3-219/5 (Senaat) | 3-219/5 (Senaat) |
1 JULI 2004
UITGEBRACHT DOOR DE HEREN
GALAND (S) EN VAN ROMPUY (K)
Op 15 en 23 juni 2004 werden vergaderingen georganiseerd met de heer Guy Verhofstadt, eerste minister, over de agenda en de resultaten van de Europese Raad van 17 en 18 juni 2004. Een deel van deze Europese Raad had betrekking op de Intergouvernementele Conferentie (IGC). In dit verslag werden de opmerkingen hieromtrent opgenomen.
De behandelde punten die geen betrekking hadden op de IGC, werden opgenomen in een verslag gepubliceerd in stuk 3-749/1 van de Senaat en stuk 51-1271/1 van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Zoals gebruikelijk organiseert het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden tijdens de hele duur van die IGC geregeld ontmoetingen met de vertegenwoordigers van de regering, zodat het parlement de werkzaamheden van de IGC doeltreffend kan volgen. De IGC werd officieel geopend op 4 oktober 2003 te Rome, tijdens een vergadering van de staatshoofden en regeringsleiders.
Het adviescomité wijdde reeds zeven vergaderingen aan de IGC. Op woensdag 8 oktober 2003, dinsdag 21 oktober 2003, woensdag 3 december 2003, woensdag 17 december 2003 en dinsdag 23 maart 2004 nam de heer Guy Verhofstadt, eerste minister, aan deze debatten deel (stukken nrs. 3-219/1, 3 en 4 van de Senaat, en stukken nrs. 51-312/1, 3 en 4 van de Kamer).
Op woensdag 26 november 2003 hield de heer Pierre Chevalier, senator en persoonlijk vertegenwoordiger van de eerste minister en van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, een uiteenzetting over de stand van zaken in de IGC (stuk nr. 3-219/2 van de Senaat en stuk nr. 51-312/2 van de Kamer). Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en voor Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister voor Buitenlandse Zaken, gaf een overzicht van de werkzaamheden in de IGC op dinsdag 30 maart 2004 (stuk nr. 3-219/4 van de Senaat en stuk nr. 51-312/4 van de Kamer).
Centraal op de agenda van deze Europese Raad staat de afronding van de Intergouvernementele Conferentie en de aanneming van het ontwerp van Europese Grondwet. Het is noodzakelijk nu tot een definitieve tekst te komen. Zo niet wordt de « institutionele » discussie, die sedert het Verdrag van Amsterdam uit 1996 aan de gang is, weer vooruit geschoven. Het is tijd dat men een definitief institutioneel kader heeft en dat men tot de inhoudelijke beleidskwesties komt, zoals de economische strategie van de EU, een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (Tampere II), de financiële perspectieven en het stabiliteitspact.
Het Ierse voorzitterschap heeft een nieuwe compromistekst uitgewerkt die in de richting gaat van de tekst voorgesteld door de Conventie. Dit is wat de Belgische regering en het parlement steeds geëist hebben.
Er rijst een consensus over een aantal beleidsniveaus. In verband met de sociale zekerheid en de samenwerking inzake strafrecht, wordt een gekwalificeerde meerderheid in de Raad voorgesteld. Indien een lidstaat niet akkoord is gaat het voorstel terug naar de Europese Raad. Indien men er dan niet in slaagt een nieuw voorstel uit te werken, kan men overgaan tot versterkte samenwerking met één derde van de lidstaten.
In verband met een aantal institutionele kwesties, zoals de omvang van de Commissie, de gekwalificeerde meerderheid in de Raad, het aantal zetels in het Europees Parlement, enz., werden nog geen voorstellen geformuleerd.
Voor België moet het aantal commissarissen in principe beperkt zijn tot maximaal 18 leden. Wat betreft de gekwalificeerde meerderheid in de Raad is het ijkpunt voor België dat ze de besluitvorming gemakkelijker maakt in vergelijking met Nice.
Daarentegen moet de vorming van een blokkeringsminderheid moeilijker worden gemaakt. De Europese Commissie heeft terzake een evaluatie voorbereid van de verschillende besluitvormingsmeerderheden.
In antwoord op de vraag van sommige parlementsleden, ziet de Eerste minister niet onmiddellijk een groot probleem indien de Europese Grondwet achteraf in bepaalde lidstaten door een referendum verworpen wordt. Vroeger zijn ook meerdere ratificatiepogingen nodig geweest, zoals in Denemarken en Ierland. Nu is voorzien dat, indien er geen ratificatie is binnen de twee jaar van de aanneming, dit wordt voorgelegd aan de Europese Raad.
Overzicht van het proces
Het hele proces dat geleid heeft tot het voorliggende ontwerp van Grondwet begon aan het einde van het Belgisch Voorzitterschap met de Verklaring van Laken, op een moment dat het concept « Europese Grondwet » nog ondenkbaar was. Via de Conventie en de IGC is men gekomen tot een tekst waarover thans een akkoord bestaat, en dat op 29 oktober 2004 in Rome plechtig zal worden ondertekend.
Vanaf de ondertekening begint een periode van ratificatie te lopen die maximum twee jaar mag duren. Indien na die periode de ratificatieprocedure in de lidstaten niet is afgerond, wordt de Europese Raad automatisch gevat om te beslissen wat er dient te gebeuren. België wou een mechanisme invoegen dat de mogelijkheid bood om in dat geval via een versterkte samenwerking verder te gaan met de Grondwet, maar dat is niet gelukt.
Twistpunten die tijdens de Europese Raad werden beslecht
· Beslissingsprocedure
In de eerste plaats is beslist dat 40 nieuwe domeinen onder het systeem van de gekwalificeerde meerderheid zullen vallen.
Verder is men afgestapt van het systeem van Nice en heeft men een nieuwe gekwalificeerde meerderheid gedefinieerd, die bereikt wordt als men 55 % van de lidstaten en 65 van de bevolking achter zich krijgt. Een blokkeringsminderheid moet minstens 4 lidstaten omvatten. België heeft dit voorstel ondersteund, aangezien het dezelfde mogelijkheden biedt om aan een gekwalificeerde meerderheid te komen als de door de Conventie voorgestelde 50/60-regel. Dit is bevestigd in een studie die de Europese Commissie hierover heeft gemaakt. Hierin is ook aangetoond dat met dit systeem de kans op een gekwalificeerde meerderheid 10 maal hoger ligt dan met het systeem afgesproken in Nice.
Men heeft beslist om de « Ionina »-clausule, ingesteld in 1994, tot 2014 te behouden, waarna ze bij gekwalificeerde meerderheid kan worden afgeschaft. Deze clausule bepaalt dat 75 % van de lidstaten een blokkering kunnen vormen en een soort alarmbelprocedure kunnen doen opstarten.
· Europese Commissie
België heeft het compromis gesteund aangaande de samenstelling van de Europese Commissie. Dit compromis stelt dat er tot 2014 één lid per lidstaat zal zijn. Vanaf 2014 mag het aantal commissieleden niet hoger zijn dan twee derden van het aantal lidstaten. Voor de samenstelling wordt een rotatiesysteem opgesteld.
· Europees Parlement
Het Europees Parlement zal maximum 750 leden tellen, met een minimum van 6 parlementsleden per lidstaat. Voor België is het aantal vastgelegd op 24.
· Stabiliteitspact
Inzake het stabiliteitspact was er een meningsverschil tussen Nederland dat zeer streng wou zijn, en Frankrijk en Duitsland die meer gematigd wilden blijven. Het compromis voorgesteld door België, laat het pact zelf ongemoeid, maar voegt een verklaring toe die stelt dat men in gunstige economische tijden begrotingstekorten moet vermijden en progressief moet streven naar overschotten op de begroting.
Indien een land te kampen heeft met buitensporige tekorten, worden deze tekorten vastgesteld op voorstel van de Commissie, waarna maatregelen kunnen worden genomen op aanbeveling van de Commissie.
· Financiële perspectieven
Beslissing bij unanimiteit werd behouden, maar er werd een passerelle ingevoerd die het mogelijk maakt om in de Europese Raad over te gaan van unanimiteit naar gekwalificeerde meerderheid. Dit is de beste manier om de financiën van de Europese Unie in de hand te houden.
· Fiscaliteit
Tijdens de Europese Raad is een poging ondernomen om het hele fiscale hoofdstuk drastisch terug te schroeven een een clausule in te voeren waarbij elke beslissing die direct of indirect te maken heeft met fiscaliteit, genomen dient te worden bij unanimiteit. Aldus zou de facto het ganse verdrag onder unanimiteit vallen, gezien de verbondenheid van het fiscale met alle andere beleidsterreinen.
Dit is gelukkig niet weerhouden. Wel heeft men, naar analogie met hetgeen bepaald is inzake milieu, beslist om maatregelen betreffende energie te nemen bij unanimiteit indien er fiscale aspecten aan verbonden zijn.
· Charter van de grondrechten
Het charter werd integraal opgenomen in de Grondwet, zonder enige wijziging.
· Preambule van de Grondwet
De preambule is ongewijzigd aangenomen, zoals deze was overeengekomen in de Conventie. België heeft dit standpunt ten volle ondersteund.
· Versterkte samenwerking
Er is een voorstel geweest dat een bijkomende rem zou instellen voor deze samenwerking. Men zou bij de goedkeuring van de versterkte samenwerking reeds moeten zeggen of men van plan was om de passerelle naar gekwalificeerde meerderheid te gebruiken. Dit zou neerkomen op het op voorhand uit handen geven van zijn troeven. Dit is gelukkig niet weerhouden.
Evaluatie van het bereikte resultaat
· Algemene opmerkingen
Men moet beseffen dat deze Grondwet geen ideaal resultaat is, maar een goed compromis. Europa komt van een situatie met een veelheid van verdragen, een drie-pijlersysteem, 16 verschillende procedures, instrumenten en methodes, ondoorzichtige instellingen, en een totale handelingsonbekwaamheid in een aantal domeinen.
Thans heeft men een duidelijk kader geschapen dat voldoet voor de komende 25 jaar.
Voor deze laatste Europese Raad was er reeds een akkoord over 90 % van hetgeen de Conventie had voorgesteld. Deze Europese Raad heeft vooruitgang geboekt op de resterende 10 %. Dit is ten goede gekomen aan de transparantie, democratie en efficiëntie van Europa.
· Transparantie
De Europese Unie heeft thans een juridische persoonlijkheid. Er is een Grondwet met een duidelijke bevoegdheidsverdeling. Het subsidiariteitsbeginsel is gedefinieerd en er is een duidelijke toetsing aan dit principe.
· Democratie
Het charter van de grondrechten werd geïncorporeerd in de Grondwet. De Unie kan toetreden tot het Europees Handvest voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De bevoegdheden van het Europees Parlement als co-wetgever en controleorgaan op de Commissie is versterkt. De rol van de nationale parlementen inzake de subsidiariteitscontrole is benadrukt en vastgelegd. Het Hof van Justitie speelt een grotere rol inzake justitie en binnenlandse zaken. En er bestaat een mogelijkheid voor de lidstaten om de Europese Unie te verlaten.
· Efficiëntie
Het buitenlands beleid van de Europese Unie zal zichtbaarder en coherenter worden door de creatie van een Europese minister van buitenlandse zaken die tevens vice-voorzitter wordt van de Europese Commissaris.
Er zal een Europese defensie worden ontwikkeld met een wapenagentschap, een beleidscel, mogelijkheid tot gestructureerde samenwerking en de militaire solidariteitsclausule tussen de lidstaten.
De autonome beslissingsbevoegdheid van de eurozone is bevestigd.
Het nemen van beslissingen met gekwalificeerde meerderheid is uitgebreid. Vooral inzake justitie en binnenlandse zaken is er vooruitgang geboekt.
Er zal een voorzitter van de Europese Raad worden benoemd voor 2 en een half jaar, zodat een grotere continuïteit zal kunnen worden gegeven aan de werkzaamheden van de Raad. Er zal geen overlapping zijn met de bevoegdheden van de Commissievoorzitter.
Tenslotte is er de beslissing over de berekening van de gekwalificeerde meerderheid, waar een succes werd behaald. Volgens de berekeningen van de Commissie zal dit leiden tot een toename van de waarschijnlijkheid dat een beslissing wordt genomen van 2,1 % (systeem Nice) tot 12,87 %.
Belgische prioriteiten en bereikte resultaten
België heeft zich steeds tot doel gesteld het aantal domeinen waar men kan beslissen bij gekwalificeerde meerderheid, drastisch uit te breiden. Dit is in grote mate gelukt. Vooral op de volgende terreinen is dit duidelijk zichtbaar.
· Justitie en Binnenlandse Zaken
De samenwerking in strafzaken zal thans gebeuren via gekwalificeerde meerderheid. Indien er toch een lidstaat bezwaar maakt, zal een alarmbelprocedure worden opgestart die maximum 4 maanden zal duren. Na deze periode zal de zaak terug naar de gespecialiseerde Raad worden gestuurd die, indien er geen akkoord wordt bereikt, toch beslist met gekwalificeerde meerderheid.
De bevoegdheden van het Europees parket zullen worden uitgebreid. Tot nu toe hield het zich vooral bezig met de fraude in de Europese instellingen. Nu zal het ook grensoverschrijdende criminaliteit kunnen aanpakken.
Ook de bevoegdheden van Eurojust werden uitgebreid. Strafonderzoeken zullen door Eurojust kunnen worden opgestart. De vervolging blijft echter in handen van de nationale parketten.
· Sociale zekerheid en politiek
Alle lidstaten zijn het erover eens dat hier vooruitgang moet worden geboekt. België is tot nu toe echter het enige land dat ook effectief voorstellen heeft gedaan. Toch werden een aantal resultaten behaald.
Zo werd beslist om de gekwalificeerde meerderheid met een mogelijkheid tot alarmbelprocedure voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers te behouden en te vrijwaren.
Een discussie is ontstaan rond de Europese sociale politiek. Duitsland had gevraagd een verklaring toe te voegen die stelde dat de Europese sociale politiek geen afbreuk zou doen aan de bevoegdheden van de « Länder ». Om te vermijden dat de indruk werd gegeven dat de sociale politiek van de Europese Unie slechts een aanvullende bevoegdheid zou zijn. België heeft dan ook voorgesteld en verkregen dat deze verklaring niet zo mag worden geïnterpreteerde dat afbreuk wordt gedaan aan de fundamentele bevoegdheden van de Unie inzake sociale politiek.
Ten slotte zijn er nog een aantal realisaties te vermelden :
erkennen van de bijzondere status van de sociale diensten van onderwijs en volksgezondheid in de gemeenschappelijke commerciële politiek;
erkennen van de horizontale sociale clausule;
juridische basis voor de diensten van algemeen belang;
erkennen van het sociale driepartijenoverleg;
uitbreiden van de bevoegdheden van de Europese Unie inzake volksgezondheid.
· Fiscaliteit
Op het vlak van de fiscaliteit is een status quo bereikt. De voorstellen van de Conventie werden niet weerhouden, maar het offensief dat sommige lidstaten hadden ingezet tegen de fiscale bevoegdheden van de Europese Unie, werden eveneens afgeblokt. Men is dan ook tot het besluit gekomen van de status quo inzake de fiscale politiek te bewaren.
· Economische politiek
lidstaten die wensen toe te treden tot de euro, kunnen dit na een beslissing van de Raad op aanbeveling van de leden van de eurozone.
Verder is de coördinerende bevoegdheid van de Europese Unie inzake de economische politiek, bewaard gebleven.
Algemene opmerkingen
De meeste leden drukken hun tevredenheid over het bereikte resultaat.
De heer Karel Pinxten, volksvertegenwoordiger, nuanceert wel en zegt dat het hier niet gaat om een historische sprong voorwaarts. Dit kan men echter niet verwachten met onderhandelingen tussen 25 lidstaten. Toch is er een significante vooruitgang zichtbaar waar men tevreden over kan zijn.
De meeste leden stellen zich verder vragen bij de rol die het Verenigd Koninkrijk nog kan spelen in het toekomstig Europa en de gevolgen hiervan voor de verdere ontwikkeling van de Europese Unie. Moet het Verenigd Koninkrijk zich niet bezinnen over een verder lidmaatschap van de Europese Unie ?
De heer Dirk Sterckx, lid van het Europees Parlement, benadrukt de lange weg die is afgelegd. Onder het Belgische voorzitterschap beperkte men de discussie over de hervorming van de Europese Unie tot de zogenaamde « leftovers » van Nice. De Verklaring van Laken en de Europese Conventie hebben ervoor gezorgd dat er nu veel meer in de nieuwe Grondwet staat.
De heer Bart Staes, lid van het Europees Parlement, vindt het vermeldenswaard dat Europa lijkt te evolueren van een authoritair project geleid door nationale regeringsleiders naar een geheel dat mee vanuit de basis wordt gestuurd. De Conventie is hier een zeer mooi voorbeeld van. Jammer genoeg lijkt de huidige IGC opnieuw in de richting van een authoritaire leiding te gaan. Deze evolutie zal van zeer dichtbij moeten worden gevolgd.
Ratificatie van het ontwerp van Grondwet
Mevrouw Miet Smet, lid van het Europees Parlement, wil weten wat er zal gebeuren indien na 2 jaar blijkt dat een aantal landen nog niet zijn overgegaan tot ratificatie.
De heer Melchior Wathelet, volksvertegenwoordiger, vermeldt dat er in het akkoord sprake is van een bijeenroepen van een bijzonder Europese Raad indien 20 lidstaten de Grondwet hebben geratificeerd. Wat zal er gebeuren indien dit aantal niet wordt bereikt ?
Mevrouw Anne Van Lancker, lid van het Europees Parlement, sluit zich hierbij aan en roept de regering op om nu reeds te onderzoeken hoe men tot een versterkte samenwerking in een aantal domeinen kan komen.
Mevrouw Isabelle Durant, senator, vraagt of er tijdens de Europese Raad nog gesproken is over de organisatie van een Europese volksraadpleging over deze Grondwet. Tijdens de laatste Europese verkiezingen is er amper over Europese thema's gesproken. Een dergelijke referendum kan de interesse en het enthousiasme voor Europa opnieuw aanflakkeren.
De heer Dirk Sterckx, lid van het Europees Parlement, betreurt het ten zeerste dat het Europees Parlement op geen enkele wijze betrokken wordt in de ratificatieprocedure voor deze Grondwet. Dit is een groot democratisch tekort.
Verder vraagt hij zich af hoe het nu verder moet tot aan het afsluiten van de ratificatieprocedure ergens in 2007. We hebben op dit ogenblik een erg zwakke Commissie die er zeker niet sterker op zal worden. Aan de andere kant staan we voor enorme uitdagingen zoals het in goede banen leiden van de uitbreiding en de onderhandelingen over de financiële perspectieven voor 2006-2010.
De facto zullen de discussies plaatsvinden tussen de Raad en een Europees Parlement dat verzwakt is door het toegenomen aantal eurosceptische leden. Dient men niet nu reeds na te denken over de mogelijke toepassing van de methode van versterkte samenwerking, zelfs voor de ratificatie een feit is ?
De heer Bart Staes, lid van het Europees Parlement, sluit zich hierbij aan en roept de nationale parlementen en het Europees Parlement op om zich te bezinnen over de mogelijke gevolgen van een niet-ratificatie.
De heer Pieter De Crem, volksvertegenwoordiger, roept de regering op om een grondige en doorgedreven informatiecampagne te organiseren rond deze Grondwet en rond de uitbreiding van de Europese Unie. Er is een grote nood aan een dergelijke campagne, en voorbeelden uit het verleden (euro-campagne) hebben aangetoond dat dit uiterst succesvol kan zijn. De regering heeft echter ook kansen laten liggen, om bijvoorbeeld het grote succes van de Europese Conventie via een dergelijke campagne te benadrukken.
De heer De Crem heeft echter wel bedenkingen bij de organisatie van een referendum over deze materie. Hij is echter bereid om een debat hierover te voeren. Verschillende problemen dienen immers te worden opgelost : welke vraagstelling zal men gebruiken, hoe bereidt men de bevolking voor op een dergelijke volksraadpleging, wat zijn de gevolgen van de uitslag op het beleid, wat zal er gebeuren als de bevolking neen zegt, enz. ? Ook moet vermeden worden dat een dergelijk referendum verzandt in een populariteitspoll over de regering. Daarom moet gepleit worden voor een Europees referendum met dezelfde vraagstelling in alle landen van de Europese Unie.
Herziening van de Grondwet
Mevrouw Isabelle Durant, senator, merkt op dat een herziening van de voorliggende tekst enkel mogelijk zal zijn bij unanimiteit. Deze Grondwet zal dus bijna niet te wijzigen zijn. In nationale systemen is echter « slechts » een bijzondere meerderheid vereist om fundamentele wetten te wijzigen. Wat is de Belgische positie terzake ?
Hervorming van de instellingen
Mevrouw Anne Van Lancker, lid van het Europees Parlement, bevestigt de voorbeelden die de Eerste minister in dit kader opsomde, en voegt er zelf nog een aantal verworvenheden aan toe : het verankeren van de sociale dialoog, de dialoog met het middenveld en het volksinitiatief.
Mevrouw Van Lancker betreurt echter wel dat de macht van de Europese Commissie beknot werd. Zo mag de voorzitter van de Commissie niet zelf zijn ploeg samenstellen, maar moet hij de voorstellen van de lidstaten volgen.
Tevens werd het intergouvernementeel karakter van de Europese constructie versterkt, aangezien een beperkte Commissie slechts mogelijk is vanaf 2014, terwijl er nu reeds mogelijkheid is tot benoeming van een Voorzitter van de Europese Raad en een Europese minister van buitenlandse zaken die tevens lid is van de Commissie.
Ook de heer Karel Pinxten, volksvertegenwoordiger, vreest dat de rol van de Commissie door de nieuwe minister van buitenlandse zaken en de voorzitter van de Europese Raad zal worden ingeperkt. Daarenboven zal deze Commissie zwakker staan dan ooit, zelfs in vergelijking met de huidige Commissie die reeds zeer weinig te zeggen had. Als voorbeeld kan men het buitenlands beleid aanhalen, waar de uitgestippelde politiek van de Commissie volledig afhankelijk zal worden van de minister van Buitenlandse Zaken.
De heer Bart Staes, lid van het Europees Parlement, vraagt hoe de uitspraken van de heren Giscard d'Estaing en Dehaene moeten worden geïnterpreteerd die stellen dat de grote lidstaten steeds aanwezig zullen moeten zijn in de Europese Commissie, ook al werkt men vanaf 2014 met een beperkte Commissie.
Sociale verworvenheden in het ontwerp van Grondwet
Mevrouw Anne Van Lancker, lid van het Europees Parlement, is verheugd dat de sociale prioriteiten die door de Belgische regering werden verdedigd, in grote mate zijn aangenomen. Af en toe heeft me zelfs meer bereikt dan de Conventie kon, zoals bijvoorbeeld een sterkere horizontale sociale clausule, of de sociale dialoog.
De heer Pieter De Crem, volksvertegenwoordiger, vindt houding van mevrouw Van Lancker een beetje dubbelzinnig, aangezien in haar fractie toch een aantal leden zitten van « New Labour » die terzake totaal andere ideeën hebben.
De heer Mohammed Boukourna, volksvertegenwoordiger, vraagt de mening van de eerste minister over de weigering van het Verenigd Koninkrijk om één van de meest fundamentele grondrechten uit het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, te weten het stakingsrecht, te incorporeren in de Grondwet.
Financiën, fiscaliteit, stabiliteitspact
Mevrouw Anne Van Lancker, lid van het Europees Parlement, betreurt dat bijna alle instrumenten om de solidariteit en herverdeling in Europa te bevorderen, onderhevig zijn aan de unanimiteitsregel : beslissingen over de eigen middelen, de fiscaliteit, de financiële perspectieven en de structuurfondsen vereisen nog steeds unanimiteit.
De heer Melchior Wathelet, volksvertegenwoordiger, vraagt of de uitzonderingen die het Verenigd Koninkrijk heeft bedongen inzake politie, inlichtingenverstrekking, enz., de prijs zijn voor het laten varen van het voorbehoud gemaakt door het Verenigd Koninkrijk inzake de beslissingen over fiscale materies. Dit voorbehoud betrof een terugkeer naar de unanimiteitsbeslissing indien geen mogelijkheid was om met gekwalificeerde meerderheid te beslissen.
De heer Karel Pinxten, volksvertegenwoordiger, komt terug op het stabiliteitspact. De Conventie had voorgesteld om de Commissie via een voorstel aan de Raad een grotere rol te laten spelen in de controle op de lidstaten. Aangezien een voorstel slechts door de Raad bij unanimiteit kan worden gewijzigd, zou dit een krachtig wapen zijn in handen van de Commissie. Dit is echter niet weerhouden. De Commissie is verder verzwakt en kan enkel aanbevelingen doen.
Ook inzake de financiën wordt het intergouvernementeel karakter van de Europese Unie bevestigd door het vetorecht van de lidstaten en het vereist akkoord van de lidstaten met de voorgestelde jaarbegroting.
Besluitvorming in de Europese Unie
De heer Melchior Wathelet, volksvertegenwoordiger, merkt op dat een soort van bijzonder gekwalificeerde meerderheid werd ingevoerd. Die zou 72 % bedragen. Is dit zo en wat is de positie van België hierin ?
Subsidiariteit
De heer Bart Staes, lid van het Europees Parlement, is verheugd over de subsidiariteitscontrole die de nationale parlementen in de toekomst zullen kunnen uitvoeren. Hoe zit dit echter in België, waar de regionale parlementen vaak exclusieve bevoegdheden hebben. Hoe zal deze controle in België worden georganiseerd ?
Algemene opmerkingen
De meesten zijn het ermee eens dat deze Grondwet een grote stap voorwaarts is in de verdere ontwikkeling van de Europese Unie. Er zijn nog een aantal zwakheden, dat is correct. Maar we komen van zeer ver. In Nice moest worden gezorgd dat er nog een opening was voor verdere onderhandelingen. Die zijn er gevonden in de vorm van de zogenaamde « leftovers ». De Verklaring van Laken heeft vervolgens deze « leftovers » opengebroken en heeft de Conventie mogelijk gemaakt die een volledig nieuwe Grondwet heeft opgesteld die tijdens de IGC is besproken en enigszins aangepast is goedgekeurd. Dit mag een succes worden genoemd.
De Europese Unie staat voor een verdere uitbreiding, waarbij onvermijdelijk het gevaar bestaat van verwatering. Om deze verwatering tegen te gaan, is deze Grondwet opgesteld. Via de uitbreiding van de beslissingen met gekwalificeerde meerderheid en het principe van de versterkte samenwerking, zal een sterk Europa kunnen worden gegarandeerd.
Ratificatie van het ontwerp van Grondwet
Er is afgesproken dat de ratificatie opnieuw op de agenda van de Raad zal worden geplaatst indien blijkt dat de procedure na 2 jaar nog steeds niet afgerond is in de lidstaten, of indien in een aantal lidstaten de ratificatie niet is doorgegaan.
Wat de goedkeuring in België betreft, zal de regering zo snel mogelijk een informeel advies vragen aan de Raad van State. Vervolgens zal de ondertekening plaatsvinden in Rome in november 2004, waarna de ratificatie in België kan beginnen. Hierbij is een degelijke informatiecampagne meer dan nuttig.
Wat het organiseren van een volksraadpleging betreft, dit is een bevoegdheid van het parlement. De regering zal hier geen standpunt innemen. Het parlement zal hier in september over moeten beslissen.
Herziening van de Grondwet
Indien er nog één ding is dat moet geregeld worden, dan is het inderdaad de rol van het Europees Parlement in de toekomstige herzieningsprocedure van het Grondwettelijk verdrag. Dit is immers een noodzakelijk gegeven om ervoor te zorgen dat dit verdrag kan verworden tot een echte Europese Grondwet.
België heeft tijdens de Europese Raad een voorstel gedaan om het Europees Parlement via het geven van een eensluidend advies, te betrekken bij deze herzieningsprocedure. Geen enkele lidstaat, noch het Europees Parlement zelf, heeft ons hier echter in gevolgd.
Hervorming van de instellingen
De Europese Commissie zal vanaf 2014 worden samengesteld volgens een aantal duidelijke principes opgenomen in Deel I, artikel 25 van de Grondwet. De Raad zal de concrete uitwerking hiervan bij unanimiteit moeten vastleggen, maar de twee basisprincipes laten geen ruimte voor interpretatie en zijn vastgelegd.
Financiën, fiscaliteit, stabiliteitspact
Het is niet zo dat de Commissie verzwakt uit de strijd is gekomen in de discussie rond het stabiliteitspact. Haar bevoegdheid is dezelfde gebleven. Zij kan via aanbevelingen naar de Raad toe de controle uitoefenen op de lidstaten. Meer zelfs, de analyse van het probleem zal uitmonden in een voorstel van de Commissie, waarna onverwijld moet worden beslist over de voorgestelde aanbeveling.
Op fiscaal vlak is de status quo behouden. Enkel inzake energie is er een kleine doorbraak, omwille van een gelijkaardige regeling die nu reeds op het vlak van leefmilieu bestaat.
Besluitvorming in de Europese Unie
Het idee van een tweede dubbele en versterkte meerderheid is ontstaan uit een voorstel dat België in december 2003 heeft gedaan om uit de impasse rond de besluitvorming te raken. Concreet is de 50/65-meerderheid de regel. Maar indien een voorstel niet afkomstig is van de Europese Commissie of de Raad, en in een aantal specifieke domeinen opgesomd in de Grondwet, wordt deze meerderheid verhoogd tot 72 van de lidstaten en 65 % van de bevolking. Dit is een garantie voor het Europees karakter van de voorstellen en beschermt de kleine lidstaten.
Subsidiariteit
In de Grondwet spreekt men steeds over nationale parlementen. Het is echter algemeen aanvaard dat hiermee alle parlementen van een land worden bedoeld, dus ook de Belgische regionale parlementen. Zij zullen dus mee de subsidiariteitscontrole uitoefenen.
| De rapporteurs, | De voorzitters, |
| P. GALAND (S), | Ph. MAHOUX (S), |
| H. VAN ROMPUY (K). | H. DE CROO (K). |