2-275 | 2-275 |
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In een perscommuniqué van 10 juni 2000 werd een regeling aangekondigd voor de schadeloosstelling van houders van Russische waardepapieren daterend van vóór 1917.
Er zouden hiervoor gesprekken gevoerd worden met de Russische autoriteiten met het oog op de eventuele wederinkoop van niet terugbetaalde obligaties uitgegeven vóór 1917 en de eventuele vergoeding van in dezelfde periode onteigende goederen.
Alle Belgische personen die in het bezit zijn van deze Russische overheidsobligaties, van aandelen van toenmalige Russische vennootschappen en personen die menen rechten te kunnen doen gelden op een vergoeding voor onteigende woningen en investeringen, werden verzocht zich kenbaar te maken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Dienst investeringen - Internationale Financiële Aangelegenheden.
Het doel van deze oproep was een inventaris aan te leggen op basis waarvan met de Russische autoriteiten zou kunnen worden onderhandeld.
De voorlopige inventaris werd afgesloten op 30 september 2000.
Intussen bereikten Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een akkoord dienaangaande met de Russische Federatie.
Wat is de stand van zaken in het dossier over de Russische waardepapieren? Welke stappen werden in dit dossier ondernomen? Wanneer valt een definitieve regeling in verband met de Russische waardepapieren te verwachten? Hoeveel dossiers werden tot op heden ingediend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken?
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ik heb inderdaad begin 2000 het initiatief genomen om in juli en in december een persbericht te laten verschijnen teneinde landgenoten die in het bezit zijn van Russische waarden op te roepen om zich kenbaar te maken, zodat voor elk van hen een persoonlijk dossier kon worden geopend. Op basis van de inventaris die als gevolg hiervan werd aangelegd en afgesloten werd op 20 december 2000, heb ik besloten dat er voldoende reden is om aan de Russische autoriteiten voor te stellen onderhandelingen te openen met het oog op vergoeding van deze waardepapieren. Op dit ogenblik trachten we met de Russen bilaterale onderhandelingen te programmeren omtrent de mogelijke vergoeding van Russische waardepapieren uitgegeven voor de revolutie van 1917. We pogen dergelijke onderhandelingsverbintenis te bekomen via herhaalde demarches en door aan te dringen dit punt op te nemen in het actieplan België-Rusland 2003-2004 dat op dit ogenblik in samenspraak met de Russische zijde wordt opgesteld. Dit tweejaarlijks actieplan kadert in het Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie en bestrijkt alle samenwerkingsdomeinen. Tot op heden blijft de Russische houding afwijzend, wat ons evenwel niet zal beletten dit dossier op alle niveaus en met de nodige aandrang te blijven aankaarten.
Binnen de gestelde voorwaarden en tijdslimiet werden 1.600 Belgische schadedossiers op mijn departement binnengebracht. Hierbij werden nog een vijftigtal dossiers in rekening gebracht uit het Groothertogdom Luxemburg dat zich bij de Belgische demarche heeft aangesloten. Het totale bedrag van de schadedossiers in de inventaris werd in samenwerking met de Nationale Bank van België berekend op ongeveer 1.518.000.000 euro, inclusief de dossiers ingediend door het Groothertogdom Luxemburg.
Op 19 april 2001 kaartte onze ambassadeur het dossier in Moskou aan bij de Russische vice-minister van Buitenlandse Zaken. Op 3 mei 2001 deed de toenmalige secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken, de heer Jan De Bock, een gelijkaardige démarche. Op 2 oktober 2001, tijdens zijn officieel bezoek, heeft de Russische president Poetin tegenover premier Verhofstadt de claim verworpen op grond van het feit dat Rusland zich wel beschouwt als opvolgerstaat van de Sovjet Unie, maar niet als opvolgerstaat van het tsarenrijk. De Sovjet Unie heeft nooit de verplichting op zich genomen om de Belgische schadeclaim te erkennen.
Op basis van een onderzoek van de juridische dienst van mijn departement is de Belgische zijde van oordeel dat Rusland wel de opvolgerstaat van het tsarenrijk is met alle verplichtingen van dien.
Op 1 oktober 2002 zetten onze ambassadeur in Moskou en zijn Luxemburgse collega opnieuw stappen en overhandigden zij een verbale nota met onze argumentatie aan de Russische zijde. Deze beloofde schriftelijk te reageren, maar heeft dat nog niet gedaan. Deze démarche werd herhaald tijdens consultaties in Moskou tussen de heer Jan Grauls, voorzitter van het directiecomité van de FOD Buitenlandse Zaken en zijn Russische evenknie, vice-minister van Buitenlandse Zaken Meshkov op 7 oktober 2002.
Nu reeds een datum vooropstellen voor een definitieve regeling van de kwestie van de Russische waardepapieren, lijkt me niet haalbaar. Eerst moeten de Russen principieel aanvaarden met onderhandelingen te beginnen. Dan pas kunnen we de zaak ten gronde bespreken.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik dank de minister voor het duidelijke antwoord. Ik heb wel de indruk dat deze zaak niet meer door deze regering zal worden geregeld.
-Het incident is gesloten.