Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-16

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-743 van de heer Vanhecke d.d. 18 februari 2004 (N.) :
Biometrische identificatiemethodes. ­ Gebruik.

De Europese Commissie maakte onlangs bekend dat zij wenst dat een aantal biometrische technieken worden geïntroduceerd bij de lidstaten wat betreft de visa en verblijfsvergunningen voor onderdanen van derde landen. Deze technieken bieden immers onmiskenbaar een aantal voordelen inzake identificatie van personen en preventie wat betreft het vervalsen van documenten.

1. Welke toepassingen worden er momenteel gemaakt van biometrische technieken in het kader van het vreemdelingenbeleid en de andere bevoegdheden die tot uw departement behoren ?

2. Welke diensten zijn hiertoe aangeduid ? Welke middelen en hoeveel personeel staan hen daarvoor ter beschikking ?

3. Hoe lang worden de gegevens bewaard en welke gegevens betreft het ?

4. Welke diensten hebben toegang tot de gegevens ?

5. Worden gegevens uitgewisseld om een multifunctioneel gebruik mogelijk te maken, en zo neen, waarom niet ?

6. Zijn er momenteel projecten lopende omtrent (een uitbreiding van) de toepassing van biometrische technieken ?

7. Overweegt de geachte minister de toepassing van deze identificatiemethodes uit te breiden, en zo ja, op welke vlakken en binnen welke termijnen ?

8. Op welke vlakken bestaat er samenwerking in Europees en/of internationaal verband ?

9. Overweegt de geachte minister op Europees en internationaal vlak een voortrekkersrol te spelen in de verspreiding van deze technieken, en zo ja, op welke wijze ?

Antwoord : Op de diverse vragen die het geachte lid stelde kunnen volgende antwoorden gegeven worden.

Het is correct dat de Europese Unie eind 2003 een positief gevolg gegeven heeft aan twee voorstellen voor een verordening die de opname van biometrische elementen voorzien in enerzijds visa en anderzijds in de uniforme verblijfsvergunning die de lidstaten afleveren aan de onderdanen van derde landen die op hun respectief grondgebied resideren.

Het toevoegen van deze biometrische elementen in het visum en in de verblijfsvergunning laat zich inschrijven in een proces dat reeds tijdens het laatste Belgische voorzitterschap in gang werd gezet en dat enerzijds beoogt om de documenten die afgegeven worden door de lidstaten te uniformeren met als doel de controle ervan te vergemakkelijken en anderzijds is het de bedoeling de beveiliging ervan te versterken. De eerste genomen maatregel integreert de foto van de houder op de visumsticker die hem wordt afgegeven. Deze maatregel dient in alle lidstaten toegepast te worden op ten laatste 3 juni 2005. De beveiligde uniforme verblijfsvergunning dient van zijn kant ten laatste in augustus 2005 in omloop gebracht te worden in de lidstaten. Tot slot dan hebben deze basisverordeningen ook betrekking op de algemene maatregelen van beveiliging van documenten met als doel een maximale vermindering van de mogelijkheden tot vervalsing.

Ik veroorloof me om het geachte lid voor te stellen zich, wat betreft de vraag over de uniforme verblijfsvergunning, te wenden tot mijn collega, de minister van Binnenlandse Zaken, aangezien deze onder zijn bevoegdheid valt.

De laatste verordening met als doel het invoegen van biometrische elementen in het reeds bestaande visummodel, stelt in feite algemene principes vast en definieert het mandaat dat het technisch comité dat belast werd met deze vragen en dat voorgezeten wordt door de Commissie, dient te volgen bij het opstellen van het gedetailleerde bestek dat de lidstaten dienen te gebruiken om het nieuwe uniforme visummodel technisch tot stand te brengen.

Het voorziet het respect voor de kwaliteit alsook respect voor de internationale normen (gedefinieerd door ICAO) betreffende de beelden van digitale vingerafdrukken en van het aangezicht. Het voorziet bovendien dat de biometrische informatie bewaard zou worden op een interoperabele, sterk beveiligde opslagdrager die voorzien is van voldoende capaciteit. Tot slot dan onderlijnt het de noodzaak dat deze technieken uniform zijn aan deze die voor het visuminformatiesysteem (VIS) weerhouden werden.

Het VIS is het andere grote project dat loopt op Europees niveau en waarvan de aanvang ook teruggaat tot het laatste Belgische voorzitterschap van de EU. De eerste beschikking werd immers aangenomen tijdens de Europese Raad van Laken in december 2001.

Het VIS zal een geïnformatiseerd systeem zijn voor de uitwisseling van informatie op het vlak van visa tussen de lidstaten. Van de nagestreefde doelen benadrukken we vooreest het versterken van een gemeenschappelijk visumbeleid, het versterken van de interne veiligheid en de strijd tegen het terrorisme. Het VIS wil bovendien ook voorwaarden creëren voor een betrouwbare identificatie van personen die illegaal op het grondgebied verblijven en die verstoken zijn van documenten en wil, door deze identificatie, de terugkeer van onderdanen van derde landen vergemakkelijken. Het systeem zal daarenboven ook aan de grenscontroleposten aan de buitengrenzen of bij immigratie- en politiecontroles toelaten te bepalen of de houder van een visum en de titularis ervan effectief dezelfde persoon zijn.

Tot slot dan, kan ik u meedelen dat de Commissie eind februari een gelijkaardig voorstel voor een verordening heeft ingediend betreffende de beveiliging van het Europees paspoort waarbij ook hier de opname van biometrische gegevens voorzien werd. De Raad is nog maar net begonnen met het bestuderen van deze tekst, maar aangezien er een politieke wil bestaat om dit project zo snel mogelijk te doen slagen, laat dit toe te geloven dat ook deze nieuwe verordening binnen de kortste keren zal aangenomen worden. Hetzelfde technisch comité zal dan uitgenodigd worden om het bestek voor de beveiliging van het paspoort op te stellen.

1. Deze vraag wordt samen met vraag 6 behandeld (cf. infra).

2. Meerdere diensten zijn belast met het opvolgen van deze dossiers. Enerzijds de administratief bevoegde diensten (dienst paspoorten en dienst visa) wat betreft de algemene oriëntaties en principes en anderzijds de informaticadienst (ICT). Ongeveer 15 personen zijn hier voor het ogenblik in diverse hoedanigheden bij betrokkenen.

In het kader van de ontwikkeling van het VIS worden er maandelijks verschillende technische bijeenkomsten georganiseerd door de diensten van de Commissie samen met experts van de lidstaten. Twee vertegenwoordigers van mijn departement nemen systematisch deel aan deze werkzaamheden en dit in nauwe samenwerking met experts van de FOD Binnenlandse Zaken. Daarnaast is er een andere expert belast met het opvolgen van de werkzaamheden van het comité dat bevoegd is voor de beveiliging van de documenten en dit in zeer nauw overleg met een expert van de federale politie (Centrale Dienst voor de bestrijding der valsheden).

3, 4 en 5. Rekening houdend met het voorgaande, zijn vragen 3, 4 en 5 niet relevant. Het is evenwel aangewezen te preciseren dat België voor het ogenblik reeds beschikt over een eigen systeem voor visa, dat voor een verbinding zorgt tussen de ambassades, de FOD Buitenlandse Zaken en de Dienst Vreemdelingenzaken die afhangt van mijn collega van Binnenlandse Zaken en die onder zijn bevoegdheden de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen heeft. Dit nationale systeem bevat de alfanumerieke gegevens van alle vreemdelingen die een visumaanvraag hebben ingediend bij een diplomatieke of consulaire post in het buitenland. Op dit ogenblik zijn nog een aantal posten niet aangesloten, maar dit zal nog voor het eind van het jaar gebeuren en bovendien gaat het hier om posten die gesitueerd zijn in landen waarmee er geen speciale problemen zijn op het vlak van immigratie.

De toegang tot het toekomstige VIS zal beperkt zijn tot de direct bevoegde diensten op het vlak van immigratie of visa; de diplomatieke en consulaire posten van alle lidstaten van de EU die de Schengenakkoorden toepassen, de nationaal bevoegde diensten op het vlak van immigratie en asiel, de nationale diensten belast met de grenscontrole, maar ook de politiediensten die nu reeds toegang hebben tot het SIS (Schengen Informatie Systeem); de databank die bij het opstellen van Schengen werd gecreëerd en die de lijst bevat van vreemdelingen die toegang geweigerd wordt tot het grondgebied van de lidstaten die de Schengenakkoorden toepassen.

De vormen van toegang tot het VIS werden gedefinieerd rekening houdend met de communautaire wetgeving met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens. De toegang zal enkel toegestaan worden indien de gegevens betreffende visa noodzakelijk zijn voor de autoriteiten die er toegang tot hebben om de opdrachten die hen toebedeeld zijn te vervullen.

6. Voor het ogenblik bestaat er in België geen concrete toepassing op het vlak van de biometrie, noch geïntegreerd in de documenten, noch door opslag van biometrische gegevens in ons nationaal visumsysteem. Mijn diensten bestuderen momenteel de meest recente technische mogelijkheden, in het bijzonder met onze industriële partners, voor fabricatie en personalisatie van de paspoorten en visa, met als doel een eerste ervaring op te doen vooraleer over te gaan naar de volgende etappe, namelijk deze van de veralgemeende productie van reisdocumenten of visa met integratie van biometrische gegevens. Dit onderzoek heeft tot op heden nog geen tastbaar resultaat opgeleverd maar de eerste tests op beperkte schaal en vrijwillige basis worden voorzien in de loop van 2004. Een veralgemening van deze opname zal verplicht worden na de aanname van een gemeenschappelijke Europese reglementering en standaarden.

Op het vlak van visa, zijn alle maatregelen genomen, opdat we onze Europese verplichtingen met betrekking tot de opname van de foto op de visumsticker binnen de vereiste termijnen kunnen respecteren. Vanaf het laatste trimester van 2004 zullen reeds enkele Belgische diplomatieke en consulaire posten van het nodige materiaal voorzien worden. Deze eerste ervaring moet toelaten de weerhouden technologie en de in werking gestelde procedures te valideren alvorens er een algemeen gebruik in alle posten van te maken.

De bevoegde diensten binnen mijn departement volgen deze communautaire projecten op de voet. Dit gezegd zijnd, is het in dit stadium nog niet opportuun om reeds concrete beslissingen te nemen aangezien er nog te veel onbekend is over de definitieve technische oriëntaties die de EU voor deze domeinen zal bepalen. De inzet is immers de uniformiteit van de weerhouden technieken met betrekking tot dezelfde biometrische elementen die te gebruiken zijn in geüniformeerde documenten op Europees niveau, meerbepaald het visum en het paspoort.

7, 8 en 9. De Europese politiek betreffende de beveiliging van documenten enerzijds, de opname van biometrische elementen in dezelfde documenten anderzijds en de inwerkinstelling van een efficiënt identificatiesysteem is tot op heden goed bepaald. Tijdens zijn voorzitterschap van de EU, heeft België een voortrekkersrol gespeeld bij het bepalen van duidelijke en ambitieuze doelstellingen in deze domeinen. De opvolging van deze objectieven vond zijn uiting in het werk van de Raad en de Commissie en heeft de energie van de Commissie en de lidstaten gemonopoliseerd. Wat mij betreft, is mijn bedoeling te waken over het eindresultaat van deze projecten die noodzakelijk zijn om de veiligheid van de lidstaten en hun burgers (Belgen, Europeanen en onderdanen van derde landen) te garanderen. De vrijheid van personenverkeer binnen de Schengenruimte heeft enkel zin indien men daartegenover de veiligheid van deze ruimte en de personen die erin verblijven kan stellen.

Het spreekt vanzelf dat dergelijke maatregels juridisch omkaderd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de rechten van de persoon volledig behouden blijven.

Gezien de noodzakelijke Europese dimensie van dergelijke projecten die zich inschrijven in de algemene doelstelling van het creëeren van de ruimte van vrijheid, gerechtigheid en veiligheid, heeft België niet de intentie om zich te distantiëren van de huidige en toekomstige verordeningen op dit vlak. Deze zelfde verordeningen bepalen uitwisselingen, bepaalde hiervan werden hierboven vermeld. Zij worden natuurlijk gerespecteerd door België.

Een eerste fase van de ontwikkeling van het VIS is voorzien voor 2006. Deze zal betrekking hebben op het instellen van de grondslagen van het systeem (database en netwerk) en de behandeling van alfanumerieke gegevens en foto's. In een tweede fase wordt dan de integratie van biometrische gegevens voorzien. Deze fase zou, in de mate van het mogelijke, vanaf 2007 in werking treden.

België is van plan een stuwende rol te blijven spelen bij dit belangrijke werk dat nog dient gedaan te worden om deze projecten tot een goed einde te brengen. We moeten op dit vlak bovendien anticiperen op de belangrijke investeringen die deze zullen meebrengen voor de lidstaten.

De kwestie van de biometrie in het algemeen en in het bijzonder de biometrie opgenomen in documenten, vormt het voorwerp van regelmatige raadplegingen op internationaal niveau, met onze belangrijkste partners zoals de Verenigde Staten en Canada alsook met alle lidstaten van de ICAO. He is duidelijk dat de doelstelling erin bestaat te werken op een basis van dezelfde technische standaarden of toch minstens voorwaarden te bepalen voor de interoperabiliteit van de systemen, zodat de biometrische gegevens in een Europees paspoort bijvoorbeeld gelezen kunnen worden bij een controle van een derde land met hetwelk we hierover een formeel akkoord gesloten hebben en omgekeerd, dat spreekt vanzelf.

In ieder geval staat er nog niets vast op internationaal niveau, aangezien het noodzakelijk is alle nuttige maatregelen te overwegen om de veiligheid van ons grondgebied en onze medeburgers te garanderen. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat de genoemde maatregelen in verhouding staan tot hun doelstellingen en geen schade kunnen berokkenen aan de integriteit van personen.