Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-21

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-991 van de heer Vandenhove d.d. 8 juni 2004 (N.) :
Luchtvaartpolitie. ­ Regularisatie. ­ Integratie in het officierenkader.

Vijfentwintig leden van de luchtvaartpolitie, voor het merendeel bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie of officier van administratieve politie, werden geïntegreerd in het basiskader van de voormalige rijkswacht in een eerste fase en in het basiskader van de nieuwe politie in een tweede fase.

In tal van arresten, hebben zowel de Raad van State als het Arbitragehof bevestigd dat deze agenten dienden geïntegreerd te worden, eerst in het officierenkader van de voormalige rijkswacht en vervolgens in het officierenkader van de nieuwe politie.

Aangezien de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, deze arresten naast zich heeft neergelegd, werd ze door de Raad van State veroordeeld tot de betaling van een dwangsom van acht miljoen euro.

Overweegt u de situatie van deze politieagenten te regulariseren ?

Indien ja, welke procedure zal u toepassen om deze regularisatie door te voeren ?

Hoeveel zal de integratie van deze 25 politieagenten in het officierenkader kosten aan de Belgische Staat ?

Zal u de dwangsom opgelegd aan de Belgische Staat betalen en zo ja, wanneer ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

Uiteraard is het mijn betrachting om de toestand van de betrokken personeelsleden van de voormalige luchtvaartpolitie definitief te regelen. Dat zal trouwens weldra geschieden via een wetsontwerp, zodat er vóór het parlementair reces duidelijkheid is. In wat het uiteindelijk zal uitmonden, zal blijken na de parlementaire debatten. In ieder geval zullen de betrokken personeelsleden hun hoedanigheid van OGP en OBP behouden.

Wat ten slotte de dwangsom betreft, spreekt het voor zich dat in een rechtsstaat de arresten correct moeten worden uitgevoerd. Het is evenwel de vraag of de dwangsom verschuldigd is nu vóór de datum van het ingaan van die dwangsom, een nieuw besluit werd getroffen dat naderhand werd vermetigd door de Raad van State zonder een nieuw verzoek tot het opleggen van een dwangsom. Dit is momenteel in onderzoek. Bovendien behoort het tot de bevoegdheden van de minister van Financiën om dergelijke dwangsommen, voorzover ze verschuldigd zouden zijn, in te vorderen.

Ik hoop alvast dat met voormelde wet die overgangsperikelen definitief kunnen worden beslecht en dat we ons allen, inclusief de betrokken personeelsleden, op de toekomst kunnen richten.