3-473/2

3-473/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

30 JANUARI 2004


Ontwerp van bijzondere wet houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Artikel 1bis (nieuw)

Een artikel 1bis invoegen, luidende :

« Art. 1bis. ­ In de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 wordt een artikel 6quater ingevoegd, luidende :

« Art. 6quater. ­ De aangelegenheden betreffende de verkiezing, de samenstelling en de werking van de Raad van de Vlaamse Gemeenschap, de Raad van de Franse Gemeenschap en de Raad van het Waalse Gewest bedoeld in artikel 118, § 2, van de Grondwet zijn :

1º de aangelegenheden in deze wet bepaald en alle andere aangelgenheden, betreffende de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Franse Gemeenschapsraad en de Waalse Gewestraad;

2º de aangelegenheden in deze wet bepaald en alle andere aangelegenheden, betreffende de samenstelling van de Vlaamse Raad, de Franse Gemeenschapsraad en de Waalse Gewestraad;

3º de aangelegenheden in deze wet bepaald en alle andere aangelegenheden, betreffende de werking van de Vlaamse Raad, de Franse Gemeenschapsraad en de Waalse Gewestraad. »

Verantwoording

Het amendement dat thans voorligt beoogt verdere uitvoering te geven aan artikel 118 van de Grondwet. Paragraaf 1 van voormeld grondwetsartikel maakt de bijzondere wetgever bevoegd voor de verkiezingen van de Gewest- en Gemeenschapsraden. Paragraaf 2 maakt de bijzondere wetgever bevoegd om de aangelegenheden « betreffende de verkiezing, de samenstelling en de werking van de Raad van de Vlaamse Gemeenschap, de Raad van de Franse Gemeenschap en de Raad van het Waalse Gewest » aan te duiden welke door de betrokken raden, met een bijzondere meerderheid, zelf kunnen worden geregeld.

Onderhavig amendement wenst, door de wijziging van de bijzondere wet op de hervorming der instellingen (BWHI), de constitutieve autonomie van de deelstaatparlementen uit te breiden naar alle aspecten betreffende de verkiezing, samenstelling en werking van hun eigen raad.

De logica van homogene bevoegdheidspakketten vereist dat de bevoegdheid tot organisatie en reglementering van verkiezingen volledig toekomt aan één bestuursniveau. Vanzelfsprekend is het meest optimale niveau hiertoe de betrokken raad zelf, net zoals inzake de samenstelling en werking van de raad. In elkedemocratie legt een wetgevende vergadering de regels vast voor haar eigen verkiezing, samenstelling en werking.

De huidige regeling van halfslachtige constitutieve autonomie waarbij de deelstaatparlementen louter ten dele en enkel ten aanzien van specifieke, uitdrukkelijk toegewezen aspecten van de kieswetgeving bevoegd zijn, leidt tot totale verwarring en onduidelijkheid in hoofde van zowel de bevolking als de politiek zelf.

Daarenboven illustreert de politieke crisis omtrent de hervorming van de deelstaatverkiezingen dat de Vlaamse Gemeenschap enerzijds en de Franse gemeenschap en het Waals gewest anderzijds, er divergerende visies op na houden met betrekking tot de organisatie van de verkiezing van hun eigen raad. Dientengevolge lijkt het aangewezen de respectieve raden terzake volledig bevoegd te maken, zodat zij elk de verkiezing van hun raad kunnen organiseren naar eigen inzichten, berustend op een democratische consensus binnen de eigen gemeenschap of het eigen gewest. Wanneer bepaalde aspecten van de verkiezing van de raden van de deelstaten federale bevoegdheid blijven, zal dit in de toekomst herhaaldelijk aanleiding geven tot scherpe politieke en communautaire conflicten.

Voorliggend amendement wenst volledige duidelijkheid en klaarheid te scheppen en, conform alle democratische beginselen, de deelstaatparlementen volledig bevoegd te maken voor de eigen verkiezing, samenstelling en werking. De Grondwet getrouw, kunnen de deelstaatparlementen deze bevoegdheid enkel uitoefenen met een tweederde meerderheid.

Joris VAN HAUTHEM.
Yves BUYSSE.
Wim VERREYCKEN.

Nr. 2 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 2bis (nieuw)

Een artikel 2bis invoegen, luidend als volgt :

« Art. 2bis. ­ In artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen wordt een § 1bis ingevoegd, luidend als volgt :

§ 1bis. Onverminderd de bepalingen van § 1 mag niemand zich tegelijk verkiesbaar stellen voor de verkiezingen van de Vlaamse Raad of de Waalse Gewestraad en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of het Europees Parlement wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatshebben.

De bewilligende kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt overeenkomstig de bepalingen van artikel 118, zevende en achtste lid, van het Kieswetboek. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen voor de Vlaamse Raad of de Waalse Gewestraad enerzijds en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of het Europees Parlement anderzijds onmogelijk te maken.

Thans is het mogelijk bij gelijktijdige verkiezingen voor meer dan één assemblee kandidaat te zijn en verkozen te worden. Alleen voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers kan niemand tegelijk kandidaat zijn voor Kamer en Senaat. Het is echter wel mogelijk om tegelijk kandidaat te zijn voor de verkiezingen van de Gewestraden enerzijds en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of het Europees Parlement anderzijds wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatshebben.

Nochtans is de hoedanigheid van lid van een Gewestraad onder meer onverenigbaar met die van lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat en het Europees Parlement.

Vermits een verkozene voor twee of meer mandaten tussen dewelke een grondwettelijke of wettelijke onverenigbaarheid geldt, slechts één mandaat kan opnemen dient hij zich voor de andere mandaten te laten vervangen.

Voor de inspraak van de kiezer is dit geen goede zaak. Kiezers die hun stem hebben uitgebracht voor een kandidaat die verkozen is verklaard voor meer dan één assemblee, moeten na de verkiezingen vaststellen dat betrokkene slechts één mandaat kan opnemen en zich voor de andere moet laten vervangen door een opvolger voor wie de kiezers niet hebben gestemd. De kiezer houdt hieraan de indruk over dat hij wordt misleid.

Tevens doet de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen een discriminatie van zowel kiezers als kandidaten ontstaan. De kiezers onderling worden verschillend behandeld doordat zij hun stem kunnen inschatten voor kandidaten die voor één assemblee kandidaat zijn, maar niet voor kandidaten die voor meer dan één assemblee kandidaat zijn. Kandidaten die zich voor meer dan één assemblee kandidaat stellen worden gunstiger behandeld doordat zij over meer middelen kunnen beschikken om hun verkiezingscampagne te voeren en doordat zij in voorkomend geval kunnen kiezen welk mandaat zij opnemen.

Dit is ook de mening van het Arbitragehof dat in zijn arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003 de dubbele kandidaatstelling voor Kamer en Senaat die was ingevoerd door artikel 6 van de wet van 13 december 2002 houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving, heeft vernietigd. Het Hof motiveert deze vernietiging als volgt :

« De bestreden maatregel is van die aard dat de kiezer kan worden misleid vermits hij het nuttig effect van zijn stem niet kan inschatten en de maatregel bevoordeelt, zonder redelijke verantwoording, de kandidaten die de dubbele kandidatuur kunnen genieten. »

Hoewel het Arbitragehof zich in het arrest niet heeft uitgesproken over een dubbele kandidaatstelling bij andere gelijktijdige verkiezingen dan die van Kamer en Senaat, kan er toch uit afgeleid worden dat een dubbele kandidaatstelling een ongelijke behandeling van kandidaten tot gevolg kan hebben en de kiezer niet met kennis van zaken kan kiezen en zijn invloed hierdoor vermindert.

Tevens komt een dubbele of meervoudige kandidatuurstelling bij gelijktijdige verkiezingen de transparantie van het politieke gebeuren niet ten goede. De dubbele of meervoudige kandidaatstelling en het aanzienlijk aantal « schijnkandidaten » maken het voor de kiezer er niet makkelijker op om de verkiezingen te volgen. Nochtans zijn in een representatieve democratie verkiezingen het inspraakmoment bij uitstek.

Om deze redenen bepaalt dit amendement dat hij die zich kandidaat stelt voor de verkiezingen van één van de Gewestraden niet tegelijk kandidaat kan zijn voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of van het Europees Parlement wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden.

Hiertoe wordt in artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, dat de verkiesbaarheidsvoorwaarden en onverenigbaarheden voor de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad regelt, een nieuwe paragraaf ingevoegd. Door het op deze plaats op te nemen wil de indiener duidelijk maken dat het niet alleen gaat om een voorwaarde inzake kandidaatstelling, maar ook een voorwaarde inzake verkiesbaarheid, weliswaar met de belangrijke beperking dat deze voorwaarde uitsluitend van toepassing is in de situatie dat de verkiezingen voor Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad samenvallen met die van de federale Wetgevende Kamers of die van het Europees Parlement. Wanneer deze verkiezingen niet gelijktijdig georganiseerd worden, kan van een ongelijke behandeling van kandidaten en misleiding van de kiezer geen sprake zijn.

Een gelijkaardige bepaling wordt ingevoegd in de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.

Nr. 3 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 2ter (nieuw)

Een artikel 2ter invoegen, luidend als volgt :

« Art. 2ter. ­ In hoofdstuk II, afdeling 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wordt een artikel 24ter ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 24ter. ­ Het lid van de Vlaamse Raad, de Raad van de Franstalige Gemeenschap of de Waalse Gewestraad dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of het Europees Parlement en verkozen is, verliest zijn hoedanigheid van lid van de Vlaamse Raad, de Raad van de Franstalige Gemeenschap of de Waals Gewestraad zodra zijn verkiezing openbaar is afgekondigd.

Het lid van de Vlaamse Raad, de Raad van de Franstalige Gemeenschappen of de Waalse Gewestraad dat door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger, rechtstreeks gekozen, gecoöpteerd senator, of van lid van het Europees Parlement voleindigt, verliest zijn hoedanigheid van lid van de Vlaamse Raad, de Raad van de Franstalige Gemeenschap of van de Waalse Gewestraad zodra hij de eed aflegt van volksvertegenwoordiger of senator. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt de inspraak van de kiezer te versterken door parlementsleden die zich kandidaat stellen bij verkiezingen voor een andere parlementaire assemblee en verkozen worden verklaard, vervallen te verklaren van hun eerste mandaat zodat ze alleen het mandaat kunnen opnemen waarvoor zij het laatst verkozen werden.

Onze federale staatsstructuur heeft tot gevolg dat er kort op elkaar volgende of gelijktijdige verkiezingen zijn voor het federale Parlement en de raden van de gewesten. Daarnaast zijn er ook nog de verkiezingen van het Europees Parlement, die normaliter gelijktijdig met de verkiezingen van de gewestraden worden georganiseerd.

De verkiesbaarheidsvoorwaarden sluiten niet uit dat een lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat zich kandidaat stelt voor de verkiezingen van één van de raden of voor de verkiezingen van het Europees Parlement. De verkiesbaarheidsvoorwaarden sluiten evenmin uit dat een lid van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad of de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zich kandidaat stelt voor de verkiezingen van het federaal Parlement of voor de verkiezingen van het Europees Parlement.

Dit amendement wil hieraan geen wijzigingen aanbrengen. In een federale staatsstructuur moet het mogelijk blijven om zich verkiesbaar te stellen voor een ander bestuursniveau dan datgene waarvan men deel uitmaakt. In een federale Staat kan het trouwens nuttig zijn om de werking en de problemen van een ander bestuursniveau te leren kennen.

Hoewel geen grondwettelijke of wettelijke verplichting geldt, neemt normaliter een kandidaat die verkozen wordt verklaard zijn mandaat ook effectief op. Anders is het wanneer die kandidaat reeds een parlementair mandaat bekleedt. Omdat er een grondwettelijke of wettelijke onverenigbaarheid bestaat tussen twee parlementaire mandaten, kan hij slechts één mandaat opnemen. Met de thans geldende wetgeving heeft hij de keuze tussen het verder uitoefenen van het parlementaire mandaat dat hij bekleedt of hieruit ontslag nemen en het nieuwe mandaat opnemen waarvoor hij verkozen werd.

Het spreekt voor zich dat deze keuzemogelijkheid voor de inspraak van de kiezer en de geloofwaardigheid van de politieik geen goede zaak is. De kiezer verwacht terecht dat een kandidaat die verkozen is, zijn mandaat ook effectief opneemt. Wie een parlementair mandaat bekleedt en verkozen wordt verklaard voor een parlementair mandaat van een ander bestuursniveau, maar dit laatste mandaat niet wenst op te nemen, geeft de indruk de uitspraak van de kiezer niet ernstig te nemen. Dit komt het vertrouwen in de politieke instellingen niet ten goede omdat de kiezer de indruk heeft te zijn misleid : na de verkiezingen komt hij tot de vaststelling dat zijn stem ondergeschikt is aan de persoonlijke loopbaanplanning van een politicus.

Dit amendement voert geen nieuwe onverenigbaarheid in. Een onverenigbaarheid is « het verbod voor een persoon die tot een mandaat verkozen wordt of die een functie of een ambt uitoefent om terzelfder tijd titularis te zijn van een ander mandaat of ambt, om het uit te oefenen » (1). In geval van een absolute onverenigbaarheid is de titularis van een mandaat of ambt verplicht afstand te doen van zijn hoedanigheid van titularis om een onverenigbaar mandaat of ambt op te kunnen nemen. In geval van een relatieve onverenigbaarheid verbiedt een persoon twee onverenigbare ambten of mandaten tegelijkertijd uit te oefenen. Zowel bij een absolute als een relatieve onverenigbaarheid heeft de titularis de keuze het andere mandaat of ambt al dan niet op te nemen.

Dit amendement voorziet in de beëindiging van het mandaat in een parlementaire assemblee wanneer men zich kandidaat heeft gesteld en verkozen is voor een andere parlementaire assemblee zelfs voordat er sprake is van het gelijktijdig opnemen of uitoefenen van twee mandaten. Het beoogt een gevolg van rechtswege toe te kennen aan het feit van verkozen te zijn voor een andere parlementaire assemblee. Het bevat dus in feite een regeling in verband met de vervallenverklaring van het eerste parlementaire mandaat. Het bepaalt dat dit mandaat van rechtswege een einde neemt zonder dat aan de betrokkene de keuze wordt gelaten tussen het mandaat waarvan hij titularis is en het nieuwe mandaat waarvoor hij verkozen is (2). Zodoende wil dit amendement bewerkstelligen dat parlementsleden die zich kandidaat stellen voor een andere parlementaire assemblee en verkozen zijn hun mandaat ook effectief opnemen en de uitspraak van de kiezer ook ernstig nemen en niet naast zich neerleggen. Het houdt evenwel geen verplichting in om het nieuwe parlementaire mandaat op te nemen, ofschoon het daartoe een sterke stimulans inhoudt. Het amendement wil op deze wijze de inspraak van de kiezer versterken en de transparantie bij verkiezingen verhogen.

Nr. 4 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 3

Het voorgestelde tweede lid vervangen als volgt :

« Het maximum aantal kandidaat-opvolgers wordt vastgesteld op de helft van het aantal kandidaat-titularissen, vermeerderd met één. Indien het resultaat van het in twee delen van het aantal van die kandidaten decimalen bevat, worden die afgerond naar de hogere eenheid. Er moeten evenwel minstens zes kandidaat-opvolgers zijn. »

Verantwoording

Dit amendement brengt de regeling voor het bepalen van het aantal opvolgers in overeenstemming met de regeling die van toepassing is voor de verkiezingen van het federale en het Europese Parlement. Dit is aangewezen omdat het ontwerp de harmonisatie beoogt van de verkiezingswetgeving voor de raden met die van het federale Parlement.

Nr. 5 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

(Subsidiair amendement op amendement nr. 4)

Art. 3

Het voorgestelde artikel wijzigen als volgt :

A) In het eerste lid worden tussen de woorden « lid van de Vlaamse Raad of » en « van de Waalse Gewestraad » het woord « lid » ingevoegd.

B) In het tweede lid worden de woorden « Het aantal kandidaten voorgedragen voor de opvolging » vervangen door de woorden « Het aantal kandidaat-opvolgers », en de woorden « het aantal kandidaten voorgedragen voor de effectieve mandaten » door de woorden « het aantal kandidaat-titularissen ».

Verantwoording

Het verdient de voorkeur in de wet voor dezelfde begrippen dezelfde termen te gebruiken.

Nr. 6 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 5

In het voorgestelde artikel de woorden « voor de effectieve mandaten » vervangen door de woorden « voor de kandidaat-titularissen ».

Verantwoording

Het verdient de voorkeur in de wet voor dezelfde begrippen dezelfde termen te gebruiken.

Nr. 7 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Het invoeren van een kiesdrempel heeft niets te maken met het tegengaan van de versplintering van het politieke landschap maar alles met de herverkaveling van het politieke landschap zoals de paarse kopstukken die voor ogen hebben.

Bovendien rijst de vraag of de in het ontwerp voorgestelde kiesdrempel de toetsing van het Arbitragehof zal doorstaan, nu de verantwoording gegeven in de Arbitragehofarresten van 2003 met betrekking tot de wijziging van de federale kieswet niet opgaat, gezien de proportionaliteit kennelijk niet wordt gewaarborgd.

Nr. 8 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 7

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie de verantwoording bij amendement nr. 7.

Nr. 9 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 8

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie de verantwoording bij amendement nr. 7.

Nr. 10 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 10

Het voorgestelde artikel wijziggen als volgt :

A) In het tweede lid wordt :

1) de eerste zin vervangen als volgt :

« Is het eerste aantal groter dan het tweede, dan worden de zetels toegekend aan de kandidaat-titularissen die de meeste naamstemmen hebben behaald »;

2) de vierde zin vervangen als volgt :

« Deze helft wordt verkregen door het totaal van de stembiljetten waarop een lijststem is uitgebracht en de stembiljetten waarop uitsluitend ten gunste van één of meer kandidaat-opvolgers werd gestemd, te delen door twee. »;

3) in de zesde zin de woorden « dat specifiek is voor elke lijst » vervangen door de woorden « van de lijst »;

4) in de laatste zin de woorden « uitgeput is » vervangen door de woorden « tot nul is teruggebracht ».

B) wordt het derde lid vervangen als volgt :

« Het verkiesbaarheidscijfer van elke lijst wordt verkregen door het stemcijfer van de lijst te delen door het aantal van de aan de lijst toegekende zetels, vermeerderde met één, zoals wordt bepaald in artikel 29bis. »

C) wordt het vierde lid vervangen als volgt :

« Is het aantal kandidaat-titularissen van een lijst lager dan dat het aantal zetels dat aan de lijst toekomt, dan zijn deze kandidaten gekozen en worden de overblijvende zetels toegekend aan de kandidaat-opvolgers die het eerst komen in de bij artikel 29nonies bepaalde volgorde. Zijn er niet genoeg opvolgers, dan wordt het overschot verdeeld overeenkomstig artikel 29ter, derde lid. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt de formulering van het voorgestelde artikel te verduidelijken en de Nederlandse tekst ervan in overeenstemming te brengen met de Franse tekst.

Nr. 11 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 12

Het voorgestelde artikel wijzigen als volgt :

A) in het eerste lid wordt het zinsdeel volgend op de woorden « artikel 29octies », vervangen als volgt :

« worden de kandidaat-opvolgers die de meeste stemmen hebben behaald, eerste, tweede, derde opvolger en zo verder, verklaard; bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van inschrijving op het stembiljet beslissend. »;

B) het tweede lid wordt vervangen als volgt :

« Alvorens de opvolgers aan te wijzen, kent het hoofdbureau aan de kandidaat-opvolgers individueel de helft van het aantal stembiljetten ten gunste van de volgorde van voordracht van deze kandidaten toe. Deze helft wordt verkregen door het totaal van de stembiljetten waarop een lijststem is uitgebracht en de stembiljetten waarop uitsluitend ten gunste van één of meer kandidaat-titularissen werd gestemd, te delen door twee. »;

C) het derde lid wordt vervangen als volgt :

« De toekenning van de helft van deze stembiljetten gebeurt door overdracht. Aan de door de eerste kandidaat-opvolger behaalde naamstemmen, wordt dit aantal toegevoegd voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer te bereiken bedoeld in artikel 29octies, derde lid. Is er een overschot, dan wordt het toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde en zo verder, in de volgorde van voordracht, totdat het aantal van de helft van deze stembiljetten tot nul is herleid. »;

D) het vierde lid wordt vervangen als volgt :

« Er worden geen stemmen toegekend aan de kandidaten die tegelijk als titularis en als opvolger zijn voorgedragen en reeds als titularis gekozen zijn overeenkomstig artikel 29octies. »

Verantwoording

Zelfde verantwoording als amendement nr. 10.

Nr. 12 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 13

In het voorgestelde artikel het woord « kiescijfer » vervangen door het woord « stemcijfer » en de woorden « het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor die lijst, te bepalen, overeenkomstig artikel 29octies » door de woorden « het overeenkomstig artikel 29octies bepaalde verkiesbaarheidscijfer van elke lijst. »

Verantwoording

Dit amendement wil het voorgestelde artikel waar nodig corrigeren, uniforme termen voor dezelfde begrippen invoeren, en de formulering ervan verbeteren.

Nr. 13 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 14bis (nieuw)

Een artikel 14bis invoegen, luidend als volgt :

« Art. 14bis. ­ In titel III, hoofdstuk II, afdeling 1bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt een artikel 30ter met als titel « Onderafdeling 8. Bijzondere bepaling », ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 30ter. ­ De artikelen 29quinquies, 29sexies, § 1, en 30 kunnen niet gewijzigd worden in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de verkiezingen. »

Verantwoording

Dit amendement heeft tot doel te bepalen dat essentiële elementen van de verkiezingen van het Vlaams en het Waals Parlement niet kunnen gewijzigd worden in een periode van minder dan 12 maanden voor de verkiezingen.

Nr. 14 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 14ter (nieuw)

Een artikel 14ter invoegen, luidend als volgt :

« Art 14ter. ­ In artikel 35, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt het volgende lid toegevoegd :

« De decreten bedoeld in de artikelen 26, 28bis, § 1, 29sexies, § 2, kunnen niet worden aangenomen in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de verkiezingen. »

Verantwoording

Dit amendement heeft tot doel te bepalen dat de bijzondere decreten in toepassing van de constitutieve autonomie die betrekking hebben op de essentiële aspecten van de verkiezingen van het Vlaams en het Waals Parlement niet kunnen aangenomen worden in een periode van minder dan 12 maanden voor de verkiezingen.

Nr. 15 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 16bis (nieuw)

Een artikel 16bis invoegen, luidend als volgt :

« Art. 16bis. ­ In artikel 12 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen wordt een § 1bis ingevoegd, luidend als volgt :

« § 1bis. Onverminderd de bepalingen van § 1 mag niemand zich tegelijk verkiesbaar stellen voor de verkiezingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers, van de Vlaamse Raad of van Europees Parlement wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatshebben.

De bewilligende kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek. Zij naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt overeenkomstig de bepalingen van artikel 118, zevende en achtste lid, van het Kieswetboek. »

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 2 tot invoeging van een artikel 2bis.

Nr. 16 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 16ter (nieuw)

Een artikel 16ter invoegen luidend als volgt :

« Art. 16ter. ­ In titel III, hoofdstuk II, afdeling 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 12bis. ­ Het lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers en verkozen is, verliest zijn hoedanigheid van lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zodra zijn verkiezing openbaar is afgekondigd.

Het lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad dat door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger of van een rechtstreeks gekozen of gecoöpteerd senator voleindigt, verliest zijn hoedanigheid van lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zodra hij de eed aflegt van volksvertegenwoordiger of senator. »

Verantwoording

Zie de verantwoording bij amendement nr. 3 tot invoeging van een artikel 2ter.

Nr. 17 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 17

In het voorgestelde artikel de woorden « kandidaten voorgedragen voor de opvolging » vervangen door het woord « kandidaat-opvolgers » en de woorden « kandidaten voorgedragen voor de effectieve mandaten » door de woorden « kandidaat-titularissen ».

Verantwoording

Het verdient de voorkeur in de wet voor dezelfde begrippen dezelfde termen te gebruiken.

Nr. 18 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 18bis (nieuw)

Een artikel 18bis invoegen, luidend als volgt :

« Art. 18bis. ­ In de bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse instellingen wordt in titel III, hoofdstuk II, afdeling 2 : Verkiezingen, een artikel 12ter ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 21ter. ­ De artikelen 17, § 3, 20, §§ 2 en 3, en 20bis, kunnen niet worden gewijzigd in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de datum van de verkiezingen. »

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 13.

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.
Hugo VANDENBERGHE.
Luc VAN den BRANDE.

(1) K. Muylle, Parlementaire en ministeriële onverenigbaarheden, in M. Van Der Hulst et L. Veny, Parlementair Recht, Commentaar en teksten, 1999, nr. 3, p. 3.5.-2.

(2) Zie ook het advies van de Raad van State over het voorstel van bijzonder decreet houdende wijziging van het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende invoering van onverenigbaarheden met het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, Vlaams Parlement, stuk 1547 (2002-2003), nr. 2.