3-8 | 3-8 |
(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden, zie stuk 3-89/4.)
-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.
De voorzitter. - Artikel 3 luidt:
Artikel 6, §1, VI, laatste lid, 8º, van dezelfde bijzondere wet wordt aangevuld met de woorden "met uitzondering van de vergunningen voor de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie, en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie evenals van producten en technologieën voor tweeërlei gebruik, onverminderd de federale bevoegdheid voor deze met betrekking tot het leger en de politie".
Op dit artikel heeft mevrouw de Bethune c.s. amendement 5 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Artikel 6, §1, VI, laatste lid, 8º, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, voorgesteld door dit artikel, aanvullen met de volgende leden:
"Evenwel dient een beslissing tot toekenning van een vergunning voor de uitvoer of doorvoer van wapens binnen de dertig dagen na de positieve beslissing te worden bevestigd door de minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken.
De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken neemt zijn beslissing na advies van het Raadgevend Ethisch Comité voor Wapenuitvoer en Conflictpreventie.
Indien de minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken binnen de dertig dagen na het ter kennis brengen van de beslissing van de gewestelijke overheid geen beslissing neemt, wordt dit geacht een bevestigende beslissing uit te maken.
De beslissing van de minister bevoegd voor de Buitenlandse Zaken of de afwezigheid van een beslissing binnen de dertig dagen worden, samen met het advies van het Raadgevend Ethisch Comité voor Wapenuitvoer en Conflictpreventie, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad alsook onverwijld ter kennis gebracht aan het Parlement."
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik verwijs naar mijn uiteenzetting.
De voorzitter. - De heer Van den Brande c.s. heeft amendement 10 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidend als volgt:
"Art. 3bis. - In artikel 6, §1, VI, vijfde lid, 12º van dezelfde wet worden de woorden "het arbeidsrecht en de sociale zekerheid" vervangen door de woorden "het arbeidsrecht en de inkomensvervangende maatregelen van de sociale zekerheid.""
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Vermits de regering met voorliggend ontwerp coherentie nastreeft op het vlak van economie en werkgelegenheid, willen we met amendement 10 een artikel 3bis invoegen waardoor de bepalingen met betrekking tot het arbeidsrecht en het werkgelegenheidsbeleid aan de deelstaten worden toegewezen. Ik neem aan dat de meerderheid dat amendement dat eveneens coherentie beoogt, zal steunen.
De voorzitter. - De heer Van den Brande c.s. heeft amendement 11 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 3ter (nieuw) invoegen, luidend als volgt:
"Art. 3ter - In artikel 6, §1, IX, 2º, van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht:
A. In het eerste lid, worden tussen de woorden "programma's voor wedertewerkstelling" en de woorden "van de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen" en "de werkervaringsprojecten" ingevoegd.
B. In het tweede lid, worden tussen het woord "wedertewerkstellingsprogramma" en de woorden "geplaatste uitkeringsgerechtigde" de woorden "of in een werkervaringsproject" ingevoegd.
C. In het derde lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "of deelneemt aan een werkervaringsproject"."
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mijn amendement 11 sluit aan bij amendement 10 en strekt ertoe de bevoegdheid voor werkervaringsprojecten, net als het gehele werkgelegenheidsbeleid aan de deelstaten over te dragen.
De werkloosheidsreglementering kan voor ons een federale bevoegdheid blijven.
De kostendekkende sectoren van de sociale zekerheid moeten aan de deelstaten worden overgedragen, maar de inkomensvervangende sectoren kunnen federaal blijven. Dat is een heel ander verhaal dan wat we vaak horen en lezen, als zou CD&V gewonnen zijn voor de totale regionalisering van de sociale zekerheid. Wij hebben een gemeenschapsconcept waarbij wij gezondheidszorg, werkgelegenheid en kinderbijslag als een homogeen bevoegdheidspakket willen behandelen. Dat is de draagwijdte van amendement 11.
De voorzitter. - De heer Van den Brande c.s. heeft amendement 12 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 3quater (nieuw) invoegen, luidende:
"Artikel 3quater. - Artikel 6, §1, X, 2º, wordt aangevuld met de volgende woorden: "met inbegrip van de volledige exploitatiebevoegdheid over het vervoer via deze wegen.""
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mijn amendement 12 strekt ertoe het mobiliteitsbeleid aan de deelstaten toe te vertrouwen. Ik heb de heer Moureaux in de commissie horen zeggen dat wat het ene gewest niet schaadt en wat geen rechtstreeks verband houdt met het gemeenschappelijk sociaal draagvlak, onmiddellijk kan worden overgedragen aan de deelstaten. Voorliggend amendement biedt die mogelijkheid.
De voorzitter. - De heer Van den Brande c.s. heeft amendement 13 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 3quinquies (nieuw) invoegen, luidend als volgt:
"Art. 3quinquies. - In artikel 6, §4, 2º, van dezelfde wet wordt het 2º hersteld in de volgende lezing:
"2º het ontwerpen van federale maatregelen die de bevordering van de tewerkstelling van werklozen tot doel hebben, die een weerslag hebben op de gewestelijke bevoegdheden.""
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Voor mijn amendement 13 gelden dezelfde argumenten als voor mijn amendementen 10 en 11.
De voorzitter. - De heer Van den Brande c.s. heeft amendement 14 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 3sexies (nieuw) invoegen, luidend als volgt:
"Art. 3sexies. - Aan artikel 6bis van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht:
A. §1 wordt aangevuld met de woorden "en de samenwerking aan activiteiten van internationale onderzoeksorganisaties, al dan niet in het raam van internationale of supranationale instellingen en overeenkomsten of akten. De gemeenschappen en de gewesten zijn tevens bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot alle materies die niet expliciet worden opgesomd in §2".
B. §2, 3º wordt vervangen als volgt: "3º de ondertekening, ten behoeve van de gemeenschappen en de gewesten en volgens nadere regels vastgesteld in samenwerkingsakkoorden bedoeld in artikel 92bis, §1, van akkoorden of samenwerkingsovereenkomsten met supranationale en internationale instellingen en organismen, in de mate deze enkel de Belgische Staat als partner erkennen;"
C. §2, 4º tot en met 7º worden opgeheven, en vervangen door een §2, 4º, luidend als volgt: "4º het vaststellen van de minimale informatievereisten voor een permanente inventaris van het wetenschappelijk potentieel van het land volgens regels vastgesteld in een samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 92bis, §1."
D. §3 wordt vervangen door volgende bepaling:
"§3. De federale overheid kan overgaan tot de oprichting van een Federale Raad voor Wetenschapsbeleid. Deze raad wordt paritair samengesteld uit vertegenwoordigers aangeduid door deze gemeenschappen die instaan voor de organisatie van universitair onderwijs, met instemming van het Vlaamse Geweest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wat de leden aan te duiden door de Vlaamse Gemeenschap betreft en na instemming van het Waalse Geweest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wat de leden aan te duiden door de Franstalige Gemeenschap betreft."
E. Het artikel wordt aangevuld met een §4, luidend als volgt:
"§4. De federale overheid kan slechts aan het bestuur van de beheersorganen en de wetenschappelijke adviesraden van de federale wetenschappelijke en culturele instellingen en van de wetenschappelijke instellingen deelnemen indien deze instellingen onderzoeksactiviteiten of activiteiten van openbare dienstverlening uitvoeren die betrekking hebben op de in §2, 1º en 2º opgesomde activiteiten.""
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Mijn amendement 14 strekt ertoe het onderzoeks- en wetenschapsbeleid volledig over te dragen aan de deelstaten. Ons land, zowel in het noorden als in het zuiden, beschikt maar over twee troeven: het werk van onze handen en de ontwikkeling van onze kennis. Nu al zijn de deelstaten bevoegd voor de basis van het onderzoeks- en het wetenschapsbeleid. Het is dus logisch dat we niet ergens halfweg de overdracht blijven steken. Dat is geen partijpolitieke stellingname, alle wetenschappelijke milieus en ook de VLIR zijn voor die opvatting gewonnen.
De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 6 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 4 (nieuw) invoegen, luidende:
"Artikel 4. - Er wordt een Raadgevend Ethisch Comité voor Wapenuitvoer en Conflictpreventie opgericht, hierna genoemd "het comité", met een bijzondere deskundigheid inzake aangelegenheden van internationale conflictpreventie.
Het comité heeft een dubbele adviserende bevoegdheid en een informerende bevoegdheid:
1º Het comité heeft als adviserende taken:
a) het uitbrengen van een bijzonder advies aan de minister van Buitenlandse Zaken inzake de verenigbaarheid van het toekennen van een uitvoervergunning voor wapens zoals bedoeld in artikel ... van ... met het beleid van conflictpreventie zoals bedoeld in de wet van ...
b) het uitbrengen van adviezen inzake aangelegenheden met betrekking tot conflictpreventie in het algemeen, op vraag van de minister van Buitenlandse Zaken of diens gemachtigde, of op vraag van het Parlement.
2º Het comité heeft eveneens tot taak inzake materies die tot zijn deskundigheid behoren:
a) het publiek, de regering, het Parlement en de gewesten in te lichten;
b) een studiedienst en een informatie- en documentatiecentrum op te richten en bij te houden;
c) een jaarlijks en openbaar verslag uit te brengen inzake zijn werkzaamheden."
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke verantwoording.
De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 7 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 5 (nieuw) invoegen, luidende:
"Artikel 5. - Het comité bestaat uit tien leden met een bijzondere deskundigheid inzake aangelegenheden van internationale conflictpreventie.
De leden worden benoemd door de Koning.
Er wordt voorzien in volgende verdeling:
1º vijf leden met een academische achtergrond;
2º vijf leden voorgedragen door een niet-gouvernementele organisatie met een bijzondere ervaringsdeskundigheid inzake conflictpreventie.
De effectieve en plaatsvervangende leden van het comité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.
Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangeduid, dat het effectief lid vervangt bij afwezigheid en het mandaat van het effectief lid voltooit bij overlijden of ontslag.
Het lidmaatschappij van het comité is onverenigbaar met een mandaat in een wetgevende vergadering en met een mandaat in een regering of executieve.
De minister van Buitenlandse Zaken of diens vertegenwoordiger alsook een vertegenwoordiger van elk gewest, zetelen in het comité met raadgevende stem."
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke verantwoording.
De voorzitter. - Mevrouw de Bethune c.s. heeft amendement 8 ingediend (zie stuk 3-89/2) dat luidt:
Een artikel 6 (nieuw) invoegen, luidende:
"Artikel 6. - De nadere modaliteiten van de organisatie en werking van het comité worden bepaald door een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad."
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik verwijs naar mijn schriftelijke verantwoording.
-De stemming over de amendementen en over artikel 3 wordt aangehouden.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het ontwerp van bijzondere wet in zijn geheel hebben later plaats.