3-481/2 | 3-481/2 |
15 MAART 2004
Art. 2
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 2. In titel III, hoofdstuk II, afdeling I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen wordt een artikel 24ter ingevoegd, luidende :
« Artikel 24ter. Bij de algehele vernieuwing van de Vlaamse Raad, van de Waalse Gewestraad en van de Raad van de Franse Gemeenschap eindigt het mandaat van de uittredende leden op de datum die is vastgesteld voor de vernieuwing van de Raad.
Het mandaat van de uittredende leden die door de Raden zijn aangewezen als gemeenschapssenator, eindigt evenwel bij de opening van de eerste vergadering na de vernieuwing van de bedoelde Raad. »
Verantwoording
Dit voorstel gaat ervan uit dat het einde van het mandaat van de gemeenschapssenatoren onlosmakelijk verbonden is met het einde van hun mandaat in de Raden en dat die kwestie daarom moet worden geregeld door de wetgever die bevoegd is om de samenstelling van die Raden te regelen (artikel 115 van de Grondwet).
Het voorstel heeft tot doel eens en voor altijd duidelijk te maken dat alle uittredende gemeenschapssenatoren hun mandaat van senator voortzetten tussen de verkiezingen van 13 juni 2004 en de aanwijzing van hun eventuele opvolgers begin juli.
Om dat doel te bereiken is het niet nodig dat het mandaat van alle leden van alle Raden zonder meer wordt verlengd. Alleen dat van de leden van de Gemeenschapsraden die uittredend gemeenschapssenator zijn, moet worden verlengd.
Daartoe strekt dit amendement, dat overigens ook voorstelt om die bepaling in te voegen in de afdeling aangaande de samenstelling van de Raden veeleer dan in de afdeling over hun werking.
Als later zou blijken dat het probleem inzake het einde van het mandaat van de door de Gemeenschapsraden aangewezen senatoren, in tegenstelling tot ons uitgangspunt, door de gewone federale wetgever kan worden geregeld, rijst de vraag of het huidige artikel 239 van het Kieswetboek daartoe volstaat (eventueel aangevuld met een uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 212 van hetzelfde Wetboek wat de Duitstalige gemeenschapssenator betreft), dan wel of het bijzondere geval van de volledige vernieuwing van de Raden zonder een gelijktijdige vernieuwing van de Senaat in een nieuwe, afzonderlijke bepaling van het Kieswetboek moet worden geregeld.
Art. 3
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 3. In titel III, hoofdstuk II, afdeling 1, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende :
« Artikel 12bis. Bij de algehele vernieuwing van de Raad eindigt het mandaat van de uittredende leden op de datum die is vastgesteld voor de vernieuwing van de Raad. »
Verantwoording
Zie de verantwoording van amendement nr. 1.
| Jean-François ISTASSE. |