Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-69

ZITTING 2002-2003

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1659 van de heer de Clippele d.d. 13 november 2001 (Fr.) :
BTW. ­ Procedure inzake de inschrijving. ­ Doeltreffendheid.

Sinds 1 juli 2001 ondervinden de fysieke of morele personen die een aanvraag voor de toekenning van een BTW-nummer indienen, dat de procedure merkbaar ingewikkelder dan vroeger is geworden.

Ik ken de redenen die uw departement tot deze ontwikkeling hebben aangezet, en ik deel uw mening over de noodzaak om de financiële criminaliteit te bestrijden.

Toch moet ik vaststellen dat de werking van de nieuwe procedure qua doeltreffendheid twijfelachtig is.

Op de gestelde vragen kan dikwijls geen antwoord worden gegeven, en dit vooral voor een jonge ondernemer die vanaf nul begint. De gestelde vragen hebben soms helemaal niets te maken met de BTW, noch met de geloofwaardigheid van de aanvrager van de inschrijving.

De termijn tussen de oprichting van een nieuwe maatschappij en de toekenning van haar inschrijving in het BTW-register blijkt almaar langer te duren en is naar verhouding zeer schadelijk voor de dynamiek van de economie. Daarbovenop zou deze termijn veel langer zijn dan deze die in voege zijn bij de andere lidstaten van de Europese Unie. Deze lidstaten zijn echter niet alleen onze vrienden, maar ook onze concurrenten in een wereld waarin snelheid een essentieel criterium is om zaken te doen.

De aanvragers die bij het controlekantoor waarvan ze zullen afhangen, een formulier 604 A hebben ingediend, zijn bijzonder geschokt te moeten vaststellen dat hun formulier zomaar via De Post wordt teruggestuurd, en dat in plaats van hen uit simpele beleefdheid te vragen om bijkomende inlichtingen te geven.

Het gesprek tussen de ambtenaar van de BTW en de aanvrager verloopt vaak slecht. De aanvrager moet vaststellen dat het onthaal bij de politie van betere kwaliteit is.

Is de geachte minister van plan om maatregelen te bestuderen die de in mijn vraag beschreven situatie kunnen verbeteren ?

Antwoord : Teneinde de strijd tegen de carrouselfraude te intensifiëren werd, sedert 1 juli 2001 en mede in het kader van het actieplan van regeringscommissaris Alain Zenner, de procedure inzake de toekenning van BTW-identificatienummers enigszins verstrakt. Een verhoogde waakzaamheid bij het toekennen van een BTW-identificatienummer is de enige efficiënte en preventieve werkmethode om dit nefaste fenomeen tegen te gaan. Dit laatste wordt overigens bevestigd door de Europese instanties en door de administratieve praktijk in de andere lidstaten.

In het kader van deze nieuwe procedure is het inderdaad mogelijk dat bepaalde bijkomende vragen moeten worden gesteld aan de kandidaat belastingplichtige.

Ik kan u verzekeren dat een belangrijke inspanning werd gedaan om zowel materieel als inzake de omgang met hen aan alle belastingplichtigen een waardig en vriendelijk onthaal te waarborgen. In dit opzicht werd trouwens in een specifieke vormingsactie voorzien voor alle betrokken ambtenaren.

Wat de procedure inzake de toekenning van de BTW-nummers betreft, deze wordt permanent aangepast in functie van de noodwendigheden en de opgedane ervaring.

In die mate brengt de nakende invoering van KBO (Kruispuntbank voor ondernemingen) de administratie ertoe het preventieve controlebeleid inzake de carrouselfraude meer en meer te richten op een strategie gebaseerd op zekere risicoprofielen waaraan de betrokken aanvragers moeten beantwoorden. In die omstandigheden is het mogelijk om niet systematisch alle aanvragen van een BTW-identificatienummer ten gronde door te lichten, maar de controles op een flexibele wijze aan te passen aan het in het geding zijnde risiconiveau.