(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Volgens dokter Moens van het VBS zou er nog steeds een flagrant verschil in voorschrijfgedrag bestaan voor onder andere klinische biologie en medische beeldvorming.
1. Kan de geachte minister een overzicht geven van de evolutie over de laatste vijf jaar van de gemiddelde door huisartsen en specialisten voorgeschreven bedragen voor klinische biologie en medische beeldvorming, per inwoner en per provincie ?
2. Wat zal de geachte minister concreet doen in die twee sectoren om de verschillen in voorschrijfgedrag weg te werken ?
3. Klopt het dat een klein percentage veelvoorschrijvers aan de basis ligt van eventuele overconsumptie ?
4. Hoe worden veelvoorschrijvers aangepakt ?
Antwoord : In antwoord op de vraag van het geachte lid hebben de diensten van het RIZIV, voor alle huisartsen, de evolutie van het gemiddeld voorgeschreven bedrag per inwoner berekend volgens het adres van de voorschrijver, enerzijds voor de verstrekkingen inzake klinische biologie, nucleaire geneeskunde in vitro en forfaits per voorschrift voor ambulante patiënten en anderzijds voor de verstrekkingen inzake medische beeldvorming, op basis van de gegevens die zijn opgenomen in de statistische tabellen die door de verzekeringsinstellingen zijn opgesteld en aan de Dienst voor geneeskundige verzorging zijn bezorgd krachtens artikel 348 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
1. De hieronderstaande tabellen tonen ons de evolutie tussen 1998 en 2002 van het gemiddeld per inwoner voorgeschreven bedrag in euro. Het adres van de voorschrijver werd gebruikt als geografische referentie. De cijfers zijn boekhoudkundig van oorsprong en omvatten de voorschriften van alle huisartsen.
Tabel 1 toont de evolutie van de uitgaven, veroorzaakt door voorschriften voor medische beeldvorming.
Tabel 2 toont de evolutie van de uitgaven, veroorzaakt door voorschriften voor klinische biologie.
Tabel 3 geeft per gewest de waarden van enkele percentielen en de gemiddelden betreffende de bedragen, zowel in klinische biologie als in medische beeldvorming, voorgeschreven door de erkende huisartsen (boekhoudkundige gegevens 2002 ambulante patiënten).
Tabel 4 ten slotte geeft dezelfde informatie voor de geneesheren specialisten, door een onderscheid te maken tussen de gegevens voor ambulante patiënten en deze voor de opgenomen patiënten.
In de medische beeldvorming (tabel 1), blijven de gemiddelde bedragen, door de huisartsen per inwoner voorgeschreven, heel sterk uiteenlopend al naar gelang van de geografische oorsprong van de voorschrijver (van 9,78 euro in West-Vlaanderen tot 19,33 euro in de provincie Namen). De sinds 1998 geregistreerde evoluties zijn eveneens sterk gedifferentieerd (van 2 tot 17 % volgens de provincie die men bekijkt).
In de klinische biologie daarentegen (tabel 2) stelt men minder grote verschillen vast tussen de per inwoner voorgeschreven bedragen, en de evoluties die sinds 1998 minder tegenstrijdig zijn (van -1 % tot +4 %).
Hoewel het bijzonder weinig relevant is om de gegevens van de geneesheren-specialisten te hergroeperen zonder rekening te houden met hun eigen specialisme, geven de tabellen 3 en 4 een precies idee van de waardeversnippering tussen de bedragen voorgeschreven door een arts, alsook van de versnippering van de bedragen voorgeschreven naar gelang van het gewest waarin de arts verblijf houdt.
2. Het ligt niet in mijn bedoeling om iedere arts te verplichten van per inwoner voor klinische biologie en medische beeldvorming een zelfde bedrag voor te schrijven, onafhankelijk van de pathologieën waarvoor wordt gezorgd. Ik meen dat de financiële middelen die ter beschikking van de verzekering worden gesteld, toegekend moeten worden in functie van de noden op gezondheidsgebied : volgens mij is dat het enige valabele herverdelingscriterium van de middelen.
Daar dat zo is, spreekt het vanzelf dat de waargenomen verschillen tussen de bedragen voorgeschreven per inwoner, een diepgaander analyse noodzaken. Daaraan heeft de werkgroep, opgericht in de schoot van de Algemene Raad van de ziekteverzekering, onder het voorzitterschap van de heer Michel Jadot, zich gedurende meerdere opeenvolgende jaren gewijd. De werkzaamheden van de werkgroep brachten de voornaamste medisch-sociale variabelen, waarvoor men beroep doet op het stelsel van de gezondheidszorgen, onder de aandacht. Diezelfde werkzaamheden vestigden tevens de aandacht op de noodzaak om de opportuniteit en de efficiëntie van bepaalde praktijken te bestuderen.
Zoals ik het eerder al heb aangekondigd, zal ik binnenkort een rapport indienen om de acties te verduidelijken die ik op dat gebied wil voeren.
Door die cijfers word ik in mijn mening en mijn wil gesterkt om de goede medische praktijken aan te moedigen en de erkende misbruiken te sanctioneren, zonder al te grote inschikkelijkheid.
3. Hoewel een vrij kleine groep artsen opvalt door haar groot aantal voorschriften, zou het voorbarig zijn, louter op basis van de profielgegevens, gewag te maken van « overconsumptie » door zich enkel maar te baseren op de profielgegevens. Enkel een confrontatie tussen de elementen die in het medisch dossier vermeld worden en de medische verrichtingen waar men voor diagnostische en therapeutische doeleinden een beroep op doet, kunnen eventueel op zo'n bewering uitlopen.
4. Momenteel zijn er voldoende instellingen en instanties bevoegd om het gedrag van de artsen op het voorschrijfgebied van gezondheidszorgen te bestuderen en te sanctioneren.
Inderdaad, krachtens de hervorming die is ingevoerd bij artikel 19 van de programmawet II van 24 december 2002 tot wijziging van artikel 139 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 is de procedure die de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle moet toepassen op het vlak van de beoordeling van de kwantiteit van de voorgeschreven of verleende verstrekkingen in vergelijking met de praktijk van normaal voorzichtige en toegewijde zorgverleners die hun praktijk in gelijkaardige omstandigheden uitoefenen, immers ernstig gewijzigd.
Een nieuwe evaluatieprocedure is gebaseerd op indicatoren voor manifeste afwijking van de aanbevelingen van goede medische praktijkvoering, die de Nationale Raad voor kwaliteitspromotie in het algemeen en het Comité voor evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen, wat specifiek de geneesmiddelen betreft, hebben gedefinieerd.
De geneesheren bij wie overschrijdingen zijn vastgesteld, worden uitgenodigd zich schriftelijk te verantwoorden.
Na onderzoek van de verstrekte uitleg kan de geneesheer gedurende een minimumperiode van zes maanden onder monitoring worden geplaatst. Na het verstrijken van die periode wordt de praktijk van de geneesheer opnieuw vergeleken met een goede medische praktijk.
Indien blijkt dat de geneesheer zijn praktijkvoering niet heeft aangepast, verzoekt bovenvermelde dienst om een schriftelijke verklaring. Bij gebrek aan voldoende verantwoording wijst het Comité van bovenvermelde dienst auditeurs aan die de betrokken geneesheer moeten horen.
Na kennis te hebben genomen van het rapport van de auditeurs kan dit comité aan de zorgverlener een administratieve boete opleggen en kunnen hem de voordelen op het vlak van de accreditering voor een bepaalde periode worden beperkt of ingetrokken.
Ten slotte kan aan fysieke of rechtspersonen die een definitief gesanctioneerd geneesheer hebben aangezet tot het voorschrijven en/of het verrichten van overbodige of onnodig dure verstrekkingen, eveneens een administratieve boete worden opgelegd. Alleszins worden zijn eerst door de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle in al hun verweermiddelen gehoord.
In de cijfers is er uiteraard nog geen resultaat merkbaar van de hervorming ingevoerd bij hogervermelde wet van 24 december 2002, aangezien ze slechts van toepassing is vanaf 15 februari 2003. In de komende maanden zal naar deze resultaten uitgekeken worden. Ik zal ondertussen niet nalaten om de bevoegde organen op hun verantwoordelijkheden te wijzen en ze aan te sporen om alle inspanningen te doen teneinde de nieuwe procedure in al haar aspecten toe te passen.
Tabel 1 : Medische beeldvorming
Gemiddelde voorgeschreven bedragen (in euro) per inwoner volgens het adres van de voorschrijver
Algemeen geneeskundigen (alle kwalificaties)
| Province Provincie |
Montant moyen par habitant Gemiddeld bedrag per inwoner |
Année 2002 Index 1998=100 Jaar 2002 Index 1998=100 |
||||
| 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | ||
| Anvers. Antwerpen | 11,63 | 12,01 | 13,12 | 13,02 | 11,87 | 102 |
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 14,98 | 15,86 | 16,31 | 16,95 | 15,31 | 102 |
| Brabant flamand. Vlaams-Brabant | 11,57 | 12,38 | 13,06 | 12,66 | 11,75 | 102 |
| Brabant wallon. Waals-Brabant | 16,99 | 16,86 | 18,56 | 19,00 | 17,74 | 104 |
| Flandre occidentale. West-Vlaanderen | 9,32 | 9,83 | 10,67 | 10,83 | 9,78 | 105 |
| Flandre orientale. Oost-Vlaanderen | 11,50 | 12,00 | 13,48 | 13,16 | 12,26 | 107 |
| Hainaut. Henegouwen | 17,25 | 17,67 | 19,22 | 20,00 | 19,00 | 110 |
| Liège. Luik | 16,63 | 17,40 | 19,45 | 21,01 | 18,28 | 110 |
| Limbourg. Limburg | 11,64 | 12,26 | 13,60 | 13,56 | 12,41 | 107 |
| Luxembourg. Luxemburg | 15,29 | 17,54 | 17,83 | 18,77 | 16,73 | 109 |
| Namur. Namen | 16,98 | 19,07 | 19,33 | 22,62 | 19,93 | 117 |
| Royaume. Rijk | 13,37 | 14,03 | 15,19 | 15,60 | 14,24 | 107 |
Tabel 2 : Klinische biologie met inbegrip van de forfaitaire honoraria
Gemiddelde voorgeschreven bedragen (in euro) per inwoner volgens het adres van de voorschrijver
Algemeen geneeskundigen (alle kwalificaties)
| Province Provincie |
Montant moyen par habitant Gemiddeld bedrag per inwoner |
Année 2002 Index 1998=100 Jaar 2002 Index 1998=100 |
||||
| 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | ||
| Anvers. Antwerpen | 17,70 | 19,58 | 19,69 | 18,98 | 18,12 | 102 |
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 18,69 | 18,72 | 17,65 | 19,86 | 18,62 | 100 |
| Brabant flamand. Vlaams-Brabant | 20,09 | 21,53 | 21,40 | 21,36 | 19,98 | 99 |
| Brabant wallon. Waals-Brabant | 21,72 | 21,02 | 20,64 | 24,68 | 22,66 | 104 |
| Flandre occidentale. West-Vlaanderen | 22,46 | 24,53 | 25,17 | 24,35 | 23,11 | 103 |
| Flandre orientale. Oost-Vlaanderen | 19,92 | 21,32 | 22,46 | 21,45 | 20,17 | 101 |
| Hainaut. Henegouwen | 22,31 | 22,44 | 23,20 | 22,91 | 21,56 | 97 |
| Liège. Luik | 23,24 | 24,66 | 25,39 | 25,49 | 22,54 | 97 |
| Limbourg. Limburg | 18,27 | 20,15 | 20,20 | 19,89 | 18,63 | 102 |
| Luxembourg. Luxemburg | 20,35 | 23,84 | 23,16 | 23,35 | 20,93 | 103 |
| Namur. Namen | 25,61 | 27,47 | 24,13 | 31,22 | 25,52 | 100 |
| Royaume. Rijk | 20,57 | 21,87 | 21,99 | 22,26 | 20,62 | 100 |
Tabel 3 : Enkele percentielwaarden van de bedragen voorgeschreven door de erkende algemeen geneeskundigen
Boekjaar 2002
1. Klinische biologie
Ambulante patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 79,20 | 2 430,26 | 7 944,39 | 14 723,62 | 26 886,68 | 41 558,85 | 10 052,36 |
| Flandre. Vlaanderen | 97,47 | 6 428,16 | 14 804,21 | 23 944,81 | 41 274,00 | 57 397,93 | 16 654,68 |
| Wallonie. Wallonië | 98,35 | 5 005,26 | 12 503,14 | 21 048,07 | 35 817,23 | 50 109,25 | 14 329,01 |
2. Medische beeldvorming
Ambulante patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 98,96 | 1 452,21 | 4 577,00 | 9 605,99 | 23 208,82 | 37 347,27 | 7 134,67 |
| Flandre. Vlaanderen | 92,05 | 2 940,40 | 7 502,47 | 13 259,84 | 25 516,22 | 40 070,54 | 9 333,81 |
| Wallonie. Wallonië | 103,92 | 3 073,42 | 8 689,18 | 16 051,75 | 31 723,37 | 49 778,93 | 11 185,58 |
Tabel 4 : Enkele percentielwaarden van de bedragen voorgeschreven door de geneesheren-specialisten
Boekjaar 2002
1. Klinische biologie
Ambulante patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 30,01 | 321,93 | 2 007,48 | 8 102,74 | 33 232,88 | 68 054,73 | 7 636,24 |
| Flandre. Vlaanderen | 35,99 | 433,65 | 2 758,24 | 10 223,02 | 37 943,01 | 77 234,41 | 8 926,90 |
| Wallonie. Wallonië | 39,50 | 414,54 | 2 435,00 | 8 814,47 | 38 890,46 | 71 517,61 | 8 559,34 |
Gehospitaliseerde patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 4,65 | 70,91 | 724,05 | 2 893,37 | 15 520,83 | 35 062,27 | 3 305,19 |
| Flandre. Vlaanderen | 8,92 | 235,86 | 1 797,00 | 5 518,33 | 19 560,84 | 38 859,25 | 4 748,93 |
| Wallonie. Wallonië | 7,10 | 140,27 | 1 142,34 | 4 240,38 | 18 747,41 | 46 055,49 | 4 310,07 |
2. Meidsche beeldvorming
Ambulante patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 42,64 | 381,05 | 3 041,42 | 13 956,25 | 43 239,36 | 70 933,31 | 10 280,82 |
| Flandre. Vlaanderen | 62,71 | 909,03 | 7 489,00 | 23 003,07 | 65 385,40 | 103 916,08 | 16 732,04 |
| Wallonie. Wallonië | 60,80 | 720,27 | 5 598,35 | 20 231,41 | 53 455,17 | 89 518,20 | 14 212,66 |
Gehospitaliseerde patiënten
| Région Gewest |
Percentiles Percentielen |
Moyenne Gemiddeld |
|||||
| 5 | 25 | 50 | 75 | 95 | 99 | ||
| Bruxelles-Capitale. Brussel-Hoofdstad | 19,85 | 225,73 | 1 158,50 | 4 880,05 | 22 176,87 | 41 541,08 | 4 688,95 |
| Flandre. Vlaanderen | 39,64 | 657,96 | 3 465,61 | 12 407,00 | 38 372,92 | 64 215,83 | 9 454,37 |
| Wallonie. Wallonië | 32,39 | 372,81 | 1 980,55 | 7 887,70 | 28 119,18 | 54 030,45 | 6 657,85 |