Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-69

ZITTING 2002-2003

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 2601 van de heer Buysse d.d. 6 januari 2003 (N.) :
Belgische ambassade in Kinshasa. ­ Militair attaché. ­ Aanbesteding. ­ Taalgebruik.

Op 16 november 2002 werd door de militaire attaché van de Belgische ambassade in Kinshasa een aanbesteding verspreid in verband met bureelmeubelen. Deze aanbesteding, evenals de bijlagen, aan bedrijven die in het Nederlandse taalgebied gevestigd zijn, werd uitsluitend in het Frans opgesteld, hoewel de adressen van deze bedrijven in het Nederlands vermeld staan. De ambassade (de attaché) was dus op de hoogte van de taalaanhorigheid van de uitbaters van de firma.

Overeenkomstig artikel 30 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger gebruiken de militaire overheden voor hun briefwisseling het Nederlands met inwoners van de Vlaamse gemeenten.

Mocht men van oordeel zijn dat hier de wet van 18 juli 1966 betreffende het gebruik der talen in bestuurszaken van toepassing zou zijn, dan bepaalt deze in artikel 47, § 3, dat buitenlandse diensten met Belgische particulieren corresponderen in de taal waarvan deze zich hebben bediend. In dat geval is, overeenkomstig artikel 58 van deze wet, deze aanbesteding nietig.

Hoe dan ook is het duidelijk dat deze documenten in het Nederlands opgestuurd dienden te worden naar bedrijven die in Vlaanderen gevestigd zijn.

Mijn concrete vragen :

­ Waarom stuurde de militaire attaché van de ambassade van Kinshasa een aanbesteding in het Frans naar bedrijven in Vlaanderen ?

­ Overweegt de geachte minister deze aanbesteding nietig te laten verklaren en de procedure over te laten doen overeenkomstig de wettelijke bepalingen ?

­ Welke maatregelen worden er genomen om dergelijke overtredingen van de wet in de toekomst te vermijden ?

Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

1. De defensieattachés die goederen in België willen aankopen ten behoeve van hun post, dienen hiervoor een aanvraag te richten aan de Defensiestaf. Wat het meubilair betreft, dient deze aanvraag gericht te worden aan de algemene directie « Material Resources ». De openbare aanbesteding wordt dan vanuit de Defensiestaf volgens de bij wet voorziene procedures verspreid.

2. Het schrijven, gericht aan de diverse ondernemingen, was geen aanbesteding, maar een vraag tot prijsopgave in het kader van een marktstudie. De bekomen informatie had enkel tot doel de defensieattaché een idee te geven van de totale kostprijs bij het indienen van zijn aanvraag.

Het feit dat de aanvragen aan de verschillende ondernemingen enkel in het Frans geformuleerd werden is zonder twijfel betreurenswaardig. De vraag had in de taal van de vestigingsplaats van het bedrijf gesteld moeten geweest zijn.

3. De defensieattaché werd op bovengenoemde punten gewezen.