3-20 | 3-20 |
De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - Enkele dagen geleden kwam de minister van Binnenlandse Zaken in het nieuws met zijn voorstel - voor ons een voorstel van het gezond verstand - om het geven van ontwikkelingshulp afhankelijk te maken van de bereidheid tot terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers. Hij kreeg heel wat tegenwind. Onder druk van een aantal NGO's en vooral van de socialistische regeringspartner moest hij zijn oorspronkelijke idee opgeven. Het kwam tot een gezamenlijke persmededeling met minister Verwilghen, waarin werd gezegd dat ontwikkelingshulp uitsluitend als armoedebestrijding mag worden gezien.
Na 50 jaar rijst de vraag of die ontwikkelingshulp wel zo efficiënt is, maar los daarvan is het principe van ontwikkelingshulp als armoedebestrijding niet strijdig met de idee van de minister van Binnenlandse Zaken. De federale regering besliste immers de hulp te concentreren in een paar landen. Ik begrijp niet waarom de bereidheid om uitgeprocedeerde asielzoekers op te nemen geen criterium kan zijn. Er zijn arme landen genoeg om ontwikkelingshulp aan te geven.
Wat blijft er van het oorspronkelijke voorstel over? De minister wilde enkel een begin van debat starten. Ik heb de indruk dat het debat nu al is gesmoord en dat het interessante voorstel door de regeringspartner is afgeschoten. Zijn er praktische afspraken gemaakt? Kan de voorgestelde koppeling toch nog gebeuren?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Opdat iedereen duidelijk weet wat ik op de VRT gezegd heb, is het misschien nuttig dat ik het citaat uit het programma De Zevende Dag voorlees. Ik heb daar vorige zondag gezegd: "Het grote probleem is dat sommige landen moeilijk doen om hun eigen onderdanen terug te nemen en dat begrijp ik niet goed. Ik denk dat we daar wat meer druk op de ketel zouden moeten plaatsen. Bijvoorbeeld Congo is een land waar enorm veel asielaanvragen uit voortkomen naar België, maar ook naar Frankrijk en dat is voor ons een prioritair land inzake ontwikkelingshulp. Terecht, denk ik, maar Congo geeft soms onvoldoende medewerking wanneer illegalen op het grondgebied van een ander land worden aangetroffen."
Tot daar mijn verklaring in De Zevende Dag. Ik wilde daar alleen duidelijk maken dat we de landen die belangrijke ontwikkelingshulp van ons krijgen, mogen vragen of ze wensen mee te werken bij het uitvoeren van de identificatie van illegalen - onderdanen van hun land - die op het grondgebied van een ander land worden aangetroffen.
Dat is overigens conform het algemene internationale rechtsprincipe dat bepaalt dat elk land de plicht heeft zijn onderdanen die illegaal op een ander grondgebied worden aangetroffen, terug te nemen.
Ik heb op geen enkel ogenblik gezegd dat we de ontwikkelingshulp aan die landen moeten schrappen of verminderen als die landen dat niet doen. Dan treffen we immers de bevolking. Dat is niet de bedoeling. In een aantal gevallen moeten we wel druk uitoefenen op de autoriteiten. Daarom zouden die aspecten van het beleid van Binnenlandse Zaken beter moeten worden geïntegreerd in het totale buitenlandse beleid van ons land, dus ook in de ontwikkelingssamenwerking. Niet alleen de minister van Binnenlandse Zaken, maar ook die van Buitenlandse Zaken en die van Ontwikkelingssamenwerking mogen, wanneer ze contact hebben met de ambassades en het consulair personeel van die landen, niets onverlet laten om hen op het nakomen van hun verplichtingen te wijzen.
Als we de problemen bij de bron willen aanpakken, moeten we ons afvragen waar die migratiestromen vandaan komen. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we het probleem niet kunnen oplossen met louter ontwikkelingsprojecten. We moeten ook verwijzen naar de geglobaliseerde economie. Het is inderdaad vrij hypocriet ontwikkelingshulp te geven en dan achteraf een reeks beperkingen, heffingen, taksen en concurrentievervalsende maatregelen op te leggen om de toegang van de producten uit die landen tot onze markt onmogelijk te maken, zoals de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika thans doen.
De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - De minister behoudt de koppeling nog gedeeltelijk. Dat is noodzakelijk en onze fractie heeft er absoluut geen probleem mee. De minister zegt dat hij niet goed begrijpt waarom sommige landen zo aarzelend staan tegenover de terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers. Wel, voor sommige landen is dat een doelbewuste strategie. Zo heeft de Joegoslavische regering destijds de emigratie van Kosovaren actief gesteund en heeft ze nadien helemaal niet geprobeerd die mensen terug te nemen. De federale regering vertoont ook weinig bereidheid om een effectief repatriëringsbeleid te voeren. Die effectieve repatriëring was nochtans het tegenwicht in het regularisatiedossier.