van het democratische proces zal verwijderen, terwijl Wit-Rusland moet kunnen thuishoren in de Europese familie van Staten, op voorwaarde dat de regering van dat land onze democratische waarden en die van de rechtsstaat wil delen. We moeten in het kader van ons nabuurschapsbeleid dan ook alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de nodige basisvoorwaarden daarvoor ontstaan. België staat uiteraard volledig achter het EU-standpunt.

Op de vraag of de strategie moet worden herzien, antwoordt de minister dat de druk op de overheid behouden en eventueel opgevoerd dient te worden. Daarnaast moet de benchmark approach of het stappenplan van de EU toelaten ons positief in te stellen tegenover stappen in de goede richting die Wit-Rusland zou doen. De minister meent dat in het kader van de double track approach de EU moet doorgaan met het verlenen van steun aan de democratische krachten in dat land en nagaan, inzonderheid bij het uitwerken van de TACIS-projecten, hoe met meer doeltreffendheid steun kan worden gegeven aan de civiele maatschappij die ijvert voor democratische veranderingen.

Op de vraag of de minister in samenspraak met de EU de sancties tegenover Wit-Rusland overweegt uit te breiden en zo ja aan welke bijkomende maatregelen de regering denkt, antwoordt de minister dat er momenteel EU-sancties van kracht zijn en dat sedert 1997 ministeriële contacten tussen de EU-landen en Wit-Rusland verboden zijn. De EU verlangt een onafhankelijk onderzoek naar de verdwijningen in de jaren 1999-2000 van drie oppositieleden en één journalist, waarover in de Raad van Europa werd gerapporteerd. Bij wijze van sanctie ingevolge het uitblijven van een reactie op het EU-verzoek, heeft de EU een visumverbod ingesteld voor bepaalde verantwoordelijken en behoudt ze zich het recht voor nog andere maatregelen te treffen. Bij de evaluatie van haar beleid zal ze mogelijke nieuwe acties onderzoeken.

In feite maakt deze problematiek reeds geruime tijd het voorwerp uit van discussies in de EU en in de OVSE, de Raad van Europa, waarvan Wit-Rusland lid wil worden. Ze blijft ingeschreven op de agenda van deze instellingen. Dit moet zo blijven.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - Ik heb een afdoend antwoord gekregen op mijn vragen. Het probleem is natuurlijk dat de sancties van de Europese Unie niet veel indruk zullen maken op het Wit-Russische regime zolang dit zich gesteund weet door Moskou. Alleen een gemeenschappelijke strategie van de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland zal de Wit-Russische regering op andere gedachten kunnen brengen. De vraag is in hoeverre Rusland bereid is een van zijn laatste satellietstaten op te geven.

De heer Armand De Decker, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Ik kan natuurlijk niet antwoorden namens de Russische regering, maar Wit-Rusland behoort inderdaad nog altijd tot de Russische invloedssfeer.