Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-65

ZITTING 2002-2003

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 2223 van mevrouw Taelman d.d. 8 juli 2002 (N.) :
Volle adoptie. ≠ Procedure. ≠ Vereisten.

Omtrent de procedure en de vereisten voor volle adoptie van een buitenlands kind blijken er nogal wat verschillen te bestaan tussen de diverse gemeenten in ons land, afhankelijk van de visie en de kennis van de beambte in het gemeentehuis.

Enerzijds gebeurt het dat een volle adoptie voor gemeente X kan doorgaan wanneer het de uitdrukkelijke en schriftelijke wens is van de natuurlijke ouders dat de adoptieouders het kind in volle adoptie nemen. Andere gemeenten nemen hier dan weer geen genoegen mee omdat in dit geval alleen een notariŽle akte toereikend zou zijn.

Graag mocht ik van de geachte minister het volgende vernemen :

1. Wat zijn de exacte vereisten waaraan adoptieouders moeten voldoen om tot volle adoptie te kunnen overgaan ?

2. Zal de geachte minister acties ondernemen om de gemeenten hiervan opnieuw op de hoogte te brengen, om een verschillende behandeling in de toekomst te vermijden ?

Antwoord : 1. Het komt mij voor dat de vraag van het geachte lid betrekking heeft op de gevolgen in BelgiŽ van een in het buitenland tot stand gekomen adoptie en meer bepaald of deze al dan niet gelijkgesteld kan worden met een gewone of volle adoptie naar Belgisch recht.

Artikel 344bis van het Burgerlijk Wetboek bepaalt inzake de erkenning van buitenlandse adopties : ę De adoptieve afstamming in een vreemd land verkregen, hetzij tussen Belgen, hetzij tussen vreemdelingen, hetzij tussen Belgen en vreemdelingen, wordt in BelgiŽ van rechtswege erkend, indien bij haar totstandkoming was voldaan aan de voorwaarden die de adoptie in BelgiŽ zouden mogelijk gemaakt hebben of indien elk van de partijen voldoet aan de voorwaarden van zijn persoonlijk statuut.

Deze adoptie kan echter alleen dan gevolg hebben in BelgiŽ, wanneer zij niet strijdig is met de openbare orde en wanneer de uitgifte die ervan wordt overgelegd, volgens de wet van het land waar zij verkregen is, voldoet aan de voorwaarden gesteld voor haar authenticiteit. Ľ

Artikel 344ter van het Burgerlijk Wetboek bepaalt inzake de rechtsgevolgen van een buitenlandse adoptie : ę De gevolgen van de adoptieve afstamming in BelgiŽ of in het buitenland verkregen, hetzij tussen vreemdelingen, hetzij tussen Belgen en vreemdelingen, wordt in BelgiŽ beheerst door de wet die er de toelaatbaarheid van heeft bepaald. In het geval bedoeld in artikel 344, ß 2, worden die gevolgen beheerst door de Belgische wet. Ľ

Het onderscheid tussen een gewone en een volle adoptie heeft betrekking op de gevolgen van deze adoptie. Naar Belgisch recht spreekt men slechts van een volle adoptie indien de rechtsgevolgen van de adoptie de volgende zijn :

≠ de volle adoptie verleent het kind en zijn afstammelingen hetzelfde statuut en dezelfde rechten en verplichtingen als die welke zij zouden hebben indien het kind geboren was uit degenen die het ten volle geadopteerd hebben, met andere woorden het kind wordt zonder beperkingen opgenomen in de familie van de adoptant(en);

≠ het kind dat ten volle geadopteerd is, houdt op tot zijn oorspronkelijke familie te behoren, met andere woorden de banden met de oorspronkelijke familie worden volledig verbroken;

≠ de volle adoptie is onherroepelijk. Indien niet aan de opgesomde voorwaarden is voldaan kan de naar vreemd recht tot stand gekomen adoptie in principe niet worden beschouwd als zijnde een volle adoptie.

2. Mijn diensten zijn op de hoogte van de interpretatieproblemen die zich zowel op theoretisch vlak als in de praktijk stellen. De vraag naar de criteria om een in een welbepaald land tot stand gekomen adoptie naar Belgisch recht als een volle dan wel als een gewone adoptie te beschouwen en het geven van concrete instructies terzake aan de ambtenaren van de burgerlijke stand werd reeds in 1998 aan de Vaste Commissie voor de burgerlijke stand voorgelegd. De commissie onderkende het bestaan van deze problematiek maar wees op het feit dat het niet steeds evident is om naar vreemd recht tot stand gekomen adopties onder te brengen binnen de naar Belgisch recht bestaande noties inzake adoptie. Tevens dient rekening te worden gehouden met mogelijke wijzigingen van de buitenlandse wetgevingen.

Ten slotte wordt het geachte lid herinnerd aan het wetsontwerp van 17 juli 2001 tot hervorming van de adoptie, dat momenteel in de commissie voor de Justitie van de Kamer wordt besproken (stuk Kamer, nrs. 1-1366 en 1-1367). Teneinde de huidige moeilijkheden te verhelpen, voorziet het ontwerp ondermeer in een gecentraliseerd en administratief stelsel van erkenning van buitenlandse beslissingen inzake adoptie. Het ontwerp bepaalt onder meer dat wanneer de federale centrale autoriteit een vreemde beslissing houdende adoptie erkent, zij in haar beslissing uitdrukkelijk dient te bepalen of deze met een gewone dan wel met een volle adoptie overeenstemt (cf. artikel 367-1, tweede lid, van het ontwerp).