2-1158/19

2-1158/19

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

3 APRIL 2003


Wetsvoorstel houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE UITGEBRACHT DOOR MEVROUW THIJS Na terugzending door de plenaire vergadering


De commissie voor de Justitie heeft dit wetsvoorstel in aanwezigheid van de minister van Justitie besproken tijdens haar vergadering van 3 april 2003 na terugzending diezelfde dag door de plenaire vergadering.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Mevrouw Thijs trekt volgende amendementen in : amendement nr. 84 op artikel 11, nr. 92 op artikel 13, nr. 101 op artikel 22.

Artikel 3

Amendement nr. 69

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 69 in (stuk Senaat, nr. 1158/16) dat ertoe strekt in § 1, 3º, van dit artikel een zin toe te voegen opdat het verbod niet zou gelden voor historische artilleriestukken.

Haar amendement is ingegeven vanuit de bezorgdheid de mogelijkheid voor bonafide verzamelaars open te houden om deze historische stukken te blijven verwerven.

De minister verzet zich niet principieel tegen de mogelijkheid van het verzamelen van historische stukken maar hij wijst erop dat dan duidelijk zou moeten worden gedefinieerd wat « historische artilleriestukken » juist betekent. Bovendien verwijst de minister naar de in eerste lezing in commissie aangenomen tekst van artikel 12 van het wetsvoorstel waarin uitdrukkelijk de drie categorieën staan vermeld die niet vergunningsplichtig zijn, met name de houders van een jachtverlof, de houders van een sportschutterslicentie en de verzamelaars. Volgens de minister is amendement nr. 69 van mevrouw Thijs dan ook niet nodig.

Amendement nr. 190

De heer Happart c.s. dient amendement nr. 190 in (stuk Senaat, nr. 1158/17) dat ertoe strekt in de Franse tekst van § 1, 3º, van artikel 3 een tekstcorrectie door te voeren.

De minister verklaart zich akkoord met dit amendement.

Amendementen nrs. 175 en 176

De heer Monfils dient amendement nr. 175 en amendement nr.176 als subamendement op het amendement nr. 175 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) dat ertoe strekt in het 1º van § 2 van artikel 3, de woorden « waarvoor geen bijzondere regeling geldt, de namaakwapens uitgevoerd in een felle kleur zodat gaan verwarring kan ontstaan met echte wapens » te doen vervallen.

De heer Monfils verwijst naar zijn schriftelijke toelichting bij beide amendementen.

Het is voor de spreker onaanvaardbaar dat namaakwapens die slechts gedeeltelijk in een felle kleur zouden zijn vervaardigd, niet meer zouden mogen worden verkocht, terwijl dit wel het geval zou zijn voor vuurwapens die definitief voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt.

Mevrouw Nyssens heeft begrip voor het standpunt van de heer Monfils voor wat het verschil in behandeling betreft tussen de namaakwapens en de vuurwapens die definitief voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt. Zij wenst dan ook van de minister te vernemen wat de reden is voor dit verschil in behandeling.

De minister herinnert eraan dat de bepaling van het 1º van § 2 van artikel 3 in het wetsvoorstel is opgenomen na discussie in de commissie. Bovendien wijst hij erop dat het aantal overvallen dat met vuurwapens die definitief voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt en namaakwapens, die op het eerste zicht niet herkenbaar zijn, wordt gepleegd, vrij groot is. Vandaar de idee om deze wapens in een felle kleur te vervaardigen.

De heer Happart wijst erop dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen namaakwapens, niet-vuurwapens en « gedemilitariseerde » vuurwapens. Het amendement slaat veeleer op « gedemilitariseerde » vuurwapens, die onklaar gemaakt zijn. Het blijven niettemin vuurwapens, ondanks het feit dat zij onbruikbaar zijn geworden. Uiterlijk zien ze er trouwens uit als vuurwapens. Er mag geen verwarring ontstaan. Er zou dienaangaande een amendement ingediend kunnen worden.

De heer Vankrunkelsven begrijpt dat een onklaar gemaakt vuurwapen een perfecte kopie is van een werkelijk wapen. Aldus zou spreker kunnen instemmen met een amendement (zie amendement nr. 202) dat zou stellen dat een wapen dat onklaar is gemaakt en te koop wordt aangeboden ook van dergelijke felle kleuren moet worden voorzien, alvorens het te koop wordt aangeboden. Tegelijkertijd zou het in de tekst ingevoerde amendement over de namaakwapens worden behouden.

De heer Monfils wijst erop dat het niet logisch is een bijzondere regeling te eisen voor de namaakwapens en vervolgens te verklaren dat voorgoed onklaar gemaakte vuurwapens vrij verkrijgbaar zijn. Die twee soorten wapens moeten gelijk behandeld worden.

Als het de bedoeling is de verkoop van namaakwapens in speelgoedwinkels te verbieden, moet men dat ook duidelijk zeggen. Spreker deelt die zienswijze niet. Hij herinnert eraan dat de speelgoedwinkels, rekening houdende met de wet, inspanningen geleverd hebben om als wapenhandelaars erkend te worden teneinde dat soort wapens te kunnen verkopen.

De minister meent dat alle wapens die identieke eigenschappen bezitten, op gelijke wijze behandeld moeten worden. Dat vraagt om een amendering van de tekst.

Amendement nr. 202

De heer Vankrunkelsven dient amendement nr. 202 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/18) dat ertoe strekt om in het 3º van § 2 van artikel 3 de voorwaarde toe te voegen dat er een felle kleur is aangebracht op de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt, zodat geen verwarring kan ontstaan met echte wapens.

De heer Vankrunkelsven verwijst naar de discussie die werd gevoerd over het verschil in kleuren tussen namaakwapens en echte wapens. De logica van het amendement nr. 176 dat werd ingediend op § 2, 1º, dat hij ondersteunt, dient immers ook hier te worden doorgetrokken.

Mevrouw Taelman merkt op dat de aanneming van dit amendement ook als gevolg zou hebben dat mensen, die bijvoorbeeld zouden wensen om historische wapens aan de muur te hangen, ertoe verplicht worden om deze te beschilderen. Dit kan niet de bedoeling zijn.

De heer Monfils voegt hieraan toe dat namaakwapens in een bepaalde kleur worden gefabriceerd; ze worden niet beschilderd. De uitvoering van de verplichting, voorzien in het amendement, is dan ook praktisch onmogelijk.

De heer Vankrunkelsven repliceert dat het amendement nr. 202 werd geïnspireerd door het amendement nr. 176, dat door de heer Monfils mede werd ingediend en dat hij ondersteunt. Hoe dan ook dient de verkoop van namaakwapens of geneutraliseerde vuurwapens voor malafide doeleinden te worden ontmoedigd, via welke methode ook.

De heer Monfils merkt op dat in het 1º van § 2 wordt gesproken over wapens die worden « uitgevoerd » in een felle kleur. Dit is iets anders dan het « aanbrengen » van een felle kleur op wapens die reeds eerder werden « uitgevoerd » als normale wapens, maar waarop een kleur moet worden aangebracht op het ogenblik dat zij inoperationeel worden gemaakt.

De heer Happart is van oordeel dat een onderscheid dient te worden gemaakt in het uiterlijk van enerzijds namaakwapens en anderzijds echte wapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt. Voor de eerste categorie kan men gemakkelijk een oplossing vinden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van felle kleuren, maar voor de tweede groep is dit moeilijker. De oplossing, voorgesteld in het amendement nr. 202, is volgens spreker evenwel niet aangewezen.

De minister meent dat de voorgestelde oplossing tegelijk logisch en draconisch is; het komt de commissie toe om hierin een oordeel te vellen.

Amendement nr. 191

De heer Happart dient amendement nr. 191 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat in § 2, 3º, van artikel 3 het woord « onbruikbaar » wil vervangen door het woord « inoperationeel ».

De minister stemt in met dat amendement.

Amendement nr. 177

De heren Monfils en Happart dienen amendement nr. 177 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat amendement nr. 120, dat bij de eerste bespreking ingediend en verworpen werd, overneemt. Dat amendement strekt ertoe in het voorstel een nieuwe categorie wapens in te voeren, namelijk de aangifteplichtige wapens.

De Europese richtlijn 91/477/EEG voorziet in een categorie van wapens die onder een gewone aangifteplicht vallen, wat iets helemaal anders is dan een vergunning.

Het doel van de wet is om te weten waar de wapens zich bevinden, en wat men ermee doet. Door een aangifte kan dit doel bereikt worden en kunnen de bevoegde overheden (burgemeester, gouverneur, politie, ...) controle uitoefenen op het bezit van wapens, en toch de administratieve formaliteiten tot een minimum herleiden.

Dank zij een hele reeks wapens kunnen heel wat graveurs en ciseleurs aan de slag, ambachtslui waarvan de activiteiten in Wallonië belangrijk zijn maar reeds te lijden hebben gehad onder de invoering van de vergunningsplicht in 1991.

Door de regeling nog te verstrengen, zullen de activiteiten van deze ambachtslui nog verder ingeperkt worden, en zal er een zwarte markt ontstaan waarbij een aantal wapens niet langer aangegeven worden.

De ordediensten hebben wat anders te doen dan controles uit te voeren bij gewone burgers die niet noodzakelijk criminelen zijn omdat zij een wapen zonder vergunning bezitten.

De minister antwoordt dat het amendement in strijd is met de grondgedachte van het wetsvoorstel, namelijk dat voor elk wapen een vergunning vereist is. Het voorziet trouwens in uitzonderingen voor jagers, verzamelaars, sportschutters, ...

De minister heeft ook vragen bij het 3º van het amendement, waarvan de definitie bijvoorbeeld aan die van een riotgun beantwoordt.

De heer Happart antwoordt dat een riotgun geen getrokken loop heeft.

De minister betwist dat. Er bestaan riotguns met een getrokken loop, al waren die wapens oorspronkelijk met een gladde loop uitgerust.

Op het einde van de jaren 80, na de moordpartijen van de Bende van Nijvel, heeft men de riotgun vergunningsplichtig gemaakt. Om die regeling te omzeilen hebben wapenhandelaars riotguns met een getrokken loop op de markt gebracht. Die mogen niet langer vrij verkocht worden. Het amendement zou wel tot dat resultaat leiden.

De heer Happart antwoordt dat het niet de bedoeling is ze vrij verkrijgbaar te maken, maar ze aan een aangifte te onderwerpen.

Wapens met een getrokken loop werden onder meer ontworpen voor de politie, de rijkswacht en het leger.

Repeteerwapens ­ automatische wapens van het « machinegeweer »-type ­ worden alleen door het leger en de politie gebruikt.

Jachtwapens zijn halfautomatisch (zij lossen één schot tegelijk en moeten na elk schot opnieuw geladen worden).

Men moet dus aandacht hebben voor de termen die men gebruikt.

De Europese richtlijn heeft definities gegeven en het was eenvoudiger geweest indien men zich daaraan had aangepast.

Belangrijk voor spreker is dat we een goede wapenwet hebben, waardoor we eindelijk weten wie wapens voorhanden heeft en waarom dat zo is.

Een gemiste kans dus...

De minister merkt op dat de inhoud van dit amendement niet voorkwam in de initiële tekst die door de regering was uitgewerkt, waarin slechts uitzonderingen werden opgenomen voor welbepaalde categorieën van personen, zoals bijvoorbeeld sportlui of verzamelaars.

Artikel 4

Amendement nr. 178

De heren Monfils en Happart dienen amendement nr. 178 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) dat ertoe strekt de draagwijdte te beperken van artikel 4, dat voorschrijft dat alle in België gefabriceerde of ingevoerde wapens worden ingeschreven in een centraal wapenregister. Het amendement beperkt deze verplichting tot vuurwapens en maakt bovendien een uitzondering voor vuurwapens die vrij in de handel te koop zijn.

De minister verklaart het eens te zijn met de draagwijdte van dit amendement.

Amendement nr. 192

De heer Happart c.s. dient een amendement in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17, amendement nr. 192) dat beoogt om in artikel 4 telkens te spreken over « vuurwapens » in plaats van over « wapens ».

Dit amendement wordt ingetrokken, gelet op de bespreking van het amendement nr. 178.

Artikel 5

Amendement nr. 76

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 76 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat beoogt in § 2, tweede lid, van dit artikel, de volgende zin toe te voegen :

« De aanvrager dient tevens de beroepsbekwaamheid aan te tonen voor elke persoon die onder zijn gezag, leiding en toezicht activiteiten als wapenhandelaar of als tussenpersoon uitoefent. »

Mevrouw Thijs erkent dat de wapenhandelaar weliswaar hoofdelijk aansprakelijk is voor fouten die zijn aangestelden hebben begaan, maar meent dat het geen overbodige luxe is om ook van de medewerkers een voldoende bewijs van beroepsbekwaamheid te verwachten. De precieze criteria hiervoor kunnen desgevallend bij koninklijk besluit worden bepaald en hoeven niet noodzakelijk dezelfde te zijn als diegene die op de wapenhandelaar zelf toepasselijk zijn.

De minister antwoordt dat het vanzelfsprekend is dat medewerkers een bepaalde beroepsbekwaamheid of kwalificatie moeten kunnen voorleggen, maar dit aspect dient geregeld te worden in de sociale wetgeving, in de toepasselijke CAO of in de individuele arbeidsovereenkomst. De aanneming van dit amendement zou betekenen dat alle arbeiders in een wapenfabriek moeten kunnen aantonen over de beroepsbekwaamheid te beschikken, daar waar niet iedereen noodzakelijk met de gefabriceerde wapens in aanraking komt.

Amendement nr. 136

De heer Happart dient amendement nr. 136 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt om in het laatste lid van § 2 van artikel 5, de woorden « , of de aanvrager ... voor een derde. » te vervangen door de woorden « en of de aanvrager niet optreedt voor rekening van een derde ».

De heer Happart herinnert eraan dat grote zendingen van goederen vaak om een bankkrediet vragen. Dat kan als een gebrek aan solvabiliteit worden geïnterpreteerd. Spreker verwijst naar het verslag van de commissie voor de Justitie (stuk Senaat, nr. 2-1158/14, blz. 45) en wijst erop dat de minister zich achter dit amendement heeft geschaard.

De minister bevestigt akkoord te gaan met de filosofie van het amendement, maar niet in de voorgestelde redactie van de Nederlandse tekst van het amendement, vermits hierdoor de notie van « stroman » zou teloorgaan. Dit is niet de bedoeling. Het amendement kan worden aangenomen, indien de concordantie tussen de Franse tekst (homme de paille) en de Nederlandse tekst van het laatste lid van § 2 wordt hersteld.

Volgens de minister moet de tekst als volgt luiden :

« De gouverneur gaat na of de aangewende financiële middelen niet van frauduleuze of van criminele oorsprong zijn en of de aanvrager niet optreedt als stroman voor een derde. »

De commissie stemt in met deze taalkundige verbetering.

Amendement nr. 193

De heer Happart c.s. dienen amendement nr. 193 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat ertoe strekt om § 4, 2º, b), van dit artikel volledig te vervangen omdat sommige van de artikelen van het Strafwetboek, naar dewelke wordt verwezen, reeds opgeheven zijn.

De minister stemt in met het amendement.

Amendement nr. 78

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 78 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt om in § 4, 6º, van dit artikel, de woorden « onderdanen van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie en » te doen vervallen.

Mevrouw Thijs meent dat de bepaling, die thans voorligt, zal aanleiding geven tot afwijkingsmanoeuvres die zullen leiden tot een verschillende behandeling van onderdanen van EU-lidstaten en andere personen.

De minister vraagt de verwerping van het amendement.

Artikel 7

Amendement nr. 80

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 80 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat beoogt om in § 2, 1º, van dit artikel, de woorden « 1º tot 5º » toe te voegen.

Mevrouw Thijs verklaart dat dit amendement om dezelfde reden werd ingediend als amendement nr. 78.

De minister verwijst naar de bespreking van het amendement nr. 78.

Artikel 8bis (nieuw)

Amendement nr. 179

De heren Monfils en Happart dienen een amendement in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17, amendement nr. 179) dat identiek is aan amendement nr. 121 en dat een nieuw hoofdstuk Vbis wil invoegen betreffende de handelingen met aangifteplichtige wapens. Het omvat een artikel 8bis (nieuw), luidend als volgt :

« Art. 8bis. ­ Het verwerven van een aangifteplichtig wapen is onderworpen aan het gelijktijdig overleggen van een bewijs van goed zedelijk gedrag en het inschrijven van het wapen door een erkend wapenhandelaar in het Centraal Wapenregister.

Al wie dergelijk wapen verwerft in andere omstandigheden dan die waarin de vorige leden voorzien, moet binnen drie maanden na het verwerven van het wapen een aangifte en een bewijs van goed zedelijk gedrag indienen bij een erkende wapenhandelaar. Bij niet-naleving van het bepaalde in dit artikel, wordt het wapen overeenkomstig artikel 23 verbeurd verklaard.

Na advies van de raadgevende commissie, bepaalt de Koning de voorwaarden waaronder de verplichtingen waarin onderhavig artikel voorziet, zijn vervuld. »

De heer Monfils verwijst naar amendement nr. 121 en naar de discussie over de aangifte van wapens.

De minister meent dat dit amendement ingaat tegen de geest van de wet en vraagt het te verwerpen.

De heer Happart vreest dat, indien amendement nr. 179 zou worden verworpen, de zwarte markt zich opnieuw zal ontwikkelen. Zijns inziens zijn kan men op verschillende manieren reageren op een vraag tot aankoop van wapens. Ofwel tracht men de aankoop aan voorwaarden te verbinden, zoals bijvoorbeeld het beschikken over een bewijs van goed gedrag en zeden, over een document van de politie waarin de achtergronden van de kandidaat-koper worden beschreven, en dergelijke meer. Ofwel verbiedt men de aankoop, maar in dat geval kan de betrokkene zich makkelijk in het buitenland een wapen aanschaffen. De douanediensten zullen nooit in staat zijn om het grensoverschrijdend transport van wapens te verhinderen. Vandaar dat spreker opteert voor de eerste mogelijkheid, die tot uitdrukking komt in het amendement nr. 179, en een sleutelbepaling omvat in het ganse wetsvoorstel. Hij dringt derhalve aan op de goedkeuring daarvan, zodat men een zicht verwerft op welke wapens zich waar bevinden. Het verwerpen van dit amendement zou een gemiste kans betekenen.

Artikel 11

Amendement nr. 81

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 81 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt om diegene die een wapenvergunning aanvraagt eveneens te horen aangezien het niet de bedoeling kan zijn dat de gouverneur zomaar een beslissing neemt.

De minister gaat akkoord met het amendement.

Amendement nr. 84

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 84 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt om § 1, eerste lid, van dit artikel aan te vullen als volgt : « Deze beperking dient met redenen omkleed te zijn. »

Het amendement wordt ingetrokken.

Amendement nr. 194

De heer Happart c.s. dienen amendement nr. 194 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat ertoe strekt om de Staat van verblijf van de wapenbezitter in te lichten over de beslissing van de minister van Justitie, waarbij de vergunning, beperkt, geschorst of ingetrokken wordt.

De minister stemt in met het voorliggende amendement.

Amendement nr. 198

De regering dient amendement nr. 198 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/18), dat ertoe strekt om de voorgestelde § 3, 2º, legistiek te verbeteren.

Amendement nr. 86

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 86 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt om de woorden « en niet eerder het voorwerp geweest zijn van de intrekking van een vergunning tot het voorhanden hebben of het dragen van een wapen » te doen vervallen. De indienster is immers, waarbij de heer Monfils haar bijtreedt, van mening dat het niet gewenst is uit een vroegere intrekking automatisch af te leiden dat geen vergunning mag worden afgeleverd. Vroegere fouten moeten immers kunnen rechtgezet worden en het kan niet de bedoeling zijn dat een bepaalde beslissing voor de rest van het leven wordt meegedragen.

De minister stelt voor om niet terug te komen op de definitieve beslissing tot intrekking van de wapenvergunning. Hij stelt dat nog andere gerechtelijke beslissingen definitief zijn en hij vraagt dan ook om het amendement niet te aanvaarden.

Amendement nr. 87

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 87 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16). Dit amendement strekt ertoe om het woord « persoonlijk » te doen vervallen. De indienster verwijst daarbij naar haar schriftelijke verantwoording.

De minister is van mening dat het doen vervallen van het woord « persoonlijk » de deur open zet voor de verdediging van eigendommen met vuurwapens. Hij is van mening dat de voorgestelde bepalingen hier niet kunnen toe strekken en hij vraagt dan ook het amendement niet te aanvaarden.

Amendement nr. 180

De heer Monfils dient amendement nr. 180 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat ertoe strekt om het woord « buitengewoon » tweemaal te doen vervallen. De indiener trekt echter zijn amendement in.

Amendement nr. 88

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 88 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16). Dit amendement strekt ertoe om § 4 van dit artikel aan te vullen met het volgende lid :

« Van de proef betreffende de kennis van de toepasselijke regelgeving zoals bedoeld in § 3, 5º, zijn zij vrijgesteld die deze proef reeds eerder met succes hebben afgelegd, bij de aanvraag van een eerdere vergunning. Zij dienen deze proef echter wél opnieuw af te leggen indien er na het afleggen van de vorige proef inmiddels een tijdspanne van 2 jaar verstreken is. »

De indienster verwijst naar haar schriftelijke verantwoording.

De minister verwijst naar de voorgaande discussie in de commissie voor de Justitie waar hij reeds voorstander was van het hierboven voorgestelde amendement. De commissie heeft toen echter beslist om het amendement niet te aanvaarden.

Amendement nr. 186

De heer Monfils dient amendement nr. 186 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17, subsidiair amendement op amendement nr. 185), dat ertoe strekt om desgevallend de voorgestelde « Adviesraad voor wapens » te vervangen door de « Consultatieve Wapencommissie ».

Spreker stelt dat zijn amendement is ingegeven uit een bekommernis van tekstcoherentie. Wat de inhoud betreft, verwijst hij naar de bespreking van amendement nr. 185 (zie infra, artikel 36bis).

Artikel 12

Amendement nr. 181

De heer Monfils dient amendement nr. 181 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat ertoe strekt om voorgestelde tekst zodanig aan te passen dat hij de gewestelijke regelgeving niet meer overlapt.

De minister verwijst naar de voorafgaande bespreking. Hij stelt dat deze aanpassing terugkeert naar de oorspronkelijke tekst en dus naar de oorspronkelijke opmerkingen van de Raad van State. Hij stelt daarom voor het amendement niet goed te keuren.

Amendement nr. 169

De heren Happart en Monfils dienen amendement nr. 169 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt te voorkomen dat de voorgestelde bepaling zodanig wordt geïnterpreteerd dat ze een einde maakt aan een wijd verbreide sportactiviteit.

De heer Happart verwijst vervolgens naar zijn schriftelijke verantwoording.

De heer Siquet stelt aan de kaak dat bij de competitie van het sportschieten een bewijs van goed gedrag en zeden wordt gevraagd, dat wordt gecontroleerd door collega's schutters. Hij acht deze praktijk totaal onwettelijk en hij zal daarvoor een klacht indienen.

De minister verwijst in eerste instantie naar de vorige bespreking en naar de hieruitvolgende aanpassing van het artikel 12, 2º. Hij denkt dat deze aanpassing tegemoet komt aan het hier voorgestelde amendement.

Wat de opmerking van de heer Siquet betreft, gaat de minister akkoord met het onpraktische van de voorgestelde werkwijze. Hij gaat er dan ook van uit dat de gewestelijke wetgever het nodige initiatief zal nemen, waarna ook het koninklijk besluit van 13 juli 2000 over de schietstanden kan worden aangepast.

Vervolgens stelt de heer Happart dat het voor het verdere logische gevolg van de voorgestelde tekst noodzakelijk is dat de « Adviesraad voor wapens » wordt opgericht. Hij vraagt dat ook het advies van de schuttersbonden in die materie wordt gevraagd.

De minister repliceert dat ook de schuttersbonden deel uit zullen maken van deze raad en dat zij dus ook zullen kunnen adviseren.

Amendement nr. 139

De heren Monfils en Happart dienen amendement nr. 81 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16). Het amendement strekt ertoe om de jagers, houders van een Europese vuurwapenpas, niet te verplichten een jachtverlof te bezitten afgegeven door één van onze gewesten om hun wapens te kunnen behouden.

De minister antwoordt dat het voorgestelde artikel 2, 10º, reeds tegemoet komt aan de hierboven geschetste problematiek.

Amendement nr. 187

De heren Monfils en Happart dienen amendement nr. 187 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat subsidiair is op het amendement nr. 185. Amendement nr. 187 strekt ertoe om de voorgestelde « Adviesraad voor wapens » te vervangen door de « Consultatieve Wapencommissie », indien het hoofdamendement nr. 185 niet wordt aangenomen.

De heer Monfils stelt dat zijn amendement is ingegeven uit een bekommernis van tekstcoherentie.

Artikel 14

Amendement nr. 94

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 94 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt het artikel aan te vullen met de verplichting om de verzoeker te laten horen door de gouverneur. Voor de motivering van dit amendement kan worden verwezen naar de verantwoording, alsook naar de tussenkomst van de indienster in het kader van de algemene bespreking.

De minister stelt geen bezwaar te hebben tegen dit hoorrecht inzoverre de voorwaarden worden uitgewerkt.

Amendement nr. 97

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 97 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt de uitzondering op de vereiste van een attest van psychische geschiktheid te laten vervallen. Voor de motivering van dit amendement kan worden verwezen naar de verantwoording, alsook naar de vroegere bespreking.

De minister verwijst naar het feit dat deze uitzondering betrekking heeft op personen die op bezoek zijn in België en door body-guards vergezeld zijn. Het is onmogelijk om van elke buitenlander te vereisen dat hij een attest van psychische geschiktheid zou bezorgen.

Amendement nr. 98

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 98 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt een hoorrecht in te lassen voor de betrokkene in geval van schorsing, beperking of intrekking. Voor de motivering van dit amendement kan worden verwezen naar de verantwoording, alsook naar de vroegere bespreking.

Artikel 19

Amendement nr. 182

De heer Monfils dient amendement nr. 182 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat ertoe strekt het verbod op het verloten van vuurwapens op te heffen.

Voor de motivering van dit amendement kan worden verwezen naar de verantwoording.

De minister stemt met dat amendement in.

Amendement nr. 199

De regering dient een technisch amendement nr. 199 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/18). Duidelijkheidshalve worden A en B gesplitst teneinde elke verkeerde interpretatie te vermijden, en C herstelt het vroegere 9º.

Amendement nr. 201

Mevrouw Kaçar c.s. dienen amendement nr. 201 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/18), dat ertoe strekt een onderscheid te maken tussen de verkoop van namaakwapens in speelgoedwinkels en in wapenhandels. Dit onderscheid werd gemaakt in het oorspronkelijke wetsontwerp maar achteraf gewijzigd tijdens de stemmingen in commissie. Spreekster wenst dat de tekst in zijn oorspronkelijke vorm zou worden hersteld. De minister van Consumentenzaken heeft immers verwezen naar het feit dat hij geconfronteerd wordt met klachten van burgers over de verkoop van namaakwapens in speelgoedwinkels. Sommige van die namaakwapens veroorzaken ongelukken. De speelgoedwinkels mogen geen vergunning krijgen om namaakwapens te verkopen omdat deze wapens onder bepaalde druk projectielen schieten die gevaarlijk kunnen zijn.

De heer Monfils verklaart dat zijn partij dit amendement in geen geval zal steunen. Enerzijds is het een vergissing te beweren dat zulk speelgoed gevaarlijk is. Anderzijds is het duidelijk dat de indieners van het amendement de verkoop van namaakwapens kort en goed willen verbieden, door de wet nog strenger te maken dan de oorspronkelijke tekst.

De minister herinnert eraan dat over dat probleem lang werd gedebatteerd en dat het de bedoeling van de regering is de mogelijkheid om een vergunning te verkrijgen voor de verkoop van dergelijke namaakwapens in stand te houden. Wanneer men hierop terugkomt, betekent dat ook dat men regelrecht ingaat tegen de koninklijke besluiten die terzake reeds werden genomen.

Mevrouw Kaçar is de mening toegedaan dat de gevolgen van deze koninklijke besluiten precies hebben aangetoond dat er risico's waren. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen speelgoedverkoop en wapenhandel.

Artikel 20

Amendement nr. 99

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 99 opnieuw in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16), dat ertoe strekt het tweede lid van het artikel aan te vullen. Voor de motivering van dit amendement kan worden verwezen naar de verantwoording.

De minister meent dat dit amendement overbodig is.

Amendement nr. 188

De heer Monfils dient amendement nr. 188 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) over de Adviesraad. Hij verwijst naar het debat over amendement nr. 185 (zie infra, artikel 36bis).

Artikel 21

Amendement nr. 183

De heer Monfils dient amendement nr. 183 in (stuk Senaat nr. 2-1158/17) dat ertoe strekt de Koning te laten bepalen in welke gevallen wapens mogen worden vervoerd. Nu somt het wetsvoorstel een aantal gevallen op, zoals het vervoer tussen de woon- en de verblijfplaats, de woonplaats en de schietstand, enz. Die opsomming is niet uitputtend.

Spreker stelt voor die opsomming te vervangen door de bepaling dat de Koning bij koninklijk besluit kan vastleggen in welke gevallen het vervoer is toegestaan.

De heer Happart herinnert eraan dat de theorie vaak van de praktijk afwijkt. Wanneer een persoon gaat jagen, moet hij zich meestal verplaatsen om zich naar het jachtgebied te begeven. Zodra een jager een wapen bij zich heeft, dat is opgeborgen in een tas en in de kofferbak van zijn wagen ligt en hij een vervoervergunning heeft, moet men er vanuit gaan dat hij in orde is. Wanneer men die handelwijze verandert, zoals het wetsvoorstel dat nastreeft, dreigt men de situatie nodeloos te compliceren. Het aantal bestraffingen dreigt sterk op te lopen en voorzichtgheid is geboden, vooral omdat de huidige reglementering perfect voldoet.

De minister antwoordt dat het klopt dat de huidige toestand waarin artikel 17 van het uitvoeringsbesluit van de oude wet voorziet, geen problemen oplevert. Dat artikel doelt uitsluitend op de toestand van de schietstanden. Het is reeds twaalf jaar van toepassing en heeft nooit moeilijkheden meegebracht. De politie interpreteert die bepalingen op een redelijke manier ook wanneer het om jagers gaat. Zij zal hetzelfde doen met de nieuwe wet.

Volgens de heer Happart stuurt de nieuwe wet de toestand erg in de war. De toepassing ervan hangt af van de ijver van de politie, die de wet letterlijk dreigt te interpreteren. Hij stelt bijgevolg voor een amendement in te dienen om dit artikel te wijzigen omdat het praktisch niet uitvoerbaar is.

De minister verklaart het eens te zijn met het amendement van de heer Monfils om de interpretatie soepel te laten verlopen.

Artikel 28

De heer Happart c.s. dienen amendement nr. 195 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) ten einde in § 3, tweede lid, de woorden « definitief geneutraliseerd » te vervangen door de woorden « definitief inoperationeel zijn gemaakt ».

De minister steunt dit amendement dat de coherentie van de tekst verbetert.

Artikel 35

Amendement nr. 196

De heer Happart c.s. dienen amendement nr. 196 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) dat enkele technische correcties bevat.

Ook dit amendement wordt door de minister gesteund.

Amendement nr. 189

De heren Happart en Monfils dienen amendement nr. 189 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17), dat subsidiair is op het amendement nr. 185 op artikel 36bis (nieuw). Er wordt verwezen naar de bespreking van dit amendement.

Artikel 36

Amendement nr. 184

De heer Monfils dient amendement nr. 184 in (Stuk Senaat, nr. 2-1158/17) dat ertoe strekt in het 3º, de laatste 2 zinnen te doen vervallen.

Dit amendement vloeit voort uit amendement nr. 185 dat ertoe strekt een Adviesraad voor wapens op te richten.

Amendement nr. 200

De regering dient amendement nr. 200 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/18) dat ertoe strekt in het 3º van het artikel de woorden « de Consultatieve Wapencommissie » te vervangen door de woorden « Adviesraad voor wapens » om de concordantie te herstellen met de andere bepalingen die verwijzen naar een Adviesraad.

Artikel 36bis (nieuw)

De heer Monfils dient amendement nr. 185 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/17) teneinde een nieuw artikel 36bis in te voegen.

De indiener stelt voor een Adviesraad voor wapens op te richten, die moet fungeren als onafhankelijk overlegorgaan tussen de vertegenwoordigers van de sector en de regering.

De heer Monfils wijst erop dat de commissie rekening moet houden met een keuze tussen de volgende mogelijkheden indien zij althans wil dat de voorgestelde tekst enige samenhang vertoont.

­ Een Adviesraad voor wapens oprichten zoals voorgesteld in amendement nr. 185, en dan hebben de verwijzingen naar deze raad in de artikelen 11, 12, 20 en 35 zin.

­ een Consultatieve wapencommissie oprichten zoals voorgesteld in artikel 36, 3º. In dat geval moeten de artikelen 11, 12, 20 en 35 in overeenstemming worden gebracht met artikel 36, 3º. De amendementen nrs. 186 tot 189 streven dat doel na.

­ De keuze in artikel 36, 3º, bevestigen wat betreft de aard van het voorgestelde overlegorgaan doch de naam ervan aanpassen om het artikel in overeenstemming te brengen met artikelen 11, 12, 20 en 35 van het voorstel. Dat is het doel van amendement nr. 200 van de regering.

Spreker kiest de eerste oplossing omdat zij de beste waarborgen inzake onafhankelijkheid biedt.

De minister vindt het niet wenselijk dat de wet een overlegorgaan instelt. Hij verwijst naar het advies van de Raad van State over het voorontwerp van wet, dat in een dergelijke oplossing voorzag. Volgens hem moet men de Koning machtigen om een dergelijk orgaan in te stellen en samen te stellen.

Artikel 38

Amendement nr. 107

Mevrouw Thijs dient amendement nr. 107 in (stuk Senaat, nr. 2-1158/16) dat ertoe strekt het artikel aan te vullen met een bepaling waardoor aan de Proefbank voor wapens een termijn kan worden opgelegd waarbinnen zij haar werkzaamheden moet uitoefenen.

Dit wordt gevraagd om veiligheids- en economische redenen. Bovendien legt de overheid een termijn op aan de burgers en lijkt het haar dus logisch dat ook de overheid zich aan bepaalde termijnen zou houden.

De minister licht toe dat dit artikel de minister van Justitie medezeggenschap moet geven over bepaalde aspecten van de activiteiten van de Proefbank. Nu is de Proefbank enkel bevoegd voor de kwaliteitskeuring en het neutraliseren van wapens, waarvoor de minister van Economie bevoegd is. De Proefbank zal echter nieuwe taken toebedeeld krijgen, waarover ook de minister van Justitie zeggenschap zou krijgen.

Het amendement van mevrouw Thijs is hier dus niet op zijn plaats. Bovendien weet men nog niet of er voor activiteiten die vallen onder het toezicht van de minister van Justitie, termijnen nodig zullen zijn. In dit geval zal dat eventueel per uitvoeringsbesluit worden geregeld.

Artikel 41

Amendement nr. 197

De heer Happart c.s. dienen amendement nr. 197 in (stuk Senaat nr. 2-1158/17) dat ertoe strekt in § 2, de woorden « laten neutraliseren » te vervangen door de woorden « definitief inoperationeel laten maken ».

De minister steunt dit amendement dat de coherentie van de tekst verbetert.

STEMMINGEN

Amendement nr. 69 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 1 stem bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 190 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 175 wordt verworpen met 7 tegen 6 stemmen.

Amendement nr. 176 wordt aangenomen met 8 tegen 5 stemmen.

Amendement nr. 191 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 177 wordt verworpen met 10 tegen 3 stemmen.

Amendement nr. 202 wordt ingetrokken.

Artikel 3, geamendeerd, wordt aangenomen met 9 tegen 2 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 178 wordt aangenomen met 12 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 192 wordt ingetrokken.

Artikel 4, geamendeerd, wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 76 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Amendement nr. 136 wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 193 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 78 wordt verworpen met 12 stemmen tegen 1 stem.

Artikel 5, geamendeerd, wordt aangenomen met 10 stemmen bij 3 onthoudingen.

Amendement nr. 80 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Amendement nr. 179 wordt verworpen met 10 tegen 2 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 81 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 84 wordt ingetrokken.

Amendement nr. 194 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 198 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 86 wordt verworpen met 9 stemmen tegen 3 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 87 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Amendement nr. 180 is ingetrokken.

Amendement nr. 88 wordt aangenomen met 7 stemmen tegen 5 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 186 vervalt ten gevolge van de aanneming van amendement nr. 185.

Artikel 11, geamendeerd, wordt aangenomen met 10 stemmen bij 3 onthoudingen.

Amendement nr. 181 wordt verworpen met 8 stemmen tegen 3 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 169 is ingetrokken.

Amendement nr. 139 wordt verworpen met 8 stemmen tegen 2 stemmen bij 3 onthoudingen.

Amendement nr. 187 vervalt ten gevolge van de aanneming van amendement nr. 185.

Amendement nr. 92 is ingetrokken.

Amendement nr. 94 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 97 wordt verworpen met 10 stemmen tegen 2 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 98 wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 4 stemmen.

Artikel 14, geamendeerd, wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 182 wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 199 wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 201 wordt verworpen met 9 stemmen tegen 2 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 19, geamendeerd, wordt aangenomen met 10 stemmen bij 3 onthoudingen.

Amendement nr. 99 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Amendement nr. 188 vervalt ten gevolge van de aanneming van amendement nr. 185.

Amendement nr. 183 wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 2 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 21, geamendeerd, wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 101 is ingetrokken.

Amendement nr. 195 wordt aangenomen met 12 stemmen bij 1 onthouding.

Artikel 28, geamendeerd, wordt aangenomen met 10 stemmen bij 3 onthoudingen.

Amendement nr. 196 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Amendement nr. 189 vervalt ten gevolge van de aanneming van amendement nr. 185.

Artikel 35, geamendeerd, wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 184 wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 2 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 200 is ingetrokken.

Artikel 36, geamendeerd, wordt aangenomen met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 185 wordt aangenomen met 8 stemmen tegen 3 stemmen bij 1 onthouding.

Amendement nr. 107 wordt verworpen met 11 stemmen tegen 1 stem bij 1 onthouding.

Amendement nr. 197 wordt eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.

Artikel 41, geamendeerd, wordt eenparig aangenomen door de 12 aanwezige leden.

VERKLARING VOOR DE EINDSTEMMING

De heer Monfils herinnert eraan dat hij in de plenaire vergadering de minister attent heeft gemaakt op de volgens hem minder fraaie kanten van een aantal tekstgedeelten.

Tevens had hij meegedeeld dat indien zijn amendementen niet in aanmerking kwamen, zijn fractie tegen de tekst zou stemmen.

Een aantal amendementen zijn goedgekeurd met of zonder de instemming van de minister. Er heeft dus een doorbraak plaatsgehad doch dat belet niet dat spreker nog steeds bezwaren heeft over een aantal punten, meer bepaald de aangifte van de wapens.

Daarom zal spreker zich onthouden bij de stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel.

Daar komt nog bij dat hij met zijn fractie overleg zal plegen over de in de plenaire vergadering uit te brengen stem.

EINDSTEMMING

Het geamendeerde wetsvoorstel wordt in zijn geheel aangenomen met 5 stemmen tegen 1 stem bij 7 onthoudingen.

Vertrouwen is geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur,
Erika THIJS.
De voorzitter,
Josy DUBIÉ.