3-73

3-73

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 15 JUILLET 2004 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Projet de loi portant assentiment à la Convention entre le Gouvernement du Royaume de Belgique et le Gouvernement de la République de Lettonie relative à la coopération policière, signée à Bruxelles le 16 octobre 2001 (Doc. 3-643)

Discussion générale

M. le président. - La parole est à M. Van Overmeire pour un rapport oral.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK), rapporteur. - De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen besprak het ontwerp tijdens haar vergadering van 13 juli. De regering verwees naar de memorie van toelichting. Het verdrag inzake de politiesamenwerking is identiek met het gelijkaardige verdrag met Estland dat op 15 juni laatstleden in de commissie werd besproken en goedgekeurd.

De voorzitter van de commissie, mevrouw Lizin, wees tijdens de bespreking op de toestand van de mensenrechten in Letland. Ze noemde met name de houding van de Letten tegenover de Russische minderheid zeer problematisch. Ze wees erop dat deze kwestie uitvoerig aan bod kwam tijdens de recente bijeenkomst van de parlementaire assemblee van de OVSE in Edinburgh, waar mevrouw Lizin samen met de heer Lionel Vandenberghe de Senaat vertegenwoordigde. Ik heb erop gewezen dat de Letten door het immigratie- en deportatiebeleid van de Sovjet-Unie bijna een minderheid in eigen land waren geworden. Begin van de jaren negentig maakten de Letten nog amper 52% van de totale bevolking uit. De huidige houding van de Letten is een gevolg van en een reactie op die Sovjetbezetting. De minister antwoordde dat er in het kader van de besprekingen rond het associatieakkoord met Rusland ook over de kwestie van de Russische minderheid in Letland zal worden gesproken.

De artikelen en het ontwerp in zijn geheel werden unaniem goedgekeurd.

Ik wil nu het standpunt van mijn fractie vertolken. Deze meent dat de huidige situatie het rechtstreekse gevolg is van de illegale annexatie van Letland in 1940 door de Sovjet-Unie. Die annexatie werd mogelijk door het pact tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Ze werd gevolgd door massale deportaties van de autochtone bevolking en een even massale immigratie van Russen, gepaard gaande met een politiek van russificatie. Daardoor daalde de Letse bevolking van 77% vóór de annexatie naar 52% in 1989. In de acht grootste steden van Letland waren de Letten zelfs in de minderheid. De Russische inwijkelingen, ik trek hier de parallel met de Franstaligen in Vlaams-Brabant, vonden het niet nodig de taal te leren van het land waarin ze zich vestigden. Toen de Baltische staten in 1991 opnieuw onafhankelijk werden, op eigen kracht en zonder steun van de EU, lag het voor de hand dat ze zouden proberen de demografische en taalkundige gevolgen van de illegale Sovjetbezetting te herstellen. Ze hebben de Russische bevolking niet gedeporteerd. Ze vragen enkel dat de Russen zich aanpassen aan het land waarin ze zich hebben bevestigd, dat ze de taal leren en een burgerschapsproef afleggen om de nationaliteit te verwerven. Dat is een andere situatie dan de onderdrukking van autochtone minderheden zoals we die in zovele andere staten kennen. Onze fractie meent dan ook dat een kleine en kwetsbare natie zoals Letland op enig krediet van de internationale gemeenschap moet kunnen rekenen.

-La discussion générale est close.