2-1601/1 | 2-1601/1 |
9 APRIL 2003
De indiener van deze resolutie vraagt dat de regering voorziet in de algehele terugbetaling van de anticonceptiemiddelen die op doktersvoorschrift worden afgegeven aan vrouwen jonger dan 25 jaar.
| Georges DALLEMAGNE. |
De Senaat,
1. Overwegende dat het verslag 2002 van de Nationale Commissie voor de evaluatie van de toepassing van de bepalingen betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking (VZA), melding maakt van een merkbare stijging van het aantal VZA's (van 14 000 naar 16 000) in 2000 en 2001;
2. Overwegende dat, zelfs indien de VZA onder medisch toezicht wordt uitgevoerd, zij geenszins een alledaagse handeling is. Het gaat om een probleem van volksgezondheid dat bijzondere aandacht verdient, met name wegens de psychische ontreddering die het op lange termijn kan teweegbrengen bij de vrouw;
3. Overwegende dat de sociaal-economische gegevens betreffende de leeftijd van de vrouwen die voor een VZA opteren, duiden op een stijging van ongeveer 15 % bij jonge vrouwen tussen 15 en 19 jaar, en dat meer dan 40 % van het aantal vrouwen die voor een VZA opteren, jonger is dan 25 jaar;
4. Overwegende dat een VZA in werkelijkheid een gevolg is van het falen van de anticonceptie, hetgeen veelal te wijten is aan een gebrek aan voorlichting, maar ook aan de hoge kostprijs van de anticonceptiemiddelen en in het bijzonder van de anticonceptiepil. Het aantal VZA's is trouwens hoger in regio's die een sociaal-economische malaise kennen, zoals Henegouwen of Brussel;
5. Overwegende dat materiële armoede vaak ter rechtvaardiging van een VZA wordt aangehaald door vrouwen jonger dan 25 jaar met een veelal zeer laag inkomen : ze studeren nog, zijn werkloos of staan aan het begin van hun carrière. Bovendien is de solidariteit tussen jongens en meisjes van die leeftijd doorgaans gering wat die problematiek betreft;
6. Overwegende de geringe terugbetaling van de anticonceptiemiddelen en meer bepaald van de anticonceptiepil die nog vaak als een « luxe » geneesmiddel wordt beschouwd : de meeste orale anticonceptiemiddelen worden slechts voor 20 % terugbetaald en voor sommige minipillen is er helemaal geen terugbetaling; hetzelfde geldt voor de spiraaltjes die soms zeer duur zijn;
7. Overwegende dat het niet logisch is om de anticonceptie, als een noodzakelijke preventiemaatregel voor een goed beheer van de volksgezondheid, niet volledig terug te betalen, terwijl dat wel het geval is voor de VZA en de morning-afterpil,
vraagt de regering dat voorzien wordt in een volledige terugbetaling van de anticonceptiemiddelen die op doktersvoorschrift worden afgegeven aan vrouwen jonger dan 25 jaar.
19 februari 2003.
| Georges DALLEMAGNE. |