2-275

2-275

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 13 MAART 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en van artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen (van de heer Vincent Van Quickenborne c.s., Stuk 2-714)

Algemene bespreking

M. Olivier de Clippele (MR), rapporteur. - Ce matin, l'auteur a donc demandé le renvoi en commission de cette proposition de loi afin d'y examiner les quatre amendements que j'ai déposés pour corriger le texte voté voici environ trois semaines en commission des Finances.

Pour ce qui est du rapport de la commission proprement dite, je me réfère bien entendu au rapport écrit, assez volumineux en raison, notamment, des auditions du président de la Commission bancaire et financière et d'un spécialiste en matière de droit des sociétés.

La proposition vise à rendre plus transparentes les rémunérations des dirigeants des entreprises cotées en bourse. C'est évidemment la bourse de Bruxelles qui est visée.

Un amendement adopté initialement modifie le Code des sociétés, et non la loi du 2 mars 1989, ce qui rend la législation beaucoup plus lisible pour les sociétés en général et, plus particulièrement, pour les entreprises cotées en bourse.

La proposition comporte deux volets.

Le premier volet concerne la publication des rémunérations directes et indirectes - c'est-à-dire tous les avantages pouvant être assimilés à une rémunération - des dirigeants d'entreprise, c'est-à-dire des membres du comité de direction, et non de l'ensemble des administrateurs.

Le second volet concerne l'achat et la vente d'actions ou de titres par ces mêmes personnes.

Je voudrais à présent vous présenter le rapport oral du débat qui s'est déroulé cet après-midi en commission des Finances.

Le premier amendement vise à prévoir un lien - non prévu par la proposition initiale - entre l'obligation de publication qui repose sur les sociétés cotées et les mouvements de titres générés par les dirigeants concernés. Ces derniers devront dorénavant communiquer ces opérations au conseil d'administration afin que la société puisse, à son tour, assurer la publication imposée par la nouvelle loi. Cet amendement a été adopté à l'unanimité.

Un système d'amende était prévu, calqué sur la loi du 2 août 2002. L'amendement nº 8 vise à supprimer le doublement de l'amende en cas d'avantage patrimonial. En matière de mouvements de titres, l'avantage patrimonial est aléatoire selon, notamment, le stade de la procédure auquel on se situe. Nous avons donc décidé, au dernier alinéa de l'article 107bis proposé, de supprimer la deuxième phrase. Cet amendement a été adopté par sept voix contre une.

L'amendement nº 9 tend à imposer la nouvelle législation à l'ensemble des sociétés cotées et, donc, à modifier l'article 96 du Code des sociétés. En effet, seules les sociétés cotées déposant des comptes consolidés étaient visées par la proposition de loi. Or, il en existe qui ne publient pas de comptes consolidés : notamment la Banque nationale et des sociétés plus petites, telles que Agridec, Almancora, Glaces de Moustier.

Cet amendement a été adopté à l'unanimité.

Enfin, j'ai déposé un amendement numéro 10 visant à organiser l'entrée en vigueur de la nouvelle loi. Il était prévu de faire une référence au Bel 20, avec une entrée en vigueur anticipée, la mise en oeuvre pour l'ensemble des autres sociétés intervenant au 1er janvier 2005. Il s'avère que la référence au Bel 20 est une référence, d'une part, commerciale et, d'autre part, aléatoire. Comme vous le savez, cette semaine encore, une société est sortie du Bel 20 pour être remplacée par une autre. Cette référence n'était pas suffisamment stable.

La commission a décidé d'adopter l'amendement numéro 10 qui prévoit une entrée en vigueur généralisée pour toutes les sociétés cotées en bourse de Bruxelles au 1er janvier 2005. Cet amendement a été adopté par sept voix contre une. L'ensemble de la proposition a été adoptée à l'unanimité par la commission des Finances, cet après-midi.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Om te beginnen wil ik de mede-indieners van het wetsvoorstel danken, alsook de diensten voor het uistekende werk en de rapporteur voor zijn verslag.

Ik ben verheugd omdat vandaag de transparantie zegeviert. Op een ogenblik waarop de belangrijkste stad van Vlaanderen bij gebrek aan transparantie een turbulente periode meemaakt, is het tijd dat we kleur bekennen. Transparantie moet daarin het kernwoord zijn.

De Senaat heeft al een stap gedaan naar meer transparantie inzake het vermogen van politici. Het initiatief hiertoe werd eerst in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden goedgekeurd en nadien door de voltallige Senaat. De Senaat heeft ook uitstekend werk geleverd met betrekking tot de transparantie van de vzw's. In de programmawet 2002 kwam er ook meer transparantie inzake overheidsbedrijven. De volgende stap is uiteraard dat we ook transparantie aan de dag moeten leggen als het gaat om bedrijven die op de beurs zijn genoteerd.

De verplichtingen die voor de beursgenoteerde bedrijven in dit wetsvoorstel zijn opgenomen werden al toegelicht door de rapporteur. Ze behelzen de individuele verplichting voor bestuurders en directieleden van deze bedrijven om niet alleen hun aandelenbezit en - transacties, maar ook de individuele verloning aan het publiek kenbaar te maken.

Ik hoorde vaak de kritiek dat het voorstel voyeuristisch is en de jaloezie stimuleert. Dat zijn precies de opmerkingen die we de voorbije dagen in Antwerpen hoorden in de totaal misplaatste replieken van schepenen die beweerden dat de roep om transparantie uit voyeurisme voortkomt en dat ze enkel nog in jeansbroek op televisie zouden kunnen verschijnen.

In de zaak van de schepenen van Antwerpen gaat het natuurlijk over belastinggeld, maar hier gaat het ook om publiek geld. Het gaat over geld dat door de aandeelhouders individueel ter beschikking is gesteld van een bedrijf. Het is dan ook normaal dat iedereen weet wat er met dat geld wordt aangevangen.

Het wetsvoorstel houdt de verplichting in de transacties in aandelen kenbaar te maken. Ik heb de indruk dat de oppositiepartijen, ook collega's van CD&V, met deze verplichting minder problemen hebben. Ingevolge het amendement van de heer de Clippele is een bestuurder of directielid vanaf 2005 verplicht mee te delen in welke aandelen hij handelt, als het gaat om aandelen in het bedrijf, teneinde de marktinformatie kenbaar te maken. Stel u voor dat morgen een bestuurder massaal aandelen in zijn eigen bedrijf begint te verkopen, dan is dat ook een signaal voor de markt. Ook een individueel aandeelhouder heeft het recht om daarvan op de hoogte te zijn.

De tweede verplichting, de verplichting voor de individuele bekendmaking van de verloning van de bestuurders en directieleden, ligt moeilijker bij een aantal collega's van de oppositiepartijen. Ik ben me daarvan bewust. Ook voor sommige bedrijfsleiders ligt het immers niet eenvoudig. Voor de VLD heeft deze verplichting niets te maken met jaloezie of voyeurisme. Integendeel. Ik vind dat bestuurders goed moeten worden betaald. In vergelijking met andere landen worden CEO's in ons land relatief weinig betaald.

Het betalingsbeleid is echter één zaak, maar transparantie is een andere zaak. Die transparantie is noodzakelijk omwille van een aantal redenen.

Ten eerste, heeft de aandeelhouder het recht om te weten of het geld dat hij in een bedrijf heeft geïnvesteerd, goed wordt besteed en of de afgevaardigd beheerder van een beursgenoteerd bedrijf goed omspringt met het geld. Veronderstel dat een bedrijf winst ombuigt in verlies, dat de beurskoers keldert en dat tegelijkertijd een CEO in het bedrijf zichzelf een bijkomende premie toestaat van 10 of 20%. Desnoods moet dat kunnen, maar hij moet ten minste zeggen waarom hij dat heeft gedaan.

Ten tweede, beschikken nog niet alle beursgenoteerde bedrijven over een remuneratiecomité.

Dit betekent concreet dat er nog altijd beursgenoteerde bedrijven bestaan waar de bedrijfsleiding zelf het eigen loonbeleid uitwerkt. Voor die bedrijven is het noodzakelijk dat er een onafhankelijke kijk op is. Ook aan die vraag komt het wetsvoorstel tegemoet.

Verder is het van belang te onderstrepen dat België met dit initiatief niet vooruitloopt op andere landen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn ons daarin al lang voorgegaan en hebben op dat terrein een eigen Angelsaksische traditie. Ook Nederland, Frankrijk en Duitsland hebben exact dezelfde maatregelen afgekondigd. Het is dan ook normaal dat België zich bij deze trend aansluit. Te meer omdat Euronext, dat verspreid is over Amsterdam, Brussel en Parijs; ons daartoe bijna dwingt.

Transparantie is een kernwoord. Transparantie wekt vertrouwen en zorgt ervoor dat niet alleen de kloof tussen burger en politiek wordt gedicht, maar ook die tussen aandeelhouder en bedrijfsleiding. Transparantie is daarvoor geen voldoende, maar wel een noodzakelijke voorwaarde.

Het wetsvoorstel lost lang niet alle problemen op. Dat heb ik ook nooit beweerd. Maar de maatregel is wel een noodzakelijke stap in de goede richting. Daarom verheugt het me dat de Senaat vandaag over dit wetsvoorstel stemt. We hebben vanmiddag nog kennis genomen van vier amendementen van de heer de Clippele, waarvan er drie mede ondertekend waren door de heer Steverlynck. Wij hebben deze amendementen allemaal goedgekeurd, wat nog maar eens illustreert dat deze zaak meerderheid en oppositie overstijgt. Ook de heer Thissen heeft een grote inbreng gehad in de discussie. Ik hoop dat we straks bij de stemming ook de grenzen van meerderheid en oppositie kunnen overstijgen en dat we deze wet snel kunnen overzenden naar de Kamer.

-De algemene bespreking is gesloten.