3-64

3-64

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 17 JUNI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven over źde samenstelling van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie na de verkiezingen van 13 juni 2004╗ (nr. 3-359)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De bijzondere wet van 13 juli 2001 voorziet in de overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en gemeenschappen en bepaalt dat de Nederlandse taalgroep van de Vlaamse Gemeenschapscommissie naast de 17 leden van de Nederlandse taalgroep in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, vijf bijkomende leden telt, die conform artikel 38 van de bijzondere wet van 13 juli 2001, worden verkozen overeenkomstig artikel 60bis van de Bijzondere Brusselwet. Dat betekent dat de vijf bijkomende zetels toegewezen worden op basis van de samenstelling van de Vlaamse raad.

Het arrest van het Arbitragehof van 25 maart 2003 vernietigde evenwel de procedure op basis waarvan de vijf bijkomende leden worden aangewezen. Nu de nieuwe Vlaamse Gemeenschapscommissie moet worden samengesteld, is er een probleem. Artikel 37 blijft gelden, met als gevolg dat de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie nog steeds 22 leden telt, maar vijf ervan kunnen niet worden aangewezen bij gebrek aan procedurevoorschriften.

Is de minister van oordeel dat we met een rechtsonzekere situatie worden geconfronteerd? Kan een Vlaamse Gemeenschapscommissie, bestaande uit 17 leden, geldige beslissingen nemen?

Wat is het standpunt van de Regering inzake het al dan niet behouden van de vijf bijkomende leden? Is er een ontwerp van bijzondere wet in voorbereiding? Zo ja, op welke wijze zullen de bijkomende leden dan worden aangewezen?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Het gaat hier om een juridisch probleem dat op verschillende manieren kan worden ge´nterpreteerd.

Artikel 60, vijfde lid van de bijzondere wet, dat is ingevoegd door artikel 37 van de bijzondere wet van 13 juli 2001, bepaalt dat wat de bevoegdheden die de Vlaamse Gemeenschapscommissie alleen uitoefent, de Nederlandse taalgroep, naast de 17 leden van de Nederlandse taalgroep in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, vijf bijkomende leden omvat, die overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet worden verkozen. Het Arbitragehof heeft artikel 60bis evenwel vernietigd. Aangezien een essentieel onderdeel van de uitvoering daardoor is geschrapt, is artikel 60 onuitvoerbaar geworden. De wet voorziet immers niet in een aanwijzingsprocedure. Zolang de bijzondere wet niet is aangepast, zal de Nederlandse taalgroep, ook wanneer die optreedt als vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, uit 17 leden bestaan en zal hij rechtsgeldig vergaderen. Dat is mijn standpunt, al weet ik dat er andere interpretaties zijn.

Het is overigens een algemeen principe dat een rechtsorgaan altijd rechtsgeldig kan vergaderen wanneer het quorum bereikt is. Ik geef toe dat het beter zou zijn als er een wettelijke regeling komt. In afwachting daarvan kunnen er met 17 leden rechtsgeldige beslissingen worden genomen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik dank de minister voor zijn juridische antwoord. Ik had gehoopt dat hij een antwoord zou geven in zijn hoedanigheid van minister bevoegd voor institutionele aangelegenheden.

De bijzondere wetgever moet een initiatief nemen op het vlak van de opvolging van de arresten die een vernietiging van sommige bepalingen inhouden. Als de regering niet in staat is een interpretatie aan het arrest te geven, moet er een oplossing worden gezocht. Artikel 37, waarin sprake is van de 22 leden van de Gemeenschapscommissie, blijft immers bestaan.

Het antwoord van de minister getuigt niet van zijn bezorgdheid voor de institutionele duidelijkheid in ons land.