3-468/2

3-468/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

9 MAART 2004


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Regering van Nieuw-Zeeland inzake de regeling van werkvakanties, ondertekend te Brussel op 23 april 2003


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING DOOR DE HEER GALAND


I. INLEIDING

De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van Nieuw-Zeeland inzake de regeling van werkvakanties, ondertekend te Brussel op 23 april 2003 (stuk Senaat, nr. 3-468/1, 2003/2004), besproken tijdens haar vergadering van 9 maart 2004.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken verwijst naar de memorie van toelichting bij het wetsontwerp. De overeenkomst is precies dezelfde als de overeenkomst met Australië (stuk Senaat, nr. 3-467/1, 2003/2004). De onderhandelingen hebben enige tijd in beslag genomen omdat Nieuw-Zeeland ervoor wilde zorgen dat families hun kinderen kunnen begeleiden.

III. BESPREKING EN STEMMINGEN

De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, werden zonder verdere bespreking eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitster,
Pierre GALAND. Anne-Marie LIZIN.

De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat, nr. 3-468/1 - 2003/2004)