3-28 | 3-28 |
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De bijzondere wet van 12 augustus 2003 draagt de bevoegdheid inzake de in-, uit- en doorvoer van wapens over aan de Gewesten. De praktische uitvoering van die regionalisering heeft belangrijke gevolgen waarvoor noch een overgangsregeling, noch een definitieve regeling werd uitgewerkt.
Er was een voorstel om ontwerpprotocollen tot stand te brengen tussen de Vlaamse administratie en de federale dienst Economie en Buitenlandse Zaken. Die protocollen werden twee keer besproken door het overlegcomité, maar werden niet goedgekeurd. Waarom is er geen akkoord tot stand gekomen? Welke bezwaren van de minister of van andere partners stonden de ondertekening in de weg?
Betekent dat concreet dat er geen adequate informatiedoorstroming is geweest gedurende de voorbije vier maanden? Heeft de FOD Buitenlandse Zaken informatie verstrekt aan het Vlaamse beleidsniveau? Is er daarbij medewerking geweest van de federale ambassades? Is er over gewaakt dat het Vlaamse beleidsniveau de nodige en volledige landenfiches kreeg, dus met inbegrip van de aandachtspunten inzake respect voor de mensenrechten en inzake conflictbeheersing? We willen immers dat die dubbele toetsing in de realiteit ook gebeurt.
Op welke wijze is die informatiedoorstroming geregeld met de andere gewesten?
Uit de antwoorden van de Vlaamse regering heb ik begrepen dat er een overgangsregeling was tot 1 januari 2004. Hoe zal na 1 januari 2004 de informatiedoorstroming naar Vlaanderen geregeld worden? Er zijn immers geen ontwerpovereenkomsten, er is geen eigen instrument. Welke opdracht zal de minister daaromtrent geven aan de federale diensten?
Klopt het dat de minister weigert om mensen ter beschikking te stellen van de gewesten? Hoe zal na 1 januari 2004 de bestaande knowhow bij de FOD Buitenlandse Zaken doorgegeven worden aan de Vlaamse administratie buitenlands beleid?
Kortom, ik wou graag weten hoe het systeem functioneert. Ofwel is dit een echte regionalisering, maar als de instrumenten ontbreken is dat niet mogelijk, ofwel is het een schijnregionalisering en is dus in feite een vrijgeleide op vraag van de PS en van de heer Anciaux.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ingevolge de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 12 augustus 2003 met betrekking tot de regionalisering van de bevoegdheid inzake de in-, uit- en doorvoer van materiaal voor militair gebruik en voor de ordehandhaving, werden protocollen onderhandeld tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten teneinde de wederzijdse samenwerkingsmodaliteiten te regelen met betrekking tot de toepassing van de wet van 5 augustus 1991.
Er werd een akkoord bereikt over de tekst van het protocol. De ondertekening ervan werd uitgesteld omdat de gewesten sommige aspecten van het protocol, dat de samenwerking regelt met de FOD Economie, aan het overlegcomité wilden voorleggen.
Ik heb geen bezwaar tegen de bepalingen van het protocol dat nu ter ondertekening aan de gewesten wordt voorgelegd.
Aangezien de bijzondere wet op 1 september in werking trad, heeft de FOD Buitenlandse Zaken niet gewacht op de ondertekening van het protocol om de bepalingen ervan toe te passen; het heeft de nodige informatie aan de drie gewesten overgemaakt zodat de wet kan worden toegepast, terwijl de samenwerking met de ambassades ook verzekerd werd.
Het protocol afgesloten tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten is niet in de tijd beperkt. Het beoogt dus een definitieve samenwerking tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten met betrekking tot de toepassing van de wet van 5 augustus 1991.
Mijn departement staat volledig ter beschikking van de gewesten. Een contactpunt is belast met de betrekkingen met de gewesten voor de toepassing van de bijzondere wet. De ambassades van België blijven instaan voor het echt verklaren van de attesten van eindbestemming. De landenfiches worden aan de gewesten overgemaakt en worden verder geactualiseerd. De gewesten kunnen bij het contactpunt bijkomende inlichtingen inwinnen over de politieke toestand in een bepaald land en in het bijzonder over de situatie van de mensenrechten. Hieromtrent kunnen eveneens vergaderingen georganiseerd worden.
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Uit het antwoord leid ik af dat de protocollen bestaan, maar nog niet ondertekend zijn. Het gaat hier om een schijnregionalisering en geen gewilde regionalisering om eigen instrumenten tot stand te brengen, zoals de heer Moureaux in de Senaatscommissie verklaarde. Ik stel vast dat zowel vanuit het oogpunt van de economie als vanuit buitenlandse zaken het beleid federaal wordt gestuurd.