3-299/1

3-299/1

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

4 NOVEMBER 2003


Wetsvoorstel tot invoering van een hoofdstuk Xbis betreffende de administratieve geldboetes in de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren

(Ingediend door mevrouw Christine Defraigne)


TOELICHTING


Momenteel worden overtredingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, bestraft met strafrechtelijke sancties opgelegd na een gerechtelijk proces en met de intrekking van de erkenning van de inrichtingen bedoeld in artikel 5 van deze wet. Die intrekking wordt na een administratieve procedure opgelegd door de minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid.

In de praktijk blijkt dat die strafrechtelijke sancties en administratieve maatregel onvoldoende zijn.

Om te beginnen wordt die gerechtelijke veroordeling pas uitgesproken na een meestal langdurig proces. Het spreekt echter vanzelf dat een sanctie die wordt opgelegd meteen na de overtreding of de vaststelling ervan, veel meer ontradend werkt dan een strafmaatregel die pas maanden of zelfs jaren na de feiten wordt opgelegd.

Ten tweede is het evident dat de parketten die overbelast zijn, meer aandacht schenken aan zaken die mensen aanbelangen, dan aan zaken die met dieren te maken hebben. Het gebeurt dan ook niet zelden dat kleine overtredingen uiteindelijk niet behandeld worden. Vele overtreders deinzen er dan ook niet voor terug om illegaal te blijven werken, ondanks meerdere waarschuwingen of processen-verbaal die zij krijgen van de ambtenaren bedoeld in artikel 34 van de wet van 16 augustus 1986.

De intrekking van de erkenning is een administratieve maatregel die in zeer ernstige gevallen wordt opgelegd. Deze maatregel zal niet worden opgelegd aan een inrichting waar kleinere misdrijven worden gepleegd en het welzijn van de dieren niet ernstig wordt bedreigd.

Er bestaan dus duidelijk een aantal misdrijven die niet echt bestraft worden, ofwel omdat het slechts om kleine misdrijven gaat, ofwel omdat de straf te laat komt. Daarom strekt dit wetsvoorstel ertoe het bepaalde ambtenaren mogelijk te maken een administratieve geldboete op te leggen aan de overtreders van de wet van 14 augustus 1986 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Een dergelijke maatregel biedt meerdere voordelen :

­ De boetes zullen worden voorgesteld door deskundigen inzake dierenwelzijn en zullen dus in verhouding staan tot het misdrijf. Dat is niet steeds het geval voor strafmaatregelen die worden opgelegd door een rechter die niet vertrouwd is met de in die milieus gangbare praktijken.

Als de overtreder de boete betaalt, hoeft het parket niet meer op de hoogte te worden gebracht van deze zaak. De parketten en rechtbanken zullen dus ontlast worden.

De administratieve geldboete wordt meteen opgelegd en heeft dus een groter ontradend effect.

De indiener van het voorstel suggereert de opbrengst van de boetes te gebruiken voor dierenbeschermingsorganisaties die tenslotte rechtstreeks te maken hebben met het mishandelen van dieren. Er mag immers niet worden vergeten dat inrichtingen aan wie krachtens § 2 van artikel 42 van de wet van 14 augustus 1986 inbeslaggenomen dieren worden toevertrouwd, daarvoor geen enkele financiėle vergoeding krijgen. Zij moeten wachten op een rechterlijke uitspraak om hun kosten vergoed te krijgen.

Christine DEFRAIGNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren wordt een hoofdstuk Xbis ingevoegd dat een artikel 33bis bevat, luidende :

« Hoofdstuk Xbis ­ Administratieve geldboetes

Art. 33bis. ­ § 1. Bij vaststelling van overtredingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, bezorgen de in artikel 34, eerste lid, bedoelde overheidspersonen, onverwijld het proces-verbaal van de vaststelling van de overtreding aan de ambtenaren die daartoe zijn aangewezen door de minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, teneinde de in het volgende lid bepaalde doelstellingen te bereiken.

De daartoe aangewezen ambtenaren mogen, nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen voor te dragen, die overtreder een administratieve geldboete voorstellen die, als zij wordt betaald, de strafvordering doet vervallen.

Wanneer de administratieve geldboete niet wordt betaald, wordt het proces-verbaal overgezonden aan de procureur des Konings.

Wanneer geen administratieve geldboete wordt voorgesteld, wordt het proces-verbaal overgezonden aan de procureur des Konings.

De procedureregels en de betalingswijzen worden bepaald door de ministers bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en voor Justitie.

§ 2. Het bedrag van de administratieve boete mag niet lager liggen dan de minimumboete voor die overtreding, noch hoger liggen dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete.

Bij samenloop van verscheidene overtredingen, worden de bedragen van de boetes opgeteld, waarbij het totaal niet hoger mag liggen dan het dubbele van de maximumboete.

Het bedrag van de administratieve geldboete wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn op de boetes bepaald in het Strafwetboek.

§ 3. Het bedrag van de geļnde administratieve geldboetes, wordt verdeeld onder de in artikel 33 bedoelde dierenbeschermingsorganisaties op de wijze en volgens de criteria vastgesteld door de minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid. »

3 oktober 2003.

Christine DEFRAIGNE.