3-476/2

3-476/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

30 JANUARI 2004


Wetsontwerp tot regeling van de verdeling tussen de kiescolleges van het aantal in het Europees Parlement te verkiezen Belgische leden


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 1bis (nieuw)

Een artikel 1bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 1bis. ­ Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt vervangen als volgt :

« Art. 9. ­ De verkiezing van het Europees Parlement wordt gehouden op basis van de vier volgende kieskringen :

1º de Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren;

2º de Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duits taalgebied;

3º de kieskring Brussel die het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat;

4º de Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duits taalgebied omvat. »

Verantwoording

Deze tekst is identiek aan het hoofdstuk over de Europese verkiezingen in het wetsvoorstel tot splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde dat werd opgesteld door de burgemeesters van Halle-Vilvoorde.

De noodzaak van deze splitsing, zowel voor de federale als voor de Europese verkiezingen, wordt uitvoerig uiteengezet door de burgemeesters in de toelichtende nota.

Nr. 2 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 2. ­ In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 1, derde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;

B) in § 3, derde lid, vervallen de woorden « de bevolking van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en. »

Nr. 3 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 5 (nieuw)

Een artikel 5 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 5. ­ In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 3, vijfde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden kieskring Brussel »;

B) paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993 en vervangen bij de wet van 18 december 1998, wordt opgeheven. »

Nr. 4 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 6 (nieuw)

Een artikel 6 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 6. ­ In artikel 21, § 1, van dezelfde wet, vernietigd bij het arrest van het Arbitragehof nr. 26/90 van 14 juli 1990 en opnieuw ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel. »

Nr. 5 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 7 (nieuw)

Een artikel 7 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 7. ­ In artikel 23, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel. »

Nr. 6 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 8 (nieuw)

Een artikel 8 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 8. ­ In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993 en de koninklijke besluiten van 11 april 1994 en 18 december 1998, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel. »

Nr. 7 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 9 (nieuw)

Een artikel 9 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 9. ­ In artikel 26, § 1, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2003, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel. »

Nr. 8 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 10 (nieuw)

Een artikel 10 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 10. ­ In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in het eerste lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden kieskring Brussel »;

B) het vierde lid wordt opgeheven. »

Nr. 9 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 11 (nieuw)

Een artikel 11 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 11. ­ In artikel 35, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel. »

Nr. 10 VAN DE HEER VAN HAUTHEM C.S.

Art. 12 (nieuw)

Een artikel 12 (nieuw) toevoegen, luidende :

« Art. 12. ­ In het bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II.d., worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel. »

Joris VAN HAUTHEM.
Yves BUYSSE.
Wim VERREYCKEN.

Nr. 11 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Wijziging van het opschrift

Het opschrift aanvullen met de volgende woorden :

« en tot splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde bij de verkiezingen van het Europese Parlement. »

Verantwoording

Dit amendement past het opschrift van het ontwerp aan aan de amendementen die voorzien in de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezingen van het Europees Parlement.

Nr. 12 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 1bis tot en met 1undecies (nieuw)

De artikelen 1bis tot met 1undecies invoegen, luidend als volgt :

« Art. 1bis. ­ In artikel 9 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in de bepaling onder 1º worden de woorden, « met uitzondering van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde » geschrapt;

B) de bepaling onder 3º wordt vervangen als volgt :

« 3º de kieskring Brussel die het administratieve arrondissement Brussel omvat; »

Art. 1ter. ­ In artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 1, derde lid, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel »;

B) in § 3, derde lid, worden de woorden « de bevolking van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en » geschrapt.

Art. 1quater. ­ In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 3, vijfde lid, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel »;

B) paragraaf 4, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993 en hernummerd bij de wet van 18 december 1998, wordt opgeheven.

Art. 1quinquies. ­ In artikel 21, § 1, 1º, tweede streepje, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door het woord « Brussel ».

Art. 1sexies. ­ In artikel 23, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel ».

Art. 1septies. ­ In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 18 december 1998 en 19 februari 2003 worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door het woord « Brussel ».

Art. 1octies. ­ In artikel 26, § 1, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door het woord « Brussel ».

Art. 1novies. ­ In artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in het eerste lid, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel »;

B) het vierde lid, ingevoegd bij de wet van 26 juni 2000, wordt opgeheven.

Art. 1decies. ­ In artikel 35, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel ».

Art. 1undecies. ­ In het bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II.d), vervangen bij de wet van 11 maart 2003, worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel. »

Verantwoording

Dit amendement voorziet in de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezingen van het Europees Parlement en geeft bijgevolg uitvoering aan het arrest van het Arbitragehof nr. 73/2003 van 26 mei 2003 (voor een uitvoeriger verantwoording verwijzen we naar de verantwoording bij het amendement dat voorziet in de splitsing van deze kieskring voor de verkiezing van de Kamer).

Nr. 13 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 2

In de Franstalige tekst, in de voorgestelde eerste zin, voor de woorden « de la région de langue allemande », de woorden « des communes » invoegen.

Verantwoording

Overeenstemming tussen de Nederlandstalige en de Franstalige tekst. In de Nederlandstalige tekst wordt gesproken over « de bevolking van de gemeenten van het Duitse taalgebied », daar waar dit in de Franstalige tekst verkeerdelijk « la population de la région de langue allemande » is.

Nr. 14 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 4

Het D) vervangen als volgt :

« D) het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :

« De voorwaarden dienen vervuld te zijn uiterlijk op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten. »

Verantwoording

Artikel 4, D), wijzigt artikel 41 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement. Artikel 41 somt de verkiesbaarheidsvoorwaarden voor Europese parlementsleden op.

Het wetsontwerp wijzigt die verkiesbaarheidsvoorwaarden. Bovendien vult het artikel 41 aan met een nieuw lid, dat luidt als volgt :

« De voorwaarden dienen vervuld te zijn op de dag van de verkiezing. »

Deze laatste bepaling is evenwel strijdig met het huidige artikel 22, tweede lid, 4º, van de wet van 23 maart 1989. Deze bepaling luidt immers als volgt :

« Aan de verkiesbaarheidsvoorwaarde vermeld in artikel 41, 3º, moet uiterlijk op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten voldaan zijn. »

Voor de verkiesbaarheidsvoorwaarde bedoeld in artikel 41, 3º, gelden bijgevolg twee tegenstrijdige voorschriften.

Huidig amendement wil de voorschriften voor de voorwaarden bedoeld in artikel 41, eerste lid, gelijk stellen met de voorschriften zoals bedoeld in artikel 22, tweede lid, 4º, met name : op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten.

Nr. 15 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

(Subsidiair amendement op het amendement nr. 14 tot wijziging van artikel 4)

Art. 3bis (nieuw)

Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidende als volgt :

« Art. 3bis. ­ In artikel 22 van dezelfde wet, wordt in het tweede lid, 4º, de lezing van het eerste lid van artikel 119bis gewijzigd als volgt :

« Aan de verkiesbaarheidsvereiste vermeld in artikel 41, 3º, moet voldaan zijn op de dag van de verkiezing. »

Verantwoording

Zie de verantwoording bij amendement nr. 14 tot wijziging van artikel 4. Subsidiair wenst de indiener van dit amendement de tegenstrijdigheid tussen de voorschriften met betrekking tot het tijdstip waarop de voorwaarden vervuld dienen te zijn, op te lossen door in het huidige artikel 22 van de wet, het tijdstip aan te passen aan het in het ontwerp in artikel 4 voorgestelde tijdstip, met name op de dag van de verkiezing.

Nr. 16 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 3ter (nieuw)

Een artikel 3ter (nieuw) invoegen, luidend als volgt :

« Art. 3ter. ­ In artikel 22 van dezelfde wet, wordt in het tweede lid, 4º, de lezing van het eerste lid van artikel 119bis gewijzigd als volgt :

« Aan de verkiesbaarheidsvereiste vermeld in artikel 41, eerste lid, 3º, moet uiterlijk op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten voldaan zijn. »

Verantwoording

Gezien artikel 4 van het ontwerp een tweede lid invoert in artikel 41 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, dient ook artikel 22 gewijzigd te worden door melding te maken van de verkiesbaarheidsvereiste vermeld in artikel 41, eerste lid, 3º.

Nr. 17 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 3quater (nieuw)

Een artikel 3quater (nieuw) invoegen, luidende als volgt :

« Art. 3quater. ­ In artikel 22 van dezelfde wet, wordt in het tweede lid, 8º, de lezing van het eerste lid van artikel 125, derde lid, gewijzigd als volgt :

« In geval van beroep in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel 41, 1º, 1ºbis, 1ºter en 2º, wordt de eenenveertigste dag voor de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is, de zaak zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste kamer van het hof van beroep van Antwerpen of van Luik gebracht, naargelang het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Nederlandse of het Franse kiescollege, of voor de vijfde kamer van het hof van beroep van Luik wanneer het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Duitstalige kiescollege. »

Verantwoording

Het huidige artikel 22, tweede lid, 8º, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement luidt als volgt :

« In geval van beroep in verband met de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel 41, 1º, en 2º, wordt de eenenveertigste dag voor de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is, de zaak zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste kamer van het hof van beroep van Antwerpen of van Luik gebracht, naargelang het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Nederlandse of het Franse kiescollege, of voor de vijfde kamer van het hof van beroep van Luik wanneer het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Duitstalige kiescollege. »

Het wetsontwerp wijzigt echter artikel 41, 1º en 2º.

Huidig artikel 41, 1º en 2º :

« Art. 41. Om verkiesbaar te zijn voor het Europees Parlement moet men :

1º ingeschreven zijn op een Belgische kiezerslijst voor het Europees Parlement;

2º de volle leeftijd van eenentwintig jaar bereikt hebben; »

Nieuw artikel 41, 1º en 2º :

« Art. 41. Om verkiesbaar te zijn voor het Europees Parlement moet men :

1º zijn woonplaats hebben in één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en ofwel Belg zijn ofwel onderdaan zijn van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap;

bis zich niet bevinden in één der gevallen van uitsluiting of schorsing bedoeld in de artikelen 6 tot 9bis van het Kieswetboek of niet ten gevolge van een individuele, civielrechtelijke of strafrechtelijke beslissing in zijn Staat van herkomst het stemrecht hebben verloren;

ter zich geen kandidaat hebben gesteld bij dezelfde verkiezing in een andere lidstaat.

2º de volle leeftijd van eenentwintig jaar bereikt hebben. »

Door die wijziging van artikel 41 verandert het toepassingsgebied van artikel 22. Dat artikel blijft immers ongewijzigd en bepaalt nog steeds dat de beroepsprocedure van toepassing is op de verkiesbaarheidsvoorwaarden in artikel 41, 1º en 2º.

Er is bijgevolg geen beroepsprocedure meer voor de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel 41, eerste lid, 1ºbis en 1ºter. Onder de huidige wet is die er wel : de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in 1bis en 1ter waren immers voorwaarden om op een Belgische kiezerslijst te worden ingeschreven, hetgeen zelf de verkiesbaarheidsvoorwaarde vermeld in artikel 41, 1º, was.

Huidig amendement wil het huidige artikel 22 in die zin deze slordigheid aanpassen, door te verzekeren dat er nog steeds een beroepsprocedure blijft bestaan.

Nr. 18 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 5 (nieuw)

Een artikel 5 (nieuw) toevoegen, luidend als volgt :

« Art. 5. ­ In de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt een artikel 41bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 41bis. ­ Onverminderd de bepalingen van artikel 41 mag niemand zich tegelijk verkiesbaar stellen voor de verkiezingen van het Europees Parlement en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers, van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad of de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatshebben.

De bewilligende kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, § 5, derde en vierde lid. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt de inspraak van de kiezer te versterken door de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen van het Europees Parlement enerzijds en de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of de Gewestraden anderzijds onmogelijk te maken.

Thans is het mogelijk bij gelijktijdige verkiezingen voor meer dan één assemblee kandidaat te zijn en verkozen te worden. Alleen voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers kan niemand tegelijk kandidaat zijn voor de Kamer en de Senaat. Het is wel mogelijk om tegelijk kandidaat te zijn voor bijvoorbeeld de verkiezingen van het Europees Parlement enerzijds en de verkiezingen van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, of de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden.

Nochtans is de hoedanigheid van Europees Parlementslid onder meer onverenigbaar met die van lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat, van lid van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad en de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

Vermits bij gelijktijdige verkiezingen een verkozene voor twee of meer mandaten tussen dewelke een grondwettelijke of wettelijke onverenigbaarheid geldt, slechts één mandaat kan opnemen dient hij zich voor de andere mandaten te laten vervangen.

Voor de inspraak van de kiezer is dit geen goede zaak. Kiezers die hun stem hebben uitgebracht voor een kandidaat die verkozen is verklaard voor meer dan één assemblee, moeten na de verkiezingen vaststellen dat betrokkene slechts één mandaat kan opnemen en zich voor de andere moet laten vervangen door een opvolger voor wie de kiezers niet hebben gestemd. De kiezer houdt hieraan de indruk over dat hij wordt misleid.

Tevens doet de dubbele of meervoudige kandidaatstelling bij gelijktijdige verkiezingen een discriminatie van zowel kiezers als kandidaten ontstaan. De kiezers onderling worden verschillend behandeld doordat zij hun stem kunnen inschatten voor kandidaten die voor één assemblee kandidaat zijn, maar niet voor kandidaten die voor meer dan één asemblee kandidaat zijn. Kandidaten die zich voor meer dan één assemblee kandidaat stellen, worden gunstiger behandeld doordat zij over meer middelen kunnen beschikken om hun verkiezingscampagne te voeren en doordat zij in voorkomend geval kunnen kiezen welk mandaat zij opnemen.

Dit is ook de mening van het Arbitragehof dat in zijn arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003 de dubbele kandidaatstelling voor Kamer en Senaat die was ingevoerd door artikel 6 van de wet van 13 december houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving, heeft vernietigd. Het Hof motiveert deze vernietiging als volgt :

« De bestreden maatregel is van die aard dat de kiezer kan worden misleid vermits hij het nuttig effect van zijn stem niet kan inschatten en de maatregel bevoordeelt, zonder redelijke verantwoording, de kandidaten die de dubbele kandidatuur kunnen genieten. »

Hoewel het Arbitragehof zich in het arrest niet heeft uitgesproken over een dubbele kandidaatstelling bij andere gelijktijdige verkiezingen dan die van Kamer en Senaat, kan er toch uit afgeleid worden dat een dubbele kandidaatstelling een ongelijke behandeling van kandidaten tot gevolg kan hebben en de kiezer niet met kennis van zaken kan kiezen en zijn invloed hierdoor vermindert.

Tevens komt een dubbele of meervoudige kandidatuurstelling bij gelijktijdige verkiezingen de transparantie van het politieke gebeuren niet ten goede. De dubbele of meervoudige kandidaatstelling en het aanzienlijk aantal « schijnkandidaten » maken het voor de kiezer er niet makkelijker op om de verkiezingen te volgen. Nochtans zijn in een representatieve democratie verkiezingen het inspraakmoment bij uitstek.

Om deze redenen bepaalt dit amendement dat wie zich kandidaat stelt voor de verkiezingen van het Europees Parlement niet tegelijk kandidaat kan zijn voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of van de Gewestraden wanneer deze laatste verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden als de verkiezingen van het Europees Parlement.

Hiertoe wordt in « Titel V Verkiesbaarheden en Onverenigbaarheden » van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europees Parlement een artikel 41bis ingevoegd. Door dit artikel in deze Titel op te nemen wil de indiener duidelijk maken dat het niet alleen gaat om een voorwaarde inzake kandidaatstelling, maar ook om een voorwaarde inzake verkiesbaarheid, weliswaar met de belangrijke beperking dat deze voorwaarde uitsluitend van toepassing is in de situatie dat de verkiezingen voor het Europees Parlement samenvallen die van het Federaal Parlement of van de Gewestraden.

Nr. 19 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.

Art. 6 (nieuw)

Een artikel 6 (nieuw) toevoegen, luidende als volgt :

« Art. 6. ­ In de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt een artikel 44bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 44bis. ­ Het lid van het Europees Parlement dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers of van een Gemeenschaps- of Gewestraad, de Raad van de Duitstalige Gemeenschap uitgezonderd, en verkozen is, verliest zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement zodra zijn verkiezing openbaar is afgekondigd.

Het lid van het Europees Parlement dat door opvolging een mandaat van lid van de federale Wetgevende Kamers of van een gemeenschaps- of gewestraad, de Raad van de Duitstalige Gemeenschap uitgezonderd, voleindigt, verliest zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement van zodra hij de eed aflegt als lid van de federale Wetgevende Kamers of van een gemeenschaps- of gewestraad. »

Verantwoording

Dit amendement voegt in de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement een artikel 44bis in dat bepaalt dat wanneer een lid van het Europees Parlement zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezingen voor een andere parlementaire assemblee en hiervoor verkozen is, hij zijn eerste hoedanigheid verliest op het tijdstip van zijn verkiezing en de publieke afkondiging hiervan. Indien hij door opvolging een mandaat in een andere assemblee voleindigt dan is de eedaflegging het moment waarop hij zijn eerste hoedanigheid verliest. De enige uitzondering op dit principe is het mandaat van lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap dat verenigbaar is met het mandaat van lid van het Europees Parlement.

Dit amendement beoogt de inspraak van de kiezer te versterken door parlementsleden die zich kandidaat stellen bij verkiezingen voor een andere parlementaire assemblee en verkozen worden verklaard, vervallen te verklaren van hun eerste mandaat zodat ze alleen het mandaat kunnen opnemen waarvoor zij het laatst verkozen werden.

Onze federale staatsstructuur heeft tot gevolg dat er kort op elkaar volgende of gelijktijdige verkiezingen zijn voor het federale Parlement en de Raden van de gewesten. Daarnaast zijn er ook nog de verkiezingen van het Europees Parlement, die overeenkomstig artikel 117, tweede lid, van de Grondwet gelijktijdig met de verkiezingen van de gewestraden worden georganiseerd.

De verkiesbaarheidsvoorwaarden sluiten niet uit dat een lid van het Europees Parlement zich kandidaat stelt voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, of de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

Dit amendement wil hieraan geen wijzigingen aanbrengen. Het moet mogelijk blijven om zich verkiesbaar te stellen voor een ander bestuursniveau dan datgene waarvan men deel uitmaakt. Het kan trouwens nuttig zijn om de werking en de problemen van een ander bestuursniveau te leren kennen.

Hoewel geen grondwettelijke of wettelijke verplichting geldt, neemt normaliter een kandidaat die verkozen wordt verklaard zijn mandaat ook effectief op. Anders is het wanneer die kandidaat reeds een parlementair mandaat bekleedt. Omdat er een grondwettelijke of wettelijke onverenigbaarheid bestaat tussen twee parlementaire mandaten, kan hij slechts één mandaat opnemen. Met de thans geldende wetgeving heeft hij de keuze tussen het verder uitoefenen van het parlementaire mandaat dat hij bekleedt of hieruit ontslag nemen en het nieuwe mandaat opnemen waarvoor hij verkozen werd. Het spreekt voor zich dat deze keuzemogelijkheid voor de inspraak van de kiezer en de geloofwaardigheid van de politiek geen goede zaak is. De kiezer verwacht terecht dat een kandidaat die verkozen is, zijn mandaat ook effectief opneemt. Wie een parlementair mandaat bekleedt en verkozen wordt verklaard voor een parlementair mandaat van een ander bestuursniveau, maar dit laatste mandaat niet wenst op te nemen, geeft de indruk de uitspraak van de kiezer niet ernstig te nemen. Dit komt het vertrouwen in de politieke instellingen niet ten goede omdat de kiezer de indruk heeft te zijn misleid : na de verkiezingen komt hij tot de vaststelling dat zijn stem ondergeschikt is aan de persoonlijke loopbaanplanning van de politicus.

Dit amendement voert geen nieuwe onverenigbaarheid in.

Een onverenigbaarheid is « het verbod voor een persoon die tot een mandaat verkozen wordt of die een functie of een ambt uitoefent, om terzelfder tijd titularis te zijn van een ander mandaat of ambt, om het uit te oefenen » (1) ». In geval van een absolute onverenigbaarheid is de titularis van een mandaat of ambt verplicht afstand te doen van zijn hoedanigheid van titularis om een onverenigbaar mandaat of ambt op te kunnen nemen. In geval van een relatieve onverenigbaarheid verbiedt een persoon twee onverenigbare ambten of mandaten tegelijkertijd uit te oefenen. Zowel bij een absolute als een relative onverenigbaarheid heeft de titularis de keuze het andere mandaat of ambt al dan niet op te nemen.

Dit amendement voorziet in het verlies van het mandaat van lid van het Europees Parlement wanneer men zich kandidaat heeft gesteld en verkozen is voor een andere parlementaire assemblee zelfs voordat er sprake is van het gelijktijdig opnemen of uitoefenen van twee mandaten. Het beoogt een gevolg van rechtswege toe te kennen aan het feit van verkozen te zijn voor een andere parlementaire assemblee. Het bevat dus in feite een regeling in verband met de vervallenverklaring van een parlementair mandaat. Het bepaalt dat dit mandaat van rechtswege een einde neemt zonder dat aan de betrokkene de keuze wordt gelaten tussen het mandaat waarvan hij titularis is en het nieuwe mandaat waarvoor hij verkozen is (2).

Zodoende wil dit amendement bewerkstelligen dat parlementsleden die zich kandidaat stellen voor een andere parlementaire assemblee en verkozen zijn hun mandaat ook effectief opnemen en de uitspraak van de kiezer ook ernstig nemen en niet naast zich neerleggen. Het houdt evenwel geen verplichting in om het nieuwe parlementaire mandaat op te nemen, ofschoon het daartoe een sterke stimulans inhoudt. Het amendement wil op deze wijze de inspraak van de kiezer versterken en de transparantie bij verkiezingen verhogen.

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.
Hugo VANDENBERGHE.
Luc VAN den BRANDE.

(1) K. Muylle, Parlementaire en ministeriële onverenigbaarheden, in M. Van Der Hulst et L. Veny, Parlementair Recht, Commentaar en teksten, 1999, nr. 3, blz. 3.5.-2.

(2) Zie ook het advies van de Raad van State over het Voorstel van bijzonder decreet houdende wijziging van het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende invoering van onverenigbaarheden met het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, Vlaams Parlement, stuk 1547 (2002-2003), nr. 2.